Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2640

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-07-2018
Datum publicatie
26-07-2018
Zaaknummer
08/994588-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Plantenziektenwet. Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete wegens het feitelijk leiding geven aan het telen van een niet-toegestaan aardappelras en het gebruikmaken van niet-gecertificeerd pootgoed.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige economische kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/994588-17

Datum vonnis: 26 juli 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

geboren [1971] in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 12 juli 2018.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr.

L. van Kooten en van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 12 juli 2018, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: feitelijk leiding heeft gegeven aan bedrijven die op meerdere percelen in Drenthe aardappelplanten hebben geteeld van het ras Innovator, wat aldaar niet is toegestaan, en/of dat hij - in persoon - aardappelplanten van dit ras heeft geteeld;

feit 2: feitelijk leiding heeft gegeven aan bedrijven die op meerdere percelen in Drenthe bij de aardappelteelt gebruik heeft gemaakt van niet goedgekeurde pootaardappelen, en/of dat hij - in persoon - van niet goedgekeurde pootaardappelen gebruik heeft gemaakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

door [A] B.V. en/of [B] B.V. en/of [C] B.V. in de periode van 01 maart 2015 tot en met december 2015, althans in 2015, in de provincie Drenthe, zijnde een in bijlage 7 onder A van de Regeling bestrijding schadelijke organismen aangewezen gebied, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, dan wel alleen, aardappelplanten werden geteeld, terwijl zij niet behoorden tot een ras, als genoemd in bijlage 7 onder C1 van de hiervoor genoemde Regeling;

door [A] B.V. en/of [B] B.V. en/of [C] B.V. en/of haar mededader(s) werd/werden toen op het hierna te noemen perceel/de hierna te noemen percelen, de hierna te noemen aardappelplanten geteeld:

- op drie, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Vastenow te Nieuw-Dordrecht, gemeente Emmen, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Vamstraat en/of Oosterveldweg te Wijster, gemeente Midden-Drenthe, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Mr J.B. Kanweg te Witteveen, gemeente Midden-Drenthe, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op twee, althans één of meer perce(e)l(en), gelegen aan en/of nabij het Oosterveld te Alteveer gemeente Hoogeveen aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op drie, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Oosterstraat te Alteveer, gemeente Hoogeveen, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op acht, althans één of meer perce(e)l(en), gelegen aan en/of nabij de Gijselteweg te Gijselte, gemeente De Wolden, aardappelplanten van het ras Innovator,

zulks terwijl verdachte samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, tot vorenomschreven feit opdracht heeft gegeven en/of aan die gedraging feitelijk leiding heeft gegeven;

en/of

hij in de periode van 01 maart 2015 tot en met december 2015, althans in 2015, in de provincie Drenthe, zijnde een in bijlage 7 onder A van de Regeling bestrijding schadelijke organismen aangewezen gebied, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, dan wel alleen, aardappelplanten werden geteeld, terwijl zij niet behoorden tot een ras, als genoemd in bijlage 7 onder C1 van de hiervoor genoemde Regeling;

door verdachte en/of zijn mededader(s) werd/werden toen op het hierna te noemen perceel/de hierna te noemen percelen, de hierna te noemen aardappelplanten geteeld:

- op drie, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Vastenow te Nieuw-Dordrecht, gemeente Emmen, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Vamstraat en/of Oosterveldweg te Wijster, gemeente Midden-Drenthe, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Vamstraat en/of Oosterveldweg te Wijster, gemeente Midden-Drenthe, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Mr J.B. Kanweg te Witteveen, gemeente Midden-Drenthe, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op twee, althans één of meer perce(e)l(en), gelegen aan en/of nabij het Oosterveld te Alteveer gemeente Hoogeveen aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op drie, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Oosterstraat te Alteveer, gemeente Hoogeveen, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op acht, althans één of meer perce(e)l(en), gelegen aan en/of nabij de Gijselteweg te Gijselte, gemeente De Wolden, aardappelplanten van het ras Innovator

2.

door [A] B.V. en/of [B] B.V. en/of [C] B.V. in de periode van maart 2015 tot en met december 2015, althans in 2015, op diverse hierna nader te noemen percelen in het rechterlijk arrondissement Noord-Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, dan wel alleen, aardappelen werden geteeld zonder gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen;

door [A] B.V. en/of [B] B.V. en/of [C] B.V. en/of haar mededader(s) werd / werden toen op het hierna te noemen perceel / de hierna te noemen percelen aardappelen geteeld met gebruikmaking van de hierna te noemen niet goedgekeurde pootaardappelen:

- op vier, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Pottendijk te Nieuw-Weerdinge, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Sarion, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Herenstreek en/of de Veldweg te Nieuw-Dordrecht, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Novano, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij Nieuw Schuttingkanaal te Roswinkel, gemeente Emmen, pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en/of

- op zeven, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Hogeweg te Zwartemeer, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Novano en/of Avarna, en/of

- op twee, althans één of meer perce(l)en) gelegen aan en/of nabij de Kamerlingswijk WZ te Zwartemeer, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Allure, en/of

- op twee, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Vastenouw te Nieuw-Dordrecht gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Ellenbeek te Schoonebeek, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Dr Ir Has Steenmanstraat te Nieuw Dordrecht, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna,

zulks terwijl verdachte samen en in vereniging met anderen of een ander dan wel alleen, tot vorenomschreven feit opdracht heeft gegeven en/of aan die gedraging feitelijk leiding heeft gegeven,

en/of

hij in de periode van maart 2015 tot en met december 2015, althans in 2015, op

diverse hierna nader te noemen percelen in het rechterlijk arrondissement Noord-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, dan wel alleen, aardappelen werden geteeld zonder gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen;

door verdachte en/of zijn mededader(s) werd / werden toen op het hierna te noemen perceel / de hierna te noemen percelen aardappelen geteeld met gebruikmaking van de hierna te noemen niet goedgekeurde pootaardappelen:

- op vier, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Pottendijk te Nieuw-Weerdinge, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Sarion, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Herenstreek en/of de Veldweg te Nieuw-Dordrecht, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Novano, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij Nieuw Schuttingkanaal te Roswinkel, gemeente Emmen, pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en/of

- op zeven, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Hogeweg te Zwartemeer, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Novano en/of Avarna, en/of

- op twee, althans één of meer perce(l)en) gelegen aan en/of nabij de Kamerlingswijk WZ te Zwartemeer, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Allure, en/of

- op twee, althans één of meer perce(e)l(en) gelegen aan en/of nabij de Vastenow te Nieuw-Dordrecht gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Ellenbeek te Schoonebeek, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en/of

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Dr Ir Has Steenmanstraat te Nieuw Dordrecht, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde wordt veroordeeld.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij in de tenlastegelegde periode feitelijk leiding gaf aan de in de tenlastelegging genoemde bedrijven en dat deze bedrijven aardappelen hebben geteeld van het ras Innovator op de in de tenlastelegging genoemde percelen. Verdachte heeft hierover verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij zich te weinig verdiept had in de regelgeving en meende dat het telen van Innovator-aardappelen in een gedeelte van Drenthe was toegestaan.

Voorts heeft verdachte ter terechtzitting bevestigd dat de in de tenlastelegging genoemde bedrijven aardappelplanten hebben geteeld, waarbij gebruik is gemaakt van pootaardappelen die niet door de bevoegde instantie (de NAK) waren goedgekeurd. Verdachte heeft hierover verklaard, zakelijk weergegeven, dat hij in Duitsland kwekersrecht heeft betaald voor deze aardappelen en dat zijn werkwijze in orde was, getuige de omstandigheid dat er geen besmettingen op de bewuste percelen zijn geconstateerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte wordt - kortgezegd - onder 1 verweten dat zijn bedrijven in Drenthe pootaardappelen van het ras Innovator hebben geteeld, terwijl de teelt van dat ras in Drenthe niet was toegestaan en onder 2 dat zijn bedrijven gebruik hebben gemaakt van niet goedgekeurde pootaardappelen.

De rechtbank stelt op grond van uittreksels van de Kamer van Koophandel vast dat [X] B.V. enig aandeelhouder, was van de in de tenlastelegging genoemde bedrijven [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V., en dat verdachte enig aandeelhouder en bestuurder was van [X] B.V. Laatstgenoemde vennootschap was bestuurder van vorengenoemde vennootschappen. Verdachte was derhalve middellijk bestuurder van [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V. in de ten laste gelegde periode op de in de tenlastelegging onder feit 1 genoemde percelen aardappelplanten van het ras Innovator hebben geteeld en dat deze bedrijven aardappelen hebben geteeld, waarbij gebruik is gemaakt van pootaardappelen van de onder feit 2 genoemde zetmeelrassen zonder dat die pootaardappelen waren goedgekeurd door de daartoe bevoegde instantie.

Ter terechtzitting van 12 juli 2018 is verder aan de orde gesteld welk van de bedrijven verantwoordelijk was voor welke activiteiten en op welke percelen. Verdachte heeft hieromtrent verklaard dat [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V. zich allen bezighielden met de aardappelteelt, dat deze bedrijven erg met elkaar verweven zijn, dat zij elkaar over en weer dienstig zijn en in feite als één bedrijf kunnen worden beschouwd.

De rechtbank heeft geen reden om aan de juistheid van die verklaring te twijfelen stelt op grond daarvan vast dat [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V. min of meer vergelijkbare en onderling uitwisselbare bedrijfsactiviteiten uitvoerden en dat de bedrijven daarbij over en weer aan elkaar dienstig waren. De rechtbank is van oordeel dat deze bedrijven aldus in bewuste en nauwe samenwerking met elkaar aardappelplanten van het ras Innovator (als genoemd onder feit 1) c.q. aardappelen van de onder feit 2 genoemde rassen geteeld hebben op de in de tenlastelegging genoemde percelen.

De rechtbank overweegt - toetsend aan de daarvoor volgens vaste jurisprudentie geldende criteria - dat voornoemde teelt telkens is verricht in de sfeer van de daarbij betrokken rechtspersoon. Immers was in elk van bedrijven de feitelijke bedrijfsactiviteit geconcentreerd, werd telkens uitgevoerd door werknemers van de bedrijven en was de teelt ook dienstig aan deze bedrijven. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat de teelt van de in de tenlastelegging genoemde aardappelen en aardappelplanten aan elk van deze bedrijven in strafrechtelijke zin kan worden toegerekend.

De rechtbank heeft hiervoor reeds vastgesteld dat verdachte in de ten laste gelegde periode middellijk bestuurder was van voornoemde bedrijven. Ter terechtzitting heeft verdachte bovendien bevestigd dat hij ook feitelijk leiding gaf aan deze bedrijven en heeft hij verder verklaard dat hij in die hoedanigheid - dus niet als privépersoon - voor deze bedrijven optrad.

Resumerend heeft verdachte bekend dat zijn bedrijven in strijd met de geldende regelgeving aardappelen hebben geteeld en is de rechtbank van oordeel dat dit aan deze bedrijven kan worden toegerekend en dat dit ook aan verdachte als feitelijk leidinggever van die bedrijven kan worden toegerekend. Bewezenverklaring van de ten laste gelegde overtredingen staat daarmee vast. De door verdachte aangevoerde - hiervoor onder 4.2 weergegeven - redenen voor zijn handelwijze bevatten - ook welwillend beschouwd - naar het oordeel van de rechtbank geen bewijsverweren en nopen de rechtbank daarom niet tot nadere overwegingen met betrekking tot het bewijs.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat - kortgezegd - verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de door [A] B.V., [B] B.V. en [C] B.V. verrichte, met de regelgeving strijdige teelt van aardappelen en aardappelplanten.

Voor zover aan verdachte onder 1 en 2 - na wijziging van de tenlastelegging - eveneens is tenlastegelegd dat hij zich in (eigen) persoon heeft schuldig gemaakt aan de teelt van aardappelen en aardappelplanten in strijd met de regelgeving, zal de rechtbank verdachte vrijspreken, nu op grond van het dossier niet zonder meer kan worden vastgesteld dat verdachte ook zelf feitelijke handelingen met betrekking tot die teelt heeft verricht.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen.1

feit 1:

1. Proces-verbaal, pagina 40-41, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

2. Proces-verbaal, pagina 43, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

3. Proces-verbaal, pagina 27, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

4. Proces-verbaal, pagina 32-33, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

5. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 juli 2018, voor zover inhoudende de

bekennende verklaring van verdachte.

feit 2:

1. Proces-verbaal, pagina 40, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

2. Proces-verbaal, pagina 41, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

3. Proces-verbaal, pagina 45-46, in combinatie met bijlage 40 pagina 179-180;

4. Proces-verbaal, pagina 46-47, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

5. Proces-verbaal, pagina 48-49, in combinatie met bijlage 40, pagina 179-180;

6. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 juli 2018, voor zover inhoudende de

bekennende verklaring van verdachte.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

door [A] B.V. en [B] B.V. en [C] B.V. in de periode van 01 maart 2015 tot en met december 2015, in de provincie Drenthe, zijnde een in bijlage 7 onder A van de Regeling bestrijding schadelijke organismen aangewezen gebied, tezamen en in vereniging, aardappelplanten werden geteeld, terwijl zij niet behoorden tot een ras, als genoemd in bijlage 7 onder C1 van de hiervoor genoemde Regeling;

door [A] B.V. en [B] B.V. en [C] B.V. werden toen op de hierna te noemen percelen, de hierna te noemen aardappelplanten geteeld:

- op drie percelen gelegen aan de Vastenow te Nieuw-Dordrecht, gemeente Emmen, aardappelplanten van het ras Innovator, en

- op één perceel gelegen aan de Vamstraat en Oosterveldweg te Wijster, gemeente Midden-Drenthe, aardappelplanten van het ras Innovator, en

- op één perceel gelegen aan de Mr J.B. Kanweg te Witteveen, gemeente Midden-Drenthe, aardappelplanten van het ras Innovator, en

- op twee percelen gelegen aan het Oosterveld te Alteveer gemeente Hoogeveen aardappelplanten van het ras Innovator, en

- op drie percelen gelegen aan de Oosterstraat te Alteveer, gemeente Hoogeveen, aardappelplanten van het ras Innovator, en/of

- op acht percelen, gelegen aan de Gijselteweg te Gijselte, gemeente De Wolden, aardappelplanten van het ras Innovator,

zulks terwijl verdachte aan die gedraging feitelijk leiding heeft gegeven;

2.

door [A] B.V. en [B] B.V. en [C] B.V. in de periode van maart 2015 tot en met december 2015, althans in 2015, op diverse hierna nader te noemen percelen in het rechterlijk arrondissement Noord-Nederland,

tezamen en in vereniging, aardappelen werden geteeld zonder gebruikmaking van goedgekeurde pootaardappelen;

door [A] B.V. en [B] B.V. en [C] B.V. werden toen op de hierna te noemen percelen aardappelen geteeld met gebruikmaking van de hierna te noemen niet goedgekeurde pootaardappelen:

- op vier percelen gelegen aan de Pottendijk te Nieuw-Weerdinge, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Sarion, en

- op één perceel gelegen aan de Herenstreek en de Veldweg te Nieuw-Dordrecht, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Novano, en

- op één perceel gelegen aan Nieuw Schuttingkanaal te Roswinkel, gemeente Emmen, pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en

- op zeven percelen gelegen aan de Hogeweg te Zwartemeer, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Novano en Avarna, en

- op twee percelen gelegen aan de Kamerlingswijk WZ te Zwartemeer, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Allure, en

- op één perceel gelegen aan de Vastenouw te Nieuw-Dordrecht gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en

- op één perceel gelegen aan en/of nabij de Ellenbeek te Schoonebeek, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna, en

- op één perceel gelegen aan en nabij de Dr Ir Has Steenmanstraat te Nieuw Dordrecht, gemeente Emmen pootaardappelen van het zetmeelras Avarna,

zulks terwijl verdachte aan die gedraging feitelijk leiding heeft gegeven.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn door de rechtbank verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en zal hem daarvan vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten, artikel 3 Plantenziektewet, artikel 17 Besluit bestrijding schadelijke organismen en de artikelen 4a en 5 Regeling bestrijding schadelijke organismen, in verbinding met de artikelen 47 en 51 Wetboek van strafrecht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

De overtreding: Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel, 3 eerste lid, Plantenziektewet, junctis artikel 17 Besluit bestrijding schadelijke organismen en artikel 5 Regeling bestrijding schadelijke organismen, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 2

De overtreding: Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel, 3 eerste lid, Plantenziektewet, junctis artikel 17 Besluit bestrijding schadelijke organismen en artikel 4a Regeling bestrijding schadelijke organismen, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 180 uren waarvan 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting verweer gevoerd inhoudende dat hij het totaalpakket van straffen dat de officier van justitie in de zaken tegen hem en tegen zijn vennootschappen wenst opgelegd te zien te zwaar acht en niet in verhouding vindt staan tot de door hem begane overtredingen.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft feitelijke leiding gegeven aan de teelt van aardappelen van het ras Innovator in Drenthe, terwijl de teelt van dat ras daar niet was toegestaan, en aan de teelt van aardappelplanten van diverse rassen met gebruikmaking van pootaardappelen die niet waren goedgekeurd. Dit betreffen twee overtredingen van regelgeving die erop is gericht ziektes als wratziekte en aardappelmoeheid te voorkomen dan wel in te dammen en de verspreiding ervan te bestrijden. Hoewel uit het dossier niet blijkt dat de percelen waarop de teelt heeft plaatsgevonden daadwerkelijk besmet zijn geraakt met ziektes, is het handelen van verdachte kwalijk te noemen. Verdachte heeft kennelijk gemeend op eigen houtje te kunnen bepalen waar hij veilig Innovator aardappelen kon telen en heeft zodoende de noodzakelijke georganiseerde aanpak van ziektepreventie en - bestrijding ondermijnd. Gebruikmaking van niet goedgekeurde pootaardappelen ondermijnt daarnaast het toezicht dat nodig is om tijdig (de uitbraak van) ziektes te kunnen constateren.

De rechtbank heeft gelet op een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 6 juli 2018, waaruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder, in 2014, is veroordeeld tot een geldboete voor een economisch delict. Over zijn persoonlijke omstandigheden heeft verdachte onder meer verklaard dat hij een gezin heeft met vier thuiswonende kinderen, en dat zijn bedrijf over het vorige jaar geen winst heeft geboekt, maar dat het over het algemeen lukt om rond te komen.

De rechtbank is van oordeel dat het opleggen van een geldboete meer recht doet aan de bewezenverklaring van twee economische delicten dan de door de officier van justitie gevorderd werkstraf. De rechtbank overweegt voorts dat, nu verdachte voor twee overtredingen wordt veroordeeld, op grond van de wet voor iedere overtreding een afzonderlijke straf dient te worden bepaald. Alles afwegende, acht de rechtbank voor iedere overtreding een geldboete van € 10.000,- passend en geboden. De rechtbank ziet geen aanleiding om een deel hiervan voorwaardelijk op te leggen.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 23, 24c en 62 Sr. Alle artikelen zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

De overtreding: Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel, 3 eerste lid, Plantenziektewet, junctis artikel 17 Besluit bestrijding schadelijke organismen en artikel 5 Regeling bestrijding schadelijke organismen, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging;

feit 2

De overtreding: Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel, 3 eerste lid, Plantenziektewet, junctis artikel 17 Besluit bestrijding schadelijke organismen en artikel 4a Regeling bestrijding schadelijke organismen, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging,

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte voor het onder 1 bewezenverklaarde tot een geldboete van

€ 10.000,- (zegge: tienduizend euro);

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfentachtig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

- veroordeelt verdachte voor het onder 2 bewezenverklaarde tot een geldboete van

€ 10.000,- (zegge: tienduizend euro);

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijfentachtig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aksu, voorzitter, G.H. Meijer en J. Wentink, rechters,

in tegenwoordigheid van D.D. Drost, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 juli

2018.

Buiten staat

Mr. Meijer en mr. Wentink zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit met referentienummer 115972/89208/6014339/2. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden het in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.