Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3066

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-05-2018
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
C/08/213654 / HA ZA 18-53
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Notariële akte van depot, taak/zorgplicht van de notaris.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/613
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/213654 / HA ZA 18-53

Vonnis van 16 mei 2018

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIEKO BEHEER B.V.,

gevestigd te Steendam,

eiseres,

advocaat mr. L.J. Gravendeel te Hilversum,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. M. de Haan te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Nieko Beheer B.V. en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de akte houdende vermindering en vermeerdering van eis

  • -

    het tussenvonnis van 4 oktober 2017 van de rechtbank Noord-Nederland

  • -

    het tussenvonnis van 24 januari 2018 van de rechtbank Noord-Nederland, waarbij de zaak is verwezen naar de rechtbank Overijssel

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 4 april 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 24 maart 1998 heeft [gedaagde] in zijn hoedanigheid van notaris een notariële akte gepasseerd (hierna: de notariële akte). Uit de akte blijkt dat voor hem is verschenen mevrouw mr. [A] , kandidaat-notaris, die handelde als gevolmachtigde van sub 1) de heer [B] , die handelde in zijn hoedanigheid van directeur van en rechtsgeldig vertegenwoordigende Waarschip International Yachtservices B.V. sub 2) de heer [C] , de heer [D] , de heer [E ] (directeur van en vertegenwoordigende Nieko Beheer B.V.), de heer [F] (directeur van en vertegenwoordigende [X] B.V.) en de heer [G] (directeur van en vertegenwoordigende [Y] B.V.) allen handelende als volledig tot vertegenwoordigen bevoegde directeuren van ’t Waar Beleggingen B.V. i.o en sub 3) de heer [H] , die bij het geven van zijn volmacht handelde in zijn hoedanigheid van curator van Waarschip Jachtbouw B.V. en Waarschip Handelsmaatschappij B.V.

2.2.

De notariële akte vermeldt:

Deponering:

De comparante [A] , handelende in haar gestelde hoedanigheid, verklaarde namens haar genoemde volmachtgevers, aan mij, notaris, in bewaring te geven, teneinde onder mijn minuten te blijven berusten:

- namens de volmachtgevers onder sub 1 tot en met 3 aangeduid:
een onderhandse akte, getekend door, casu quo namens partijen hiervoor sub 1, 2 en 3 genoemd, inhoudende verkoop en levering van roerende goederen aan ‘t Waar Beleggingen B.V. i.o., met bijlagen en annexen, door partijen getekend te Zuidlaren op vier en twintig maart negentienhonderd acht en negentig.
Acceptatie:
Aan het verzoek van de comparante voldoende, heb ik notaris voormeld stuk van haar aangenomen en dit nadat dit door haar en mij notaris voor ‘gewaarmerkt’ is getekend, aan deze akte vastgehecht.

2.3.

De onderhandse akte die aan de notaris in bewaring is gegeven, betreft een overeenkomst van 24 maart 1998 inzake de overdracht van activa van Waarschip International Yachtservices B.V. tussen Waarschip International Yachtservices B.V. en ’t Waar Beleggingen B.V. i.o., Internationale Nederlanden N.V. en Mr. [H] , plaatsvervangend curator van Waarschip Jachtbouw B.V. en Waarschip Handelsmaatschappij B.V. (hierna: de overeenkomst).

2.4.

Onderdeel van deze overeenkomst is de overdracht van de merknaam “Waarschip”. In artikel 4 is daarover opgenomen:
Waarschip International Yachtservices b.v. draagt hierbij aan ’t Waar Beleggingen b.v. over, gelijk deze van gene aanvaardt, het recht op de merknaam “Waarschip”, zoals gedeponeerd bij het Benelux-Merkenbureau (…) Hierbij zijn inbegrepen alle mallen, tekeningen en ontwerpen van de waarschepen zoals deze vanaf 1963 tot heden zijn gemaakt en/of geproduceerd.

2.5.

In 2013 heeft Nieko Beheer B.V. als houdster van het ingeschreven merkrecht Waarschip, Weiwerd Vastgoed B.V. gedagvaard in kort geding. Nieko Beheer B.V. heeft zich in die procedure op het standpunt gesteld dat Weiwerd Vastgoed B.V. inbreuk maakte op haar merkrecht. Nieko Beheer B.V. is terzake zowel door de rechtbank als in hoger beroep door het gerechtshof in het ongelijk gesteld. Daarbij is Nieko Beheer B.V. in beide instanties in de proceskosten veroordeeld overeenkomstig het liquidatietarief.

2.6.

Tijdens de gerechtelijke procedure bij het gerechtshof is gebleken dat het merkrecht Waarschip op 24 maart 1998 op naam van Waarschip Holding B.V. stond en niet op naam van Waarschip International Yachtservices B.V. Het hof heeft op 18 maart 2014 bij arrest in kort geding dienaangaande geoordeeld dat Waarschip International Yachtsservices B.V. in 1998 niet bevoegd was over het merkrecht te beschikken en dat niet kan worden aangenomen dat er een rechtsgeldige levering van het merkrecht aan ’t Waar Beleggingen heeft plaatsgevonden. Met betrekking tot de gestelde auteursrechtinbreuk heeft het hof overwogen dat voor levering van auteursrechten is vereist een (onderhandse) akte die door de ontwerpers (Kremer en Akkerman) is ondertekend. Bij gebreke van een dergelijke akte moet het er voor worden gehouden dat de auteursrechten op de betreffende Waarschip modellen nog steeds bij Kremer en Akkerman en/of hun erfgenamen) berusten.

2.7.

Op 24 mei 2016 heeft Nieko Beheer B.V. [gedaagde] aansprakelijk gesteld en aanspraak gemaakt op de met voormelde gerechtelijke procedures gemoeide kosten.

3 Het geschil

3.1.

Nieko Beheer B.V. vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 43.517,31, vermeerderd met rente en kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Nieko Beheer B.V. heeft zich - samengevat - op het standpunt gesteld dat zij schade heeft geleden doordat [gedaagde] in de notariële akte een verkeerde partijnaam heeft opgenomen, dat hij ten onrechte heeft nagelaten de inhoud van de in bewaring gegeven overeenkomst te controleren, meer in het bijzonder de omstandigheid op wiens naam het merkrecht Waarschip stond, alsmede dat hij heeft nagelaten te controleren of wel aan de overdrachtsvereisten van een auteursrecht was voldaan. Zij heeft haar vorderingen gebaseerd op zowel de toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst van opdracht, als het handelen in strijd met de op de notaris rustende zorgplicht. De schade bestaat volgens Nieko Beheer B.V. uit de kosten van de gevoerde gerechtelijke procedures in kort geding, waaronder de urendeclaraties van mr. Gravendeel.

4.2.

De rechtbank overweegt als volgt. Een notaris heeft jegens zijn cliënt de zorgvuldigheid in acht te nemen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Daarnaast verplicht de functie van notaris in het rechtsverkeer hem onder bijzondere omstandigheden ook tot een zekere zorg voor belangen van derden die mogelijkerwijs zijn betrokken bij de door zijn cliënten van hem verlangde ambtsverrichtingen. In dit kader dient ten eerste beoordeeld te worden of [gedaagde] een verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van zijn werkzaamheden met betrekking tot de litigieuze notariële akte van 24 maart 1998.

4.3.

Partijen verschillen van mening of de litigieuze notariële akte als een akte van depot dan wel een akte van bewaarneming moet worden aangemerkt. De rechtbank overweegt dat aan een notaris op twee manieren gegevens ter bewaring kunnen worden toevertrouwd. Zo kunnen in bewaring gegeven stukken aan een in minuut opgemaakte akte van depot worden gehecht. Deze stukken vormen een geheel met de akte, mogen daarvan niet worden gescheiden en mogen ook niet worden teruggegeven aan degene die het depot ervan heeft verzocht. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat stukken aan een notaris in bewaring worden gegeven op grond van een overeenkomst van bewaarneming. Daarbij kan de bewaargever de in bewaring genomen stukken van de bewaarnemer onverwijld terugvorderen.

4.4.

Uit de inhoud van de notariële akte blijkt dat de overeenkomst in bewaring is gegeven aan de notaris en dat deze de overeenkomst aan een in minuut opgemaakte akte heeft gehecht. Dit leidt ertoe dat sprake is van een akte van depot. Nieko Beheer B.V. heeft weliswaar betwist dat de akte als een akte van depot moet worden aangemerkt, maar heeft dit slechts onderbouwd met de argumenten dat niet is gebleken van een opdracht van bewaarneming en dat de overeenkomst niet is teruggegeven aan de bewaargever. Gelet op de duidelijke inhoud van de notariële akte en hetgeen hiervoor is overwogen kunnen deze stellingen evenwel niet tot een ander oordeel leiden. Zonder opdracht daartoe had de notaris de overeenkomst immers niet in depot genomen, een overeenkomst van bewaarneming is daarvoor niet nodig. Dat de overeenkomst niet is teruggegeven aan de bewaargever ondersteunt (gelet op r.o. 4.3) juist het oordeel dat sprake is van een akte van depot. Nu Nieko Beheer B.V. desgevraagd niet heeft kunnen aangegeven welke rechtsgevolgen uit de notariële akte voortvloeien anders dan die van de deponering van de overeenkomst, valt hoe dan ook niet in te zien dat de onderhavige notariële akte niet dient te worden gekwalificeerd als een akte van depot.

4.5.

Hoewel van een notaris in beginsel mag worden verwacht dat hij globaal kennisneemt van de inhoud van de in bewaring gegeven overeenkomst, omdat hij niet mag meewerken aan handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben, brengt dit niet mee dat de notaris gehouden is om initiatieven te doen ontplooien waartoe de gedeponeerde stukken mogelijk aanleiding zouden kunnen geven (zie ook Gerechtshof Amsterdam 8 mei 2008, ECLI:NL:GHAMS:2008:BD2236). Onder bijzondere omstandigheden kan wel een waarschuwingsplicht bestaan, maar die bijzondere omstandigheden zijn gesteld noch gebleken. In geval van een akte van depot behoeft de instrumenterende notaris er niet voor in te staan dat de met de in de bewaring gegeven overeenkomst de daarmee beoogde rechtsgevolgen genereert. De stelling dat [gedaagde] de onderhandse akte die hij in depot heeft genomen had moeten bestuderen en naar de juistheid van de inhoud onderzoek had moeten doen, kan in haar algemeenheid derhalve niet worden gevolgd.

4.6.

Nieko Beheer B.V. heeft ter onderbouwing van haar standpunt verder gewezen op de dwingende bewijskracht van authentieke akten. De rechtbank overweegt ten aanzien daarvan als volgt. Ingevolge artikel 157 Rv leveren notariële akten tegen een ieder dwingend bewijs op van hetgeen de notaris binnen de kring van zijn bevoegdheid omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen heeft verklaard. In de onderhavige notariële akte heeft de notaris diengaangaande verklaard over de persoon en hoedanigheid van de gevolmachtigde en de volmachtgevers, alsmede over het deponeren, het aannemen en ondertekenen van de notariële akte. De notaris heeft niet verklaard in te staan voor de inhoud van de in bewaring gegeven onderhandse akte. De onderhavige dwingende bewijskracht van de notariële akte (jegens een ieder) ziet derhalve niet op de inhoud van de in bewaring gegeven overeenkomst, maar enkel op de ambtelijke verklaringen. Gesteld noch gebleken is dat deze onjuistheden behelzen.

4.7.

Met de stelling dat de notaris in de notariële akte de verkeerde vennootschap heeft opgenomen, waardoor Nieko Beheer B.V. uiteindelijk geen intellectueel eigendom heeft kunnen verwerven, heeft Nieko Beheer B.V. kennelijk het oog op de onjuiste partijaanduiding in de overeenkomst. Echter, ook in het geval dat de inhoud van de overeenkomst onjuistheden bevat, wat daar ook van zij, zijn deze onjuistheden niet aan [gedaagde] te wijten maar aan de partijen en adviseurs die betrokken waren bij de totstandkoming van de overeenkomst. Niet in geschil is dat [gedaagde] geen bemoeienis heeft gehad met het opstellen van de overeenkomst.

4.8.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat [gedaagde] niet gehouden was nader onderzoek te doen naar de inhoud van de onderhandse akte en dat hem geen verwijt treft dat hij het bestaan en overdracht van het merkrecht en het auteursrecht niet nader heeft onderzocht. Van een toerekenbare tekortkoming dan wel een schending van een op hem rustende zorgplicht is derhalve geen sprake. De overige verweren, waaronder de schending van de klachtplicht en het beroep op het ontbreken van causaal verband, behoeven daarmee geen bespreking.

4.9.

Nieko Beheer B.V. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- griffierecht € 895,00

- salaris advocaat € 2.148,00 (2,0 punten × tarief € 1.074,00)

Totaal € 3.043,00
De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen als in het dictum bepaald.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Nieko Beheer B.V. in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 3.043,00,

5.3.

veroordeelt Nieko Beheer B.V. in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Nieko Beheer B.V. niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2018.