Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3160

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-08-2018
Datum publicatie
30-08-2018
Zaaknummer
C/08/220856 / KG ZA 18-223
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Ontruiming woning

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/220856 / KG ZA 18-223

Vonnis in kort geding van 10 augustus 2018

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. A.S.M. Zweerman-Oude Breuil te Hengelo Ov,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 juli 2018, met 6 producties

  • -

    de mondelinge behandeling.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Uit deze relatie is een minderjarig kind geboren.

2.2.

[eiseres] is uitsluitend en enig eigenaar van de woning aan [het adres] , te [woonplaats] (hierna te noemen: de woning).

2.3.

De relatie tussen partijen is definitief beëindigd in mei 2018. [gedaagde] is tot op heden in de woning blijven wonen.

2.4.

Bij brieven van 7 juni 2018 en 10 juni 2018 heeft [eiseres] aan [gedaagde] verzocht de woning per 27 juni 2018 te verlaten. [gedaagde] heeft geweigerd de woning te verlaten.

2.5.

Bij brief van 9 juli 2018 heeft de advocaat van [eiseres] nogmaals [gedaagde] verzocht om de woning binnen één week na dagtekening van de brief te verlaten. [gedaagde] heeft wederom geweigerd de woning te verlaten.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - [gedaagde] , uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen:

I

om de woning binnen drie dagen na betekening van het in onderhavige procedure te wijzen vonnis te verlaten en te ontruimen, onder afgifte van de sleutels van de woning, de woning aan [eiseres] ter vrije beschikking te stellen en daarbij [eiseres] machtiging te verlenen om dit vonnis zo nodig ten uitvoer te leggen met behulp van de sterke arm van politie en justitie;

II

om zich binnen drie dagen na betekening van het in onderhavige procedure te wijzen vonnis, in het bevolkingsregister zal doen uitschrijven op [het adres] te [woonplaats] , op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of een gedeelte daarvan dat [gedaagde] in gebreke blijft hieraan te voldoen;

met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2.

Daartoe voert [eiseres] het volgende aan. Door het beëindigen van de affectieve relatie en de oplopende spanningen tussen [eiseres] en [gedaagde] is er een onhoudbare situatie ontstaan en is het onmogelijk dat [eiseres] en [gedaagde] samen in de woning verblijven in afwachting van het moment dat [gedaagde] een andere woning gevonden zal hebben. Dit is niet in het belang van het kind en dreigt het kind klem en verloren te raken tussen partijen. Daarnaast moet [gedaagde] zich uitschrijven op het adres van de woning, nu zij daar belang bij heeft in verband met het verkrijgen van toeslagen, kindgebonden budget en het splitsen van de zorgverzekering.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen staat vast dat de woning in eigendom toebehoort aan [eiseres] , terwijl [gedaagde] er na het verbreken van de relatie niet langer met instemming van [eiseres] verblijft. Hoewel het evident is dat [gedaagde] de woning zal moeten verlaten, dient in deze procedure beoordeeld te worden of [eiseres] haar eigendomsrecht in dit kort geding geldend kan maken. Aan de orde is daarom de vraag of [eiseres] een voldoende spoedeisend belang heeft bij de toewijzing van haar vorderingen, dat zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde] bij de afwijzing daarvan.

4.2.

Tegenover het belang van [eiseres] om zo spoedig mogelijk alleen over haar woning te beschikken en een einde te creëren aan de gespannen situatie mede ten behoeve van het kind, staat het belang van [gedaagde] om, in afwachting van het ter beschikking komen van andere woonruimte, een verblijfplaats te hebben. Hoewel het aannemelijk is geworden dat [gedaagde] vóór eind augustus 2018 een andere woonruimte kan betrekken, is het onzeker welke termijn [gedaagde] nodig heeft om daadwerkelijk te verhuizen naar deze woonruimte. Enerzijds heeft [gedaagde] aangegeven dat hij tijdelijk bij een familielid anti-kraak kan gaan wonen, terwijl anderzijds [gedaagde] ter zitting heeft gesteld in de woning te willen blijven wonen en dat hij in de veronderstelling verkeerde mede eigenaar te zijn van de woning.

4.3.

Hoewel vanuit het gezichtspunt van [gedaagde] begrijpelijk is dat hij in de woning wenst te verblijven, kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter van [eiseres] niet veel langer meer gevergd worden dat [gedaagde] in haar woning verblijft. Zeker nu de termijn die [gedaagde] nog nodig zal hebben voor het betrekken van een nieuwe woonruimte ongewis is, mag [gedaagde] niet zonder meer verwachten dat hij nog voor een onbeperkte periode in de woning kan verblijven. Dit geldt temeer, nu er sprake is van een gespannen situatie tussen partijen wat ook geenszins in het belang van het kind is die eveneens in de woning woont.

4.4.

Gelet op het voorgaande, zal de voorzieningenrechter de ontruiming van de woning bepalen op 1 september 2018. Indien [gedaagde] vóór die datum nog geen passende woonruimte heeft gevonden, zal hij tijdelijk elders onderdak moeten vinden. De voorzieningenrechter geeft [gedaagde] hierbij in overweging zich reeds nu op de mogelijkheden daarvoor te beraden.

4.5.

Tegen het gevorderde dwangmiddel van de sterke arm heeft [gedaagde] geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat dit voor toewijzing in aanmerking komt. Een dwangsom is volgens de voorzieningenrechter in dat geval niet nodig en zal voor de ontruimingsvordering worden afgewezen.

4.6.

[eiseres] heeft eveneens voldoende belang gesteld bij haar vordering dat [gedaagde] zich na betekening van het vonnis dient uit te schrijven in het bevolkingsregister op het adres van de woning. Ook daartoe heeft [gedaagde] geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat dit voor toewijzing in aanmerking komt. Als prikkel tot nakoming zal een dwangsom aan deze veroordeling worden verbonden. De gevorderde dwangsom zal evenwel worden gematigd, zoals hierna in de beslissing vermeld.

4.7.

Aangezien het geschil voortkomt uit de omstandigheid dat partijen een affectieve relatie hebben gehad, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de wijze als hierna te vermelden.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om uiterlijk 1 september 2018 vóór 16.00 uur de woning aan [het adres] te [woonplaats] te ontruimen, volledig en behoorlijk te verlaten en te ontruimen en met afgifte van de sleutels van de woning en deze woning aan [eiseres] ter vrije beschikking te stellen en vervolgens verlaten en ontruimd te houden,

5.2.

machtigt [eiseres] om met behulp van de sterke arm van justitie en politie de tenuitvoerlegging van dit vonnis te bewerkstelligen, indien [gedaagde] in gebreke blijft aan het onder 5.1 van dit vonnis bepaalde te voldoen,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om zich uiterlijk binnen zeven (7) dagen na de in 5.1 van dit vonnis uitgesproken ontruiming, dus vóór 8 september 2018, te doen uitschrijven als bewoner op [het adres] te [woonplaats] ,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij niet aan de in 5.3 uitgesproken veroordeling tot uitschrijving voldoet, tot een maximum van € 2.500,- is bereikt,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.K.F. Hangelbroek en in het openbaar uitgesproken op 10 augustus 2018.