Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2535

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-07-2018
Datum publicatie
20-07-2018
Zaaknummer
08/730515-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel heeft 10 supporters van FC Twente veroordeeld voor hun aandeel tijdens de rellen bij de wedstrijd FC Twente – PSV op 6 april 2017. Ze gebruikten geweld tegen de mobiele eenheid en tegen eigendommen van de club. De meesten krijgen een taakstraf opgelegd, deze verdachte moet 2 maanden naar de gevangenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/730515-17 (P)

Datum vonnis: 20 juli 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 6 juli 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van officier van justitie mr. R.J. Wiegant en van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

op 6 april 2017 in Enschede openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen en leden van de mobiele eenheid.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte dat:

hij op of omstreeks 6 april 2017

in de gemeente Enschede

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan het

"Colosseum", in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte,

te weten op het terrein van de "Grolsch Veste" en/of in de omloop van het

stadion van de "Grolsch Veste"

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

- één (of meer) hekwerk(en) en/of

- één (of meer) deur(en) en/of

- één (of meer) rolluik(en) en/of

- één (of meer) fiets(en) en/of

- één (of meer) kliko('s) en/of

- een embleem van FC Twente en/of

- één (of meer) voertuig(en)/bus(sen)

althans telkens tegen een (of meer) goed(eren) van voetbalclub FC Twente en/of

de Politie Eenheid Oost-Nederland, welke geweld bestond uit het meermalen,

althans eenmaal,

- slaan en/of trappen tegen een (of meer) rolluik(en) en/of een embleem en/of

- (met kracht) (door)trappen van/tegen een (toegangs)deur en/of

- trekken/rukken en/of (omver) trekken van een (of meer) op het terrein

aanwezige hek(ken) en/of

- slaan en/of trappen tegen een voertuig van de Mobiele Eenheid

en/of

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een (of meer) lid/leden

van de Mobiele Eenheid van de Politie Eenheid Oost-Nederland, welk geweld

bestond uit het meermalen, althans eenmaal,

- maken van een (of meer) armgeba(a)r(en) en/of opsteken van de middelvinger

in de richting van een (of meer) lid/leden van de mobiele eenheid en/of

- aanvallen/uitdagen van en/of indringen op/tegen een (of meer) lid/leden van

die mobiele eenheid (die in linie stonden) en/of

- gooien van/met een (stoep)tegel en/of een kliko en/of (of meer) fiets(en),

en/althans een (of meer) voorwerp(en) in de richting van een (of meer)

lid/leden van de Mobiele Eenheid en/of voertuig(en) van de Mobiele Eenheid

en/of

- spugen in de richting van een (of meer) lid/leden van de Mobiele Eenheid

en/of

- zwaaien en/of slaan met (een) riem(en) op/tegen het lichaam van een (of

meer) lid/leden van de Mobiele Eenheid en/of

- duwen en/of slaan op/tegen het lichaam van een (of meer) lid/leden van de

Mobiele Eenheid

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft geen bewijsverweer gevoerd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Op donderdag 6 april 20172, tijdens de voetbalwedstrijd tussen FC Twente en PSV, vond er een politie-inval plaats in het supportershome van Vak P (hierna: het supportershome). Dit supportershome bevindt zich in voetbalstadion de Grolsch Veste, gelegen aan het Colosseum in Enschede.3 Vervolgens braken er ongeregeldheden uit in het stadion, welke zich later verplaatsten naar de openbare weg om het stadion. Hierbij werd getrapt tegen rolluiken die toegang gaven tot het supportershome4, geslagen tegen een embleem van FC Twente5, getrapt6 tegen een toegangsdeur tot het supportershome die later ook daadwerkelijk werd ingetrapt7, werd getrokken aan hekken8, geslagen tegen een voertuig van de mobiele eenheid9, werden middelvingers opgestoken naar leden van de mobiele eenheid10, werden leden van de mobiele eenheid aangevallen en uitgedaagd11, werd een stoeptegel naar politieruiters gegooid12, werden een kliko13 en andere voorwerpen14 naar leden van de mobiele eenheid en hun voertuig gegooid, werd gespuugd in de richting van leden van de mobiele eenheid15 en geslagen met riemen tegen leden van de mobiele eenheid16. Dit is door camera’s vastgelegd. Naar aanleiding van het bekijken van die camerabeelden zijn een aantal personen aangehouden, waaronder verdachte. Aan hen is het openlijk in vereniging plegen van geweld ten laste gelegd.

Openlijk geweld

Voor de bewezenverklaring van het openlijk in vereniging plegen van geweld is vereist dat er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking binnen een groep waarvan geweld uitgaat. Het opzet van de dader moet gericht zijn op het geweld en zijn bijdrage daaraan. Ook moet hij materieel aan het geweld hebben bijgedragen door zelf geweld te gebruiken, of een wezenlijke bijdrage hebben geleverd aan het geweld van anderen. Daarbij is alleen het deel uitmaken van een groep waarvan geweld uitgaat op zichzelf niet voldoende. Beoordeeld zal moeten worden of de door de verdachte zelf geleverde bijdrage aan het geweld van voldoende gewicht is. Daarvoor is dus niet vereist dat verdachte (ook) zelf geweld heeft gebruikt. Ook door intellectuele bijdragen aan het verband dat geweld pleegt kan hiervan sprake zijn.

Handelen verdachte

Verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] hebben hetgeen door hen op de camerabeelden is waargenomen vastgelegd in een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal.17 [verbalisant] en [verbalisant] kennen verdachte ambtshalve. Zij relateren in hun proces-verbaal als volgt over de beelden: ‘wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte] heftig gebarend provocerend en opruiend voor de linie van de mobiele eenheid ging staan. (..) Omstreeks 22:10:43 uur zagen wij, verbalisanten, dat voornoemde [verdachte] een schoppende beweging maakte in de richting van een politie surveillancehond (..) Omstreeks 22:10:56 uur zagen wij, verbalisanten, dat [verdachte] zijn broeksriem uit zijn broek haalde. Wij, verbalisanten, zagen dat [verdachte] deze broeksriem bij het uiteinde vastpakte en slaande bewegingen maakte met de metalen gesp van zijn riem in de richting van de chargerende leden van de mobiele eenheid (..) Wij, verbalisanten, zagen dat voornoemde [verdachte] met de gesp van zijn broeksriem een politie surveillance hond sloeg. Wij, verbalisanten, zagen dat voornoemde [verdachte] met de gesp van zijn broeksriem op leden van de mobiele eenheid sloeg. Omstreeks 22:13 uur zagen wij, verbalisanten, dat [verdachte] een lid van de mobiele eenheid (..) met de gesp van zijn broeksriem sloeg’.

Ter zitting zijn de camerabeelden bekeken. De rechtbank heeft waargenomen dat verdachte duidelijk herkenbaar is op deze beelden, gezien een aantal van zijn gezichtskenmerken zoals zijn neus, zijn naar buiten staande oren en zijn volle, donkere wenkbrauwen. Op de beelden is te zien dat verdachte de handelingen verricht waarover verbalisanten [verbalisant] en [verbalisant] hebben verklaard in hun proces-verbaal. Daarnaast heeft de rechtbank op de beelden waargenomen dat verdachte meermalen zijn middelvinger opsteekt naar leden van de mobiele eenheid (minuut 00:15, minuut 00:21 en van minuut 00:24 tot en met minuut 00:27), continu probeert anderen op te hitsen en voortdurend leden van de mobiele eenheid aan het uitdagen is.

Verdachte heeft hierover niets willen verklaren.

Conclusie

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de bovenstaande bewijsmiddelen dat door een in homogeen verband opererende groep supporters van FC Twente openlijk geweld is gepleegd tegen personen, namelijk leden van de mobiele eenheid, en goederen. Het geweld is tijdens een voetbalwedstrijd begonnen in de Grolsch Veste – waarvan evident is dat het op dat moment een voor publiek toegankelijke plaats is – en heeft zich vervolgens verplaatst naar de openbare weg om het stadion en duurde ongeveer van 22:00 uur tot 23:18 uur. De rechtbank is van oordeel dit openlijk geweld als één gebeurtenis kan worden aangemerkt.

Verdachte heeft daarin een actief en wezenlijk aandeel gehad, door een substantiële bijdrage te leveren aan het gepleegde geweld. Door zijn handelen heeft verdachte bijgedragen aan een sfeer van ontremming waarin anderen (ook) zijn overgegaan tot het plegen van geweld. Hieruit volgt dat verdachtes opzet zich (ook) uitstrekte tot het geweld dat anderen tijdens deze gebeurtenis pleegden. Ook dat geweld kan verdachte daarom worden toegerekend.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 6 april 2017 in de gemeente Enschede met anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan het "Colosseum", en op een voor het publiek toegankelijke plaats,

te weten op het terrein van de "Grolsch Veste"

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

- hekwerken en

- één deur en

- rolluiken en

- één kliko en

- een embleem van FC Twente en

- één voertuig

welk geweld bestond uit het meermalen,

- slaan en trappen tegen rolluiken en een embleem en

- (in)trappen van/tegen een toegangsdeur en

- trekken aan op het terrein aanwezige hekken en

- slaan tegen een voertuig van de mobiele eenheid;

en

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen leden

van de mobiele eenheid en politieruiters van de politie eenheid Oost-Nederland,

welk geweld bestond uit het meermalen,

- opsteken van de middelvinger in de richting van leden van de mobiele eenheid en

- aanvallen/uitdagen van leden van die mobiele eenheid en

- gooien van/met een stoeptegel en een kliko en voorwerpen in de richting van politieruiters en leden van de mobiele eenheid en een voertuig van de mobiele eenheid

en

- spugen in de richting van leden van de mobiele eenheid en

- slaan met (een) riem(en) op/tegen leden van de mobiele eenheid.

Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft deelgenomen aan het plegen van openlijk geweld tegen politieambtenaren dat tijdens en na de voetbalwedstrijd tussen FC Twente en PSV heeft plaatsgevonden. Dit geweld vormt een inbreuk op en ondermijnt het respect voor het openbaar gezag, zoals dat door de politie wordt uitgeoefend. Geweld tegen politieambtenaren, die de hun opgedragen taak ten behoeve van de maatschappij uitoefenen, is nooit te rechtvaardigen. Ook heeft verdachte deelgenomen aan het plegen van openlijk geweld tegen goederen. Voor andere bezoekers ontstaan door dergelijk gedrag grote gevoelens van onveiligheid. Voor deze supporters wordt het plezier in het bezoeken van voetbalwedstrijden verpest door dergelijke rellen en de veiligheidsmaatregelen die daar het gevolg van zijn. Daarnaast nopen dergelijke rellen tot de inzet van veel politie en mobiele eenheid om de orde rond voetbalwedstrijden te kunnen handhaven. Dit brengt hoge kosten mee voor de maatschappij en gaat ten koste van de capaciteit op straat. De rechtbank neemt verdachte niet alleen zijn eigen handelen kwalijk. Het gaat er ook om dat hij door zijn handelen een bijdrage heeft geleverd aan een sfeer waarin geweld tegen politiemensen en goederen gewoon werd gevonden, en daarmee anderen tot dergelijk geweld aanzet.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met het handelen van verdachte zelf binnen de groep waarvan geweld is uitgegaan, zoals in de bewijsoverweging reeds naar voren is gekomen. Daarbij rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij zich – zoals uit de beelden is gebleken – zeer agiterend heeft gedragen en een grote bijdrage heeft geleverd aan een sfeer waarin geweld tegen politiemensen en goederen gewoon werd gevonden. Verdachte heeft continu geprobeerd anderen op te hitsen en leden van mobiele eenheid uit te dagen, ook nadat hij door zijn vader bij de linie van de mobiele eenheid was weggetrokken. Gezien verdachtes sterk opruiende gedragingen en zijn bijdrage aan bij het gepleegde geweld is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de straffen die zijn opgelegd in vergelijkbare situaties, in het bijzonder in de zaken van de mededaders, als uitgangspunt genomen. Daarbij heeft de rechtbank ten nadele van verdachte meegewogen dat hij blijkens het uittreksel van zijn justitiële documentatie van 6 juni 2018 eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten. De rechtbank heeft op de voet van artikel 63 Sr rekening gehouden met een eerdere veroordeling van verdachte op 29 september 2017.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van twee maanden passend en geboden. In de uitgangspunten voor de op te leggen straf waarover hiervoor is overwogen ziet de rechtbank aanleiding om van de door de officier van justitie gevorderde straf af te wijken.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. den Dulk, voorzitter, mr. E. Venekatte en mr. P.M. Breukink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.P. Ponsteen als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2018.

Buiten staat

Mr. Breukink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie Oost-Nederland met nummer 2017162520.

2 Algemeen dossier, pagina 7.

3 Zaaksdossier, pagina 8.

4 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 19, vierde en vijfde alinea.

5 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 7, pagina 13, derde alinea.

6 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 19, derde alinea en persoonsdossier 9, pagina 18, eerste alinea.

7 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 20, zesde alinea

8 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 20, derde alinea.

9 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2, pagina 18, achttiende alinea.

10 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2, pagina 17, zesde alinea en persoonsdossier 9, pagina 18, tweede alinea.

11 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 3, pagina 14, tweede alinea.

12 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 11, pagina 15, tweede alinea.

13 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 1, pagina 20, achtste alinea en persoonsdossier 10, pagina 19, tweede alinea.

14 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2, pagina 18, zevende en elfde alinea, persoonsdossier 7, pagina 14, tweede alinea en persoonsdossier 8, pagina 26, zesde alinea.

15 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 2 pagina 18, achtste en tiende alinea.

16 Zonder uitputtend te zijn: persoonsdossier 3, pagina 14, vijfde en zesde alinea, persoonsdossier 8, pagina 26, vierde alinea en persoonsdossier 12, pagina 17, zevende alinea.

17 Persoonsdossier verdachte (persoonsdossier 5), pagina 13.