Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2414

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-07-2018
Datum publicatie
12-07-2018
Zaaknummer
08/710002-18 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 46-jarige man is veroordeeld voor een schoolinbraak, een diefstal uit een woning en een winkeldiefstal met zijn broer tot een celstraf van 168 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Zo moet hij behandeld worden aan zijn drugsverslaving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/710002-18 (P)

Datum vonnis: 10 juli 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats] ,

nu verblijvende bij Tactus Verslavingszorg,

locatie Johannes Wierhuis,

Dr. Slotlaan 16, 7157 AT in Rekken.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 juni 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. J. Blanco en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: samen met een ander of anderen heeft ingebroken bij [school 1] in Almelo;

feit 2: samen met een ander of anderen heeft ingebroken bij het [school 2] in Almelo;

feit 3: heeft ingebroken in een woning aan de [adres 1] in Almelo, dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- of schuldheling van bij die inbraak gestolen goederen;

feit 4: samen met een ander of anderen uit een winkel twee hondenhalsbanden heeft gestolen;

feit 5: een autokraak heeft gepleegd, dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- of schuldheling van bij die autokraak gestolen goederen.

Voluit luidt de tenlastelegging, zoals ter terechtzititng gewijzigd, aan verdachte, dat:

1.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 januari 2018 tot

19 januari 2018 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand van [school 1] / Stichtingonderwijs Almelo aan de [adres 2] heeft/hebben weggenomen een of meerdere laptop(s) en/of computers en/of (tv-)beeldscherm(en) en/of geluidsset(s), in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [school 1] / Stichtingonderwijs, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2.

hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 19 januari 2018 tot

22 januari 2018 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand van [school 2] aan de [adres 3] heeft/hebben weggenomen een laptop (van het merk Dell) en/of in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [school 2] , waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf

heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

3.

hij in of omstreeks de periode van 28 november 2017 tot 5 december 2017 te Almelo, in/uit een woning aan de [adres 1] , diverse kledingsstukken en/of een tv (flatscreen) en/of camera('s), in elk geval enig(e) goed(eren), dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht

door middel van braak en/of verbreking;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 28 november 2017 tot 5 december 2017 te Almelo, meerdere kledingstukken en/of een tv (flatscreen) en/of camera('s), in ieder geval enig(e) goed(eren), heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2017 tot 24 januari 2018 te Almelo, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 (honden)halsbanden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] (gelegen aan de [adres 4] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

5.

hij in of omstreeks de periode van 7 december 2017 tot 9 december 2017 te Almelo, een fotocamera (met toebehoren), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen uit een auto met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of verbreking;

althans, voor zover voor het vorenstaande onder 5 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, subsidiair, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 7 december 2017 tot 9 december 2017 te Almelo,

een goed te weten een camera (met toebehoren), althans enig goed, heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld voor de onder 1, 2, 3 primair, 4 en 5 primair tenlastegelegde feiten en heeft daartoe de bewijsmiddelen opgesomd.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ook voor feit 5 primair en subsidiair dient volgens de raadsman een vrijspraak te volgen omdat de bekentenis van verdachte niet ziet op de autobus van [slachtoffer 2] maar op een kleine personenauto. De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft een bewezenverklaring van het onder 3 primair en 4 tenlastegelegde.

4.3

Het oordeel van de rechtbank 1

Feit 1

De rechtbank stelt de volgende feiten vast.

Op 15 januari 2018 is in basisschool [school 1] aan de [adres 2] in Almelo een raam ingeslagen en is uit die school een een Dell laptop weggenomen die toebehoorde aan [school 1] .2 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de tenlastegelegde periode bij dit pand van [school 1] heeft ingebroken en een laptop heeft weggenomen.3 Gelet hierop acht de rechtbank het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2 en feit 5 primair en subsidiair

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 2 en 5 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Verdachte heeft over feit 2 ter zitting verklaard zich daarvan weinig te kunnen herinneren. Over feit 5 heeft verdachte zowel bij de politie als ter zitting verklaard wel een autoinbraak te hebben gepleegd, maar in een personenauto en niet een autobus. In het dossier bevinden zich overigens slechts de op bedoelde feiten betrekking hebbende aangiftes. Derhalve bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om verdachte te linken aan de feiten 2 en 5.

De feiten 3 en 4

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 3 primair en 4 tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens verdachte geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen4.

  1. feit 4: het proces-verbaal van aangifte van 24 januari 2018 (pagina 113);

  2. feit 3: het proces-verbaal van aangifte van 5 december 2017 (pagina 122-123);

  3. het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 26 juni 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Sv.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

1.

hij op 13 januari 2018 te Almelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het pand van [school 1] aan de [adres 2] heeft weggenomen een laptop die aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan [school 1] , waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak;

3 primair

hij in de periode van 28 november 2017 tot 5 december 2017 te Almelo, in/uit een woning aan de [adres 1] , diverse kledingstukken en een tv (flatscreen) en camera's, die geheel aan een ander toebehoorden, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen;

4.

hij in de periode van 1 oktober 2017 tot 24 januari 2018 te Almelo, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 hondenhalsbanden, toebehorende aan [winkel] gelegen aan de [adres 4] .

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 3 primair en 4 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

feit 3 primair

het misdrijf: diefstal

feit 4

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 167 dagen onvoorwaardelijk en het overige deel voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, met een proeftijd van 3 jaar en met oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich voor wat betreft de straf gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een schoolinbraak, een diefstal uit een woning en heeft samen met zijn broer een winkeldiefstal gepleegd. Verdachte heeft met zijn handelwijze aangetoond geen enkel respect te hebben voor andermans eigendommen en hij heeft zich kennelijk enkel laten leiden door materieel gewin.

De rechtbank houdt in het nadeel;van verdachte rekening met het uittreksel justitiële documentatie van 26 maart 2018, waaruit blijkt dat hij eerder en herhaaldelijk voor gekwalificeerde vermogensdelicten is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het adviesrapport van 22 juni 2018 van Tactus Verslavingszorg.

De rechtbank heeft voor de op te leggen strafsoort en de hoogte van de straf gelet op de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde LOVS-oriëntatiepunten, die dienen als richtsnoer voor strafoplegging. In deze oriëntatiepunten wordt bij een winkeldiefstal, in geval van recidive ter zake van soortgelijke strafbare feiten, een geldboete van € 200,- en een week onvoorwaardelijke gevangenisstraf genoemd. Voor insluiping in een woning wordt in geval van recidive een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden genoemd en voor een bedrijfsinbraak 10 weken onvoorwaardelijke gevangenisstraf.

De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte in enige mate verantwoordelijkheid neemt voor de door hem begane feiten. Bovendien verblijft hij inmiddels in een kliniek waar hij behandeld wordt in verband met zijn harddrugsverslaving en komt verdachte ook overigens de schorsingsvoorwaarden goed na.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een gevangenisstraf voor de duur van 168 dagen, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden en met aftrek van voorarrest, passend en geboden is. De rechtbank zal aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd van drie jaren verbinden.

De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie is geëist, omdat de rechtbank de verdachte vrijspreekt van de onder 2 en 5 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten.

In aanmerking genomen dat de bewezenverklaarde gedragingen naar hun aard niet gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, zal de rechtbank, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, niet bepalen dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 en 5 primair en subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 3 primair en 4 meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak,

feit 3 primair

het misdrijf: diefstal

feit 4

het misdrijf: diefstal door twee of meer verenigde personen

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 3 primair en 4 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 168 (honderdachtenzestig) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 14 (veertien) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de veroordeelde voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich binnen drie werkdagen na onherroepelijk worden van het vonnis telefonisch meldt bij Tactus Reclassering in Enschede op telefoonnummer 088-38 22 887. Hierna moet veroordeelde zich gedurende de proeftijd blijven melden op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

- zich gedurende de eerste zeven maanden van de proeftijd op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling laat opnemen in het Johannes Wierhuis te Rekken of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- na zijn klinische behandeling in een zorgboerderij zoals De Scholtenhof te Zenderen of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, zal verblijven en zich zal houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- - zich na zijn klinische behandeling ambulant laat behandelen voor zijn angststoornissen en verslavingsproblematiek door JusTact forensische poli of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- zich, als de reclassering dit noodzakelijk acht, binnen een ambulant behandeltraject, kortdurend klinisch laat opnemen ter bestrijding van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek, voor de duur van maximaal zeven weken of zoveel korter als de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- meewerkt aan urineonderzoek, zo vaak en zolang de reclassering dit gedurende de proeftijd nodig acht;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.G. Ellenbroek, voorzitter, mr. F.H.W. Teekman en

mr. A.M. den Dulk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.A. Krooshof, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2018.

Buiten staat

De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland, district Twente, basisteam Twente-Noord met nummer PL0600-2018091885. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van 15 januari 2018 (pagina 80-82).

3 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 26 juni 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte.

4 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Politie Eenheid Oost-Nederland, district Twente, basisteam Twente-Noord met nummer PL0600-2018091885. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.