Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:346

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-02-2018
Datum publicatie
08-02-2018
Zaaknummer
ak_17 _ 1165
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopige voorziening; afwijzing verzoek. Verweerder en de derde-partij hebben verder onweersproken gesteld dat de gasflessen kort na de zitting op 29 juni 2017 zijn verwijderd en sindsdien, inmiddels ruim een half jaar geleden, ook verwijderd zijn gebleven. Verweerder heeft gecontroleerd en ook geen gasflessen meer in de steeg geconstateerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee genoegzaam aannemelijk gemaakt dat de opslag van gasflessen in de steeg duurzaam is beëindigd. Verzoeker heeft daarom geen spoedeisend belang bij een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de opslag van gasflessen in de steeg al dan niet onrechtmatig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/1165

uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder,

gemachtigde: mr. M. Ichoh, advocaat te Enschede.

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen:

[belanghebbende] ., te [woonplaats] .

Procesverloop

Bij besluit van 2 maart 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd om handhavend op te treden tegen de aanwezigheid van gasflessen in de steeg tussen de percelen [straatnaam] [nummer 1] en [nummer 2] te [woonplaats] .

Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 juni 2017. Het onderzoek is ter zitting geschorst omdat partijen wilden onderzoeken of zij door middel van mediation tot een oplossing voor dit geschil en voor wat verder speelt tussen partijen konden komen. Bij brief van 30 oktober 2017 heeft verzoeker de rechtbank laten weten dat de poging tot mediation niet geslaagd is. Hij heeft de rechtbank gevraagd om het verzoek om een voorlopige voorziening verder te behandelen.

Op 26 januari 2018 is het verzoek opnieuw ter zitting behandeld. Verzoeker is niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Ichoh. Derde-partij heeft zich niet ter zitting laten vertegenwoordigen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

2.1

Verzoeker woont aan de [straatnaam] [nummer 2] te [woonplaats] , waar ook zijn antiekhandel gevestigd is. Naast het pand van verzoeker ligt het pand van de derde-partij. Tussen de panden van verzoeker en van de derde-partij ligt een smalle steeg.

2.2

Omdat de derde-partij in de steeg gasflessen opsloeg, heeft verzoeker verweerder op 23 januari 2017 verzocht om daartegen handhavend op te treden. Bij het primaire besluit heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt.

3.1

De voorzieningenrechter stelt voorop dat het geschil waarover de voorzieningenrechter te oordelen heeft beperkt is tot de afwijzing van het door verzoeker gedane handhavingsverzoek met betrekking tot de opslag van gasflessen in de steeg naast verzoekers woning. De voorzieningenrechter is zich er van bewust dat tussen partijen veel meer speelt dan alleen dit. Omdat dit geschil alleen betrekking heeft op de opslag van gasflessen in de steeg, kan de voorzieningenrechter niet ingaan op wat verzoeker heeft aangevoerd over de status van de steeg, de gebruiksrechten met betrekking tot de steeg en wat daarmee samenhangt.

3.2

Verzoeker heeft gesteld dat sprake is geweest van misleiding ten aanzien van de informatie die door verweerder en de derde-partij aan de voorzieningenrechter is verstrekt. De voorzieningenrechter heeft echter geen concrete aanknopingspunten gevonden op grond waarvan zou moeten worden aangenomen dat daarvan sprake is. De voorzieningenrechter zal hieraan dan ook voorbijgaan.

4.1

Reeds ten tijde van de (eerste) zitting op 29 juni 2017 had de derde-partij toegezegd de gasflessen te zullen verwijderen. Ter zitting is namens verweerder toegelicht dat de derde-partij elders externe opslag heeft gerealiseerd. Verweerder en de derde-partij hebben verder onweersproken gesteld dat de gasflessen kort na de zitting op 29 juni 2017 zijn verwijderd en sindsdien, inmiddels ruim een half jaar geleden, ook verwijderd zijn gebleven. Verweerder heeft gecontroleerd en ook geen gasflessen meer in de steeg geconstateerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is hiermee genoegzaam aannemelijk gemaakt dat de opslag van gasflessen in de steeg duurzaam is beëindigd. Verzoeker heeft daarom geen spoedeisend belang bij een inhoudelijke beoordeling van de vraag of de opslag van gasflessen in de steeg al dan niet onrechtmatig is.

4.2

Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P.W. Esmeijer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. van der Weij, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.