Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2968

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
14-08-2018
Datum publicatie
17-07-2020
Zaaknummer
ak_18_847
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2019:1631, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betreft de afwijzing van een verzoek om wijziging van de in de basisregistratie personen (hierna: brp) geregistreerde persoonsgegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 18/847

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. A.H. Diels,

en

het college van burgemeester en wethouders van Wierden, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiseres om wijziging van haar in de basisregistratie personen (hierna: brp) geregistreerde persoonsgegevens (wederom) afgewezen.

Bij besluit van 28 maart 2018 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 augustus 2018. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door

F. Bonthuis.

Overwegingen

Wettelijk kader

1. Artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen (hierna: Wet brp) bepaalt dat

er een basisregistratie personen is. De basisregistratie bevat, voor zover hier van belang, persoonsgegevens over de ingezetenen van Nederland.

Artikel 1.4, eerste lid, van de Wet brp bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk is voor het bijhouden van persoonsgegevens in de basisregistratie overeenkomstig afdeling 1 van hoofdstuk 2.

Artikel 2.8, tweede lid, van de Wet brp bepaalt dat de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, worden ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:

a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;

b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;

c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;

e. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.

Artikel 2.58, eerste lid, van de Wet brp bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders binnen vier weken kosteloos voldoet aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisregistratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

Artikel 2.60, aanhef en onder g, van de Wet brp bepaalt, voor zover hier van belang, dat een beslissing van het college van burgemeester en wethouders om niet te voldoen aan een verzoek als bedoeld in artikel 2.58, gelijk wordt gesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

Feiten en eerdere besluitvorming

2. Eiseres is in de gemeentelijke brp geregistreerd als [naam], geboren [geboortedatum] in [woonplaats] te China, nationaliteit onbekend. Deze gegevens zijn gebaseerd op een door eiseres op 7 april 2005 in de toenmalige gemeente Heythuysen onder ede afgelegde verklaring. Eiseres staat sindsdien met deze persoonsgegevens bij diverse instanties geregistreerd.

3. Bij brieven van 28 mei en 19 augustus 2015 heeft eiseres, onder overlegging van stukken, verzocht om wijziging van haar persoonsgegevens in [naam], geboren op

[geboortedatum] in [woonplaats] te China. De eerder opgenomen persoonsgegevens zijn volgens eiseres niet correct omdat zij destijds tijdens haar asielaanvraag een valse identiteit heeft aangenomen. Bij deze verzoeken heeft eiseres de navolgende stukken overgelegd:

- een Chinees paspoort, op 8 oktober 2007 afgegeven door de Chinese ambassade te Den Haag;

- een geldige verblijfsvergunning voor Nederland;

- een notariële verklaring betreffende geboortecertificaat nr. 503;

- een notariële verklaring betreffende het familieregistratieboekje (hierna: hukou) van zowel de vader als de moeder;

- een notariële verklaring met een kopie verklaring Public Security Bureau (hierna: PSB), betreffende het ontbreken van een hukou van [naam];

- een rapport van een gezichtsvergelijkend onderzoek, uitgevoerd door de IND.

4. Verweerder heeft de verzoeken afgewezen omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de in de brp met betrekking tot eiseres geregistreerde gegevens onjuist zijn. Verweerder heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat eiseres met de door haar overgelegde documenten niet onweerlegbaar heeft aangetoond dat zij dezelfde persoon is als degene die in de documenten is genoemd.

5. Deze rechtbank heeft in haar uitspraak van 15 maart 2017, zaaknummer AWB 16/1301, het hiertegen gerichte beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft hierbij geoordeeld dat de door eiseres overgelegde documenten slechts gegevens met betrekking tot een zekere [naam] vermelden. Eiseres heeft evenwel niet aannemelijk gemaakt dat zij die persoon is. Wat betreft het door de IND verrichte fotovergelijkingsonderzoek heeft de rechtbank geoordeeld dat hiermee niet aannemelijk is gemaakt dat [naam] op de foto’s staat en dat [naam] zich op 7 april 2005 heeft ingeschreven bij de gemeente Heythuysen. Wat betreft het bij de ambassade ingestelde onderzoek (betreffende het Chinese paspoort) heeft de rechtbank, onder verwijzing naar een brief van eiseres van 2 september 2016, geoordeeld dat de Chinese ambassade slechts heeft verklaard dat een kopie van het paspoort van [naam], afgegeven op 8 oktober 2007, conform het originele paspoort is. Daarbij is echter geen verklaring afgelegd in hoeverre en op welke wijze onderzoek is gedaan naar de gegevens die aan de paspoortverlening ten grondslag liggen.

Thans voorliggende besluitvorming

6. Bij formulier van 2 augustus 2017 heeft eiseres verweerder wederom verzocht om wijziging van haar persoonsgegevens in [naam], geboren op [geboortedatum] in [woonplaats]

te China en van Chinese nationaliteit. Bij dit verzoek heeft eiseres dezelfde documenten gevoegd als bij haar eerdere verzoeken. Verder heeft eiseres een rapportage inzake een (DNA)verwantschapsonderzoek, gedateerd 29 juni 2017 en uitgevoerd door Verilabs te Leiden, bij haar verzoek gevoegd.

7. In het primaire besluit heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Verweerder heeft zich hierbij, samengevat weergegeven, op het standpunt gesteld dat het verwantschapsonderzoek alleen aantoont wie de biologische vader van eiseres is, te weten [naam]. Het bewijst niet dat de reeds geregistreerde gegevens in de brp met betrekking tot eiseres onjuist zijn.

Eiseres heeft in bezwaar een verklaring van [naam] overgelegd, waarin deze verklaart dat hij drie dochters heeft, waaronder een dochter genaamd [naam], geboren op [geboortedatum].

In het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Hierbij heeft verweerder mee laten wegen dat eiseres geen verklaring uit China heeft overgelegd waaruit blijkt dat [naam] niet bekend is in [woonplaats], terwijl zij daarom wel heeft gevraagd. Er is evenwel geen antwoord ontvangen, ook niet het expliciete antwoord dat dergelijke verklaringen niet worden verstrekt. Verweerder heeft aangegeven dat hij het enigermate aannemelijk acht dat eiseres [naam] is. Van een onomstotelijk vaststaan dat de met betrekking tot eiseres geregistreerde gegevens feitelijk onjuist zijn, is evenwel geen sprake.

Beoordeling van het beroep

8. Het verzoek van eiseres komt neer op het verwijderen van (nagenoeg) alle in de brp opgenomen persoonsgegevens en het registreren van volledig andere, beweerdelijk haar betreffende, persoonsgegevens.

9. Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) dient voorop te worden gesteld dat de gegevens in de brp betrouwbaar en duidelijk moeten zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Voor de gegevens omtrent de burgerlijke staat die niet aan de Nederlandse burgerlijke stand kunnen worden ontleend, heeft de wetgever een rangorde aangegeven in de geschriften waaraan deze gegevens mogen worden ontleend. Aan een "lager" document mogen gegevens worden ontleend wanneer een volgens deze opsomming sterker document op het moment van ontlening niet aanwezig is. Dit doet evenwel niet af aan de plicht van de burger om eventueel ook na de inschrijving alsnog zo sterk mogelijke documenten te leveren (Kamerstukken II 2011/12, 33 219, nr. 3, blz. 126). Het bewijs dat eenmaal in de brp opgenomen gegevens feitelijk onjuist zijn, kan alleen maar worden geleverd door overlegging van de juiste brondocumenten. Voor het wijzigen van eenmaal in de brp geregistreerde gegevens zal, gelet op het systeem van de Wet brp, onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn. Als voorbeeld verwijst de rechtbank naar de uitspraak van 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2799.

10. Tussen partijen is niet (meer) in geschil dat een rapport van een DNA-onderzoek weliswaar geen brondocument in de zin van artikel 2.8 van de Wet brp is, maar dat een dergelijk rapport kan dienen als aanvullend bewijs omdat door middel van een dergelijk rapport een verband tussen de (bron)documenten en betrokkene kan worden gelegd.

De rechtbank onderschrijft dit gedeelde standpunt.

11. Verweerder heeft ter zitting verduidelijkt dat hij het standpunt huldigt dat uit de overgelegde brondocumenten onomstotelijk moet blijken dat zowel de thans geregistreerde gegevens onjuist zijn als dat de verzochte gegevens juist zijn. In deze zaak betekent dit dat eiseres niet alleen moet aantonen dat zij [naam] is maar tevens dat zij niet [naam] is, aldus verweerder.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

De Afdeling heeft in haar uitspraak van 8 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:580, het navolgende overwogen. “5.4. De Afdeling stelt naar aanleiding van het voorgaande vast dat door middel van het DNA-onderzoek en de onder 5.1 genoemde documenten is aangetoond dat de persoonsgegevens [naam], geboren op [geboortedatum] 1979 te Masjedsoleiman, Iran de juiste gegevens van [appellante] zijn. Zij is thans ingeschreven met andere persoonsgegevens. Nu vast staat dat de gestelde persoonsgegevens de juiste zijn, staat vast dat de ingeschreven persoonsgegevens onjuist zijn. De Afdeling acht het niet noodzakelijk dat [appellante] voor het niet bestaan van de ingeschreven identiteit bewijs overlegt van de Iraanse instanties. Hierbij is van belang dat uit de mededeling aan haar ouders en het bericht van de Nederlandse ambassade blijkt dat niet van [appellante] verwacht kan worden dit bewijs te verkrijgen.”

In deze zaak betreffen de in de brp geregistreerde gegevens van eiseres een (gesteld) verzonnen identiteit. Indien daarvan inderdaad sprake is, acht de rechtbank het (nagenoeg) onmogelijk om, door middel van het overleggen van brondocumenten, aan te tonen dat de in de brp geregistreerde persoon niet voorkomt in de registers van het oorspronkelijke thuisland. Dit is door verweerder ter zitting ook erkend. De enige mogelijkheid is het overleggen van een verklaring van de bevoegde autoriteiten van het oorspronkelijke thuisland dat een persoon, met de aangenomen (en dus verzonnen) persoonsgegevens niet bestaat en niet heeft bestaan. In deze zaak heeft eiseres gepoogd om aan te tonen dat [naam] niet bekend is in [woonplaats]. Hierin is zij niet geslaagd omdat de Chinese autoriteiten niet op dit verzoek hebben gereageerd.

Gelet op deze bewijsnood acht de rechtbank het in deze zaak niet noodzakelijk dat eiseres aantoont dat zij niet [naam] is. Eiseres kan naar het oordeel van de rechtbank volstaan met het aantonen dat zij [naam] is. Indien onomstotelijk komt vast te staan dat eiseres [naam] is, staat daarmee onomstotelijk vast dat zij niet [naam] is.

12. Ten aanzien van de vraag of eiseres onomstotelijk heeft aangetoond dat zij [naam] is, overweegt de rechtbank het volgende.

12.1.

Eiseres heeft een PSB-verklaring, een hukou van haar ouders en een verklaring omtrent het ontbreken van een hukou van [naam] overgelegd. Wat betreft personen afkomstig uit China zijn dit afdoende en toereikende brondocumenten om de in deze brondocumenten gestelde persoonsgegevens in de brp te registreren, zo heeft verweerder ter zitting verklaard. Wat evenwel ontbreekt, is de link tussen de gestelde persoon ([naam]) en eiseres.

12.2.

Om deze link te ‘dichten’ heeft eiseres een rapport betreffende een verwantschapsonderzoek en een rapport van een gezichtsvergelijkend onderzoek overgelegd.

12.2.1.

Uit het verwantschapsonderzoek blijkt dat eiseres de dochter van [naam] is. [naam] heeft verklaard dat hij drie dochters heeft, waaronder [naam]. Dit is tussen partijen niet in geschil.

12.2.2.

Ten aanzien van het gezichtsvergelijkend onderzoek overweegt de rechtbank het volgende.

- Het onderzoek betreft een vergelijking van vijf foto’s.

- Foto’s 3, 4 en 5 zijn (relatief) recente foto’s en deze zijn gemaakt in Nederland. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat deze foto’s eiseres betreffen.

- Foto 1 is aangebracht op eerder genoemd Chinees paspoort, in 2007 afgegeven door de Chinese ambassade. Het is niet duidelijk of deze foto (eerder) is gemaakt in China dan wel dat deze foto in 2007 in Nederland is gemaakt. De bevindingen van het onderzoek geven redelijke steun aan de hypothese dat de persoon, afgebeeld op foto 1, dezelfde persoon is als de personen welke staan afgebeeld op foto’s 3, 4 en 5.

- Foto 2 betreft een foto op een Chinese identiteitskaart, vermoedelijk uit 1993. De foto die op deze identiteitskaart is aangebracht is gemaakt in China. Gelet op het tijdstip waarop deze foto is gemaakt en het feit dat deze foto is aangebracht op een Chinese identiteitskaart, gaat de rechtbank ervan uit dat foto 2 de persoon [naam] betreft. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de bevindingen van het onderzoek enige steun geven aan de hypothese dat de persoon, afgebeeld op foto 2, dezelfde persoon is als de personen welke zijn afgebeeld op foto’s 1, 3, 4 en 5.

De rechtbank concludeert dat uit het gezichtsvergelijkend onderzoek niet onomstotelijk blijkt dat eiseres [naam] is.

12.2.3.

De rechtbank concludeert dat eiseres met het verwantschapsonderzoek weliswaar heeft aangetoond dat zij een dochter is van [naam], maar zij heeft niet aangetoond dat zij [naam] is. Uit het gezichtsvergelijkend onderzoek blijkt immers dat er slechts sprake is van ‘enige steun’ dat een foto van [naam] eiseres betreft. Er is dan ook geen sprake van sluitend bewijs.

13. Samenvattend oordeelt de rechtbank dat met de door eiseres overgelegde stukken niet onaannemelijk is, maar niet onomstotelijk is komen vast te staan dat eiseres [naam] is. Hierdoor staat niet onomstotelijk vast dat eiseres niet [naam] is.

Er is daardoor niet voldaan aan de eis dat onomstotelijk moet vaststaan dat de met betrekking tot eiseres in het brp geregistreerde persoonsgegevens niet juist zijn. Verweerder heeft daarom terecht geweigerd de in de brp geregistreerde persoonsgegevens van eiseres te wijzigen.

14. Het beroep is ongegrond.

15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Oosterveld, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.E.M. Lever, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.