Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3233

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
06-09-2018
Datum publicatie
11-01-2019
Zaaknummer
ak_18 _ 542
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Aflossingsbedrag op nog openstaande vordering bepaald op € 132,00 per maand; nieuw besluit genomen waarbij dit bedrag is bepaald op € 99,00; beroep; daartegen geen bezwaar; beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/542

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van Almelo, verweerder

gemachtigde: H.M.M. Adema.

Procesverloop

Bij besluit van 8 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder na een uitgevoerd financieel onderzoek, het aflossingsbedrag op de nog openstaande vordering van € 2.507,72, met ingang van 1 januari 2017 bepaald op € 132,00 per maand.

Bij besluit van 5 februari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2018. Eiseres is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Overwegingen

1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. Ter zitting heeft eiseres bevestigd dat er gedurende de bezwaarprocedure geen maandelijkse invordering heeft plaatsgevonden van het genoemde bedrag van € 132,00 en dat op basis van het nader uitgevoerde onderzoek op 8 februari 2018 (slechts drie dagen na afgifte van het bestreden besluit) een nieuw besluit is genomen, waarbij de aflossings-capaciteit nader is vastgesteld op € 99,00 per maand. Eiseres heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.

Onder deze omstandigheden ziet de rechtbank niet in dat eiseres nog procesbelang heeft bij een beoordeling van het beroep.

3. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Aan de beoordeling van de beroepsgronden van appellante komt de rechtbank daarom niet toe. Zoals besproken ter zitting kan eiseres zich met een onderbouwd verzoek tot verweerder richten de maandelijkse inhouding van € 99,00 te verlagen indien er sprake is van gewijzigde feiten of omstandigheden.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. van Lochem, rechter, in aanwezigheid van C. Kuiper, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.