Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:3040

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
21-08-2018
Zaaknummer
C/08/220263 / JE RK 18-1183
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging OTS en uithuisplaatsing voor 1 maand, zodat de jeugdbeschermer de tijd heeft om het gezin over te dragen aan de wijkcoach of aan de gemeente. Binnen OTS teveel mis gegaan. Geen basis meer voor samenwerking. Voldoende vertrouwen dat minderjarige, ouders en pleegouders zich ook staande kunnen houden zonder OTS.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Familierecht en Jeugdrecht

Zittingsplaats: Almelo

zaakgegevens : C/08/220263 / JE RK 18-1183

datum uitspraak: 14 augustus 2018

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,

de gecertificeerde instelling, hierna te noemen de GI,

gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[minderjarige] , geboren [2001] te [plaats] , hierna te noemen [minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[moeder] ,

wonende te [woonplaats 1] en

[vader] ,

wonende te [woonplaats 2]

en de [minderjarige] .

Als informant is aangemerkt:

[pleegmoeder] ,

wonende te [woonplaats 2] .

Het procesverloop


Het verzoek met bijlagen van de GI van 11 juli 2018 is ingekomen bij de griffie op

12 juli 2018.

Op 14 augustus 2018 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de [minderjarige] , die apart is gehoord, in het bijzijn van mr. Flokstra,

- de moeder,

- de vader,
- de pleegouders,

- mevrouw [A] , namens de GI.

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan:

de heer [B] , vriend van de minderjarige,

de heer [C] , huidige echtgenoot van de moeder,

mevrouw [D] , werkzaam bij de JP van den Bentstichting, begeleider van vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[minderjarige] woont in een (netwerk)voorziening voor pleegzorg.

Bij beschikking van 9 augustus 2017 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot

15 augustus 2018. De kinderrechter heeft bij beschikking van 9 augustus 2017 ook de machtiging verlengd tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 15 augustus 2018.

Bij beschikking van 15 januari 2018 heeft de kinderrechter machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verleend op het adres van [pleegmoeder] en/of in een voorziening voor pleegzorg, voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 15 augustus 2018.

Het verzoek


De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen van [minderjarige] voor de duur van een jaar.Tevens is verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen van [minderjarige] voor de duur van de ondertoezichtstelling in een voorziening voor pleegzorg.

[minderjarige] woont sinds het najaar van 2017 in een netwerkpleeggezin. Hier gaat het redelijk goed. [minderjarige] zoekt wel vaak het randje op. Er zijn veel ups en downs en er is nog onvoldoende stabiliteit om de ondertoezichtstelling niet meer te verlengen. De GI denkt dat [minderjarige] zich in het vrijwillig kader zal onttrekken aan de nodige hulpverlening. Ook heeft de GI een bemiddelende rol in het contact tussen de ouders en [minderjarige] . Zij heeft een omgangsregeling met haar vader. Vader zou [minderjarige] weer thuis willen laten wonen, ondanks dat hij weet dat dit niet kan.

Het standpunt van belanghebbenden

[minderjarige] , ouders en pleegouders zijn het niet eens met de verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij hebben niets aan de jeugdbeschermer en de ondertoezichtstelling levert hen enkel frustratie op.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is duidelijk geworden dat [minderjarige] , ouders en pleegouders geen ondertoezichtstelling meer willen. [minderjarige] heeft verklaard bij haar pleegouders te willen blijven wonen. Sinds januari 2018 gaat het een stuk beter met [minderjarige] . Ze heeft helaas geen diploma behaald, ze is daar heel verdrietig om. Ze wijt dit ook aan alles wat er de afgelopen periode gebeurd is en had gehoopt door extra toetsen toch haar diploma te kunnen halen. Ze heeft met veel plezier stage gelopen en deze goed afgerond. Ze gaat nu na de zomervakantie naar het ROC niveau 1, zorg en dienstverlening. [minderjarige] , ouders en pleegouders zijn bijzonder ontevreden over de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Ze hebben zich door de GI in de steek gelaten gevoeld. In zeven maanden tijd hadden ze te maken met vier verschillende jeugdbeschermers. Hierdoor was er geen opbouw in het contact. Wellicht door de vele wisselingen werd ook de belofte van de ene jeugdbeschermer door de andere niet nagekomen. Alle betrokkenen hebben het gevoel zich prima te kunnen redden zonder jeugdbeschermer. De afgelopen periode hebben ze ook alles zelf moeten regelen. Het contact met de jeugdbeschermer wordt als last beschouwd. Moeder met gezag heeft bijna twee jaar geen contact gehad met de jeugdbeschermer. Ze werd van informatie over haar dochter voorzien door de pleegmoeder, maar niet door de jeugdbeschermer. Een ondertoezichtstelling heeft voor de belanghebbenden geen toegevoegde waarde.

Mr. Flokstra heeft ter zitting gesteld dat de huidige woonplek van [minderjarige] het meest geschikt voor haar is. Ze ondervindt daar geborgenheid, veiligheid en stabiliteit en wil daar blijven wonen. De ondertoezichtstelling heeft alleen maar frustratie opgeleverd. Pleegvader heeft zijn visspullen moeten verkopen ter financiering van een slaapkamerinrichting voor [minderjarige] . Volgens afspraak zou de GI die kosten voor haar rekening nemen, maar de opvolgende jeugdbeschermer wist van niets. Ouders, pleegouders en [minderjarige] hebben zich altijd meewerkend opgesteld. Er is geen reden tot verlenging van de ondertoezichtstelling. Er is niet langer sprake van ontwikkelingsbedreigingen.

De jeugdbeschermer heeft begrip voor het standpunt van [minderjarige] , ouders en pleegouders. De wisselingen zijn niet prettig geweest. Zij wil intern overleggen hoe de GI de ouders, pleegouders en [minderjarige] goed kan ondersteunen. De samenwerking is nog niet zoals die zou moeten zijn. Zij wil de basis stabiel krijgen. Zij ziet ook een verbetering gedurende de laatste twee maanden, daarvoor waren er veel wisselingen in het gedrag. [minderjarige] heeft volgens de jeugdbeschermer nog wel hulp en aansturing nodig, daarom kan het nog niet naar het vrijwillig kader, hoewel daar wel een plan voor zal worden gemaakt. De communicatie en samenwerking moet beter worden opgezet voordat het overgedragen kan worden aan het vrijwillig kader. Het feit dat het nu beter gaat zal moeten worden geborgd.

De kinderrechter stelt vast dat [minderjarige] volgens de belanghebbenden op de juiste plek zit. Ze wil en mag daar blijven wonen. Pleegouders en [minderjarige] hebben goed contact met de pleegzorgwerker. Dit gegeven maakt, dat [minderjarige] terug kan vallen op een aantal mensen om zich heen die zich sterk betrokken voelen bij haar wel en wee en die er te allen tijde voor haar zijn. Voor professionele hulp kan ze in ieder geval terugvallen op de pleegzorgwerker. Hoewel de jeugdbeschermer de komende periode zou willen benutten om de samenwerking te verbeteren en om de basis stabiel te krijgen, denkt de kinderrechter dat er binnen de ondertoezichtstelling de afgelopen periode teveel mis is gegaan. Er is geen basis meer voor samenwerking. Er is te weinig vertrouwen om nu nog een verbetering van de samenwerking te kunnen bewerkstelligen. De thans aanwezige basis lijkt redelijk stabiel. De kinderrechter heeft er voldoende vertrouwen in dat [minderjarige] , ouders en pleegouders zich ook staande kunnen houden zonder ondertoezichtstelling. Ze hebben de afgelopen periode getoond zelf de problemen aan te pakken en op te kunnen lossen, ook zonder hulp van de jeugdbeschermer. De kinderrechter verlengt de maatregelen daarom nog voor slechts een korte periode, zodat de jeugdbeschermer de tijd heeft om het gezin over te dragen aan de wijkcoach of aan de gemeente.

De kinderrechter merkt nog op dat hetgeen hiervoor is overwogen over de situatie geen verwijt is aan het adres van de huidige jeugdbeschermer of aan de belanghebbenden. Feit is dat door teveel wisselingen in korte tijd mensen ongemotiveerd raken voor hulpverlening door een GI.

Uit voorgaande volgt dat het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW) nog aanwezig wordt geacht voor korte duur.

De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een maand. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding voor de duur van een maand (artikel 1:265c, tweede lid, BW).

De beslissing


De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 15 september 2018;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg tot uiterlijk 15 september 2018;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.H. Olthof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van

G. Masselink-Jasper als griffier en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2018.