Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3135

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-08-2018
Datum publicatie
03-09-2018
Zaaknummer
ak_17_1071
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaren tegen afwijzing verzoek om personen die feitelijk hun hoofdverblijf hebben op vakantiepark Calluna met terugwerkende kracht in te schrijven in brp terecht vanwege ontbreken rechtstreeks belang niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/1071

uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen

Stimulus B.V., te Zwolle, eiseres,

gemachtigde: mr. K.T.E. Huisman,

en

het college van burgemeester en wethouders van Ommen, verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 december 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres afgewezen om de personen die feitelijk hun hoofdverblijf hebben op vakantiepark Calluna met terugwerkende kracht in te schrijven in de Basisregistratie persoonsgegevens (hierna: brp).

Bij besluit van 23 maart 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank heeft plaatsgevonden op 19 september 2017.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door H. van de Kamp en mr. J. Kamphuis. Namens verweerder is verschenen D.H. Kemerink op Schiphorst.

Na sluiting van het onderzoek ter zitting is het onderzoek heropend en de behandeling van de zaak verwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

Op 14 juni 2018 heeft een zitting plaatsgevonden van de meervoudige kamer van de rechtbank. Namens eiseres zijn verschenen H. van de Kamp en mr. J. Kamphuis. Namens verweerder is verschenen D.H. Kemerink op Schiphorst.

De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Overwegingen

  1. Eiseres is eigenaar van vakantiewoningen op vakantiepark Calluna te Ommen en verhuurt deze aan derden.

  2. Bij brief van 21 november 2016 heeft eiseres verweerder in verband met een drietal aanslagen toeristenbelasting over de jaren 2013, 2014 en 2015 verzocht, en voor zover nodig gesommeerd, binnen 14 dagen na dagtekening van de brief te bevestigen dat verweerder ex artikel 2.4, tweede lid, van de Wet basisregistratie personen (hierna Wet brp) met terugwerkende kracht overgaat tot inschrijving van de personen die feitelijk hun hoofdverblijf hebben op Vakantiepark Calluna in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.

Bij het primaire besluit heeft verweerder het verzoek van eiseres afgewezen.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat van een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) geen sprake is. Verweerder stelt dat de wet geen mogelijkheid biedt aan derden, zoals verhuurders van recreatiewoningen, om een aanvraag in te dienen als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb om bepaalde personen in te schrijven op adressen waarvan zij de woning verhuren.

3. Artikel 2.2 van de Wet brp bepaalt dat de inschrijving in de basisregistratie geschiedt op grond van de geboorteakte, de aangifte van de betrokkene of ambtshalve.

Artikel 2.4, eerste lid, van de Wet brp bepaalt dat op grond van zijn aangifte van verblijf en adres degene die rechtmatig verblijf geniet, niet in de basisregistratie is ingeschreven en naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden, wordt ingeschreven in de basisregistratie door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn adres heeft.

Het tweede lid bepaalt dat indien een persoon als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met het doen van aangifte, het college ambtshalve zorg draagt voor de inschrijving. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de betrokkene alsnog op grond van zijn aangifte in te schrijven, indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt.

Ingevolge artikel 1:3, tweede lid, van de Awb wordt onder een beschikking verstaan: een besluit dat niet van algemene strekking is, met inbegrip van de afwijzing van een aanvraag daarvan.

Ingevolge artikel 1:3, derde lid, van de Awb wordt onder een aanvraag verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

Ingevolge artikel 1:2 van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

4. Eiseres komt op tegen het standpunt van verweerder dat zij niet als belanghebbende in de zin van de Awb kan worden beschouwd bij een besluit tot weigering van haar verzoek tot inschrijving met terugwerkende kracht van de personen die feitelijk hun hoofdverblijf zouden hebben op vakantiepark Calluna.

5. Een verzoek om een besluit te nemen is uitsluitend een aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, indien dat verzoek afkomstig is van een belanghebbende.

Het belang van eiseres is, naar zij zelf heeft gesteld, gelegen in het niet verschuldigd zijn van toeristenbelasting met betrekking tot haar huurders op vakantiepark Calluna, indien deze worden ingeschreven in de basisregistratie van de gemeente Ommen. Het belang van eiseres berust aldus op de contractuele relatie met haar huurders en de verplichtingen die uit die relatie voortvloeien, bijvoorbeeld – maar niet alleen – de afwenteling van de te betalen belasting(en).

Dit belang kan niet geacht worden rechtstreeks betrokken te zijn bij een besluit van verweerder om niet tot inschrijving van de betrokken personen in de basisregistratie over te gaan.

6. Nu eiseres geen belanghebbende is, is haar verzoek niet aan te merken als een aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Awb, zodat de afwijzing van dit verzoek geen besluit is als bedoeld in dit artikel.

7. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.

8. Het beroep is ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, voorzitter, en mr. A. Oosterveld en mr. M.A. Heldeweg, in aanwezigheid van mr. A. Landstra. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.