Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3381

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-09-2018
Datum publicatie
18-09-2018
Zaaknummer
08/075275-17, 08/161745-17, 08/074760-17, 08/730537-17, 08/730136-18, 08/710055-18, 08/710050-17 en 08/760091-17 (P) (t.t.z. gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 46-jarige vrouw tot een gevangenisstraf van 4 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar voor oplichting op grote schaal. Daarnaast moet de vrouw een bedrag van ruim 7000 euro aan schadevergoeding betalen aan haar slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers 08/075275-17, 08/161745-17, 08/074760-17, 08/730537-17, 08/730136-18, 08/710055-18, 08/710050-17 en 08/760091-17 (P) (t.t.z. gevoegd)

Datum vonnis: 18 september 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu verblijvende in PI Overijssel, PIV Zwolle te Zwolle.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 4 september 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Weimar en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Parketnummer 08/075275-17

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 10 december 2015 tot en met 11 december 2015 [slachtoffer 1] heeft bewogen tot afgifte van geld,

feit 2: op 17 november 2016 [slachtoffer 2] heeft bewogen tot afgifte van geld,

feit 3: in de periode van 4 oktober 2016 tot en met 18 november 2016 een elektrische fiets van [bedrijf 1] heeft verduisterd,

feit 4: in de periode van 26 september 2016 tot en met 10 oktober 2016 een medewerker van Taxi [bedrijf 2] heeft bewogen tot afgifte van een aantal taxiritten.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 december 2015

tot en met 11 december 2015 te Hellendoorn, althans in Nederland, met het

oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een

dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld

en/of het teniet doen van een inschuld, te weten (telkens) een hoeveelheid

geld (in totaal 1532 euro), althans enig geldbedrag, hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 1] gebeld en/of

gezegd dat zij familie van zijn overleden vrouw was en/of die [slachtoffer 1] verteld

dat er iemand in de familie overleden was en/of dat zij geld nodig had om naar

die begrafenis te gaan en/of geld nodig had voor een hotel, waardoor die

[slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

zij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 17 november 2016 te Didam,

althans in de gemeente Montferland, althans in Nederland (telkens) met het

oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het

aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2]

(werkzaam bij de katholieke kerk [naam 1] ) heeft bewogen tot de

afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking

stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een

inschuld, te weten (telkens) enig geldbedrag (in totaal 280 euro), hebbende

verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 2]

gebeld en/of gezegd dat zij met nog drie andere personen bij een ziekenhuis in

Groningen stond en/of dat zij zorg voor hen droeg en/of dat zij geen geld

hadden voor het vervoer naar Didam, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

3.

zij in of omstreeks de periode van 4 oktober 2016 tot en met 18 november 2016

te Sneek, althans in de gemeente Súdwest-Fryslân opzettelijk een elektrische

fiets (merk Giant), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende

aan [bedrijf 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als

leenster, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 september 2016 tot en met 10 oktober 2016 te Makkum, althans in de gemeente Súdwest-Fryslân, althans in Nederland

(telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 3] , althans een medewerker van taxi [bedrijf 2] , heeft bewogen tot

de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking

stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van

een inschuld, te weten een aantal taxiritten hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid die [slachtoffer 3] , althans een

medewerker van taxi [bedrijf 2] , gebeld en/of gezegd dat haar moeder ernstig

ziek was en/of (vervolgens) dat haar moeder was overleden en/of dat haar

kleinkind was overleden en/of dat ze door haar geld heen was en/of dat ze

later zou betalen, waardoor een of meerdere medewerker(s) van taxi [bedrijf 2]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Parketnummer 08/161745-17

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 15 april 2017 [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] heeft bewogen tot afgifte van een Iphone 7 plus en een bijbehorend abonnement.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

zij op of omstreeks 15 april 2017 te Zwolle, althans in Nederland

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig

goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens,

het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten

een Iphone 7 plus en/of een bij deze telefoon behorend abonnement (Vodafone,

telefoonnummer [telefoonnummer 1] , klantnummer [nummer 1] ), door voornoemde [slachtoffer 4]

en/of [slachtoffer 5] aan te geven dat hij/zij hiervoor een geldbedrag

(de voor deze telefoon en/of abonnement te betalen maandlasten) zou ontvangen.

Parketnummer 08/074760-17

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 1 december 2016 tot en met 10 december 2016 [bedrijf 3] heeft bewogen tot afgifte van een Led-televisie, een tondeuse en een neustrimmer,

feit 2: op 1 december 2016 [bedrijf 4] heeft bewogen tot afgifte van kledingstukken,

feit 3: op 9 december 2016 [bedrijf 5] heeft bewogen tot afgifte van voedselpakketten,

feit 4: in de periode van 13 december 2016 tot en met 17 december 2016 [bedrijf 6] heeft bewogen tot afgifte van verpakkingen vlees,

feit 5: op 14 december 2016 [bedrijf 7] heeft bewogen tot afgifte van vlees, salade en saus,

feit 6: op 14 december 2016 geprobeerd heeft [bedrijf 8] te bewegen tot afgifte van een televisie,

feit 7: in de periode van 17 november 2016 tot en met 22 november 2016 [slachtoffer 6] heeft bewogen tot afgifte van mobiele telefoons en het afsluiten van telefoonabonnementen,

feit 8: in de periode van 20 april 2016 tot en met 3 mei 2016 [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van geld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 december 2016 tot en met 10 december 2016 te Almelo, althans in Nederland

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een

dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld

en/of het teniet doen van een inschuld, te weten de afgifte van meerdere

goederen (te weten een Led-televisie en/of een tondeuse ne/of een

neustrimmer), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd

met de waarheid zich voorgedaan als een (bonafide) tot betaling bereid zijnde

klant, waardoor een of meerdere medewerker(s) van [bedrijf 3] werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

2.

zij op of omstreeks 1 december 2016 te Vriezenveen, gemeente Twenterand,

althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een

valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel

van verdichtsels, [bedrijf 4] heeft bewogen tot de afgifte van

enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van

gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld,

te weten de afgifte van meerdere kledingstukken, hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk

en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een

(bonafide) tot betaling bereid zijnde klant, waardoor een of meerdere

medewerker(s) van [bedrijf 4] werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

3.

zij op of omstreeks 9 december 2016 te Almelo, althans in Nederland

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de [bedrijf 5] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het

verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het

aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten één

of meerdere voedselpakket(ten), hebbende verdachte met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een medewerkster van

het Leger des Heils, waardoor een of meerdere medewerker(s) van de [bedrijf 5]

werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

13 december 2016 tot en met 17 december 2016 te Enter, gemeente Wierden,

althans in Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk

te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [bedrijf 6] , heeft bewogen tot de afgifte van enig

goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens,

het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten

één of meerdere verpakkingen vlees, hebbende verdachte met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een (bonafide) tot

betaling bereid zijnde klant, waardoor een of meerdere medewerker(s) van

voornoemde [bedrijf 6] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks 14 december 2016 te

Rijssen, gemeente Rijssen-Holten, althans in Nederland met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of

door een samenweefsel van verdichtsels, [bedrijf 7] heeft bewogen tot de

afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking

stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van

een inschuld, te weten meerdere verpakkingen vlees en/of salade en/of saus,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als een (bonafide) tot betaling bereid zijnde klant, waardoor

een of meerdere medewerker(s) [bedrijf 7] werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte;

6.

zij op of omstreeks 14 december 2016 te Enter, gemeente Wierden, althans in

Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[bedrijf 8] te bewegen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van

een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een

schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten een televisie,

hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -

valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

zich voorgedaan als een (bonafide) tot betaling bereid zijnde klant, terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

7.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 17

november 2016 tot en met 22 november 2016 te Almelo, althans in Nederland

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van

een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een

schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het afhalen van één

of meerdere mobiele telefoon(s) en/of het afsluiten van één of meerdere

telefoonabonnement(en), door voornoemde [slachtoffer 6] aan te geven dat hij

[slachtoffer 6] hiervoor een geldbedrag zou ontvangen;

8.

zij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 april

2016 tot en met 3 mei 2016 te Deventer, althans in Nederland met het oogmerk

om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van

een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , heeft/hebben bewogen tot de

afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking

stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van

een inschuld, te weten één of meerdere geldbedragen, hebbende verdachte

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk

en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid aangegeven

dat zij, verdachte, het geld binnen enkele dagen zou terugbetalen, waardoor

voornoemde [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte.

Parketnummer 08/730537-17 en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 2 september 2017 tot en met 8 september 2017 [bedrijf 9] heeft bewogen tot afgifte van twee fietsen,

feit 2: op 6 september 2017 en 7 september 2017 [bedrijf 10] heeft bewogen tot afgifte van twee fietsen,

feit 3: op 26 augustus 2017 samen met een ander [bedrijf 11] heeft bewogen tot afgifte van een fiets,

feit 4: op 9 mei 2017 [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] heeft bewogen tot afgifte van een televisietoestel, een telefoontoestel en een luidspreker,

feit 5: op 17 mei 2017 samen met een ander [slachtoffer 12] heeft bewogen tot afgifte van een laptop en een telefoontoestel,

feit 6: in de periode van 27 april 2017 tot en met 5 mei 2017 [slachtoffer 13] en zijn vrouw heeft bewogen tot afgifte van vier mobiele telefoontoestellen en het afsluiten van vier telefoonabonnementen,

feit 7: op 19 mei 2017 samen met een ander [slachtoffer 14] heeft bewogen tot afgifte van levensmiddelen en andere winkelgoederen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

zij op of omstreeks de periode van 02 september 2017 en/of op of omstreeks 08

september 2017 in de gemeente Almelo met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een

valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel

van verdichtsels, één of meer medewerkers van [bedrijf 9] heeft

bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een damesfiets (Gazelle Orange

Innergy) en/of een damesfiets (RIH Omega D53), door valselijk tegen die

medewerkers van [bedrijf 9] op 02 september 2017 de naam [naam 2] op

te geven en vervolgens te kennen te geven dat zij een elektrische fiets wilde

kopen en dat ze een leenfiets nodig had om naar cliënten te kunnen gaan en/of

op 06 september 2017 dat die eerder afgegeven fiets in Tubbergen kapot was

gegaan en dat zij noodgedwongen een taxi heeft moeten nemen en dat die kapotte

fiets later opgehaald zou worden en dat ze een nu andere leenfiets nodig heeft;

2.

zij op of omstreeks 06 september 2017 en/of op of omstreeks 07 september 2017

in de gemeente Almelo met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk

te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, één of meer medewerkers van [bedrijf 10] heeft

bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een damesfiets (Sparta Pickup)

en/of een herenfiets (Giant), door valselijk op 06 september 2017 tegen die

medewerkers van [bedrijf 10] de naam [naam 2] op te geven en

vervolgens te kennen te geven dat zij een elektrische fiets wilde kopen en dat

ze een leenfiets nodig had om naar cliënten te kunnen gaan en/of op 07

september 2017 dat ze met die eerder afgegeven fiets naar Weerselo was gegaan

en die fiets het niet meer deed en dat noodgedwongen een taxi heeft moeten

nemen en dat die kapotte fiets later opgehaald zou worden en dat ze een nu

andere leenfiets nodig had;

3.

zij op of omstreeks 26 augustus 2017 te Geesteren, gemeente Tubbergen, tezamen

en in vereniging, met een ander of anderen, althans alleen met het oogmerk om

zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een

valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of

door een samenweefsel van verdichtsels, een medewerker van [bedrijf 11]

heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een fiets

(Sparta Ion), door valselijk tegen die medewerker van [bedrijf 11]

de naam [naam 3] op te geven en/of vervolgens te kennen te geven dat haar fiets

was gestolen en/of dat zij een elektrische fiets wilde kopen en/of dat zij die

nieuwe fiets op 29 augustus 2017 zou ophalen en/of dat zij in afwachting van

die nieuwe fiets een leenfiets nodig had;

4.

zij op of omstreeks 09 mei 2017 te Denekamp, gemeente Dinkelland, met het

oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] , verkoper bij [bedrijf 12] en/of

[slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten een

televisietoestel, een telefoontoestel en/of een luidspreker, door zich in die

winkel bij die verkoper [slachtoffer 10] voor te doen als vaste klant en te kennen te

geven dat zij de eigenaar [naam 4] goed kent en/of te beloven genoemde goederen

binnen een week, na ontvangst van de rekening te zullen betalen;

5.

zij op of omstreeks 17 mei 2017 in de gemeente Raalte en/of in de gemeente

Almelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van

verdichtsels, [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten

een laptop en/of een telefoontoestel, door telefonisch contact op te nemen met

die [slachtoffer 12] en aan die [slachtoffer 12] te kennen te geven dat haar naam [naam 5] is en

dat zij een nagelstudio heeft en dat haar laptop en telefoontoestel stuk is

gegaan, waarna zij via de Whatsapp een bericht stuurt dat een vriendin van

haar genaamd [naam 6] de goederen in ontvangst zal nemen, vervolgens een

fotokopie van een ID bewijs van die [naam 6] via de Whatsapp stuurt, waarna die

[naam 6] naar een bedrijf, genaamd [bedrijf 13] in Raalte is gegaan en daar de laptop

heeft opgehaald en vervolgens is het telefoon toestel later op die dag op een

opgegeven adres aan de [adres] in Almelo afgeleverd;

6.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 april 2017

tot en met 05 mei 2017 in de gemeente Almelo en/of in de gemeente Hengelo (O),

althans in Nederland meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 13] en/of zijn vrouw heeft bewogen

tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking

stellen van gegevens, het aangaan van een schuld, te weten tot de afgifte van

vier, althans één of meer mobiele telefoontoestellen en/of geld, in elk geval

van enig goed en/of tot het afsluiten van vier, althans één of meer

telefoonabonnementen, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk

opzettelijk valselijk, listiglijk en/of bedrieglijk die [slachtoffer 13] en/of zijn

vrouw via Facebook benaderd en/of daarna die [slachtoffer 13] en/of zijn vrouw thuis te

kennen gegeven dat zij vierhonderd bollen wol en/of een breimachine kon

leveren en/of dat zij de huur van de woning van die [slachtoffer 13] zou betalen,

waarna zij met die [slachtoffer 13] en/of zijn vrouw naar een [bedrijf 14] en/of één of

meer andere telefoonwinkels is gegaan, alwaar zij die [slachtoffer 13] en/of zijn

vrouw in totaal vier telefoontoestellen met bijbehorende telefoonabonnementen

heeft laten kopen en/of laten betalen, waardoor die [slachtoffer 13] en/of zijn vrouw

werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of tot aangaan van

bovenomschreven schuld;

7.

zij op of omstreeks 19 mei 2017 in de gemeente Almelo tezamen en in vereniging

met een ander, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 14] en/of één of meer andere

medewerkers van de [bedrijf 15] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te

weten levensmiddelen en/of andere winkelgoederen, door naar die [bedrijf 15] te

bellen en aan te geven dat in opdracht van [bedrijf 16] goederen

opgehaald zouden worden en dat er een dagpas afgegeven kon worden, waarna even

later verdachte zich bij die [bedrijf 15] meldde en opgaf genaamd te zijn [naam 7] ,

althans zich meldde met andere naam dan die van verdachte en/of vervolgens bij

de kassa op de bon een handtekening geplaatst, welke moest doorgaan voor

eigenaar van de dagpas, althans niet zijnde haar handtekening.

Daarnaast staan er vijf ad informandum gevoegde feiten op de onder parketnummer 08/730537-17 uitgebrachte dagvaarding met als omschrijving “oplichting”.

Parketnummer 08/730136-18

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: in de periode van 10 mei 2017 tot en met 25 september 2017 medewerkers van [bedrijf 17] heeft bewogen tot afgifte van televisietoestellen, een Iphone 7, mini-speakers en een friteuse,

feit 2: in de periode van 29 mei 2017 tot en met 8 juni 2017 [bedrijf 18] heeft bewogen tot afgifte van twee laptops.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 10 mei 2017 tot

en met 25 september 2017 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, althans in

Nederland met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te

bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid

en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

zich voorgedaan als een bonafide tot betaling bereid zijnde klant, waardoor

zij één of meer medewerkers van [bedrijf 17] heeft bewogen tot de

afgifte van enig goed, te weten één of meer televisietoestellen, een Iphone 7,

één of meerdere mini-speakers en/of een friteuse, door valselijk tegen die

medewerkers van [bedrijf 17] op 10 mei 2017 de naam [naam 8] op te

geven en vervolgens te kennen te geven dat zij een erfenis had gehad van 6000

euro en dat zij graag wat spullen wilde kopen;

2.

zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 mei 2017 tot

en met 8 juni 2017 te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten, althans in Nederland

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, zich

voorgedaan als een bonafide tot betaling bereid zijnde klant, waardoor zij één

of meer medewerkers van [bedrijf 18] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed,

te weten een laptop (Asus K501lx 15.6) en/of een laptop (Asus X556ua 15.6),

door valselijk tegen die medewerkers van [bedrijf 18] op 29 mei 2017 bij de

levering te kennen te geven dat zij geen geld bij zich had en dat ze het geld

met een spoedbetaling zou overmaken.

Parketnummer 08/710055-18

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 21 februari 2018 samen met een ander [slachtoffer 15] heeft bewogen tot afgifte van geld,

feit 2: op 6 februari 2018 samen met een ander [slachtoffer 16] heeft bewogen tot afgifte van geld,

feit 3: op 7 februari 2018 samen met een ander [slachtoffer 17] heeft bewogen tot afgifte van geld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

zij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 21 februari 2018 in de gemeente

Almelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen,

althans alleen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 15] om omstreeks 16.04 uur en/of om

omstreeks 16.20 uur heeft bewogen tot de afgifte van geld, tot een totaal

bedrag van EUR 94,00, althans enig geld, door valselijk aan die [slachtoffer 15]

telefonisch de naam [naam 9] , zorgverlener op te geven en vervolgens te

kennen te geven dat een cliënt van haar met een ambulance naar een ziekenhuis

in Nijmegen is gebracht en na een miskraam uit dat ziekenhuis is ontslagen en

nu zonder geld op het station in Nijmegen staat en dat het geld overgemaakt

kan worden op rekening [rekeningnummer 1] ten name van [naam 10] , waarna die

[slachtoffer 15] die geldbedragen heeft overgemaakt;

2.

zij op één of meer tijdstippen op of omstreeks 06 februari 2018 in de gemeente

Nunspeet, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer

anderen, althans alleen, telkens met het oogmerk om zich en/of een ander

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 16] om omstreeks 18.00 uur en/of om

omstreeks 19.00 uur heeft bewogen tot de afgifte van geld, tot een totaal

bedrag van EUR 100,00, althans enig geld, door valselijk aan die [slachtoffer 16]

telefonisch te kennen te geven dat zij en haar invalide man afgelopen zondag

bij hen in de kerk waren geweest en dat zij nu zonder geld op het station

Groningen stond en dat haar kleinkind was overleden en dat zij geld nodig had

om terug te kunnen komen naar Nunspeet en dat het geld overgemaakt kon worden

op rekening [rekeningnummer 1] ten name van [naam 10] , waarna die [slachtoffer 16]

- door tussenkomst van een familielid [naam 11] - die geldbedragen heeft

overgemaakt;

3.

zij op of omstreeks 07 februari 2018 in de gemeente Kampen, althans in

Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door

het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door

listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 17]

heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 60,00, althans enig geld, door

valselijk aan die [slachtoffer 17] telefonisch te kennen te geven dat zij vaak met haar

zoon in de Westerkerk in Kampen kwam en dat zij mevrouw [naam 10] heette en

dat zij in Hattem woonde en dat haar kleinkind in het ziekenhuis te Groningen

was overleden en dat zij met onvoldoende saldo op haar OV chipkaart op het

station Groningen stond en dat zij haar verkeerde bankpas bij zich had en

daardoor haar OV chipkaart niet kon opladen en dat zij EUR 60,00 nodig had om

terug naar huis te kunnen reizen, waarna zij via een Whatsapp een bericht

stuurde met een bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van [naam 12]

, waarna die [slachtoffer 17] het geldbedrag heeft overgemaakt.

Daarnaast staan er 15 ad informandum gevoegde feiten op de onder parketnummer 08/710055-18 uitgebrachte dagvaarding met als omschrijving “oplichting”.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat alle onder de verschillende parketnummers tenlastegelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Verdachte heeft een aantal feiten bekend, waarvan een aantal reeds bij de politie en een aantal ter terechtzitting. Voor de overige tenlastegelegde feiten geldt dat verdachte bij de uitvoering van haar oplichtingshandelingen telkens ongeveer dezelfde modus operandi hanteert. Zo gebruikt ze veelvuldig valse namen (zoals [naam 3] , [naam 13] en [naam 2] ), zegt ze dat ze geen geld bij zich heeft en later zal betalen en verzint ze emotionele verhalen om mensen te bewegen haar goederen of geld te geven. In een aantal zaken komen de door haar gebruikte telefoonnummers, adressen, e-mailadressen en bankrekeningnummers overeen. De verklaring van verdachte ten aanzien van enkele tenlastegelegde feiten dat zij wel de intentie had om te betalen, acht de officier van justitie ongeloofwaardig.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft betoogd dat verdachte (partieel) moet worden vrijgesproken van de volgende tenlastegelegde feiten.

Parketnummer 08/075275-17, feiten 1 tot en met 4

De raadsman wijst er ten aanzien van feit 1 ( [slachtoffer 1] ) op dat aangever [slachtoffer 1] twee keer € 230,00 en twee keer € 250,00 heeft overgemaakt, terwijl verdachte hem om overboeking van één keer had gevraagd. Daar komt bij dat in totaal € 710,00 naar een bankrekening is overgemaakt die niet ten naam is gesteld van verdachte maar van ene [naam 14] . Daarbij staat niet vast dat de oplichtingsmiddelen daadwerkelijk onwaar waren. Voor wat betreft feit 2 ( [slachtoffer 2] ) en feit 3 ( [bedrijf 1] ) voert de raadsman aan dat niet vast staat dat het hierbij om verdachte gaat. Voor wat betreft feit 4 (Taxi [bedrijf 2] ) is onduidelijk gebleven waardoor de taxichauffeur is bewogen, aangezien evengoed eerdere wel door verdachte betaalde ritten redengevend geweest kunnen zijn.

Parketnummers 08/161745-17, feit 1, en 08/074760-17, feiten 7 en 8

Volgens de verdediging is ter zake van deze feiten ( [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] , [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] e.a.) geen sprake van oplichtingshandelingen. Een enkele leugenachtige mededeling zoals de belofte van betaling is daarvoor niet voldoende, ook niet als wordt aangenomen dat verdachte voorzag niet aan de gedane toezegging te kunnen voldoen.

Parketnummer 08/074760-17, feiten 1 en 2

De raadsman betoogt ter zake van beide feiten ( [bedrijf 3] Almelo en [bedrijf 4] ) dat niet uit het dossier volgt dat verdachte niet bereid was tot betaling voor de afgenomen goederen.

Parketnummer 08/730537-17 en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17, feit 5

De verdediging voert aan dat dit feit ( [slachtoffer 12] ) niet kan worden bewezen gelet op de verklaring van verdachte ter terechtzitting dat zij de tenlastegelegde handelingen niet heeft verricht.

Parketnummer 08/730136-18, feit 2

Ook dit feit ( [bedrijf 18] ) kan niet worden bewezen volgens de verdediging. Volgens de aangifte heeft immers een man gebeld naar [bedrijf 18] en is de betrokkenheid van verdachte daarbij niet gebleken. Dat zij de goederen in ontvangst heeft genomen is onvoldoende voor oplichting. Daarbij is niet vastgesteld dat de door verdachte gedane mededeling dat zij geen geld bij zich had onjuist was en, al aangenomen dat die mededeling onjuist was, dan vormt zulks slechts een enkele leugenachtige mededeling die niet valt aan te merken als oplichting.

De overige feiten kunnen bewezen worden verklaard, aldus de verdediging. Ten aanzien van de onder parketnummer 08/710055-18 tenlastegelegde feiten is er nog op gewezen dat [naam 10] daarbij betrokken is geweest, onder verwijzing naar de verklaring van verdachte dat deze [naam 10] haar onder druk heeft gezet om deze feiten te plegen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak

In de zaken met

  • -

    parketnummer 08/161745-17 onder 1 ( [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] ),

  • -

    parketnummer 08/074760-17 onder 1 ( [bedrijf 3] Almelo), 2 ( [bedrijf 4] ), 4 ( [bedrijf 6] ), 5 ( [bedrijf 7] ), 6 ( [bedrijf 8] ), 7 ( [slachtoffer 6] ) en 8 ( [slachtoffer 7] e.a.), en

  • -

    parketnummer 08/730136-18 onder 2 ( [bedrijf 18] )

acht de rechtbank niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Parketnummer 08/161745-17 onder 1 ( [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] )

Parketnummer 08/074760-17 onder 7 ( [slachtoffer 6] )

Parketnummer 08/074760-17 onder 8 ( [slachtoffer 7] e.a.)

De hierboven genoemde feiten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Aan verdachte is, kort weergegeven, ten laste gelegd dat zij de hierboven genoemde personen (hierna: [slachtoffer 4] e.a.) heeft bewogen tot het afsluiten van telefoonabonnementen en het afgeven van de daarbij behorende telefoon aan verdachte respectievelijk tot het aangaan van geldleningen door toe te zeggen dat zij hen hiervoor geld zou betalen respectievelijk de leningen zou terugbetalen.

De rechtbank dient te beoordelen of sprake is van één of meerdere oplichtingsmiddelen in de zin van art. 326 Sr (respectievelijk het aannemen van een valse naam, het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels) en dat de handelingen van verdachte aan te merken zijn als oplichting. De rechtbank stelt vast dat in de tenlastelegging niet feitelijk is beschreven dat verdachte zich heeft bediend van een valse naam. Ook vallen uit de tenlastelegging geen listige kunstgrepen af te leiden. De vraag is dus of sprake is van een valse hoedanigheid en/of een samenweefsel van verdichtsels. De rechtbank beantwoordt die vraag ontkennend.

Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte van een goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld als bedoeld in art. 326 Sr, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer (HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8600, r.o. 3.2).

Het tenlastegelegde ziet blijkens de strikte tekst ervan op niet meer dan het doen van een enkele leugenachtige mededeling. Verdachte heeft de aangevers geld beloofd, welke belofte zij niet is nagekomen. Naar vaste rechtspraak is deze enkele omstandigheid onvoldoende om te gelden als oplichtingsmiddel. Er zijn naast de leugenachtige mededeling in de vorm van het beloven van betaling geen andere omstandigheden ten laste gelegd die tot afgifte konden leiden, zoals één of meerdere andere geuite valse voorwendselen of het bestaan van een vertrouwensrelatie tussen de aangevers enerzijds en verdachte anderzijds waarvan verdachte misbruik heeft gemaakt. Ook blijkt uit de tenlastelegging niet dat sprake is van het aannemen van een valse hoedanigheid. Hiervoor geldt dat – mede gelet op het in het maatschappelijk verkeer geldend verwachtingspatroon – zonder tenlastegelegde bijkomende gedragingen van verdachte of andere omstandigheden de enkele omstandigheid dat verdachte zich heeft voorgedaan als bonafide betaler niet voldoende is om te spreken van oplichting (Hof Den Bosch 29 maart 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1351).

Tot slot neemt de rechtbank ten aanzien van de vraag of aangevers zijn bewogen door verdachte tot de door hen gebezigde handeling(en) in aanmerking dat de mate waarin van een persoon omzichtigheid mag worden verwacht wanneer hij deelneemt aan het maatschappelijk verkeer en wanneer hem wel of niet kan worden verweten dat hij zich laat bedriegen, afhangt van de concrete omstandigheden van het geval (HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2889, r.o. 2.4). Daarbij spelen bijvoorbeeld de precieze toedracht, de relatie tussen de betrokken personen en de persoonlijkheid van het slachtoffer, zoals zijn leeftijd en verstandelijke vermogens, een rol. De tenlastelegging bevat geen enkel aanknopingspunt voor het oordeel dat aangevers in de onderhavige situatie geen aanleiding hadden hoeven zien de onjuiste voorstelling van zaken te onderkennen. De rechtbank ziet zich dan ook genoodzaakt te oordelen dat van ‘bewegen tot’ in de zin van art. 326 Sr eveneens geen sprake is.

De door de officier van justitie gekozen feitelijke beschrijving in de tenlastelegging levert dan ook geen oplichting op.

Parketnummer 08/074760-17 onder 1 ( [bedrijf 3] Almelo)

Parketnummer 08/074760-17 onder 2 ( [bedrijf 4] )

Parketnummer 08/074760-17 onder 4 ( [bedrijf 6] )

Parketnummer 08/074760-17 onder 5 ( [bedrijf 7] )

Parketnummer 08/074760-17 onder 6 ( [bedrijf 8] )

De hierboven genoemde feiten lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Aan verdachte is, samengevat, ten laste gelegd dat zij (medewerkers van) de hierboven genoemde partijen (hierna: [bedrijf 3] Almelo e.a.) heeft bewogen – althans in het geval van [bedrijf 8] heeft gepoogd te bewegen – tot de afgifte van goederen door zich valselijk voor te doen als een (bonafide) tot betaling bereid zijnde klant.

De rechtbank ziet zich ook in deze zaken voor de vraag gesteld of sprake is van één of meerdere in art. 326 Sr beschreven oplichtingsmiddelen.

Uit de feitelijke beschrijving van de tenlastegelegde feiten kunnen ten eerste niet het aannemen van een valse naam, listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels worden afgeleid.

Daarnaast levert de in de tenlastelegging genoemde omstandigheid ook geen valse hoedanigheid op. In de tenlasteleggingen van voormelde feiten staat alleen vermeld dat aangevers werden bewogen tot afgifte doordat verdachte zich louter als bonafide klant heeft voorgedaan. Andere, in het dossier wel vindbare, omstandigheden (zoals het zich uitgeven als penningmeester van een sportclub) staan niet in de tenlastelegging. De rechtbank overweegt daartoe dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide koper volgens vaste rechtspraak niet het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr oplevert (HR 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1805, r.o. 2.3). De eventuele omstandigheid dat verdachte in de tenlastegelegde gevallen reeds vooraf wist dat zij niet wilde of kon betalen voor de goederen, laat dat in beginsel onverlet. Zo een presentatie als bonafide (potentiële) wederpartij levert slechts dan het aannemen van een valse hoedanigheid op indien deze berust op voldoende specifieke gedragingen die in de desbetreffende context erop zijn gericht bij het beoogde slachtoffer een onjuiste voorstelling van zaken in het leven te roepen teneinde daarvan misbruik te maken (HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2889, r.o. 2.3.4). Uit de feitelijke beschrijving in de tenlastelegging van deze feiten zijn geen overige specifieke gedragingen van verdachte, zoals valse mededelingen, vermeld.

De feitelijke beschrijving in de tenlastelegging is dan ook ontoereikend om een oplichtingsmiddel en dus oplichting te kunnen vaststellen.

Parketnummer 08/730136-18 onder 2 ( [bedrijf 18] )

Aan verdachte is zakelijk gezegd ten laste gelegd dat zij medewerkers van [bedrijf 18] heeft bewogen tot de afgifte van twee laptops door valselijk bij de levering te kennen te geven dat zij geen geld bij zich had en dat ze het geld met een spoedbetaling zou overmaken. Ook deze feitelijke beschrijving in de tenlastelegging komt erop neer dat verdachte heeft voorgewend dat zij bereid was te betalen en dat ook zou doen. Dit acht de rechtbank onvoldoende, onder verwijzing naar de overwegingen in de vorige alinea. De enkele (leugenachtige) beweringen dat zij geen geld bij zich had en door middel van een spoedoverboeking zou betalen, leveren geen bijkomende omstandigheden op die dat oordeel anders maken.

De feitelijke beschrijving in de tenlastelegging levert dan ook geen oplichting op.

Bewezenverklaring

In de zaken met

  • -

    parketnummer 08/075275-17 onder 1 ( [slachtoffer 1] ), 2 ( [slachtoffer 2] ) 3 ( [bedrijf 1] ) en 4 (Taxi [bedrijf 2] ),

  • -

    parketnummer 08/730537-17 (en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17) onder 5 ( [slachtoffer 12] )

is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Parketnummer 08/075275-17

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de aanwezige bewijsmiddelen het volgende.1

Feit 1 ( [slachtoffer 1] )

Aan verdachte is, samengevat, ten laste gelegd dat zij [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van € 1.532,00 door hem in strijd met de waarheid te vertellen dat zij familie van zijn overleden vrouw was en dat er iemand in de familie overleden was en dat zij geld nodig had om naar die begrafenis te gaan en voor een overnachting in een hotel.

Aangever [slachtoffer 1] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij op 10 december 2015 werd gebeld door een hem onbekende vrouw. Deze vrouw stelde zich voor als [verdachte] en zei dat zij familie was van de overleden vrouw van aangever. Zij vertelde onder meer dat er iemand in de familie was overleden, dat zij naar de begrafenis wilde en € 132,00 nodig had voor vervoer. Aangever heeft daarop € 132,00 overgemaakt op de door de vrouw aangegeven rekening met nummer [nummer 2] ten name van [verdachte] . De vrouw belde op 11 december 2015 weer met de mededeling dat zij € 220,00 nodig had om naar Groningen te gaan voor de begrafenis. Aangever heeft ook dit bedrag overgemaakt op de reeds genoemde bankrekening. Later zag aangever op zijn afschrift dat er tweemaal € 220,00 naar de bankrekening is overgemaakt. Diezelfde dag belde de vrouw weer. Zij vertelde dat ze niet bij haar eigen bankrekening kon en vroeg aangever om € 230,00 over te maken op de bankrekening met nummer [rekeningnummer 3] van haar dochter [naam 14] . Dit heeft aangever gedaan. Ook nu weer zag hij dat het bedrag tweemaal is overgeboekt, één keer naar de rekening van [verdachte] en één keer naar de rekening van [naam 14] . Diezelfde dag belde de vrouw voor een derde keer, zij gaf aan dat zij de nacht in een hotel in Groningen moest doorbrengen en vroeg aangever om een bedrag van € 250,00 over te maken. Aangever weet niet meer naar welk rekeningnummer hij het bedrag moest overmaken en raakte in de war. Later zag hij dat hij het bedrag van € 250,00 zowel naar de rekening van [verdachte] als naar de rekening van [naam 14] had overgemaakt.2

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij ergens had gelezen of van iemand had gehoord dat de vrouw van [slachtoffer 1] was overleden. Zij heeft hem gebeld met de bedoeling geld los te krijgen. Zij heeft verklaard dat zij geen familie is van zijn vrouw. Tot slot heeft zij verklaard dat zij inderdaad te maken had met de bedragen die hij op haar bankrekening heeft gestort maar niet met de bedragen die hij heeft gestort op de rekening van [naam 14] .

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het volgende wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft een valse hoedanigheid aangenomen, te weten die van familielid van de overleden vrouw van [slachtoffer 1] . Zij heeft hem verzinsels voorgehouden, namelijk dat zij naar een begrafenis wilde van een ander gemeenschappelijk familielid en in dat verband geld nodig had voor vervoer en een hotelovernachting. Eén en ander kan worden aangemerkt als een samenweefsel van verdichtsels. Door middel van die valse hoedanigheid en dat samenweefsel van verdichtsels heeft verdachte [slachtoffer 1] bewogen tot het overmaken van de in de aangifte genoemde bedragen naar haar bankrekening (met nummer [nummer 3] ten name van [verdachte] ). Dit geldt ook voor zover het betreft bedragen die een tweede keer zijn overgemaakt. Van het in het bestanddeel ‘beweegt’ tot uitdrukking gebrachte causaal verband is immers sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van de door het desbetreffende oplichtingsmiddel in het leven geroepen onjuiste voorstelling van zaken is overgegaan tot de afgifte (HR 20 december 2016, ECLI:NL:HR:2016:2889, r.o. 2.4).

De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte aangever heeft bewogen tot het overmaken van bedragen naar de rekening van [naam 14] aangezien hiervoor, behalve de aangifte, in het dossier geen steun te vinden is.

Feit 2 ( [slachtoffer 2] )

Aan verdachte is, samengevat, ten laste gelegd dat zij [slachtoffer 2] (werkzaam bij de katholieke kerk [naam 1] ) heeft bewogen tot de afgifte van € 280,00 door hem in strijd met de waarheid te vertellen dat zij met nog drie andere personen bij een ziekenhuis in Groningen stond, dat zij zorg voor hen droeg en dat zij geen geld hadden voor het vervoer naar Didam.

Aangever [slachtoffer 2] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij op 17 november 2016 telefonisch is benaderd (via telefoonnummer [telefoonnummer 2] ) door een vrouw die vertelde dat zij op dat moment bij het ziekenhuis in Groningen stond met drie andere personen waar zij op dat moment de zorg voor droeg. Ze vertelde dat deze personen terug moesten naar Didam maar dat zij op dat moment geen geld meer hadden om de reis te kunnen betalen. Zij vroeg aangever of hij daarbij kon helpen. De vrouw gaf daarbij bankrekeningnummer [nummer 4] met naam [naam 13] door. Aangever heeft de vrouw vervolgens meegedeeld € 35,00 per persoon, en dus € 140,00 in totaal, te zullen overmaken. De vrouw belde later opnieuw met de mededeling dat zij nog niet bij het geld kon en vroeg of aangever het bedrag via een ING-rekening kon overmaken. Zij gaf aan de eerste overboeking te zullen terugboeken. Aangever heeft daarop nogmaals, via een andere rekening, € 140,00 overgemaakt naar het opgegeven rekeningnummer.3

Gebleken is dat het door aangever genoemde telefoonnummer voorkomt in een andere zaak waarin op 15 november 2016 te Sneek aangifte is gedaan van oplichting, gepleegd door een vrouw [verdachte] , die bereikbaar was op dit telefoonnummer. Deze vrouw [verdachte] is gebleken te zijn verdachte.4 Op basis hiervan moet worden vermoed dat verdachte degene is geweest die [slachtoffer 2] gebeld heeft. Verdachte heeft dit vermoeden niet getracht te ontzenuwen, terwijl dat wel op haar weg lag. De rechtbank overweegt in dit verband dat volgens vaste rechtspraak de omstandigheid dat een verdachte weigert een verklaring af te leggen of een bepaalde vraag te beantwoorden op zichzelf niet kan bijdragen tot het bewijs (HR 10 november 1998, NJ 1999/139), maar dat een rechter wel – indien een verdachte voor een omstandigheid die op zichzelf of in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend moet worden geacht voor het bewijs van het aan hem ten laste gelegde feit, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring heeft gegeven – zulks in zijn overwegingen omtrent het gebezigde bewijsmateriaal mag betrekken (HR 15 juni 2004, NJ 2004/464; EHRM 8 februari 1996, NJ 1996/725 Murray tegen het Verenigd Koninkrijk).

De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat de door aangever beschreven modus operandi van degene die hem benaderd heeft, past in de lijn van de modus operandi van verdachte die uit andere bewezenverklaarde zaken naar voren komt. In dit verband zij gewezen op de hierna te bespreken zaken met parketnummer 08/710055-18 die verdachte heeft bekend en waaruit volgt dat zij telkens volgens een vast patroon personen van verschillende religieuze instellingen heeft benaderd met verzinsels die er op neer komen dat zij zorg zou dragen voor kwetsbare personen of dat familieleden zouden zijn overleden en dat zij geld nodig zou hebben voor het openbaar vervoer. Vervolgens vraagt zij deze personen om geld over te maken. Hieruit kan tevens worden afgeleid dat ook de mededelingen van verdachte aan [slachtoffer 2] zijn verzonnen.

Het voorhouden van de in de aangifte genoemde verzinsels aan [slachtoffer 2] is aan te merken als een samenweefsel van verdichtsels.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met gebruikmaking van dit samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 2] heeft bewogen tot het tweemaal overmaken van € 140,00, opgeteld een totaalbedrag van € 280,00.

Feit 3 ( [bedrijf 1] )

Aan verdachte is zakelijk gezegd ten laste gelegd dat zij zich opzettelijk een elektrische fiets van het merk Giant van [bedrijf 1] , die zij onder zich had als leenster, heeft toegeëigend.

Aangever [naam 15] heeft in zijn aangifte verklaard dat mevrouw [verdachte] op of omstreeks 4 oktober 2016 in de winkel van [bedrijf 1] kwam en dat zij vertelde dat zij een elektrische fiets wilde kopen. Aangever en deze mevrouw [verdachte] hebben daartoe een overeenkomst getekend. Zij zou drie dagen later betalen. In de tussentijd heeft aangever haar een tweedehands elektrische fiets geleend. De vrouw heeft de leenfiets niet teruggebracht.5

Op 18 november 2016 heeft verbalisant [verbalisant] gebeld naar het telefoonnummer waarop [naam 15] contact had gehad met de in zijn aangifte genoemde mevrouw [verdachte] , te weten [telefoonnummer 3] . Hij hoorde dat iemand zei: "Hallo?". Hij vroeg of hij [verdachte] aan de lijn had, waarop hij hoorde dat er “ja” werd geantwoord. Hij vertelde [verdachte] dat er een medewerker van [bedrijf 1] op het politiebureau was omdat [verdachte] een elektrische fiets in het bezit heeft die toebehoort aan [bedrijf 1] . Hij hoorde dat [verdachte] zei dat zij “dit allemaal niet nodig vindt” en dat zij de elektrische fiets zaterdag 19 november terug zou brengen. Op 21 november 2016 heeft verbalisant [verbalisant] gebeld met een medewerker van [bedrijf 1] die hem vertelde dat de elektrische fiets niet was teruggebracht.6

Uit het voorgaande volgt dat een vrouw genaamd [verdachte] een elektrische fiets heeft geleend van [bedrijf 1] en deze niet heeft teruggebracht. De rechtbank stelt vast dat deze vrouw verdachte betreft, gelet op de omstandigheid dat de achternaam van verdachte overeenkomt met de aan aangever opgegeven achternaam en dat de door aangever beschreven modus operandi van deze vrouw [verdachte] past in de lijn van de modus operandi van verdachte die uit andere bewezenverklaarde zaken naar voren komt. In dit verband zij onder meer gewezen op de hierna te bespreken zaken met parketnummer 08/730537-17 (en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17), feiten 1 tot en met 3, die verdachte heeft bekend en waaruit naar voren komt dat zij meerdere keren fietsenwinkels heeft bezocht, aldaar heeft aangegeven een fiets te willen kopen en deze later te zullen betalen en vervolgens een leenfiets heeft meegenomen die zij niet heeft teruggebracht.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een fiets van [bedrijf 1] heeft geleend die zij zich, door deze niet terug te brengen, wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Feit 4 (Taxi [bedrijf 2] )

Aan verdachte is zakelijk gezegd ten laste gelegd dat zij een medewerker van Taxi [bedrijf 2] heeft bewogen tot het verzorgen van een aantal taxiritten door die medewerker op verschillende momenten te vertellen dat haar moeder ernstig ziek was, dat haar moeder was overleden, dat haar kleinkind was overleden, dat ze door haar geld heen was en dat ze later zou betalen.

Aangever [slachtoffer 3] , werkzaam als centralist en planner bij Taxi [bedrijf 2] , heeft in zijn aangifte verklaard dat hij verschillende ritten voor verdachte heeft gepland op 26 september 2016, 28 september 2016, 3 oktober 2016 en 10 oktober 2016. Zij heeft deze ritten niet afgerekend en vertelde telkens dat zij later zou betalen. In totaal staat er een bedrag van € 510,00 euro open.7

De vraag die voorligt is of sprake is van één of meerdere in art. 326 Sr beschreven oplichtingsmiddelen (respectievelijk het aannemen van een valse naam, het aannemen van een valse hoedanigheid, listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels) én of

de medewerker van Taxi [bedrijf 2] daardoor is bewogen tot het plannen en (laten) uitvoeren van de betrokken taxiritten. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend.

Zoals hiervoor is overwogen, levert de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als bonafide koper volgens vaste rechtspraak in beginsel niet het aannemen van een valse hoedanigheid in de zin van art. 326 Sr op. Voor wat betreft de taxibranche echter is sprake van een in het maatschappelijk verkeer geldend gedragspatroon op grond waarvan de taxidienstverlener aan de klant een rit verschaft in de verwachting dat die bij het verlaten van het voertuig daarvoor zal betalen en anderzijds de klant overeenkomstig die verwachting handelt, net zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij bezoekers van een restaurant (HR 10 februari 1998, ECLI:NL:HR:1998:AC1299). Daarbij is niet gebruikelijk dat vooraf nader onderzoek wordt gedaan naar de kredietwaardigheid van de klant. Indien in dergelijke gevallen op bedrieglijke wijze gebruik wordt gemaakt van dat in het maatschappelijke verkeer geldend gedragspatroon, is sprake van het aannemen van een valse hoedanigheid.

Het verweer van de verdediging dat de medewerker van Taxi [bedrijf 2] net zo goed zou kunnen zijn bewogen tot het verzorgen van de ritten door de omstandigheid dat verdachte eerdere ritten – waarop de tenlastelegging niet ziet – wel betaald had, wordt verworpen. Het ten laste gelegde ziet immers op meerdere achtereenvolgende gevallen van door verdachte genoten taxiritten die zij telkens niet heeft betaald, onder het voorwenden van de belofte dat zij dat later zou doen. Daarop heeft de betreffende medewerker telkens – in totaal vier keer – een nieuwe rit laten verzorgen. De medewerker is dan ook door de valse hoedanigheid van verdachte als tot betaling bereid zijnde klant misleid en zodoende bewogen tot het verzorgen van een aantal ritten.

Verdachte heeft zich ter zake van dit feit op haar zwijgrecht beroepen.8 De rechtbank overweegt in dit verband onder verwijzing naar eerder genoemde rechtspraak (Murray) dat het op de weg van verdachte lag om een redelijke, ontzenuwende, verklaring te geven, hetgeen zij, door zich op haar zwijgrecht te beroepen, heeft nagelaten.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 3] door middel van een valse hoedanigheid heeft bewogen tot het verlenen van taxiritdiensten.

Parketnummer 08/730537-17 (en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17)

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de aanwezige bewijsmiddelen het volgende.9

Feit 5 ( [slachtoffer 12] )

Aan verdachte is zakelijk gezegd ten laste gelegd dat zij [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte een laptop en een telefoontoestel, door telefonisch contact met hem op te nemen en te kennen te geven dat haar naam [naam 5] is, dat zij een nagelstudio heeft en dat haar laptop en telefoontoestel stuk zijn gegaan, waarna zij via Whatsapp een bericht stuurt dat een vriendin van haar genaamd [naam 6] de goederen in ontvangst zal nemen, vervolgens een kopie van een ID-bewijs van die [naam 6] via Whatsapp stuurt, waarna die [naam 6] naar een bedrijf genaamd [bedrijf 13] in Raalte is gegaan en daar de laptop heeft opgehaald. Vervolgens is het telefoontoestel later op die dag op een opgegeven adres aan de [adres] in Almelo afgeleverd.

Aangever [slachtoffer 12] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij op 17 mei 2017 telefonisch is benaderd door een vrouw die zich uitgaf voor mevrouw [naam 5] en die vertelde dat zij een nagelstudio had en dat haar laptop en haar telefoon kapot waren. Aangever heeft daarop bij zijn leverancier, [bedrijf 13] te Raalte, een laptop van het merk Asus en een telefoon van het merk Samsung, type Galaxy 57 Edge besteld. Mevrouw [naam 5] berichtte aangever via Whatsapp dat de laptop zou worden opgehaald door een vriendin van haar. Zij stuurde aangever daarbij een kopie van het ID-bewijs van die vriendin. Uit de kopie bleek dat de vriendin [naam 6] betrof. Laatstgenoemde heeft de laptop opgehaald in Raalte op 17 mei 2017. Aangever heeft de telefoon afgeleverd op het adres [adres] te Almelo. De deur werd open gedaan door een vrouw die aangever omschrijft als:

  • -

    rond de 50 jaar oud;

  • -

    tussen 1.70 meter en 1.75 meter lang;

  • -

    stevig postuur;

  • -

    zwart kort vlassig haar;

  • -

    onverzorgd uiterlijk;

  • -

    tatoeage op arm

  • -

    tokkie figuur.10

[naam 6] heeft verklaard dat zij [verdachte] heeft leren kennen via de toenmalige vriend van [naam 6] . Zij verklaart in het voorjaar van 2017, zij denkt in mei, met deze [verdachte] naar een bedrijf in Raalte mee te zijn geweest om een laptop en een telefoon van het merk Samsung (57) op te halen. [verdachte] zei dat ze geen ID-kaart had en vroeg of [naam 6] haar ID-kaart wilde laten zien. [naam 6] heeft bij dat bedrijf haar ID-kaart afgegeven en getekend voor de laptop en de telefoon. Zij heeft vervolgens een brief gekregen van [slachtoffer 12] Computerdiensten waarin stond dat zij een rekening moest betalen. [naam 6] heeft de volgende omschrijving gegeven van de door haar bedoelde [verdachte] :

  • -

    blanke vrouw;

  • -

    ongeveer 1.70 lang;

  • -

    dik/fors postuur;

  • -

    onverzorgd type, overal schilfers op haar lichaam, tokkie figuur;

  • -

    bruin haar;

  • -

    ongeveer 55-60 jaar oud.11

Gelet op de in de hiervoor genoemde bewijsmiddelen beschreven overeenkomstige gang van zaken en signalementen, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de persoon die [slachtoffer 12] heeft gebeld onder de naam [naam 5] verdachte betreft. Aldus handelende heeft verdachte zich bediend van een valse naam ( [naam 5] ), een valse hoedanigheid (eigenaresse van een nagelstudio) en een samenweefsel van verdichtsels (de valse naam [naam 5] en de valse hoedanigheid van eigenaresse van een nagelstudio in combinatie met de mededeling dat haar laptop en telefoon (van die nagelstudio) stuk waren gegaan). Zodoende heeft zij [slachtoffer 12] bewogen tot afgifte van de laptop en de telefoon.

In de zaken met

  • -

    parketnummer 08/074760-17 onder 3 ( [bedrijf 5] ),

  • -

    parketnummer 08/730537-17 (en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17) onder 1 ( [bedrijf 9] ), 2 ( [bedrijf 10] ), 3 ( [bedrijf 11] ), 4 ( [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] ), 6 ( [slachtoffer 13] en diens levenspartner) en 7 ( [bedrijf 15] ),

  • -

    parketnummer 08/730136-18 onder 1 ( [bedrijf 3] [bedrijf 17] ),

  • -

    parketnummer 08/710055-18 onder 1 ( [slachtoffer 15] ), 2 ( [slachtoffer 16] ) en 3 ( [slachtoffer 17] )

komt de rechtbank tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Parketnummer 08/074760-17, feit 3 ( [bedrijf 5] ) 12

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [naam 16] van 20 december 2016 (p. 96-97);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 21 april 2017, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 65-70).

Parketnummer 08/730537-17 (en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17) 13 Feit 1 ( [bedrijf 9] )

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [naam 17] van 11 september 2017 (p. 74-77);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 12 september 2017, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 30-36).

Feit 2 ( [bedrijf 10] )

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [naam 18] van 11 september 2017 (p. 37-39);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 12 september 2017, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 30-36).

Feit 3 ( [bedrijf 11] )

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [naam 19] van 9 september 2017 (p. 45-48);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 12 september 2017, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 30-36);

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 september 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv.

Feit 4 ( [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] ) 14

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 11] van 19 juni 2017 (p. 9-12);

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 september 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv.

Feit 6 ( [slachtoffer 13] en diens levenspartner) 15

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 13] van 17 mei 2017 (p. 25-29);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 9 juni 2017, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 45-46);

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 september 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv.

Feit 7 ( [bedrijf 15] )

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 14] van 30 mei 2017 (p. 114-116);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 10 juni 2017, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 128-130).

Parketnummer 08/730136-18, feit 1 ( [bedrijf 3] [bedrijf 17] ) 16

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [naam 20] van 25 september 2017 (p. 63-65);

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 september 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv.

Parketnummer 08/710055-18 17

Feit 1 ( [slachtoffer 15] )

  • -

    proces-verbaal van aangifte van J.T. [slachtoffer 15] van 26 februari 2018 (p. 32-35);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 26 juni 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 46-59).

Feit 2 ( [slachtoffer 16] )

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 16] van 12 maart 2018 (p. 90-92);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 26 juni 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 46-59).

Feit 3 ( [slachtoffer 17] )

  • -

    proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 17] van 8 februari 2018 (p. 152-155);

  • -

    proces-verbaal van verhoor van verdachte van 26 juni 2018, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte (blz. 46-59).

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

Parketnummer 08/075275-17

1.

in de periode van 10 december 2015 tot en met 11 december 2015 te Hellendoorn, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van telkens een hoeveelheid geld, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid die [slachtoffer 1] gebeld en gezegd dat zij familie van zijn overleden vrouw was en die [slachtoffer 1] verteld dat er iemand in de familie overleden was en dat zij geld nodig had om naar die begrafenis te gaan en geld nodig had voor een hotel, waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

op 17 november 2016 te Didam, gemeente Montferland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] (werkzaam bij de katholieke kerk [naam 1] ) heeft bewogen tot de afgifte van telkens enig geldbedrag (in totaal 280 euro), hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid die [slachtoffer 2] gebeld en gezegd dat zij met nog drie andere personen bij een ziekenhuis in Groningen stond en dat zij zorg voor hen droeg en dat zij geen geld hadden voor het vervoer naar Didam, waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

in de periode van 4 oktober 2016 tot en met 18 november 2016 te Sneek, gemeente Súdwest-Fryslân opzettelijk een elektrische fiets (merk Giant), toebehorende aan [bedrijf 1] , en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als leenster, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

in de periode van 26 september 2016 tot en met 10 oktober 2016 te Makkum, gemeente Súdwest-Fryslân, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen

door het aannemen van een valse hoedanigheid, [slachtoffer 3] , een medewerker van taxi [bedrijf 2] , heeft bewogen tot het verlenen van een aantal taxiritten hebbende verdachte met

vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid die [slachtoffer 3] gebeld en gezegd dat haar moeder ernstig ziek was en vervolgens dat haar moeder was overleden en dat haar kleinkind was overleden en dat ze door haar geld heen was en dat ze later zou betalen, waardoor medewerkers van taxi [bedrijf 2] werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Parketnummer 08/074760-17

3.

op 9 december 2016 te Almelo, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, de [bedrijf 5] heeft bewogen tot de afgifte van één voedselpakket, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich voorgedaan als een medewerkster van het Leger des Heils, waardoor een medewerker van de [bedrijf 5] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Parketnummer 08/730537-17 en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17

1.

op 2 september 2017 en omstreeks 8 september 2017 in de gemeente Almelo met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, medewerkers van [bedrijf 9] heeft bewogen tot de afgifte van een damesfiets (Gazelle Orange Innergy) en een damesfiets (RIH Omega D53), door valselijk tegen die medewerkers van [bedrijf 9] op 2 september 2017 de naam [naam 2] op te geven en vervolgens te kennen te geven dat zij een elektrische fiets wilde kopen en dat ze een leenfiets nodig had om naar cliënten te kunnen gaan en op 6 september 2017 dat die eerder afgegeven fiets in Tubbergen kapot was gegaan en dat zij noodgedwongen een taxi heeft moeten nemen en dat die kapotte fiets later opgehaald zou worden en dat ze een andere leenfiets nodig heeft;

2.

op 6 september 2017 en 7 september 2017 in de gemeente Almelo met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse

hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, medewerkers van [bedrijf 10] heeft bewogen tot de afgifte van een damesfiets (Sparta Pickup) en een herenfiets (Giant), door valselijk op 6 september 2017 tegen die medewerkers van [bedrijf 10] de naam [naam 2] op te geven en vervolgens te kennen te geven dat zij een elektrische fiets wilde kopen en dat ze een leenfiets nodig had om naar cliënten te kunnen gaan en op 7 september 2017 dat ze met die eerder afgegeven fiets naar Weerselo was gegaan en die fiets het niet meer deed en dat ze noodgedwongen een taxi heeft moeten

nemen en dat die kapotte fiets later opgehaald zou worden en dat ze een andere leenfiets nodig had;

3.

op 26 augustus 2017 te Geesteren, gemeente Tubbergen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, een medewerker van [bedrijf 11] heeft bewogen tot de afgifte van een fiets (Sparta Ion), door valselijk tegen die medewerker van [bedrijf 11] te kennen te geven dat haar fiets was gestolen en dat zij een elektrische fiets wilde kopen en dat zij die nieuwe fiets op 29 augustus 2017 zou ophalen en dat zij in afwachting van die nieuwe fiets een leenfiets nodig had;

4.

op 9 mei 2017 te Denekamp, gemeente Dinkelland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] , verkoper bij [bedrijf 12] en [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van een televisietoestel, een telefoontoestel en een luidspreker, door zich in die winkel bij die verkoper [slachtoffer 10] voor te doen als vaste klant en te kennen te geven dat zij de eigenaar [naam 4] goed kent en te beloven genoemde goederen binnen een week, na ontvangst van de rekening te zullen betalen;

5.

op 17 mei 2017 in de gemeente Raalte, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte van een laptop en een telefoontoestel, door telefonisch contact op te nemen met die [slachtoffer 12] en aan die [slachtoffer 12] te kennen te geven dat haar naam [naam 5] is en dat zij een nagelstudio heeft en dat haar laptop en telefoontoestel stuk zijn gegaan, waarna zij via Whatsapp een bericht stuurt dat een vriendin van haar genaamd [naam 6] de goederen in ontvangst zal nemen, vervolgens een fotokopie van een ID-bewijs van die [naam 6] via Whatsapp stuurt, waarna die [naam 6] naar een bedrijf genaamd [bedrijf 13] in Raalte is gegaan en daar de laptop heeft opgehaald en vervolgens is het telefoontoestel later op die dag op een opgegeven adres aan de [adres] in Almelo afgeleverd;

6.

in de periode van 27 april 2017 tot en met 5 mei 2017 in de gemeente Almelo en in de gemeente Hengelo (O), meermalen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 13] en zijn vriendin heeft bewogen tot de afgifte van vier mobiele telefoontoestellen en tot het afsluiten van vier telefoonabonnementen, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk opzettelijk valselijk, listiglijk en bedrieglijk die [slachtoffer 13] en zijn vriendin via Facebook benaderd en daarna die [slachtoffer 13] en zijn vriendin thuis te kennen gegeven dat zij vierhonderd bollen wol en een breimachine kon leveren en dat zij de huur van de woning van die [slachtoffer 13] zou betalen, waarna zij met die [slachtoffer 13] en zijn vriendin naar een [bedrijf 14] en andere telefoonwinkels is gegaan, alwaar zij die [slachtoffer 13] en zijn vriendin in totaal vier telefoontoestellen met bijbehorende telefoonabonnementen heeft laten kopen en laten betalen, waardoor die [slachtoffer 13] en zijn vriendin werden bewogen tot bovenomschreven afgifte en tot aangaan van bovenomschreven schuld;

7.

omstreeks 19 mei 2017 in de gemeente Almelo, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, [slachtoffer 14] van de [bedrijf 15] heeft bewogen tot de afgifte van levensmiddelen en andere winkelgoederen, door naar die [bedrijf 15] te bellen en aan te geven dat in opdracht van [bedrijf 16] goederen opgehaald zouden worden en dat er een dagpas afgegeven kon worden, waarna even later verdachte zich bij die [bedrijf 15] meldde en opgaf genaamd te zijn Wolf, althans zich meldde met andere naam dan die van verdachte en vervolgens bij de kassa op de bon een handtekening heeft geplaatst, welke moest doorgaan voor de eigenaar van de dagpas;

Parketnummer 08730136-18

1.

in de periode van 10 mei 2017 tot en met 25 september 2017 te Nijverdal, gemeente Hellendoorn, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, zich voorgedaan als een bonafide tot betaling bereid zijnde klant, waardoor zij medewerkers van [bedrijf 17] heeft bewogen tot de afgifte televisietoestellen, een Iphone 7, mini-speakers en een friteuse, door valselijk tegen die medewerkers van [bedrijf 17] op 10 mei 2017 de naam [naam 8] op te geven en vervolgens te kennen te geven dat zij een erfenis had gehad van 6000 euro en dat zij graag wat spullen wilde kopen;

Parketnummer 08/710055-18

1.

op 21 februari 2018 in de gemeente Almelo, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, J.T. [slachtoffer 15] om omstreeks 16.04 uur en om omstreeks 16.20 uur heeft bewogen tot de afgifte van geld, tot een totaal bedrag van EUR 94,00, door valselijk aan die [slachtoffer 15] telefonisch de naam [naam 21] , zorgverlener op te geven en vervolgens te kennen te geven dat een cliënt van haar met een ambulance naar een ziekenhuis in Nijmegen is gebracht en na een miskraam uit dat ziekenhuis is ontslagen en nu zonder geld op het station in Nijmegen staat en dat het geld overgemaakt kan worden op rekening [rekeningnummer 1] ten name van [naam 10] , waarna die [slachtoffer 15] die geldbedragen heeft overgemaakt;

2.

op 6 februari 2018 in de gemeente Nunspeet, telkens met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 16] om omstreeks 18.00 uur en om omstreeks 19.00 uur heeft bewogen tot de afgifte van geld, tot een totaal bedrag van EUR 100,00, door valselijk aan die [slachtoffer 16] telefonisch te kennen te geven dat zij en haar invalide man afgelopen zondag bij hen in de kerk waren geweest en dat zij nu zonder geld op het station Groningen stond en dat haar kleinkind was overleden en dat zij geld nodig had om terug te kunnen komen naar Nunspeet en dat het geld overgemaakt kon worden op rekening [rekeningnummer 1] ten name van [naam 10] , waarna die [slachtoffer 16] - door tussenkomst van een familielid - die geldbedragen heeft overgemaakt;

3.

op 7 februari 2018 in de gemeente Kampen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 17] heeft bewogen tot de afgifte van geld (EUR 60,00), door valselijk aan die [slachtoffer 17] telefonisch te kennen te geven dat zij vaak met haar zoon in de Westerkerk in Kampen kwam en dat zij mevrouw [naam 10] heette en dat zij in Hattem woonde en dat haar kleinkind in het ziekenhuis te Groningen was overleden en dat zij met onvoldoende saldo op haar OV-chipkaart op het station Groningen stond en dat zij haar verkeerde bankpas bij zich had en daardoor haar OV-chipkaart niet kon opladen en dat zij EUR 60,00 nodig had om terug naar huis te kunnen reizen, waarna zij via Whatsapp een bericht stuurde met een bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] ten name van [naam 22] , waarna die [slachtoffer 17] het geldbedrag heeft overgemaakt.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in haar verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

4.6

Het ad informandum gevoegde

Parketnummer 08/730537-17

De rechtbank is van oordeel dat met de onder nummers 1, 2 en 4 ad informandum gevoegde feiten rekening gehouden kan worden nu verdachte deze feiten heeft bekend.

Met de onder nummers 3 en 5 ad informandum gevoegde feiten kan geen rekening worden gehouden. Verdachte heeft het onder 3 gevoegde feit niet bekend. Ten aanzien van het onder 5 gevoegde feit is ten onrechte als pleegplaats en pleeggemeente Almelo vermeld, terwijl het feit in Wierden, gemeente Wierden is gepleegd.

Parketnummer 08/710055-18

De rechtbank is van oordeel dat met de onder nummers 1 tot en met 15 ad informandum gevoegde feiten rekening gehouden kan worden nu verdachte deze feiten heeft bekend.

Het door de verdediging gevoerde verweer dat het onder 5 ad informandum gevoegde feit niet kan worden meegenomen omdat verdachte dit feit niet heeft bekend wordt verworpen. Uit de door verdachte afgelegde verklaring kan wel degelijk een bekentenis worden afgeleid.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 08/075275-17 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 321 en 326 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Het in de zaken met parketnummers 08/074760-17, 08/730537-17 en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17, 08/730136-18 en 08/710055-18 bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 326 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08/075275-17

feiten 1, 2 en 4: telkens het misdrijf oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf verduistering.

Parketnummer 08/074760-17

feit 3: het misdrijf oplichting.

Parketnummer 08/730537-17 en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17

feiten 1, 2 en 6: telkens het misdrijf oplichting, meermalen gepleegd;

feiten 3, 4, 5 en 7: telkens het misdrijf oplichting.

Parketnummer 08/730136-18

feit 1: het misdrijf oplichting.

Parketnummer 08/710055-18

feiten 1 en 2: telkens het misdrijf oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf oplichting.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. De officier van justitie vindt daarbij onder meer van belang dat het gaat om een grote hoeveelheid feiten, dat er leed is veroorzaakt bij de slachtoffers, waaronder zich de zwakkeren in de samenleving bevinden, en dat verdachte ernstig misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van haar slachtoffers. Verdachte heeft voorts geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor haar daden, ook niet tijdens de terechtzitting.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de feiten, voor zover deze kunnen worden bewezenverklaard en strafbaar zijn, weliswaar stuitend en bijzonder naar zijn, maar niet van zodanige ernst en omvang zijn dat de door de officier van justitie gevorderde straf passend is.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Ernst van de feiten

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

De rechtbank is van oordeel dat een, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf van na te noemen duur passend en geboden is en overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft zich bij de gepleegde feiten stelselmatig bediend van een verwerpelijke aanpak waarbij zij eerst het vertrouwen wint van haar slachtoffers en vervolgens dat vertrouwen op grove wijze misbruikt, met geen ander doel dan eigen winstbejag. Zij schuwt hierbij verzinsels over ziekte en overlijden van onder andere familieleden niet.

Verdachte heeft zich zodoende schuldig heeft gemaakt aan de oplichting van 15 personen/partijen en het verduisteren van een fiets. De rechtbank betrekt bij deze beoordeling ook 18 andere gevallen van oplichting die ad informandum zijn gevoegd. Verdachte heeft zich aldus schuldig gemaakt aan een groot aantal feiten. Zij heeft een aantal personen zelfs meerdere keren achtereenvolgend opgelicht. Daarbij komt dat de niet-bewezen verklaarde feiten gelet op (het feitelijke deel van) de tenlastelegging weliswaar in strikt juridische zin niet kunnen worden aangemerkt als oplichting, maar dat neemt niet weg dat verdachte ook in die zaken misbruik heeft gemaakt van het door die personen in haar gestelde vertrouwen.

Met haar handelen heeft verdachte juist kwetsbare personen in de samenleving financieel en emotioneel beschadigd, waaronder ouderen en financieel minder bemiddelden. Ook personen werkzaam bij verscheidene instellingen die voor kwetsbare personen opkomen, zoals religieuze instellingen, zijn haar doelwit geweest. Zij heeft de menslievendheid van deze personen ernstig misbruikt. Verdachte heeft daarnaast een groot aantal kleine ondernemers benadeeld, die in het algemeen voor het draaien van hun onderneming veelal afhankelijk zijn van het vertrouwen dat zij over en weer met hun klanten opbouwen.

Verdachte heeft ter terechtzitting gezegd dat zij spijt heeft van het gebeurde, maar werkelijk berouw of enige compassie blijkt uit niets. Zo heeft zij in de meeste zaken geen daadwerkelijke openheid van zaken gegeven. Zij heeft ook geen enkele moeite gedaan om in contact te komen met de aangevers en zij heeft niemand iets terugbetaald. Zij is meerdere keren aangehouden en verhoord door de politie, maar is vervolgens toch doorgegaan met het oplichten van mensen.

Verdachte is blijkens het uittreksel justitiële documentatie van 14 augustus 2018 veelvuldig veroordeeld voor soortgelijke feiten en heeft naast lange gevangenisstraffen ook een gemaximeerde tbs ondergaan. De onderhavige feitenreeks illustreert dat verdachte uit eerdere veroordelingen niets heeft geleerd en zich daar ook niet door laat weerhouden opnieuw dergelijke feiten te plegen.

De rechtbank rekent verdachte dit één en ander zwaar aan en kiest het beveiligen van de maatschappij boven andere strafdoelen. Een langdurige, grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf is dan ook op zijn plaats. De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, om verdachte ervan te weerhouden dat zij zich opnieuw schuldig maakt aan strafbare feiten. De invulling van het voorwaardelijk strafdeel zal hieronder nader worden toegelicht.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de maximale straf die bij wet kan worden opgelegd voor de bewezenverklaarde feiten alsmede de strafoplegging in soortgelijke zaken bij haar overweging betrokken.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het meest recente reclasseringsrapport van 3 augustus 2018 en het psychologisch onderzoeksrapport van D.B. Wisman, GZ-psycholoog, van 22 maart 2018. Verdachte heeft aan laatstgenoemd onderzoek niet willen meewerken. Uit genoemde rapporten volgt dat verdachte problemen heeft op vrijwel alle leefgebieden en dat met eerder doorlopen diagnostiek- en behandeltrajecten, waaronder een opgelegde TBS-maatregel, geen resultaat is behaald.

Uit het reclasseringsrapport blijkt dat een klinische opname is geadviseerd. Dit heeft niet plaatsgevonden aangezien verdachte inmiddels is gedetineerd. Uit het rapport volgt daarentegen ook dat cliënte door haar problematiek aan de ene kant structuur en grenzen nodig heeft, maar aan de andere kant geen ‘harde’ grenzen kan verdragen, waardoor wordt getwijfeld of behandeling zal aanslaan. Mw. Wisman doet de rechtbank de aanbeveling om verdachte te laten onderzoeken in het Pieter Baan Centrum, daar er sprake blijft van aanhoudend delictgedrag en een zorgelijke situatie, die veel vragen oproept over de aanwezigheid van problematiek bij verdachte.

Verdachte zelf ziet haar delictgedrag als het gevolg van haar onvermogen om haar leven op orde te krijgen. Zij heeft ter terechtzitting verklaard dat zij daarbij graag hulp wil maar dat zij onder geen beding zal meewerken aan onderzoek in het Pieter Baan Centrum.

De rechtbank leidt uit bovengenoemde rapporten af dat behandeling van verdachte noodzakelijk is om het recidiverisico te verminderen, maar uit beide rapporten komt – ondanks de in het reclasseringsrapport genoemde verdiepingsdiagnostiek – geen duidelijke diagnose naar voren. De rechtbank acht het gezien de thans nog steeds bestaande onduidelijkheid over het psychisch functioneren van verdachte en het type behandeling dat geïndiceerd is alsmede verdachtes ambivalente houding ten opzichte van behandeling, niet opportuun thans een behandelverplichting op te leggen in het kader van een bijzondere voorwaarde bij het voorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf. Dit neemt niet weg dat het van groot belang is dat verdachte zo spoedig mogelijk, zo nodig op eigen initiatief en met behulp van de daarvoor aangewezen instanties, start met verdiepende diagnostiek en behandeling en zich daarvoor inzet, en haar leven weer op de rit krijgt.

De op te leggen straf

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vorderingen van de benadeelde partijen

De hierna te noemen personen hebben zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partijen vorderen verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen. Ten aanzien van de hierna weergegeven gevorderde bedragen is telkens gevorderd dat deze worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment van ontstaan van de schade.

Parketnummer 08/075275-17

[slachtoffer 1] : € 1.532,00 (materiële schade);

[slachtoffer 2] : € 280,00 (materiële schade).

Parketnummer 08/161745-17

[slachtoffer 4] : € 1.732,00 (materiële schade en immateriële schade).

Parketnummer 08/074760-17

[naam 23] : € 602,87 (materiële schade);

[naam 24] : € 290,00 (materiële schade);

[slachtoffer 7] : € 1.570,00 (materiële schade);

[slachtoffer 8] : € 933,50 (materiële schade).

Parketnummer 08/730537-17 en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17

[naam 25] : € 1.652,06 (materiële schade);

[slachtoffer 11] : € 1.298,00 (materiële schade);

[slachtoffer 12] : € 1.369,00 (materiële schade);

[naam 26] en [slachtoffer 13] : € 236,97 (materiële schade).

Parketnummer 08/730136-18

[naam 27] : € 2.708,22 (materiële schade).

Parketnummer 08/710055-18

J.T. [slachtoffer 15] : € 104,00 (materiële schade).

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen die mede zien op btw, te weten de vorderingen van [naam 23] , [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [naam 27] , voor dat deel van de btw niet-ontvankelijk verklaard moeten worden. Daarnaast dient de vordering van [naam 27] te worden verminderd met de bedragen inzake verzekeringen en de thuiskopieheffing. Tot slot dient de vordering van J.T. [slachtoffer 15] te worden verminderd met de kosten van spoedoverboeking, daar deze niet zijn onderbouwd.

De vorderingen kunnen overigens volgens de officier van justitie worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraken, [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [naam 23] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 12] in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. Daarnaast heeft de raadsman (subsidiair) het volgende aangevoerd. De vordering van [slachtoffer 1] kan niet worden toegewezen voor zover het betreft de betalingen op de bankrekening van [naam 14] . De vordering van [slachtoffer 2] kan slechts worden toegewezen tot een bedrag van € 140,00, aangezien het gevorderde bedrag voor het overige ziet op een bedrag betaald vanaf een rekening van de [stichting] en niet is gebleken dat [slachtoffer 2] gerechtigd was deze [stichting] te vertegenwoordigen. De bij [bedrijf 6] bestelde hapjes ten bedrage van € 125,00 zijn niet afgehaald, zodat [naam 24] voor dat deel van de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Primair moet de vordering van [slachtoffer 13] worden afgewezen omdat deze een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, althans subsidiair kan de vordering slechts worden toegewezen tot een bedrag van € 196,97 daar de gevorderde incassokosten niet het gevolg zijn van het bewezenverklaarde feit. De vorderingen van [slachtoffer 11] , [slachtoffer 12] en [naam 27] kunnen worden toegewezen na vermindering met het btw-bedrag. Ook de door [naam 27] gevorderde spoedoverboekingskosten zijn toewijsbaar. De overige vorderingen kunnen worden toegewezen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De vorderingen van [slachtoffer 4] , [naam 23] , [naam 24] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] hebben (respectievelijk) betrekking op het onder parketnummer 08/161745-17, feit 1, en parketnummer 08/074760-17, feiten 2, 4 en 8, tenlastegelegde. Nu verdachte van deze feiten wordt vrijgesproken, zal de rechtbank deze benadeelde partijen op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in hun vorderingen.

De rechtbank is ten aanzien van de hierna te bespreken vorderingen van oordeel dat door de gebezigde bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan deze benadeelde partijen.

De vordering van [slachtoffer 1] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/075275-17, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar met uitzondering van de bedragen die zijn overgemaakt naar de bankrekening van [naam 14] , daar niet is komen vast te staan dat verdachte deze schade heeft toegebracht aan [slachtoffer 1] . De rechtbank verwijst daartoe naar hetgeen is overwogen onder 4.4 hiervoor ter zake van de zaak in parketnummer 08/075275-17, feit 1. De overige opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en niet betwist. De rechtbank zal het gevorderde gelet op het voorgaande deels toewijzen tot een bedrag van € 1.052,00 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 11 december 2015, de laatste dag van de periode waarin verdachte het onder parketnummer 08/075275-17, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

De vordering van [slachtoffer 2] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/075275-17, feit 2, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar met uitzondering van een bedrag van € 140,00 nu dit bedrag is overgemaakt vanaf een rekening van de [stichting] en niet is gebleken dat [slachtoffer 2] gerechtigd was deze [stichting] te vertegenwoordigen. De overige opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 140,00 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 17 november 2016, de dag waarop verdachte het onder parketnummer 08/075275-17, feit 2, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

De vordering van [naam 25] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/730537-17, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar, nu de opgevoerde schadeposten voldoende zijn onderbouwd en niet zijn betwist. De rechtbank zal het gevorderde bedrag van € 1.652,06 daarom toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 8 september 2017, de laatste dag van de periode waarin verdachte het onder parketnummer 08/730537-17, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

De vordering van [slachtoffer 11] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/710050-17), feit 4, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar met uitzondering van het gevorderde btw-bedrag nu dit geen schade betreft die verdachte heeft toegebracht aan [slachtoffer 11] . De overige opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en niet betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 1.072,73 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 9 mei 2017, de dag waarop verdachte het onder parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/710050-17), feit 4, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

De vordering van [slachtoffer 12] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/710050-17), feit 5, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar met uitzondering van het gevorderde btw-bedrag nu dit geen schade betreft die verdachte heeft toegebracht aan [slachtoffer 12] . De overige opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en niet betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 1.131,40 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 17 mei 2017, de dag waarop verdachte het onder parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/710050-17), feit 5, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

De vordering van [naam 26] en [slachtoffer 13] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/760091-17), feit 6, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar nu de opgevoerde schade voldoende is onderbouwd. De benadeelde partij heeft immers aangevoerd dat de telecomprovider het afgesloten abonnement niet geheel wil stoppen en dus het verschuldigde abonnementsgeld niet geheel wil kwijtschelden. Uit de ingediende incassobrief blijkt dat het om een bedrag van € 196,97 gaat, vermeerderd met incassokosten van € 40,00. Ook de incassokosten kunnen worden aangemerkt als een gevolg van het strafbare handelen van verdachte. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de benadeelde partij reeds inspanningen heeft verricht om de abonnementen stop te zetten, waarmee is voorkomen dat de schade verder zou oplopen. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 236,97 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 5 mei 2017, de laatste dag van de periode waarin verdachte het onder parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/760091-17), feit 6, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

De vordering van [naam 27] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/730136-18, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar met uitzondering van de gevorderde bedragen inzake btw, verzekeringen en thuiskopieheffing, nu deze posten geen schade betreffen die verdachte heeft toegebracht aan [naam 27] . De overige opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en niet betwist. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 2.109,92 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 25 september 2017, de laatste dag van de periode waarin verdachte het onder parketnummer 08/730136-18, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

De vordering van J.T. [slachtoffer 15] heeft betrekking op het onder parketnummer 08/710055-18, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit en is toewijsbaar, nu de opgevoerde schade voldoende is onderbouwd en niet is betwist. Ook de kosten van de spoedoverboekingen ten bedrage van in totaal € 10,00 kan worden toegewezen nu is gebleken dat de benadeelde partij twee keer een spoedoverboeking heeft verricht. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 104,00 te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf 21 februari 2018, de dag waarop verdachte het onder parketnummer 08/710055-18, feit 1, bewezenverklaarde strafbare feit heeft gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

9 Vordering bevel gevangenneming

9.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft een bevel gevangenneming gevorderd. Zij stelt zich op het standpunt dat sprake is van een recidiverisico en van vluchtgevaar zodra en zolang verdachte op vrije voeten is.

9.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om afwijzing van deze vordering. Ter onderbouwing wijst hij erop dat verdachte momenteel een andere gevangenisstraf uitzit die eindigt in maart 2019.

9.3

Het oordeel van de rechtbank

De vordering van de officier van justitie tot gevangenneming van de verdachte voor de feiten zal worden toegewezen ten aanzien van de bewezenverklaarde strafbare feiten, met uitzondering van het feit in de zaak met parketnummer 08/075275-17 onder 3. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

De verdachte zal worden veroordeeld voor misdrijven waarvoor ingevolge artikel 67 Sv voorlopige hechtenis toegelaten is, omdat deze feiten misdrijven betreffen waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Tevens zijn er gronden als bedoeld in art. 67a Sv voor toepassing van voorlopige hechtenis. Er is sprake van vluchtgevaar zodra verdachte – nadat de huidige detentie is geëindigd – op vrije voeten komt, daar zij geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft. Daarnaast is sprake van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming vordert. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder punt 7, moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte, zodra zij vrij komt, opnieuw strafbare feiten pleegt die een gevaar opleveren voor goederen.

De rechtbank onderkent het belang van verdachte bij het afwachten van een eventueel hoger beroep in haar zaak in vrijheid. Bij afweging van haar belangen tegen de belangen van de samenleving, zoals hiervoor nader uiteengezet, wegen de belangen van de samenleving echter zwaarder en rechtvaardigen daarmee een bevel tot gevangenneming van verdachte.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artt. 14a, 14b, 14c en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08/161745-17 onder 1, de zaak met parketnummer 08/074760-17 onder 1, 2, 4, 5, 6, 7 en 8, en de zaak met parketnummer 08/730136-18 onder 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08/075275-17 onder 1 tot en met 4, de zaak met parketnummer 08/074760-17 onder 3, de zaak met parketnummer 08/730537-17 (gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17) onder 1 tot en met 7, de zaak met parketnummer 08/730136-18 onder 1 en de zaak met parketnummer 08/710055-18 onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte in de zaak met parketnummer 08/075275-17 onder 1 tot en met 4, de zaak met parketnummer 08/074760-17 onder 3, de zaak met parketnummer 08/730537-17 (gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17) onder 1 tot en met 7, de zaak met parketnummer 08/730136-18 onder 1 en de zaak met parketnummer 08/710055-18 onder 1 tot en met 3 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

in de zaak met parketnummer 08/075275-17:

feiten 1, 2 en 4: telkens het misdrijf oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf verduistering,

in de zaak met parketnummer 08/074760-17:

feit 3: het misdrijf oplichting,

in de zaak met parketnummer 08/730537-17 en gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17:

feiten 1, 2 en 6: telkens het misdrijf oplichting, meermalen gepleegd;

feiten 3, 4, 5 en 7: telkens het misdrijf oplichting,

in de zaak met parketnummer 08/730136-18:

feit 1: het misdrijf oplichting,

in de zaak met parketnummer 08/710055-18:

feiten 1 en 2: telkens het misdrijf oplichting, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf oplichting;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het in de zaak met parketnummer 08/075275-17 onder 1 tot en met 4, de zaak met parketnummer 08/074760-17 onder 3, de zaak met parketnummer 08/730537-17 (gevoegde parketnummers 08/710050-17 en 08/760091-17) onder 1 tot en met 7, de zaak met parketnummer 08/730136-18 onder 1 en de zaak met parketnummer 08/710055-18 onder 1 tot en met 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 1 (één) jaar niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [naam 23] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [naam 24] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 8] niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 1.052,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2015;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/075275-17 onder 1 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.052,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 december 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 480,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 140,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2016;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/075275-17 onder 2 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 140,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2016 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 2 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 140,00 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 25] van een bedrag van € 1.652,06 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/730537-17 onder 1 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.652,06, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 september 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 26 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 11] van een bedrag van € 1.072,73 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/710050-17) onder 4 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.072,73, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 mei 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 225,27 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 12] van een bedrag van € 1.131,40 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/710050-17) onder 5 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.131,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 mei 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 21 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 237,60 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 26] en [slachtoffer 13] van een bedrag van € 236,97 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/730537-17 (gevoegde zaak 08/760091-17) onder 6 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 236,97, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 mei 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 4 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [naam 27] van een bedrag van € 2.109,92 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 september 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/730136-18 onder 1 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.109,92, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 september 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 31 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor een deel van € 598,30 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij J.T. [slachtoffer 15] van een bedrag van € 104,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2018;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het in de zaak met parketnummer 08/710055-18 onder 1 bewezenverklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 104,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 februari 2018 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 2 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Gevangenneming

- beveelt de gevangenneming van de verdachte ten aanzien van de bewezenverklaarde strafbare feiten met uitzondering van het feit in de zaak met parketnummer 08/075275-17 onder 3.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.R. Schimmel, voorzitter, mrs. S.M. Milani en M. van Berlo, rechters, in tegenwoordigheid van H.J. Veldhuis, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 september 2018.

Buiten staat

Mr. Van Berlo is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600 - 2017207833. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 15 december 2015, p. 33-35.

3 Het proces-verbaal van aangifte van T.H.M. [slachtoffer 2] van 21 november 2016, p. 17-19.

4 Het proces-verbaal van bevindingen van 23 november 2016, p. 26.

5 Het proces-verbaal van aangifte van [naam 15] van 22 november 2016, p. 50-52.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van 22 november 2016, p. 53.

7 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] van 15 november 2016, p. 57-58

8 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 23 november 2016, p. 62-64.

9 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 5] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

10 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 12] van 15 augustus 2017, p. 24-26.

11 Het proces-verbaal van verhoor van M.A.M. [naam 6] van 13 september 2017, p. 37-39.

12 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 6] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

13 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 7] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

14 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 8] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

15 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 9] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

16 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 10] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

17 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer 11] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.