Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2688

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
26-07-2018
Zaaknummer
08/770034-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 32-jarige orthodontist is veroordeeld voor ontucht en een poging tot aanranding van vier jonge vrouwen in zijn praktijk in Deventer en Halle (Gelderland). De rechtbank legt hem een voorwaardelijke celstraf op van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar en een taakstraf van 240 uur. Ook moet hij schadevergoedingen betalen van in totaal zo’n 650 euro.

De rechtbank neemt het de orthodontist kwalijk dat hij inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn patiënten. Daarnaast tilt de rechtbank zwaar aan het feit dat het veelal jonge meisjes betreft en dat tussen de man en zijn patiënten – waarvan de leeftijd varieerde tussen de 13 en 21 jaar – een groot leeftijdsverschil bestond, omdat dit in het algemeen tot een zeker overwicht kan leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2018-0367
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08/770034-17 (P)

Datum vonnis: 26 juli 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 26 september 2017 en 12 juli 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. M. Zwartjes en van wat door de door verdachte gemachtigde raadsvrouw

mr. M.G. Pekkeriet, advocaat in Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 26 september 2017, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte terwijl hij werkzaam was als orthodontist, ontucht heeft gepleegd met zijn patiënten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en heeft geprobeerd om zijn patiënt [slachtoffer 4] aan te randen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 08 november 2016 in de gemeente Deventer,

terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg

(namelijk als orthodontist),

ontucht heeft gepleegd

met [slachtoffer 1] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp

en/of zorg had toevertrouwd,

door:

- het (van achteren) vastpakken en/of (vervolgens) knuffelen van die [slachtoffer 1]

en/of

- het slaan op en/of knijpen in en/of vastpakken bij en/of wrijven over een/de

bil(len) van die [slachtoffer 1] en/of

- het bij een/de arm(en) vastpakken van die [slachtoffer 1] en/of (vervolgens) bij

hem, verdachte, op schoot plaats laten nemen en/of trekken en/of (vervolgens)

voelen aan en/of aanraken en/of betasten van een/de bil(len) van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op of omstreeks 21 december 2016 in de gemeente Deventer,

terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg

(namelijk als orthodontist),

ontucht heeft gepleegd

met [slachtoffer 2] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp en/of zorg had toevertrouwd,

door:

- het (van achteren met beide armen en/of handen om haar middel) vastpakken en/of het naar zich toetrekken en/of het kussen (op de (linker)wang) van die

[slachtoffer 2] en/of

- het (met een/de hand(en)) aanraken en/of betasten van een/de bil(len) en/of

buik van die [slachtoffer 2] ;

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van

15 oktober 2016 tot 23 december 2016 te Halle, in de gemeente Bronckhorst,

terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg en/of maatschappelijke zorg

(namelijk als orthodontist),

(telkens) ontucht heeft gepleegd

met [slachtoffer 3] , die zich als patiënt en/of cliënt aan verdachtes hulp

en/of zorg had toevertrouwd, door het meermalen, althans

éénmaal:

- om/bij het middel, althans het lichaam, vastpakken van die [slachtoffer 3]

en/of (vervolgens) zeggen: 'fijn dat jij er bent', althans woorden van gelijke

aard of strekking en/of

- leggen van een hand op en/of vastpakken van een/de bil(len) van die [slachtoffer 3]

en/of (vervolgens) (be)geleiden van die [slachtoffer 3] naar een tafel en/of

- (met een/de hand(en)/vinger(s)) geven van tikjes op de wangen en/of in het

gezicht van die [slachtoffer 3] , althans de wangen en/of het gezicht van die [slachtoffer 3]

aanraken en/of betasten en/of (vervolgens) zeggen tegen die [slachtoffer 3]

: 'Wat heb je een mooi gezicht', althans woorden van gelijke aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 21 maart 2017 in de gemeente Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid, te weten (buiten aanwezigheid van de moeder van [slachtoffer 4] )

- het onverhoeds om/bij de schouders vastpakken en/of

- het onverhoeds proberen te leggen van (een) arm(en) om het lichaam en/of

- het onverhoeds maken van een tikkende beweging richting de billen/rug en/of

- het zeggen tegen [slachtoffer 4] ‘’geef mij een kus’’, althans woorden van gelijke aard of strekking,

[slachtoffer 4] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handelingen (te weten, het aanraken en/of betasten van de bil(len) en/of het omhelst/geknuffeld worden en/of het moeten kussen van verdachte).

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich, zoals verwoord in haar requisitoir, op het standpunt dat de vier ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Zij voert daartoe aan dat is voldaan aan het wettelijk bewijsminimum en dat daarnaast een schakelbewijsconstructie kan worden gebruikt.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw bepleit primair, conform haar pleitnota, dat haar cliënt integraal wordt vrijgesproken, gelet op de inhoud van de getuigenverklaring van [broer verdachte] . De raadsvrouw voert subsidiair aan dat de verklaringen van aangeefsters en getuigen elkaar niet versterken en dat daarom niet wordt voldaan aan het wettelijk bewijsminimum. Nu geen van de ten laste gelegde feiten kan worden bewezen, kan evenmin gebruik worden gemaakt van een schakelbewijsconstructie.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat vaststaat dat verdachte werkzaam was als orthodontist in Deventer en Halle, maar dat verdachte ontkent dat de ten laste gelegde handelingen hebben plaatsgevonden. Bij de rechter-commissaris heeft een broer van verdachte, [broer verdachte] , een getuigenverklaring afgelegd, waarvan de strekking is dat hij voortdurend als ortho-assistent in de praktijk aanwezig was en dat de onzedelijke handelingen niet hebben plaatsgevonden. Volgens de getuige maakte bovendien niet verdachte, maar hij röntgenfoto’s van patiënten. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig en zal deze dan ook terzijde schuiven. Geen enkele getuige (de aanwezige tandartsassistente, noch stagiairs, noch patiënten) maakt melding van de aanwezigheid van deze broer als assistent van de orthodontist/verdachte. Integendeel. Meerdere getuigen hebben bij de politie verklaard dat verdachte alles alleen deed, dan wel dat zij alleen de orthodontist in de praktijk hebben gezien. Dat zij verdachte verward zouden kunnen hebben met zijn jongste broer omdat beide een bril dragen is niet aannemelijk, omdat verdachte volgens de getuigen niet brildragend is en ook op de foto van verdachte in het dossier verdachte geen bril draagt. Daarnaast heeft verdachte bij de politie zelf in geen van de verhoren melding gemaakt van zijn jongste broer, die in de praktijk zou werken als zijn assistent.

De rechtbank overweegt dat vier patiënten afzonderlijk van elkaar hebben verklaard dat de behandelend orthodontist, zijnde verdachte, tegenover hen seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond. Deze verklaringen worden telkens ondersteund door getuigenverklaringen. Ten aanzien van feit 1 bevestigt de moeder van [slachtoffer 1] , getuige [getuige 1] , in haar verklaring dat [slachtoffer 1] op enig moment met verdachte de behandelkamer verlaat en naar een andere kamer gaat om foto’s te maken. Getuige [getuige 1] merkt vervolgens dat [slachtoffer 1] zich daarna raar en boos gedraagt. Zodra zij samen de praktijk verlaten, vertelt [slachtoffer 1] haar geëmotioneerd wat haar zojuist is overkomen. Ten aanzien van feit 2 verklaart de docent van [slachtoffer 2] , getuige [getuige 2] , dat [slachtoffer 2] na haar afspraak bij de orthodontist verbaasd en een beetje verbouwereerd de klas binnen kwam en haar daarna heeft verteld wat zich tijdens de behandeling bij de orthodontist heeft voorgedaan. Ten aanzien van feit 3 verklaart een vriendin van [slachtoffer 3] , getuige [getuige 3] , dat zij bij dezelfde orthodontist zit en dat hij bij haar soortgelijke opmerkingen over haar uiterlijk maakte. Getuige [getuige 3] verklaart dat [slachtoffer 3] vrij kort na het gebeurde heeft verteld dat verdachte aan haar kont heeft gezeten en dat dit eenmaal gebeurd zou zijn. Volgens getuige [getuige 3] zou [slachtoffer 3] verbaasd en verbouwereerd reageren en zou zij niet goed weten wat zij ermee moest. Ten aanzien van feit 4 verklaren zowel [slachtoffer 4] als haar moeder, getuige [getuige 4] , dat [slachtoffer 4] tijdens haar behandeling bij de orthodontist hard ‘nee’ heeft geroepen, dat haar moeder vervolgens de röntgenkamer is binnengegaan en dat [slachtoffer 4] daarna heeft verteld dat de orthodontist een kus aan haar vroeg. Daar komt bij dat de afzonderlijke zaken de nodige overeenkomsten vertonen voor wat betreft de aard van het delict en de modus operandi. De vier patiënten hebben gedetailleerde verklaringen afgelegd die op verschillende essentiële onderdelen met elkaar overeenkomen. De rechtbank stelt in dit kader vast dat verdachte telkens alleen met de patiënt in een ruimte was. Een andere kenmerkende overeenkomst is dat verdachte van alle vier de patiënten de billen heeft betast. Bij [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] vond het aanraken door verdachte plaats onderweg naar of in de röntgenkamer. Bij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] was bovendien van tevoren niet bekend dat er tijdens de behandeling foto’s zouden worden gemaakt. Bij de zaak van [slachtoffer 3] weegt de rechtbank nog mee dat getuige [getuige 5] verklaart dat verdachte haar vaak beetpakte als hij haar ergens naartoe begeleidde en dat getuige [getuige 6] verklaart dat verdachte haar langs haar wangen heeft gestreken. Gelet op alle aspecten van de strafzaak is de rechtbank van oordeel dat de aangiftes en getuigenverklaringen elkaar in voldoende mate ondersteunen. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden gesproken van één bron, omdat de evidente samenhang tussen alle bronnen daarmee ten onrechte zou worden miskend. De verklaringen winnen daarnaast aan overtuigingskracht omdat de patiënten kort na het gebeurde, vaak geëmotioneerd, hun verhaal over wat er tijdens de behandeling bij de orthodontist heeft plaatsgevonden aan een ander hebben verteld. De rechtbank heeft, anders dan wat door of namens verdachte wordt gesuggereerd, in het dossier geen aanknopingspunten gevonden waaruit kan worden afgeleid of geconcludeerd dat een niet betaalde rekening een rol heeft gespeeld voor het doen van aangifte.

Het hiervoor overwogene betekent dat het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs bevat dat verdachte seksueel grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond jegens de vier patiënten. Nu er geen medische noodzaak was voor de bewezenverklaarde aanrakingen, is de rechtbank van oordeel dat in de gegeven omstandigheden van het geval deze aanrakingen in strijd zijn met de sociaal-maatschappelijke norm en dus ontuchtig zijn.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 8 november 2016 in de gemeente Deventer, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg (namelijk als orthodontist), ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1] , die zich als patiënt aan verdachtes zorg had toevertrouwd, door:

- het van achteren vastpakken en vervolgens knuffelen van die [slachtoffer 1] ;

- het slaan op, knijpen in, vastpakken bij en wrijven over de billen van die [slachtoffer 1] ;

- het bij een arm vastpakken van die [slachtoffer 1] en vervolgens bij hem, verdachte, op schoot plaats laten nemen en vervolgens voelen aan, aanraken en betasten van de bil van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op 21 december 2016 in de gemeente Deventer, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg (namelijk als orthodontist), ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , die zich als patiënt aan verdachtes zorg had toevertrouwd, door:

- het van achteren met beide armen om haar middel vastpakken en het naar zich toetrekken en het kussen op de linkerwang van die [slachtoffer 2] ;

- het met de hand aanraken en betasten van de bil en buik van die [slachtoffer 2] .

3.

hij in de periode van 15 oktober 2016 tot 23 december 2016 te Halle, in de gemeente Bronckhorst, terwijl hij werkzaam was in de gezondheidszorg (namelijk als orthodontist),

(telkens) ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 3] , die zich als patiënt aan verdachtes

zorg had toevertrouwd, door het:

- bij het middel vastpakken van die [slachtoffer 3] en zeggen: 'fijn dat jij er bent';

- leggen van een hand op en vastpakken van de bil van die [slachtoffer 3] en vervolgens begeleiden van die [slachtoffer 3] naar een tafel;

- met de handen geven van tikjes op de wangen en in het gezicht van die [slachtoffer 3] en zeggen tegen die [slachtoffer 3] : 'Wat heb je een mooi gezicht'.

4.

hij op 21 maart 2017 in de gemeente Deventer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door een andere feitelijkheid, te weten (buiten aanwezigheid van de moeder van [slachtoffer 4] ):

- het onverhoeds bij de schouders vastpakken;

- het onverhoeds proberen te leggen van een arm om het lichaam;

- het onverhoeds maken van een tikkende beweging richting de billen/rug;

- het zeggen tegen [slachtoffer 4] ‘’geef mij een kus’’,

[slachtoffer 4] te dwingen tot het plegen en dulden van een of meer ontuchtige handelingen, te weten het aanraken en betasten van de bil(len) en het omhelst/geknuffeld worden en het moeten kussen van verdachte.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45 juncto 246 en 249 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1 en 2

telkens het misdrijf:

als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd;

feit 3

het misdrijf:

als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd;

feit 4

het misdrijf:

een poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Vanwege haar pleidooi voor vrijspraak heeft de raadsvrouw zich niet uitgelaten over de strafmaat.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft in het kader van zijn werkzaamheden als orthodontist bij een drietal patiënten ontuchtige handelingen gepleegd en bij één patiënt geprobeerd haar aan te randen. Alle vier patiënten waren in het kader van een orthodontische behandeling aan zijn zorg toevertrouwd. Verdachte heeft door zijn handelen de afhankelijkheid van de patiënten ten opzichte van hem en zijn vertrouwenspositie, welke aspecten op basis van de bijzondere relatie tussen een behandelaar en een patiënt in zijn vakgebied altijd aanwezig zullen zijn, op een ernstige manier misbruikt. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn patiënten. Daarnaast tilt de rechtbank zwaar aan het feit dat het veelal jonge meisjes betreft en dat tussen verdachte en zijn patiënten – waarvan de leeftijd varieerde tussen de 13 en 21 jaar – een groot leeftijdsverschil bestond, omdat dit in het algemeen tot een zeker overwicht kan leiden. Uit de slachtofferverklaringen van [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] blijkt dat de strafbare feiten impact hebben gehad. Eén van de patiënten benoemt dat zij angstig en bang is geweest, dat zij nog steeds moeite heeft met slapen en dat zij medisch alleen nog maar behandeld wil worden door vrouwen. Tot slot vindt de rechtbank het bezwaarlijk dat verdachte op geen enkele wijze verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn gedrag.

De rechtbank heeft anderzijds ook gelet op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 6 juni 2018. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met justitie. Tevens heeft de rechtbank in strafmatigende zin rekening gehouden met de beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg van 15 februari 2018 (nummer c2017.396, vindplaats ECLI:NL:TGZCTG:2018:47). In deze beslissing heeft het Centraal Tuchtcollege de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register gehandhaafd, waardoor verdachte zijn beroep als orthodontist niet meer kan uitoefenen. Tot slot neemt de rechtbank in aanmerking dat inmiddels geruime tijd is verstreken sinds de bewezenverklaarde feiten.

Alles afwegende acht de rechtbank de oplegging van een gevangenisstraf, zoals door de officier van justitie gevorderd, niet opportuun. Gelet op voornoemde omstandigheden acht de rechtbank een taakstraf passend en geboden. Deze zal, gezien de ernst van de feiten, voor de (maximale) duur van 240 uren worden opgelegd. Daarnaast acht de rechtbank het noodzakelijk dat aan verdachte een forse voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden wordt opgelegd, nu de raadsvrouw ter terechtzitting kenbaar heeft gemaakt dat verdachte op zoek is naar nieuw werk en de rechtbank niet kan uitsluiten dat verdachte in de toekomst wederom werkzaam zal zijn in een – gelet op de bewezenverklaarde feiten – risicovolle omgeving. Een voorwaardelijk strafdeel moet verdachte ervan weerhouden dat hij opnieuw (dergelijke) strafbare feiten zal plegen.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

Feit 1:

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 614,55 (zegge: zeshonderdveertien euro en vijfenvijftig cent), te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente. De gevorderde materiële schade bedraagt € 14,55 en bestaat uit de schadepost ‘apotheek temazepam’. Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 600,- gevorderd.

Feit 4:

[slachtoffer 4] heeft zich (door middel van een door haar wettelijk vertegenwoordiger

[getuige 4] ingevuld voegingsformulier) als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 710,76 (zegge: zevenhonderdtien euro en zesenzeventig cent), te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente. De gevorderde materiële schade bedraagt € 110,76 en bestaat samengevat uit de schadeposten ‘gemaakte reiskosten’

(€ 44,20) en ‘mogelijk nog te maken reiskosten in verband met het hoger beroep’ (€ 66,56). Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 600,- gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de vordering van [slachtoffer 1] integraal wordt toegewezen en dat de vordering van [slachtoffer 4] wordt toegewezen, met uitzondering van de nog te maken reiskosten. De officier van justitie vordert dat beide vorderingen worden vermeerderd met de verschuldigde wettelijke rente.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw bepleit primair, gelet op haar pleidooi voor vrijspraak, de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren in hun vorderingen. De raadsvrouw betwist subsidiair (ten aanzien van beide vorderingen) de opgevoerde materiële en immateriële schadeposten.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1:

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] . Ten aanzien van de gevorderde materiële schade overweegt de rechtbank dat uit bijlage 1a en 1b van het schadevergoedingsformulier voldoende blijkt dat de medicijnen tegen slapeloosheid zijn aangeschaft als gevolg van het strafbare feit. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat feiten als de bewezenverklaarde vaak psychisch klachten veroorzaken bij de slachtoffers. De opgevoerde immateriële schade van € 600,- is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd en onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarnaast betreft het een alleszins redelijk bedrag. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij dan ook geheel toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente.

Feit 4:

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] . Ten aanzien van de gevorderde materiële schade zal de rechtbank – conform het verzoek van de raadsvrouw van de benadeelde partij – slechts de gemaakte reiskosten van € 44,20 toewijzen, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente. De stelling van de raadsvrouw dat zij twijfelt of [slachtoffer 4] daadwerkelijk in Deventer reiskosten heeft gemaakt, omdat zij daar woont, is slechts speculatief. De rechtbank is van oordeel dat de vordering daarmee onvoldoende gemotiveerd is betwist. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat het bij dit feit slechts tot een poging tot aanranding is gebleven, zodat niet zonder meer kan worden gezegd dat dit psychische klachten bij het slachtoffer heeft veroorzaakt. Nu verder enige onderbouwing daarvan ontbreekt, zal de rechtbank de benadeelde partij voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten 1 en 4 is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 60a Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2, 3 en 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1 en 2 telkens: als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd;

feit 3: als degene die werkzaam is in de gezondheidszorg, ontucht plegen met iemand die zich als patiënt aan zijn zorg heeft toevertrouwd, meermalen gepleegd;

feit 4: een poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

Feit 1:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 614,55 (zegge: zeshonderdveertien euro en vijfenvijftig cent), de materiële schade van € 14,55 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2017 en de immateriële schade van € 600,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

8 november 2016;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 614,55 (zegge: zeshonderdveertien euro en vijfenvijftig cent), de materiële schade van € 14,55 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juli 2017 en de immateriële schade van

€ 600,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 november 2016, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 12 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

Feit 4:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van een bedrag van € 44,20 (zegge: vierenveertig euro en twintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2017;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 44,20 (zegge: vierenveertig euro en twintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

21 maart 2017, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 1 dag zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] voor een deel van € 666,56 (zegge: zeshonderdzesenzestig euro en zesenvijftig cent) niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en mr. K. Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2018.

De voorzitter is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met de nummers ONRBC16008 Piramide (feiten 1, 2 en 3) en PL0600-2017128528 (feit 4). Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Algemeen:

1. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 17 januari 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 49):

(…) V: Hoe zou u zichzelf willen omschrijven. Wat voor persoon bent u?

A: Ik ben orthodontist. (…)

Feit 1:

1. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 18 januari 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 57):

(…) De eerste zaak betreft een zaak van een meisje [slachtoffer 1] .

V: Vertel eens over dit meisje?

A: (…) Ze is patiënt bij mij. (…)

V: In welke praktijk komt zij?

A: Zij zit in Deventer (…)

2. Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 14 november 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 120-121):

(…) Er werd een afspraak gemaakt voor dinsdag 8 november 2016. (…) Daarna begon hij over dat er foto’s gemaakt moesten worden van haar tanden. Dat was niet de afspraak, maar ze was toch maar met hem meegelopen naar de rontgen kamer. (…) Daar begon hij haar vast te pakken. Zij moest voor hem lopen. Toen hij achter haar stond, sloeg hij zijn armen om haar heen en hield haar vast, knuffelend. (…) Hij ging toen aan haar kont zitten. Hij sloeg er op. Hij sloeg haar met ‘een zwiep’ erin en deed dit meer dan 10 keer. Hij pakte daar haar rechterbil vast en kneep er in. Dit deed hij zo’n 4 keer. (…) Hij liep daarna naar de andere kamer. Daar pakte hij haar bij de arm en duwde haar zo dat ze bij hem op schoot moest gaan zitten. [slachtoffer 1] werd bang en durfde niets te zeggen. Hij kneep toen in haar linkerbil. Hij ging voelen, wrijven en knijpen. (…) Het gaat om [verdachte] met een praktijk aan de [adres 1] te Deventer. (…)

3. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 1 december 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 124-127):

(…) V: En tegen wie kom je aangifte doen?

A: [verdachte] (…) een orthodontist (…) in Deventer (…) Toen we er heen liepen en we waren de kamer net binnen, begon hij me vast te pakken van achteren. Ik liep voor hem. (…) Hij ging toen met zijn hand naar mijn rechter bil toe. In het begin wreef hij er echt over, maar het ging over in echt knijpen. (…) Toen zei hij tegen mij: “Kom maar op mijn schoot”. Ik voelde dat hij me bij mijn arm vastpakte. Ik ben automatisch gaan zitten omdat ik bang was. (…) Toen ik eenmaal op zijn schoot zat, begon hij met zijn andere hand aan mijn linker bil te zitten en toen kneep hij daar ook in. (…)

V: Hoe vaak kneep hij in je bil?

A: Ik heb niet echt geteld. Ik weet wel dat het vaak is geweest. Het is wel meer dan drie of vier keer geweest. (…)

4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 30 december 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 132-137):

(…) De tandarts zei dat hij nog even foto’s moest maken. (…) Hij ging met [slachtoffer 1] naar een andere kamer. (…) Op een gegeven moment zag ik [slachtoffer 1] wel en ik zag dat ze een boos gezicht had. (…) De tandarts zei dat ze nog even mee moest komen, hij riep haar terug toen ze mijn kant op kwam lopen. Ik zag dat ze naar mij knikte van “ik wil niet”. (…) Ik vond dat [slachtoffer 1] zich raar en boos gedroeg. (…) We gingen naar buiten en buiten kwam het verhaal van [slachtoffer 1] eruit. Ze zei “ik ga hier nooit meer heen”. Ze begon te huilen. Ze vertelde dat de tandarts haar betast had en aan haar bil had gezeten en haar op schoot had getrokken. (…)

V: Je hebt tijdens deze verklaring gepraat over de orthodontist maar je noemde het ook wel eens de tandarts. Even voor de duidelijkheid, het ging steeds over dezelfde persoon, de orthodontist klopt dat?

A: Ja. (…)

Feit 2:

1. Het proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden d.d. 23 december 2016, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 163-164):

(…) De orthodontist gaf aan dat hij een foto moest maken. [slachtoffer 2] wist niet van te voren dat ze ook een foto moest maken. Ze liep voor hem uit. Hij kwam achter haar lopen en pakte haar om de middel vast met beide armen terwijl hij achter haar stond. Hij gaf op dat moment een kus op haar linker wang. (…) Hij gaf ook een soort “schouderklopje” op haar kont, midden op. Toen de foto’s moesten inladen legde hij zijn hand op haar kont. Bij het uitleggen van de foto’s zat hij op een stoel en trok [slachtoffer 2] bij zich en had zijn hand om haar middel. (…) Daarbij legde hij kort zijn hand op haar buik. (…) Ze is daarna naar school gegaan en kwam schreeuwend de klas inlopen en zei: “Vieze pedo”. Haar docent heeft met haar apart gesproken en daarbij heeft ze verteld wat er gebeurd was. Later heeft ze nog gesproken met haar mentor en heeft ze enkele vriendinnen verteld wat er was gebeurd. (…)

2. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] d.d. 3 januari 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 166-172):

(…) Pleegdatum/tijd :Op woensdag 21 december 2016

(…) V: Wat heeft hij bij jou gedaan?

A: Hij heeft aan mijn billen gezeten.

V: Tegen wie wil jij aangifte doen, hoe heet hij?

A: [verdachte] .

V: Wanneer is dit gebeurd?

A: (…) Het was 21 december. (…) Ik moest daarna een foto maken. (…) Hij liep achter mij. Hij deed de arm om mijn middel, bij mijn buik. Hij gaf mij een kus op de wang. (…) Toen moest ik bij hem komen toen de foto ging laden. Hij trok mij naar zich toe en deed zijn arm om mijn middel. Hij gaf mij toen tikjes op mijn billen. (…) Toen deed hij zijn arm om mijn rug en trok mij naar zich toe. (…)

V: (…) Waar zit de praktijk van de orthodontist?

A: [adres 1] in Deventer (…)

V: En tijdens het uitleggen?

A: Hij had toen zijn rechterhand op mijn billen.

V: Deed hij nog iets met zijn hand?

A: Gewoon van die tikjes net als schouderklopjes.

V: Waar had hij zijn hand op je billen?

A: Op de rechter bil.

V: En die tikjes waar geeft hij die?

A: Ook op de rechter bil. (…) Hij legde daarbij zijn hand op mijn buik. (…)

3. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 12 januari 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 181):

(…) V: [slachtoffer 2] heeft hij ons aangifte gedaan. Wat weet je daarvan?

A: [slachtoffer 2] vertelde aan het begin van de les dat ze naar de orthodontist moest. (…) Toen ze de keuken binnen kwam, ja zo kan [slachtoffer 2] binnen komen, verbaasd een beetje verbouwereerd. Ze zei iets van; dit is toch raar, het was iets in die trant. (…)

V: Volgens [slachtoffer 2] zou het woensdag 21 december zijn geweest.

A: Even denken, oh ja dat klopt. (…)

V: Hoe gaat het dan verder?

A: (…) [slachtoffer 2] kwam dus bij en mij en ze zei: Die man heeft aan mijn kont gezeten. (…) Toen zei ze dat ze een foto moest laten maken. Dat die man haar bij haar heupen, dat wees ze ook zo aan, had gepakt zodat ze goed voor de foto stond. Dat hij aan haar kont gezeten had. Dat zei ze nog een keer. Toen zei ze: “Dat is toch niet normaal? Dat doe je toch niet?” (…)

V: Weet je om wie het gaat?

A: Nee, alleen de orthodontist. (…)

Feit 3:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] d.d. 19 januari 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 183-188):

(…) V: Tegen wie wil jij aangifte doen?

A: Tegen de orthodontist, die werkzaam is in de tandartsenpraktijk Halle. De praktijk

is aan de [adres 2] . (…)

V: Kan je in het kort vertellen wat jou is overkomen in de praktijk?

A: Ik ben een aantal keren, ik denk 3 keer, bij de orthodontist geweest. Wat bijvoorbeeld gek was, was dat als ik kwam hij mij bij mijn middel pakte en zei ‘fijn dat jij er bent’. (…) Hij legde toen zijn hand op mijn bil en begeleidde mij zo naar de tafel. (…) Tijdens de laatste keer pakte hij mij bij mijn middel en legde zijn hand op mijn bil. (…) Ik bedenk mij nu dat hij ook vaak aan mijn gezicht zit. Hij geeft dan tikjes op mijn wangen, met beide handen en zegt dat ik een mooi gezicht heb. (…) De laatste afspraak was op 22-12-2016 om 13.30 uur. Dat was die controle afspraak. De eerste afspraak was op 28-10-2016, om 13.45 uur. (…)

V: Zat hij verder nog aan je gezicht die keer?

A: Ja, dat deed hij altijd.

V: Hoe ging dat?

A: Dan pakte hij je vast bij je wangen en slaat op je gezicht. (…)

V: Waar legde hij zijn hand?

A: Mijn rechterbil. Hij had echt mijn bil vast. (…)

2. Het proces-verbaal van [getuige 3] d.d. 19 januari 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 160-161):

(…) V: Je vertelde over de telefoon, toen ik je belde, dat je wist dat een vriendin van jou door hem was aangeraakt bij haar kont. Kan je daar eens over vertellen?

A: Dat is mijn vriendin [slachtoffer 3] . (…) Toen heeft [slachtoffer 3] me ook verteld, dat

hoe hij mij bij mijn schouder aanraakte, dat hij bij haar haar kont aanraakte. Zoals hij bij mij opmerkingen maakte dat ik er goed uit zag, dat deed hij ook zo in die trant bij [slachtoffer 3] . (…) V: Wat heeft [slachtoffer 3] jou daar precies over verteld?

A: Dat op het moment dat zij naar de stoel wilde lopen, dat hij echt haar kont vastpakte. (…)

V: Wanneer vertelde [slachtoffer 3] jou dit?

A: Een dag of datum weet ik niet. Maar wel vrij kort nadat het gebeurd was. Ik denk de dag er na.

V: Hoe was [slachtoffer 3] toen ze je dit vertelde?

A: Vooral heel verbouwereerd enzo. Verbaasd van, deed hij dat nou echt. Ook niet weten wat ze er mee moest. (…)

V: Hoe vaak is dat gebeurd bij [slachtoffer 3] dat de orthodontist haar bij haar kont aanraakte?

A: Een keer. (…)

3. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] d.d. 16 april 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 5):

(…) V: Over welke praktijk heb je het dan?

A: Aan de [adres 1] . Hij heet [bedrijf] . (…) Wat mij het meest stoorde dat hij aan mijn billen zat. (…) Ook pakte hij mij vaak beet bij mijn schouders om mij ergens naar toe te begeleiden. (…)

4. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] d.d. 11 april 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 17):

(…) V: (…) U gaf aan dat u ook iets heeft meegemaakt bij de orthodontist aan de [adres 1] te Deventer en dat u daar wel een verklaring over wilde afleggen. Wat heeft u precies bij deze orthodontist meegemaakt? (…)

A: (…) Tijdens het plaatsen voelde ik dat hij eerst met zijn hand langs mijn wang streelde. (…)

Feit 4:

1. Het proces-verbaal van aangifte van [getuige 4] d.d. 24 maart 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 15-17):

(…) Plaats delict: [adres 1] (…)

(…) V: Namens wie kom jij aangifte doen?

A: Namens mijn dochter [slachtoffer 4] . (…)

V: Tegen wie kom je aangifte doen?

ik: Tegen de orthodontist, ik wist niet hoe hij heette maar ik hoorde [verdachte] . De orthodontist aan de [adres 1] . (…)

V: Vertel eens precies wat er afgelopen dinsdag, 21 maart 2017, is gebeurd? Hoe laat

was de afspraak met de orthodontist?

A: (…) Op het eind moest ze nog een foto maken. Dat is in een kamer er naast. (…) Zij is meegegaan met de orthodontist. Mijn deur was open. Ik hoorde haar heel hard “nee” schreeuwen. Ik ben gelijk naar de kamer gegaan. Ik ben op gevlogen en er heen gegaan.

(…) Na die tweede foto, liep hij weg. Toen vroeg ik nog een keer aan haar wat er was

gebeurd. Toen zei zij tegen mij: ‘Hij vroeg een kus aan mij”. (…)

2. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 4] d.d. 22 maart 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 21-23):

(…) A: Ik was gisteren bij de ortho omdat mijn beugel eruit ging. (…) Ik moest foto’s maken en ik ben toen alleen gegaan. Hij vroeg mij toen: ‘Geef mij eens een kus”. Maar ik zei nee. (…) Hij heeft ook geprobeerd om op mijn kont te tikken en geprobeerd te knuffelen maar dat lukte niet want toen duwde ik hem weg. (…)

V: Dan ben je in de fotokamer, wat gebeurt er dan?

A: Ik liep naar binnen en probeerde mij op mijn kont te slaan maar hij raakte mijn rug. Hij wilde mij toen knuffelen maar ik heb hem weggeduwd. (…) Hij zei toen tegen mij: “geef mij eens een kus” en ik riep toen heel hard “Nee” zodat mijn moeder zou komen. (…)

V: Welk moment wilde hij op je kont slaan?

A: Toen ik bijna het kamertje in liep om foto’s te maken. Dat was net toen ik binnen was en hij nog buiten. (…)

V: Je zei: Hij probeerde mij te knuffelen. Hoe ging dat?

A: Hij wilde mij knuffelen. Hij pakte mij vast op de schouders. En toen wilde hij mij knuffelen. Hij deed zijn hoofd naar voren en wilde zijn armen om mij heen slaan. Ik heb hem toen weggeduwd tegen zijn schouders. (…)

V: Waar zit deze orthodontist?

A: [adres 1] . (…)

3. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] d.d. 10 april 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. 29-30):

(…) V: De aangifte is gedaan namens [slachtoffer 4] . Sinds wanneer is [slachtoffer 4] bij u onder

behandeling?

A: Al bijna twee jaar in behandeling. (…) ik maak daar een foto en that’s it. (…)