Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2886

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
01-08-2018
Datum publicatie
09-08-2018
Zaaknummer
C/08/215201 / HA ZA 18-120
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzegging duurovereenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/215201 / HA ZA 18-120

Vonnis van 1 augustus 2018

in de zaak van

de vennootschap onder firma

[eiseres] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,

advocaat mr. E. van den Dungen te Tilburg,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CYCLING SPORTS GROUP EUROPE B.V.,

gevestigd te Oldenzaal,

gedaagde,

advocaat mr. E. Nijhoff te Almelo.

Partijen zullen hierna [eiseres] en CSG genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 9 mei 2018,

  • -

    de voorafgaand aan de comparitie door [eiseres] ingediende productie 14,

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 25 juli 2018.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] exploiteert sinds 1993 een fietsenwinkel. [eiseres] houdt zich bezig met de

detailhandel in en reparatie van verschillende soorten fietsen. [eiseres] richt zich vooral, maar

niet uitsluitend, op de verkoop van e-bikes, mountainbikes en racefietsen. De heer [X] en mevrouw [Y] zijn de vennoten van [eiseres] .

2.2.

CSG exploiteert sinds 1990 een groothandel in fietsen en

aanverwante artikelen van het fietsenmerk Cannondale.

2.3.

[eiseres] was ruim 24 jaar Cannondale-dealer en kocht bij CSG in. CSG was de exclusieve importeur en distributeur van Cannondale-producten voor de Nederlandse markt.

2.4.

Mevrouw [Y] heeft op 28 maart 2017 aan CSG verschillende e-mailberichten gestuurd, waarin onder meer het volgende is vermeld:

Mailbericht 18:00 uur

(…)

Ook wij hebben namelijk ook jullie sorres mee opgelost, denk aan (…) Allemaal met goede zin opgelost, omdat we in jullie bleven geloven. Erg verdrietig dat dit niet wederzijds is. Er lomp en onfatsoenlijk van jullie zijde naar ons toe. Om zonder overleg de order te verschuiven.

(…)

Ik heb me ook netjes aan de afspraken gehouden. Wij zijn enorm Boos, verdrietig en teleurgesteld. Maar vooral heel Boos, Boos Boos en niet meer gemotiveerd. Ik praat tegen een muur bij jullie, jullie kunnen niet goed communiceren,

Mailbericht 18:43 uur

CANNONDALE DIRECTIE

WIJ ZIJN BOOS EN TELERUGESTELD, DAT JULLIE ZONDER OVERLEG DEZE FIETSEN, DOORPLAATSEN.

DIE ZIJN NOTA BENE VERKOCHT AAN KLANTEN.

DIE OP JULLIE PRODUCT WILLENRIJDEN.

DIT IS GEWOON DEALERTJE PESTEN. DOORPLAATSEN ZONDER OVERLEG.

Mailbericht 18:50 uur

Hierbij het bewijs van de planning die we met [A] door hebben genomen. Ik heb de hele tijd [B] gezegd, maar bedoelde natuurlijk [A] .

Ik ga jullie dus houden aan de leverplicht, net zo als jullie mij houden aan de betalings plicht, op tijd.

Je begrijpt dat ik erg verdrietig ben dat ik wordt beschuldigd van leugens,

Jullie verdraaien zelf wat er gezegd is.

Hierbij de 2 emails met bewijzen.

Ik verwacht dan ook dat de fietsen 31 maart bij ons op de stoep staan zoals met [A] besproken.

6x mavaro active 1 zwart dames 53.

2.5.

CSG heeft op 5 april 2017 in een brief de tussen partijen bestaande dealerovereenkomst opgezegd. In deze brief is onder andere het volgende vermeld:

Op 28 maart jongstleden ontvingen wij van u een groot aantal van 48 e-mails gericht aan ons Benelux service team met daarin klachten over de rol van CSG Europa als leverancier. (…)

Echter, het taalgebruik en de door u gehanteerde toon in diverse e-mails en in verschillende telefoongesprekken van vorige week achten wij zeer ongepast. De door u geuite beledigingen en verwensingen zijn naar onze maatstaven volstrekt onacceptabel. Dit zo zijnde heeft de heer [C] , sales manager Benelux, op vrijdag 31 maart 2017 wederom telefonisch contact met u gezocht. Tijdens dit telefoongesprek liepen de emoties bij mevrouw [Y] opnieuw hoog op met als dieptepunt een concrete bedreiging gericht aan de heer [C] .

Op basis van het bovenstaande komen wij tot de conclusie dat er thans sprake is van een ernstig verstoorde relatie tussen [eiseres] en CSG Europa. De beledigingen en verwensingen waren reeds reden om continuering van de relatie te heroverwegen. Echter, vanwege de concrete bedreiging van een van de medewerkers van CSG Europa kan naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van CSG Benelux niet verwacht worden dat zij de handelsrelatie met u voortzet. Dit zo zijnde heeft CSG Europa besloten om op grond van artikel 11.1 van de algemene voorwaarden het dealerschap te beëindigen met ingang van 1 juli 2017.

2.6.

Naar aanleiding van deze brief heeft op 13 april 2017 tussen de heer [eiseres] en de heren [C] en [D] van CSG een gesprek plaatsgevonden.

2.7.

Op 13 oktober 2017 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de vordering van [eiseres] tot - kort samengevat - nakoming door CSG van de dealerovereenkomst, afgewezen.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - uitvoerbaar bij voorraad:

- een verklaring voor recht dat CSG de duurovereenkomst met [eiseres] niet rechtsgeldig c.q. ten onrechte heeft beëindigd c.q. opgezegd, waarvoor CSG aansprakelijk is, en

- CSG te veroordelen tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

- veroordeling van CSG in de proceskosten, vermeerderd met rente indien deze niet

binnen 14 dagen zijn betaald.

3.2.

[eiseres] stelt hiertoe dat CSG de dealerovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd. CSG heeft geen opzeggingsbevoegdheid op grond van haar Algemene Voorwaarden, omdat:

  1. partijen geen Algemene Voorwaarden zijn overeengekomen;

  2. de Algemene Voorwaarden niet voorafgaand of bij het sluiten van de overeenkomst aan [eiseres] ter hand zijn gesteld en [eiseres] zich beroept op vernietiging van de Algemene Voorwaarden op grond van artikel 6:233 sub a BW en 6:234 lid 1 BW;

  3. geen van de zich in de Algemene Voorwaarden vermelde limitatieve opzeggingsgronden zich hier voordoet.

3.3.

Voor zover de in de Algemene Voorwaarden vermelde opzegregeling wel van toepassing zou zijn, dan dient deze buiten toepassing gelaten te worden omdat toepassing hiervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

3.4.

Op grond van de vereisten van redelijkheid en billijkheid was opzegging van de duurovereenkomst slechts mogelijk als sprake is van een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging. Daarvan is geen sprake, zodat de dealerovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd en CSG aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade.

3.5.

[eiseres] betwist de door CSG gestelde verbale bedreiging van een medewerker van CSG door mevrouw [Y] . Voorts stelt [eiseres] dat de indruk is gewekt dat CSG er op uit was om betalingsachterstanden te laten ontstaan, dat zij van [eiseres] af wilde en dat er sprake is van een vooropgesteld plan. Door het ongevraagd “te vroeg” leveren van fietsen en het niet leveren van fietsen die al aan klanten waren verkocht, zijn de betalingsachterstanden ontstaan.

3.6.

CSG voert verweer.

3.7.

Volgens CSG zijn partijen algemene voorwaarden overeengekomen. De overeenkomst is rechtsgeldig opgezegd op grond van artikel 11 van de Algemene Voorwaarden. De (beweerdelijke) bedreiging van een medewerker van CSG door mevrouw [Y] is een schending van hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. Van CSG kon naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet verwacht worden dat zij de handelsrelatie zou voortzetten. Voorts stelt zij dat [eiseres] niet afhankelijk is van CSG.

3.8.

CSG betwist dat [eiseres] schade heeft geleden door de opzegging van de duurovereenkomst.

3.9.

[eiseres] had een betalingsachterstand en op grond van artikel 5.3. van de Algemene Voorwaarden is CSG dan gerechtigd de leveringen op te schorten en/of te annuleren en de producten die onderwerp zijn van een order van de dealer te verkopen en/of anderszins te vervreemden.

3.10.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat zij een dealerovereenkomst hebben gesloten en

dat er sprake is van een bestendige handelsrelatie. Tevens is gesteld noch gebleken dat de dealerovereenkomst een overeenkomst voor bepaalde tijd was, zodat de rechtbank van oordeel is dat deze overeenkomst een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd was.

4.2.

Vast staat dat CSG deze dealerovereenkomst bij brief van 5 april 2017 (zie 2.5.) heeft opgezegd. Beoordeeld dient te worden of deze opzegging rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.

4.3.

In dit kader wordt vooropgesteld dat de vraag: of en, zo ja, onder welke voorwaarden een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen.

Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. Op grond van art. 6:248 lid 1 BW kunnen de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. Die eisen kunnen voorts in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

Ook als de wet of een duurovereenkomst wel voorziet in een regeling van de opzegging, kunnen, indien de wet en hetgeen tussen partijen is overeengekomen daarvoor ruimte laten, de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval op grond van art. 6:248 lid 1 BW meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld worden.

Een beroep op een uit de wet of een overeenkomst voortvloeiende bevoegdheid om de overeenkomst op te zeggen kan op grond van art. 6:248 lid 2 BW onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

Het hiervoor overwogene neemt niet weg dat het mogelijk is dat een voor onbepaalde tijd gesloten duurovereenkomst naar de bedoeling van partijen niet-opzegbaar is. De wederpartij van degene die zich op de niet-opzegbaarheid beroept, kan daartegen onder omstandigheden een beroep doen op, kort gezegd, de artikelen 6:248 lid 2 BW en 6:258 BW.

(zie HR 2 februari 2018, ECLI:N::HR:2018:141)

Algemene Voorwaarden

4.4.

CSG doet een beroep op Algemene Voorwaarden zoals opgenomen in productie 1 bij CvA (hierna: de Algemene Voorwaarden), waarvan [eiseres] de toepasselijkheid betwist.

4.5.

Nu door CSG onweersproken is gesteld dat de Algemene Voorwaarden in 2011 zijn ondertekend door [eiseres] en dat zij zijn voorzien van de bedrijfsstempel van [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat de toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden op de rechtsverhouding tussen partijen door [eiseres] in elk geval op enig moment gedurende de looptijd van de dealerovereenkomst is aanvaard, althans dat zij het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt met de toepasselijkheid hiervan in te stemmen. Gelet op de ondertekening van de Algemene Voorwaarden door [eiseres] slaagt bovendien het door haar gedane beroep op de vernietigbaarheid van de Algemene Voorwaarden niet.

4.6.

In de Algemene Voorwaarden is in artikel 5.3. onder andere bepaald dat:

Indien de Dealer een factuur van de Leverancier niet volledig op de overeengekomen betaaldatum betaalt, of de maximale uitstaande kredietfaciliteit overschrijdt die in de Aanvraag voor Erkend Dealerschap wordt vermeld of die anderszins schriftelijk met de Leverancier is overeengekomen, kan de Leverancier, zonder afbreuk aan alle andere rechten of rechtsmiddelen die de Leverancier ter beschikking staan:

(…)

5.3.2.

heeft de Leverancier het recht (…):

5.3.2.1. verdere leveringen aan de Dealer op grond van orders te annuleren of op te schorten;

5.3.2.2. de Producten die het onderwerp zijn van een order van de Dealer te verkopen of anderszins te vervreemden, ongeacht of deze daarvoor bestemd waren, en de opbrengst van de verkoop toe te passen op de achterstallige betaling of te gebruiken om de overschrijding van de maximale kredietfaciliteit terug te brengen.

4.7.

Niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist is dat [eiseres] eind 2016 en begin 2017 betalingsachterstanden had bij CSG, zodat dit als vaststaand wordt aangenomen. Op basis hiervan was CSG in die periode gerechtigd om de door [eiseres] bij CSG bestelde fietsen ex artikel 5.3.2.1. van de Algemene Voorwaarden niet aan [eiseres] te leveren en aan een derde te leveren.

4.8.

Voorts is niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat [eiseres] zelf het als productie 2 bij CvA ingediende bestelformulier voor de witte Mavaro fietsen heeft ingevuld en ingediend. Bij het invulveld “Reg. Deliv.date” is als afleverdatum 14 november 2016 ingevuld. Gelet hierop kan de rechtbank het standpunt van [eiseres] dat CSG haar zonder overleg en ongevraagd heeft “volgestopt” met fietsen niet volgen. Weliswaar heeft de heer [eiseres] ter zitting opgemerkt dat het een nieuw systeem was, maar dit is onvoldoende om te oordelen dat de witte Mavaro fietsen door CSG ongevraagd zijn afgeleverd en/of dat deze voor een latere leveringsdatum waren besteld. Dat hiervan sprake is geweest bij andere fietsen heeft [eiseres] evenmin voldoende onderbouwd, zodat dit standpunt wordt gepasseerd.

4.9.

Gelet op hetgeen hiervoor onder r.o. 4.7. en 4.8. is overwogen en in aanmerking nemende dat CSG tijdens de betalingsachterstand wel andere door klanten van [eiseres] bestelde fietsen leverde1, terwijl voorts onvoldoende gemotiveerd is betwist dat de “zwarte fietsen” vanwege de betalingsachterstand aan andere leveranciers zijn geleverd en daarna niet meer voorradig waren, verwerpt de rechtbank het standpunt van [eiseres] dat sprake is geweest van “ondernemertje pesten”, “een vooropgesteld plan van CSG” en/of “het erop uit zijn om een betalingsachterstand bij [eiseres] te creëren”. Hiervoor heeft [eiseres] onvoldoende feiten en omstandigheden aangedragen. De niet nader onderbouwde stelling dat “het tegenwoordig een trend is om kleine dealers te weigeren in het klantenbestand”, maakt dit oordeel niet anders.

De opzegging

4.10.

De rechtbank begrijpt dat [eiseres] stelt dat, nu de beëindiging niet is

gebaseerd op de in artikel 11.2 van de Algemene Voorwaarden genoemde limitatieve

gronden en er geen sprake is van een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging, de dealerovereenkomst niet rechtsgeldig is beëindigd.

4.11.

CSG weerspreekt dat er sprake is van limitatieve beëindigingsgronden en stelt dat zij de dealerovereenkomst rechtsgeldig heeft beëindigd.

4.12.

Artikel 11 van de Algemene Voorwaarden bepaalt dat:

11.1

De Leverancier heeft het recht om het dealerschap van de

Dealer te beëindigen en de levering van Producten aan de

Dealer te staken door middel van voorafgaande schriftelijke

kennisgeving aan de Dealer, met inachtneming van een

termijn van 30 dagen, en het dealerschap eindigt

automatisch bij afloop van deze kennisgevingstermijn.

11.2

De Leverancier heeft het recht om het dealerschap van de

Dealer te beëindigen en de levering van Producten aan de

Dealer te staken indien:

11.2.1

zich op enig tijdstip een wezenlijke verandering in het bestuur of de

aandeelhouderschap van of de zeggenschap over de Dealer voordoet;

11.2.2

de Dealer de prijs voor Producten niet binnen 30 dagen na de oudste factuurdatum betaalt;

11.2.3

de Dealer op enig tijdstip de geldigheid van de rechten van het Intellectuele Eigendom van de Leverancier aanvecht;

11.2.4

de Dealer in strijd met artikel 4.1 of 4.2 handelt,

11.2.5

de Dealer in strijd met een van de andere bepalingen van deze algemene voorwaarden handelt en indien de betreffende schending hersteld kan worden, de schending niet herstelt binnen 30 dagen na ontvangst van een schriftelijke kennisgeving, met volledige beschrijving van de schending en de eis de schending te herstellen,

11.2.6

de eigendom of activa van de Dealer bezwaard worden of daarover een curator wordt aangesteld;

11.2.7

de Dealer een vrijwillige regeling met zijn schuldeisers treft of aan een bewindregeling wordt onderworpen;

11.2.8

de Dealer niet in staat is zijn financiële verplichtingen na te komen op het tijdstip waarop zij verschuldigd worden;

11.2.9

zich met betrekking tot de Dealer een feit voordoet op grond van het recht van een ander rechtsgebied, dat analoog is aan de voorafgaande punten van dit artikel; of

11.2.10

de Dealer zijn bedrijfsuitoefening staakt of dreigt te staken.

11.4.

De rechten om het dealerschap van de Dealer te beëindigen die door dit artikel worden gegeven, doen geen afbreuk aan alle (eventuele) andere rechten of rechtsmiddelen die de partijen ter zake van de betreffende schending of een

andere schending ter beschikking staan.

4.13.

Nu in artikel 11.4. expliciet is vermeld dat de rechten tot beëindiging die artikel 11 aan CSG geeft geen afbreuk doen aan alle andere rechten en rechtsmiddelen van partijen, terwijl uit de in artikel 11.2. of elders in de Algemene Voorwaarden gehanteerde bewoordingen voorts niet expliciet volgt dat CSG uitsluitend in de onder 11.2. genoemde situaties de dealerovereenkomst mag beëindigen, is de rechtbank van oordeel dat de in artikel 11.2. vermelde beëindigingsgronden niet limitatief zijn. Dit betekent dat de dealerovereenkomst in beginsel ook opzegbaar is op grond van andere omstandigheden dan vermeld in artikel 11.2.

4.14.

Dit kan anders zijn indien de eisen van redelijkheid en billijkheid in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval op grond van artikel 6:248 lid 1 BW meebrengen dat aan de opzegging nadere eisen gesteld moeten worden. Meer specifiek stelt [eiseres] zich op het standpunt dat opzegging in casu slechts (rechtsgeldig) mogelijk was indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestond.

4.15.

De stelplicht en bewijslast van feiten en omstandigheden die meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat, ligt bij [eiseres] .

4.16.

[eiseres] stelt - kort samengevat - dat:

- zij al ruim 24 jaar Cannondale-dealer was,

- het merk Cannondale exclusief door CSG wordt geleverd en niet bij een andere leverancier afgenomen kan worden,

- CSG voordeel heeft genoten door de uitbreiding van het klantenbestand door [eiseres] ,

- de klanten van [eiseres] voor het merk Cannondale naar haar zaak komen,

- voor reparaties en het verrichten van onderhoud aan Cannondale-fietsen toegang nodig is tot de systemen van CSG,

- er is opgezegd midden in het wielerseizoen.

4.17.

Nu [eiseres] slechts één van de dealers van Cannondale-fietsen in Nederland was en zij niet nader heeft geconcretiseerd en onderbouwd wat de omvang is van de vermeende door haar gerealiseerde uitbreiding van het klantenbestand, is deze (beweerdelijke) uitbreiding van het klantenbestand - naar het oordeel van de rechtbank - geen grond om te oordelen dat opzegging slechts mogelijk was bij een voldoende zwaarwegende grond.

4.18.

Indien sprake zou zijn van een zodanige afhankelijkheid van [eiseres] van het Cannondale-dealerschap dat het voortbestaan van [eiseres] in het geding komt, dan zou dit mogelijk wel kunnen worden aangemerkt als een omstandigheid die - mede gelet op de lange duur van de dealerovereenkomst en de exclusiviteit van de levering van het merk Cannondale - meebrengt dat opzegging slechts mogelijk is, indien daarvoor een voldoende zwaarwegende grond bestaat. CSG heeft echter betwist dat hiervan sprake is.

4.19.

In dit kader is niet, althans onvoldoende gemotiveerd, betwist dat [eiseres] naast het merk Cannondale nog 12 andere vergelijkbare en concurrerende merken verkoopt, zodat dit als vaststaand wordt aangenomen. Voorts is onvoldoende weersproken dat het “Cannondale-aandeel” een gering percentage van de omzet van [eiseres] is. [eiseres] heeft nagelaten te concretiseren welk deel van zijn omzet werd gerealiseerd met het merk Cannondale. [eiseres] heeft hiertoe ook geen jaarstukken of andere financiële gegevens in het geding gebracht, waaruit de financiële gevolgen zouden kunnen blijken. Het standpunt dat klanten van [eiseres] voor het merk Cannondale naar haar zaak komen, heeft [eiseres] evenmin met voldoende feiten en omstandigheden onderbouwd.

4.20.

Daarnaast heeft [eiseres] onvoldoende gemotiveerd betwist dat “garantiegevallen” door CSG op dezelfde wijze worden afgehandeld als in het verleden, zodat de bestaande klanten van [eiseres] geen hinder ondervinden van het beëindigen van de dealerovereenkomst. Het standpunt dat voor reparaties en het verrichten van onderhoud aan Cannondale-fietsen toegang nodig is tot de systemen van CSG heeft [eiseres] evenmin voldoende onderbouwd. Hierbij wordt tevens van belang geacht dat CSG dit standpunt expliciet heeft betwist en onbetwist gebleven is dat CSG ook na de beëindiging van de dealerovereenkomst

Cannondale-onderdelen aan [eiseres] heeft geleverd. Het had vervolgens op de weg van [eiseres] gelegen om haar standpunt dat voor reparaties toegang tot het systeem van CSG nodig was te concretiseren naar concreet voorgevallen situaties, hetgeen zij heeft nagelaten. Nu [eiseres] kennelijk nog wel Cannondale-onderdelen kan bestellen bij CSG, begrijpt de rechtbank - zonder nadere toelichting, die ontbreekt - de relevantie niet van de betwiste stelling dat er geen andere onderdelen van andere fietsmerken op Cannondale-fietsen gemonteerd kunnen worden, zodat dit standpunt wordt gepasseerd.

4.21.

Gelet op het voorgaande heeft [eiseres] onvoldoende onderbouwd dat de beëindiging van de dealerovereenkomst ernstige gevolgen heeft gehad voor haar bedrijfsvoering. Dit in aanmerking nemende, is de rechtbank van oordeel dat - ondanks de langdurige dealer-relatie en de exclusieve levering van het merk Cannondale - in casu een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging niet was vereist, zodat CSG gerechtigd was de dealerovereenkomst op te zeggen. Deze opzegging is in het licht van de verstoorde relatie tussen partijen - waarvan uit de zich in het dossier bevindende correspondentie genoegzaam blijkt - te billijken. Gelet hierop kan de beoordeling van de vraag wat mevrouw [Y] precies heeft gezegd tegen de heer [C] in het telefoongesprek van 31 maart 2017 en in hoeverre dit opgevat dient te worden als een bedreiging, achterwege blijven.

4.22.

Op basis van hetgeen hiervoor onder r.o. 4.17. t/m 4.21. is overwogen, is de rechtbank tevens van oordeel dat er onvoldoende grond is om te oordelen dat de opzegging gepaard had moeten gaan met een langere opzegtermijn of betaling van een schadevergoeding. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat CSG niet de in

artikel 11.1 van Algemene Voorwaarden vermelde opzegtermijn van 30 dagen heeft gehanteerd,

maar een termijn van bijna drie maanden, zodat niet kan worden gezegd dat er een

onredelijke opzegtermijn in acht is genomen. Onder verwijzing naar hetgeen is overwogen onder r.o. 4.19., maakt de omstandigheid dat 1 juli 2017 midden in het wielerseizoen valt dit oordeel niet anders.

4.23.

Het beroep op artikel 6:248 lid 2 BW wordt eveneens gepasseerd. De rechtbank acht de onderhavige beëindiging van de dealerovereenkomst - gelet op hetgeen hiervoor is overwogen - gegeven de omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar en ziet evenmin aanleiding om de opzegregeling van de Algemene Voorwaarden buiten toepassing te laten.

4.24.

Samenvattend is de rechtbank van oordeel dat de onderhavige opzegging van de dealerovereenkomst rechtsgeldig heeft plaatsgevonden, zodat de vorderingen van [eiseres] , die gebaseerd zijn op het tegendeel, hierna zullen worden afgewezen.

4.25.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van CSG worden begroot op 2 punten × tarief II € 543,00 = € 1.086,00 aan salaris advocaat en € 626,00 griffierecht.

4.26.

De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van CSG tot op heden begroot op € 1.712,00,

5.3.

veroordeelt [eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.N. Kok en in het openbaar uitgesproken op

1 augustus 2018.

1 Zie proces-verbaal van comparitie