Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2474

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-07-2018
Datum publicatie
17-07-2018
Zaaknummer
08/730695-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank oordeelt dat een 49-jarige man een dreigtweet heeft verstuurd naar de gemeente Almelo. Van de tweet naar het Koninklijk Huis is niet bewezen dat deze relevante personen heeft bereikt en er is daarom geen sprake van een bedreiging. De man is schizofreen en volledig ontoerekeningsvatbaar. Dit betekent dat de tweet hem niet is aan te rekenen, de man is niet strafbaar. De rechtbank ontslaat hem van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/730695-17 (P)

Datum vonnis: 17 juli 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

nu verblijvende in P.I. Almelo - “De Karelskamp”.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

3 juli 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie
mr. G. Nijpels en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. J. Klomp, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte het Koninklijk Huis en de gemeente Almelo heeft bedreigd (primair) of geprobeerd heeft te dwingen om iets te doen (subsidiair), door via Twitter indringende berichten te versturen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 07 december 2017 te Almelo

een of meer persoon/personen van de gemeente Almelo en/of van het Koninklijk

Huis schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met enig

misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of

goederen ontstaat, en/of met brandstichting,

door via Twitter de volgende berichten te versturen:

@Koninklijkhuis ik woon nog steeds op de opvangcentrum, als ik deze maand geen

kans krijgt om te verhuizen, zal ik brandstichten ergens in Nederland, geloof

mij ik ben hier echt serieus in, hoe ik hier in Nederland behandeld wordt,

terwijl ik niemand bedonderd hebt.

en/of

@Gemeente_Almelo @Koninklijkhuis ik wordt met opzet in de opvangcentrum gezet,

ik krijg de kans niet te verhuizen met opzet, iedereen moet ophouden met mijn

leven, ik ga wraak nemen, ik ben niet bang om dood te gaan, en ook niet van de

politie;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 07 december 2017 te Almelo, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om een ander, te weten een of meer

persoon/personen van de gemeente Almelo en/of van het Koninklijk Huis

door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die

ander(en) en/of derden, te weten een of meer persoon/personen van de gemeente

Almelo en/of van het Koninklijk Huis wederrechtelijk te dwingen iets te doen,

niet te doen en/of te dulden,

door via Twitter de volgende berichten te versturen:

@Koninklijkhuis ik woon nog steeds op de opvangcentrum, als ik deze maand geen

kans krijgt om te verhuizen, zal ik brandstichten ergens in Nederland, geloof

mij ik ben hier echt serieus in, hoe ik hier in Nederland behandeld wordt,

terwijl ik niemand bedonderd hebt.

en/of

@Gemeente_Almelo @Koninklijkhuis ik wordt met opzet in de opvangcentrum gezet,

ik krijg de kans niet te verhuizen met opzet, iedereen moet ophouden met mijn

leven, ik ga wraak nemen, ik ben niet bang om dood te gaan, en ook niet van de

politie;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op 7 december 2017 heeft verdachte vanaf de Twitter-account ‘ [twitteraccount] ’ een tweetal berichten verstuurd: een bericht naar de Twitter-account van het Koninklijk huis en een bericht naar de Twitter-account van de gemeente Almelo.

Deze berichten, die ook worden genoemd in de tenlastelegging, houden in:

- “@ Koninklijkhuis: Ik woon nog steeds op de opvangcentrum, als ik deze maand geen kans krijg om te verhuizen, zal ik brand stichten, ergens in Nederland, geloof mij ik ben hier echt serieus in, hoe ik hier in Nederland behandeld wordt, terwijl ik niemand bedonderd heb” en

- “@ Gemeente_Almelo @ Koninklijkhuis: Ik word met opzet in de opvangcentrum gezet, ik krijg de kans niet te verhuizen met opzet, iedereen moet ophouden met mijn leven, ik ga wraak nemen, ik ben niet bang om dood te gaan, en ook niet van de politie”.

De heer [ambtenaar] (hierna: [ambtenaar] ), werkzaam bij de gemeente Almelo, heeft op
9 december 2017 aangifte gedaan van bedreiging en dwang, in overleg met de burgermeester. In de aangifte staat nog een Twitterbericht vermeld, dat op 7 december 2018 is verstuurd vanaf hetzelfde account. Dat bericht houdt in:

- “ i am not treated well in the Netherlands, therefore I can nog concentrate, I have decided that I can nog continue, if i do not get mij rest in the Netherlands I will take revenge, I will fight back until I die”.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat de inhoud van de bewoordingen onduidelijk is en geen concrete bedreigingen opleveren.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen dat de berichten die verdachte heeft verstuurd relevante personen van het Koninklijk Huis heeft bereikt, zodat zij verdachte voor dat deel zal vrijspreken.

De rechtbank is wel van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte één of meer personen van de gemeente Almelo heeft bedreigd. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Voor een strafbare bedreiging is vereist dat de bedreiging zelf van zodanige aard is en onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd ook gepleegd zou worden.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 7 december 2017 via Twitter berichten heeft verstuurd aan het Koninklijk Huis en de gemeente Almelo. Verdachte heeft verklaard dat hij in Almelo woont en dat hij een Twitter-account heeft onder de naam “ [twitteraccount] ”. Voorts heeft verdachte verklaard dat hij de hiervoor vermelde berichten heeft verstuurd om aandacht te krijgen voor zijn problemen en dat hij de bedreigingen nooit ten uitvoer zou brengen.

Zoals gezegd, heeft [ambtenaar] , in overleg met de burgemeester van de gemeente Almelo, aangifte gedaan van bedreiging en hij noemt daarin de drie eerdergenoemde Twitterberichten die zijn verstuurd vanaf het Twitteraccount “ [twitteraccount] ”. Uit de aangifte blijkt daarom dat de berichten die verdachte heeft verstuurd tenminste één werknemer van de gemeente Almelo en de burgemeester hebben bereikt.

Door en/of namens verdachte is aangevoerd dat de inhoud van de bedreigingen onduidelijk is en dat verdachte de bedreigingen niet ten uitvoer heeft willen brengen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte op 7 december 2017 een tweetal Twitterberichten heeft verstuurd: één aan het Koninklijk huis en één aan de gemeente Almelo, waarin hij dreigt met een brandstichting resp. zegt dat hij wraak gaat nemen. Daarnaast heeft hij, blijkens de aangifte, nog een twitterbericht verstuurd. De rechtbank is van oordeel dat gelet op de bewoordingen van deze drie berichten in onderlinge samenhang bezien de twee Twitterberichten die worden genoemd in de tenlastelegging een voldoende concrete bedreiging inhouden en dat daardoor bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf gepleegd zou worden. Uit de aangifte van [ambtenaar] blijkt ook dat de uitlatingen van verdachte meerdere personen hebben bereikt en dat hen hierdoor vrees is aangejaagd.

De rechtbank is daarom van oordeel dat de uitlatingen van verdachte in de Twitterberichten s een strafbare bedreiging opleveren. De stelling van verdachte dat hij de bedreigingen niet ten uitvoer zou leggen, maakt dat niet anders.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 07 december 2017 te Almelo één of meer personen van de gemeente Almelo schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat, en/of met brandstichting, door via Twitter de volgende berichten te versturen:

@Koninklijkhuis ik woon nog steeds op de opvangcentrum, als ik deze maand geen kans krijgt om te verhuizen, zal ik brandstichten ergens in Nederland, geloof mij ik ben hier echt serieus in, hoe ik hier in Nederland behandeld wordt, terwijl ik niemand bedonderd heb;

en

@Gemeente_Almelo @Koninklijkhuis ik word met opzet in de opvangcentrum gezet,

ik krijg de kans niet te verhuizen met opzet, iedereen moet ophouden met mijn leven, ik ga wraak nemen, ik ben niet bang om dood te gaan, en ook niet van de politie.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd.
De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat.

6 De strafbaarheid van verdachte

6.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht de verdachte overeenkomstig het over hem door
D.T. van der Werf, psychiater op 17 mei 2018, uitgebrachte rapport ontoerekeningsvatbaar ten aanzien van het ten laste gelegde. Hij heeft gevorderd de verdachte ten aanzien van het ten laste gelegde feit te ontslaan van alle rechtsvervolging.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte toerekeningsvatbaar is en dat een gevangenisstraf die gelijk is aan het voorarrest passend is. Verdachte wist ten tijde van het tenlastegelegde wat hij deed en heeft er spijt van.

6.3

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft kennisgenomen van de over de persoon van verdachte uitgebrachte rapportages, te weten

  • -

    een psychiatrisch Pro Justitia rapport van 17 mei 2018, opgemaakt door
    D.T. van der Werf, psychiater;

  • -

    een Psychologisch Onderzoeksrapport Pro Justitia van 9 maart 2018, opgemaakt door D.J. Burck, gz-psycholoog;

  • -

    een adviesrapport van 18 mei 2018, opgemaakt door J. Busscher, reclasseringswerker Reclassering Nederland

  • -

    een advies aan opdrachtgever toezicht van 31 mei 2018, opgemaakt door M. Castilla Martin, reclasseringswerker Tactus Verslavingszorg.

Uit het rapport van de psychiater komt onder meer naar voren dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een chronisch verlopende paranoïde psychose die te classificeren is als schizofrenie. De psycholoog stelt bij verdachte een chronisch psychotisch toestandsbeeld vast, dat waarschijnlijk optreedt in het kader van een schizofrene ontwikkeling en die thans te classificeren valt als een waanstoornis van het gemengde type. Ten tijde van het ten laste gelegde feit voelde de verdachte zich, als gevolg van zijn stoornis, bijzonder benadeeld door de gebeurtenissen in zijn leven in het algemeen en de gebeurtenissen in de dagopvang waar hij toen verbleef in het bijzonder. Verdachte was hierdoor niet in staat om zijn situatie te beoordelen, te analyseren en de handelingsalternatieven te overzien. De deskundigen adviseren beiden het ten laste gelegde aan de verdachte niet toe te rekenen.

De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies van de rapporteurs over en volgt het advies het ten laste gelegde niet aan verdachte toe te rekenen. Zij is van oordeel dat de verdachte daarom niet strafbaar is ter zake het ten laste gelegde en ontslaat hem van alle rechtsvervolging.

7 De op te leggen maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte overeenkomstig het bepaalde in artikel 37 Sr voor de duur van één jaar zal worden geplaatst in een psychiatrisch ziekenhuis.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om geen maatregel ex artikel 37 Sr op te leggen.

7.3

De gronden voor een maatregel

Nu hetgeen bewezen is verklaard niet aan verdachte kan worden toegerekend, kan van een strafoplegging geen sprake zijn. De rechtbank heeft overwogen of de maatregel ex artikel 37 Sr opgelegd moet worden, waarbij de vraag is of verdachte gevaarlijk is voor zichzelf, voor anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen . De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat verdachte zodanig gevaar oplevert voor anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen, dat tot oplegging van de maatregel noodzakelijk is. De in het op 31 mei 2018 uitgebrachte rapportage van Tactus Verslavingszorg, waarin wordt gesproken over een niet ondenkbaar gevaar “op de wat langere termijn” acht de rechtbank onvoldoende om nu een dergelijk ingrijpende maatregel op te leggen. De rechtbank heeft daarbij mede gelet op de justitiële documentatie van verdachte, waarop geen strafbare feiten staan vermeld na 18 februari 2015.

Er bestaat ook geen aanleiding om aan te nemen dat er gevaar voor verdachte zelf aanwezig is. De rechtbank zal daarom geen maatregel opleggen.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte niet strafbaar voor het bewezenverklaarde en ontslaat verdachte op dat onderdeel van alle rechtsvervolging.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.H.W. Teekman, voorzitter, mr. G.J. Stoové en
mr. M.I. van Meel, rechters, in tegenwoordigheid van Z. Ülger-Demir, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2018.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de districtsrecherche Twente met nummer PL0600-2017562398. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 juli 2018, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Het klopt dat ik op 7 december 2017 twitterberichten heb verstuurd. Het Twitter-account onder de naam “ [twitteraccount] ” is van mij. Ik wilde aandacht voor mijn problemen. Ik zou de misdrijven nooit plegen.

2. Het proces-verbaal van aangifte van [ambtenaar] van 9 december 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangever:

Ik ben namens het slachtoffer gerechtigd tot het doen van aangifte.

In overleg met de burgemeester A. Gerritsen van de gemeente Almelo doe ik aangifte.

Op donderdag 7 december 2017 zijn er meerdere twitter berichten geplaatst door [twitteraccount] waarin gedreigd wordt met brandstichting indien hij deze maand niet de kans krijgt om te verhuizen en benadrukt dat hij hier echt serieus in is. In een volgend bericht geeft hij aan dat hij wraak gaat nemen en niet bang is om dood te gaan. Ik heb begrepen dat de afzender een inwoner is van Almelo. Door deze bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht tegen de gemeente Almelo, hetzij tegen derden, voelt de gemeente Almelo zich wederrechtelijk gedwongen iets te doen of te dulden. De gemeente Almelo is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn inwoners en werknemers. Door de berichten van de afzender vreest de gemeente Almelo voor de veiligheid van de werknemers en haar inwoners.

Ik verwijs naar de inhoud van de twitter berichten zoals hieronder aangegeven.

Bericht 1:

@Koninklijkhuis ik woon nog steeds op de opvangcentrum, als ik deze maand geen kans krijgt om te verhuizen, zal ik brandstichten ergens in Nederland, geloof mij ik ben hier echt serieus in, hoe ik hier in Nederland behandeld wordt, terwijl ik niemand bedonderd hebt;

Bericht 2:

@Gemeente_Almelo @Koninklijkhuis ik word met opzet in de opvangcentrum gezet,

ik krijg de kans niet te verhuizen met opzet, iedereen moet ophouden met mijn leven, ik ga wraak nemen, ik ben niet bang om dood te gaan, en ook niet van de politie;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Bericht 3:

- i am not treated well in the Netherlands, therefore I can nog concentrate, I have decided that I can nog continue, if i do not get mij rest in the Netherlands I will take revenge, I will fight back until I die.