Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3060

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-08-2018
Datum publicatie
22-08-2018
Zaaknummer
ak_zwo_18_427
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2019:2853, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beroep tegen de weigering handhavend op te treden tegen restaurant in Oldenzaal ongegrond verklaard nu er geen sprake is van het overtreden van wettelijke voorschriften.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2019/3034
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/427

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] te [woonplaats] eiser,

gemachtigde: mr. M.J.M.G. van Gerwen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal, verweerder.

Als derde-belanghebbende heeft aan het geding deelgenomen: [derde belanghebbende], te Oldenzaal.

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder een beslissing genomen op het handhavingsverzoek van eiser betreffende restaurant Klein Afrika, gevestigd aan de Oude Almeloseweg 6 te Oldenzaal (hierna: het perceel).

Bij besluit van 16 januari 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 mei 2018. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

S.A. Vrielink en M.H.J. Oude Elferink. [derde belanghebbende] (hierna: [derde belanghebbende] ) is verschenen, vergezeld door zijn zoon [naam zoon] .

Het onderzoek ter zitting is geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen bepaalde stukken in het geding te brengen. Verweerder heeft op 24 mei 2018 stukken ingebracht. Eiser heeft op 6 juni 2018 op deze stukken gereageerd. Verweerder heeft hierop gereageerd bij brief van 18 juni 2018. Eiser heeft op 25 juni 2018 hierop gereageerd.

Bij brief van 17 juli 2018 heeft de rechtbank partijen meegedeeld dat zij voldoende informatie heeft om een uitspraak te doen. De zitting zal daarom achterwege worden gelaten tenzij één van de partijen binnen vier weken aangeeft dat zij mondeling op een zitting wil worden gehoord. Eiser en verweerder hebben meegedeeld dat een tweede zitting voor hen niet nodig is. [derde belanghebbende] heeft niet gereageerd. Daarop is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Niet in geschil zijnde feiten

1. Op het perceel is restaurant Klein Afrika gevestigd. Bij dit restaurant behoort een dierenweide en een speeltuin. [derde belanghebbende] is eigenaar/exploitant van Klein Afrika. Eiser woont op korte afstand van het perceel.

Planologisch kader

2. Om de realisatie van het restaurant, dierenweide en speeltuin planologisch mogelijk te maken, is het destijds ter plaatse geldende bestemmingsplan “Het Hulsbeek, partiële herziening 2001” herzien/vervangen door het bestemmingsplan “Terrein Hogt”. Dit bestemmingsplan is op 28 april 2015 vastgesteld door de raad van de gemeente Oldenzaal. Hiertegen is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). De Afdeling heeft in haar uitspraak van 6 april 2016, ECLI:NL:RVS:2016:915, een tussenuitspraak gedaan en de raad opgedragen een aantal gebreken te herstellen. De raad heeft hieraan gevolg gegeven en bij besluit van 27 juni 2016 het bestemmingsplan “Terrein Hogt” gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 14 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3309, het vaststellingsbesluit van

28 april 2015 vernietigd en het beroep, gericht tegen het vaststellingsbesluit van 27 juni 2016, ongegrond verklaard.

In het gewijzigde vastgestelde bestemmingsplan “Terrein Hogt” (hierna: het bestemmingsplan) is het perceel, voor zover hier van belang, aangewezen voor “Horeca-Restaurant” en “Groen”.

Handhavingsverzoek en besluitvorming hierover

3. Bij brief van 16 juni 2017, aangevuld bij brief van 29 juni 2017 heeft eiser aan verweerder meegedeeld dat uit informatie op de website van restaurant Klein Afrika (hierna: het restaurant) alsmede uit een controle ter plaatse, uitgevoerd door gerechtsdeurwaarder Vanhommerig, blijkt dat de exploitatie in strijd is met het bestemmingsplan. Dit betreft het verstrekken van drank (zowel in het restaurant als op het terras) zonder dat er een maaltijd wordt besteld/gegeten, het organiseren van feesten, het gebruik als zaalaccommodatie voor bijvoorbeeld bruiloften en zakelijke bijeenkomsten, het realiseren van een binnenspeeltuin, het bieden van de mogelijkheid om maaltijden af te halen en het bereiden van maaltijden op het terras, te weten barbecueën. Verder zijn paden aangelegd in de dierenweide, waardoor er nu sprake is van een dierentuin. Dit laatste is door eiser zelf geconstateerd. Eiser stelt verder dat er regelmatig livemuziek in het restaurant ten gehore wordt gebracht, terwijl dit niet is gemeld. Dit is in strijd met het Activiteitenbesluit milieubeheer (hierna: het Activiteitenbesluit). Ten slotte stelt eiser dat er twee schuilhokken zijn opgericht zonder dat hiervoor een omgevingsvergunning is verleend, dat er verschillende hokken in aanbouw zijn en dat een mestcontainer op het perceel is geplaatst.

4. In het primaire besluit heeft verweerder zich, samengevat weergegeven, op de navolgende standpunten gesteld.

- Gebruik restaurant en terras

Toezichthouders hebben op verschillende dagen en op verschillende tijdstippen ter plaatse gecontroleerd. Het nuttigen van drank zonder maaltijd is niet gesignaleerd.

Er is geen livemuziek gesignaleerd. Speeltoestellen in het restaurant zijn niet in strijd met het bestemmingsplan. Het terras behoort tot het bedrijf en mag als zodanig worden gebruikt. Het barbecueën op het terras is daarom niet in strijd met het bestemmingsplan. Dit gebruik moet wel worden gemeld in het kader van het Activiteitenbesluit. Het geconstateerde gebruik is in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dat [derde belanghebbende] wervende teksten plaatst op zijn website betekent niet dat er overtredingen plaatsvinden. Het bieden van de mogelijkheid om maaltijden af te halen is in strijd met het bestemmingsplan en verweerder zal [derde belanghebbende] hierop aanspreken.

- Gebruik dierenweide

Het gebruik als dierenweide van een strook grond - dat grenst aan de woningen aan de Schipleidelaan en een diepte heeft van 30 meter (hierna: de 30-meter-strook) - wordt beschermd door het gebruiksovergangsrecht van het bestemmingsplan. De bezoekers van het restaurant kunnen enkel binnen de omheining van de geiten en bokken komen; de overige dieren zijn afgeschermd van bezoekers. Binnen de bestemming ‘Groen’ mag worden gewandeld door bezoekers van het restaurant en daartoe zijn paden aangelegd. Het amendement van de raad, waarnaar eiser heeft verwezen, ziet op fiets- en voetpaden bij woningen nabij het restaurant.

- Bouwwerken

Er is geconstateerd dat er meerdere bouwwerken zijn opgericht zonder of in afwijking van de daartoe verleende omgevingsvergunning. Verweerder zal [derde belanghebbende] een voornemen om handhavend op te treden doen toekomen.

Verweerder concludeert dat geen sprake is van overtredingen van het bestemmingsplan en het Activiteitenbesluit, behoudens de afhaalmaaltijden. [derde belanghebbende] zal hierop worden aangesproken. Ook is gebouwd zonder of in afwijking van de verleende omgevingsvergunning. Het handhavingstraject zal hiertoe worden opgestart, te beginnen met een voornemen. Het verzoek, voor zover dit niet ziet op de afhaalmaaltijden en het bouwen van bouwwerken, is afgewezen.

5. Bij brief van 8 augustus 2017 is [derde belanghebbende] meegedeeld dat het aanbieden van afhaalmaaltijden in strijd is met het bestemmingsplan en daarom niet is toegestaan. [derde belanghebbende] is gesommeerd deze activiteit per omgaande te staken en de informatie hierover van de website te verwijderen.

Bij brief van eveneens 8 augustus 2017 is [derde belanghebbende] meegedeeld dat er is geconstateerd dat er, wat betreft meerdere bouwwerken, is gebouwd zonder omgevingsvergunning dan wel dat er is afgeweken van de verleende omgevingsvergunning. [derde belanghebbende] is in de gelegenheid gesteld de benodigde omgevingsvergunning(en) ter legalisatie achteraf aan te vragen. Indien dit niet wordt gedaan, zal verweerder het handhavingstraject opstarten.

[derde belanghebbende] heeft verweerder verzocht hem een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen/oprichten van een 25-tal hokken en volières op het perceel. Bij besluit van

1 november 2017 heeft verweerder de gevraagde omgevingsvergunning verleend.

6. In het bestreden besluit heeft verweerder zich, samengevat weergegeven, op de navolgende standpunten gesteld.

- Gebruik restaurant en terras

Het terras behoort tot het restaurant, gelet op de definitie van ‘restaurant’ in het bestemmingsplan. Tijdens meerdere controles is niet geconstateerd dat er afzonderlijk drank wordt genuttigd alsmede dat het restaurant gebruikt zou worden als zaalaccommodatie, discotheek of trouwlocatie. Aan de bevindingen van Vanhommerig wordt voorbij gegaan omdat hij geen toezichthouder is. Het gebruik is daarom niet in strijd met het bestemmingsplan. Wat betreft de afhaalmaaltijden is een afzonderlijk handhavingstraject opgezet waartegen (mogelijk) rechtsmiddelen openstaan.

- Gebruik dierenweide

Tijdens controles is geconstateerd dat een pad is aangelegd dat langs de dieren loopt en waarbij bezoekers van het restaurant alleen binnen de omheining van de bokken en geiten kunnen komen. Dit is in overeenstemming met het bestemmingsplan. De

30-meter-strook mag worden gebruikt als dierenweide omdat dit gebruik wordt beschermd door het gebruiksovergangsrecht. Als gebruikspeildatum moet worden uitgegaan van de inwerkingtreding van het (op 27 juni 2016 gewijzigd vastgestelde) bestemmingsplan, te weten 24 augustus 2016. Voor de toepasselijkheid van het gebruiksovergangsrecht moet worden vergeleken met het hieraan voorgaande bestemmingsplan. Dat is het bestemmingsplan “Terrein Hogt”, zoals dat op 28 april 2015 is vastgesteld. Er is daarom geen sprake van een overtreding.

- Bouwwerken

De op het perceel opgerichte bouwwerken zijn alsnog vergund bij besluit van

1 november 2017. Er is daarom geen sprake (meer) van een overtreding.

- Overig

Het aantal te realiseren parkeerplaatsen is opgenomen in het bestemmingsplan en daarnaast opgenomen in de omgevingsvergunning voor het oprichten van het restaurant. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk, zodat het aantal parkeerplaatsen dat moet worden gerealiseerd (in casu 76 parkeerplaatsen) eveneens vaststaat. Deze parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. Een discussie of er nog meer parkeerplaatsen nodig zijn, is een gepasseerd station.

Verweerder concludeert dat er geen overtredingen zijn, zodat hij niet bevoegd is om handhavend op te treden. De bezwaren zijn daarom ongegrond verklaard en het primaire besluit is gehandhaafd.

Afbakening van het geding

7. Bij de beoordeling in rechte van de besluitvorming op een handhavingsverzoek, wordt de omvang van het geding allereerst bepaald door hetgeen in het handhavingsverzoek is aangevoerd. Het is niet mogelijk om hangende de procedure het geschil uit te breiden door meer vermeende overtredingen aan te voeren. Deze ‘nieuwe’ overtredingen zullen naar voren gebracht moeten worden in een nieuw en separaat handhavingsverzoek.

In deze zaak heeft eiser in zijn handhavingsverzoek niets aangevoerd over parkeren. Eerst in zijn bezwaarschrift heeft hij aangevoerd dat er te weinig parkeerplaatsen op het perceel zijn gerealiseerd, gelet op het gestelde strijdige gebruik. Ter zitting heeft eiser desgevraagd meegedeeld dat de gronden met betrekking tot het aantal parkeerplaatsen samenhangen met het gebruik van het terras. Indien het terras behoort tot het restaurant, zoals verweerder stelt, is eiser van mening dat het aantal parkeerplaatsen ontoereikend is.

Gelet op de samenhang tussen het gebruik van het terras en het aantal parkeerplaatsen, oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van een uitbreiding van het handhavingsverzoek in de bezwaarfase. De beroepsgronden met betrekking tot parkeren zal de rechtbank bespreken bij het onderdeel ‘gebruik restaurant en terras’.

8. Bij besluit van 1 november 2017 heeft verweerder een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van bouwwerken op het perceel. Het hiertegen door eiser ingediende bezwaar is ongegrond verklaard. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij deze rechtbank. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer 18/798.

Eiser heeft in het thans voorliggende geschil beroepsgronden aangevoerd tegen het in bezwaar handhaven van voornoemde omgevingsvergunning. Deze beroepsgronden komen aan de orde in beroepszaak 18/798 en de rechtbank zal deze beroepsgronden in het thans voorliggende geschil dan ook niet bespreken.

Het inhoudelijke geschil

9. Een bestuursorgaan is bevoegd om handhavend op te treden door middel van het opleggen van een last onder bestuursdwang dan wel een last onder dwangsom indien er sprake is van een overtreding, zijnde een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift (artikel 125 van de Gemeentewet juncto de artikelen 5:4 en 5:1 van de Algemene wet bestuursrecht).

Verweerder heeft zich, samengevat weergegeven, op het standpunt gesteld dat geen sprake is van het overtreden van wettelijke voorschriften, zodat hij niet bevoegd is om handhavend op te treden.

Dit is door eiser bestreden.

De rechtbank zal hierna de beroepsgronden bespreken, waarbij de rechtbank de navolgende opbouw zal aanhouden:

- onderdeel ‘gebruik restaurant en terras’;

- onderdeel ‘gebruik dierenweide’.

10. Wat betreft het onderdeel ‘gebruik restaurant en terras’ stelt eiser, samengevat weergegeven en voor zover hier van belang, het volgende.

Voor de reikwijdte van de term ‘restaurant’ moet niet worden gekeken naar de definitiebepalingen in het bestemmingsplan, maar moet worden aangehaakt bij het algemeen spraakgebruik c.q. de definitie die het Groot woordenboek van de Nederlandse Taal (hierna: Van Dale) hanteert. Het bereiden van eten buiten de (inpandige) bedrijfskeuken op het terras (barbecueën) is in strijd met het bestemmingsplan. Verder stelt eiser dat het aanbieden van het restaurant als trouwlocatie en/of zaalaccommodatie in strijd is met het bestemmingsplan.

11. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

11.1.

Anders dan eiser veronderstelt zijn, volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, de definitiebepalingen in het bestemmingsplan bepalend voor de wijze waarop de reikwijdte van een in dat bestemmingsplan gebruikte term moet worden ingevuld. Het algemeen spraakgebruik komt pas in beeld indien een bepaalde term niet is gedefinieerd in het bestemmingsplan.

Het restaurant en het terras zijn in het bestemmingsplan gesitueerd binnen de bestemming “Hotel-Restaurant”. Deze gronden zijn bestemd voor één restaurant met daarbij behorende gebouwen, andere-bouwwerken, tuinen, erven, terrassen, terreinen, parkeervoorzieningen en water en groenvoorzieningen (artikel 4.1 van de planregels). Onder ‘restaurant’ wordt verstaan: één horecabedrijf, waarin in dat bedrijf volledig bereide maaltijden, alsmede alcoholvrije of alcoholhoudende dranken uitsluitend in combinatie met die maaltijden worden verstrekt voor gebruik ter plaatse tussen 10.00 en 24.00 uur; een volwaardige bedrijfskeuken maakt deel uit van de vestiging. Het bedrijfsmatig verschaffen van logies en/of het exploiteren van een zaalaccommodatie of discotheek zijn uitgesloten (artikel 1.36 van de planregels).

De rechtbank oordeelt dat uit deze bestemmingsomschrijving, in samenhang met de definitiebepaling betreffende de term ‘restaurant’, niet de conclusie kan worden getrokken dat het bereiden van de maaltijden persé binnen het restaurantgebouw zou moeten plaatsvinden. Verder kan niet de conclusie worden getrokken dat er binnen het restaurant maar één bedrijfskeuken mag zijn. Het bereiden van maaltijden door middel van een (extra) buitenkeuken is naar het oordeel van de rechtbank dan ook in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dat hiervoor een melding op grond van het Activiteitenbesluit moet worden gedaan, laat onverlet dat er geen sprake is van strijd met het bestemmingsplan.

11.2.

Het aantal te realiseren parkeerplaatsen is geregeld in het bestemmingsplan en nader geconcretiseerd in de omgevingsvergunning voor het oprichten van het restaurant. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk zodat het hierin vastgelegde aantal te realiseren parkeerplaatsen niet meer in rechte kan worden bestreden. Verder is tussen partijen niet in geschil dat deze parkeerplaatsen ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd, zodat er niet is afgeweken van deze omgevingsvergunning. Van een overtreding is daarom geen sprake.

11.3.

Wat betreft het gestelde aanbieden van het restaurant als trouwlocatie en/of zaalaccommodatie overweegt de rechtbank dat verweerder pas bevoegd is om handhavend op te treden indien een overtreding heeft plaatsgevonden, er sprake is van een (voortdurende) overtreding dan wel zodra het gevaar voor de overtreding klaarblijkelijk dreigt.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat het restaurant niet wordt gebruikt als trouwlocatie en/of zaalaccommodatie en/of discotheek, behoudens feestjes in de zin van etentjes. De rechtbank onderschrijft het standpunt van verweerder dat dit laatste in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Eiser heeft geen bewijsstukken ingebracht waaruit blijkt dat het restaurant wordt gebruikt voor feesten/bijeenkomsten waarbij het gezamenlijk eten niet de essentie van het feest is dan wel dat dit strijdige gebruik heeft plaatsgevonden. Van een overtreding is dan ook geen sprake. Het enkele feit dat [derde belanghebbende] op zijn website wervende teksten over mogelijke feesten en partijen heeft geplaatst, kan niet worden geduid als een klaarblijkelijke dreiging dat een overtreding zal gaan plaatsvinden.

11.4.

Gelet op vorenstaande oordeelt de rechtbank dat, nu er wat betreft het gebruik van het restaurant en het terras geen sprake is van een overtreding, verweerder zich terecht niet bevoegd heeft geacht om handhavend op te treden.

Deze beroepsgronden slagen dan ook niet.

12. Wat betreft het onderdeel ‘gebruik van dierenweide’ stelt eiser, samengevat weergegeven en voor zover hier van belang, het volgende.

Een deel van de dierenweide, te weten de 30-meter-strook mag niet als zodanig worden gebruikt, gelet op de tussenuitspraak van de Afdeling van 6 april 2016. Het gebruiksovergangsrecht is niet van toepassing omdat er geen betekenis toekomt aan de eerdere versie van het bestemmingsplan. Volgens eiser moet er worden ‘teruggevallen’ op het bestemmingsplan “Het Hulsbeek, partiele herziening 2001”. Ter zitting heeft eiser hieraan toegevoegd dat, zo het gebruiksovergangsrecht in beginsel al van toepassing is, in deze zaak hierop geen beroep kan worden gedaan omdat ten tijde van de gebruikspeildatum 24 augustus 2016 de 30-meter-strook niet werd gebruikt als dierenweide.

Verder stelt eiser dat de dierenweide feitelijk een dierentuin is, gelet op de toegankelijkheid voor het publiek en de aard van de (exotische) dieren. Gelet op de definities in de Van Dale betreft een dierenweide grasland met vee. Daarnaast stelt eiser dat de bestemming “Paden” door de raad is wegbestemd. Het aanleggen van paden door de dierenweide is dan ook in strijd met het bestemmingsplan.

13. De rechtbank overweegt als volgt.

13.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan “Terrein Hogt” van 28 april 2015 voorzag in de mogelijkheid van een ‘ongeclausuleerde’ dierenweide. In het gewijzigde vaststellingsbesluit van 27 juni 2016 is deze dierenweide geclausuleerd zoals neergelegd in artikel 3.1, onder g, van de planregels. Hierdoor is de dierenweide planologisch met ongeveer 30 meter ‘opgeschoven’.

Artikel 13.2 van de planregels bevat het gebruiksovergangsrecht. Dit overgangsrecht luidt, voor zover hier van belang, als volgt:

a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet;

b. (…);

c. (…);

d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Voor een succesvol beroep op dit gebruiksovergangsrecht is ten eerste bepalend of het bewuste gebruik (in casu het gebruiken van de 30-meter-strook als dierenweide) op de gebruikspeildatum (in casu 24 augustus 2016) plaatsvond. Ten tweede mag dit gebruik niet reeds in strijd zijn (geweest) met het voorheen geldende bestemmingsplan.

Partijen zijn verdeeld over zowel de vraag welk gebruik er van de 30-meter-strook werd gemaakt op 24 augustus 2016 als over de vraag welk bestemmingsplan het voorheen geldende bestemmingsplan is.

De rechtbank zal deze geschilpunten hierna bespreken.

13.1.1.

Wat betreft het gebruik dat ten tijde van de gebruikspeildatum van de 30-meter-strook werd gemaakt, overweegt de rechtbank het volgende.

Verweerder heeft op verzoek van de rechtbank nadere stukken in het geding gebracht. Deze stukken betreffen foto’s van de dierenweide, met name de 30-meter-strook, genomen op

20 april 2015, 22 maart 2016, 13 april 2016 en 3 april 2017. Op deze foto’s is te zien dat de 30-meter-strook niet is afgeschermd van de rest van de dierenweide en dat in die strook dieren aanwezig zijn.

Eiser heeft deze foto’s en wat hierop is te zien, niet bestreden. Eiser stelt zich evenwel op het standpunt dat verweerder met deze foto’s niet heeft aangetoond dat er op de gebruikspeildatum 24 augustus 2016 dieren op de 30-meter-strook aanwezig waren. De tijdstippen waarop de foto’s zien, te weten 5 maanden voor en 7 maanden na de peildatum is te ver verwijderd van de peildatum, mede gelet op het feit dat in de periode maart 2016/2017 het terrein ‘op de schop is gegaan’ vanwege bouwwerkzaamheden aan het restaurant en de verdere inrichting van het terrein.

De rechtbank overweegt hierover dat degene die een beroep doet op de beschermende werking van het gebruiksovergangsrecht, aannemelijk moet maken dat dit gebruik plaatsvond op de gebruikspeildatum. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder hierin geslaagd, nu verweerder door middel van de ingebrachte foto’s heeft aangetoond dat het gebruik van de 30-meter-strook als dierenweide is aangevangen voor de gebruikspeildatum en nadien nog steeds plaatsvond. Hiermee heeft verweerder aannemelijk gemaakt dat de 30-meter-strook op de gebruikspeildatum werd gebruikt als dierenweide.

Voor de volledigheid voegt de rechtbank hieraan toe dat, ook als de dieren deze strook gedurende een korte periode niet konden betreden vanwege werkzaamheden, zoals eiser stelt, dit niet betekent dat het gebruik als dierenweide is gestaakt. De 30-meter-strook was immers ingericht als dierenweide en [derde belanghebbende] heeft dit gebruik nimmer prijs gegeven.

13.1.2.

Wat betreft de vraag welk bestemmingsplan moet worden aangemerkt als het voorheen geldende bestemmingsplan overweegt de rechtbank het volgende.

Het bestemmingsplan “Terrein Hogt”, zoals dat op 28 april 2015 is vastgesteld, is met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt in werking getreden, nu hangende de beroepstermijn geen verzoek om een voorlopige voorziening bij de voorzitter van de Afdeling is ingediend. Dit volgt uit artikel 3.8, vijfde lid, juncto artikel 8.4 van de Wet ruimtelijke ordening. Dit betekent dat dit bestemmingsplan omstreeks medio juni 2015 in werking is getreden.

Deze eerste versie is gewijzigd door middel van het vaststellingsbesluit van 27 juni 2016.

Nu de eerste versie van het bestemmingsplan “Terrein Hogt” enige tijd in werking is geweest, moet dit bestemmingsplan naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als ‘het voorheen geldende bestemmingsplan’.

13.1.3.

Gelet op vorenstaande werd de 30-meter-strook ten tijde van de gebruikspeildatum gebruikt als dierenweide en is dit gebruik niet in strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan “Terrein Hogt”, zoals dat op 28 april 2015 is vastgesteld. Dit betekent dat het gebruik van de 30-meter-strook als dierenweide wordt beschermd door het gebruiksovergangsrecht.

13.2.

Wat betreft het gestelde gebruiken van de dierenweide als dierentuin, overweegt de rechtbank het volgende.

De Afdeling heeft in haar tussenuitspraak van 6 april 2016, overweging 13.2, het volgende geoordeeld. “In de plantoelichting is de dierenweide omschreven als een weide met edelherten, damherten, struisvogels, alpaca’s, fazanten, parelhoenders, bokken en geiten. In de weide wordt een vijver voor eenden, zwanen en ganzen aangelegd. De dierenweide behoort bij en is ondergeschikt aan het (pannenkoeken)restaurant, zo vermeldt de plantoelichting. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met de aanduiding "dierenweide" geen activiteiten mogelijk worden gemaakt die, mede gelet op de omvang van de gronden waaraan die aanduiding is toegekend, in ruimtelijk opzicht verschillen van een kinderboerderij als bedoeld in de VNG-brochure. De vergelijking door de raad van de dierenweide met een kinderboerderij wat betreft het aspect geluidhinder, waarvoor volgens de VNG-brochure een richtafstand van 30 m wordt aanbevolen, acht de Afdeling dan ook niet onjuist.”

In haar einduitspraak van 14 december 2016, overweging 7.2, heeft de Afdeling hierover het volgende geoordeeld. “De Afdeling stelt vast dat in rechtsoverweging 13 van de tussenuitspraak reeds is geoordeeld dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met de aanduiding "dierenweide" geen activiteiten mogelijk worden gemaakt die in ruimtelijk opzicht verschillen van een kinderboerderij als bedoeld in de VNG-brochure. Tevens blijkt uit die rechtsoverweging dat de raad niet was gehouden het aantal dieren dat in de dierenweide aanwezig mag zijn, te maximeren. Behoudens zeer uitzonderlijke gevallen kan de Afdeling niet terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel moet worden uitgegaan.”

Gelet hierop heeft de Afdeling reeds geoordeeld dat de dierenweide in ruimtelijk opzicht vergelijkbaar is met een kinderboerderij. De aanwezigheid van exoten als struisvogels en alpaca’s is hierbij expliciet meegewogen. Dat er een pad is aangelegd in de dierenweide waardoor bezoekers van het restaurant het terrein van de bokken en geiten kunnen bezoeken, betekent niet dat er niet langer sprake zou zijn van een (qua ruimtelijke uitstraling) kinderboerderij.

13.3.

Wat betreft het gestelde wegbestemmen van de bestemming “Paden” onderschrijft de rechtbank het betoog hieromtrent van verweerder, zoals neergelegd in diens verweerschrift, pagina 4, laatste alinea, en pagina 5, eerste alinea.

13.4.

Gelet op vorenstaande oordeelt de rechtbank dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het gebruik van de dierenweide in overeenstemming is met het bestemmingsplan, zodat verweerder zich terecht niet bevoegd heeft geacht om handhavend op te treden.

Deze beroepsgronden slagen dan ook niet.

14. Het beroep is ongegrond.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.M.B. Elferink, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.E.M. Lever, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.