Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:214

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
23-01-2018
Datum publicatie
23-01-2018
Zaaknummer
08/730399-17 (P) en 08/194436-15 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 30-jarige man tot een taakstraf van 80 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en algemene en bijzondere voorwaarden voor mishandeling van zijn vader. Daarnaast moet de man een bedrag van 500 euro aan schadvergoeding betalen. Een eerder aan de man opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf in december vorig jaar, zet de rechtbank om in een taakstraf van 60 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/730399-17 (P) en 08/194436-15 (tul)

Datum vonnis: 23 januari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987 in Leeuwarden,

wonende te [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

9 januari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.A. Veneberg en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr. J.J.M. Pinners, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er op neer dat verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan poging tot zware mishandeling, dan wel mishandeling, van zijn vader.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 15 juli 2017 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan zijn vader [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] één of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft gestompt en/of geslagen en/of één of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam heeft getrapt en/of geschopt en/of door die [slachtoffer] over de grond heeft

gesleurd en/of getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 15 juli 2017 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, zijn vader, althans een persoon, te weten [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] één of meermalen tegen het hoofd en/of het lichaam te stompen en/of te slaan en/of één of meermalen tegen het hoofd en/of tegen het lichaam te trappen en/of te schoppen en/of die [slachtoffer] over de grond te sleuren en/of te trekken.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen kan worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat ten aanzien van het primair ten laste gelegde vrijspraak moet volgen aangezien niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, om aangever zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Uit de bewijsmiddelen, te weten de ter terechtzitting afgelegde verklaring van verdachte, de aangifte van zijn vader, [slachtoffer] (hierna: aangever), en het proces-verbaal van bevindingen van de politie, kan worden geconcludeerd dat aangever op 15 juli 2017 door verdachte is mishandeld, waardoor aangever pijn en letsel heeft bekomen. Naar het oordeel van de rechtbank leveren de bewezen verklaarde gedragingen geen poging tot het toebrengen op zwaar lichamelijk letsel op. Van het primair ten laste gelegde zal verdachte dan ook worden vrijgesproken.

Wel is er sprake van mishandeling. Nu aangever de vader van verdachte is, kan de strafverzwarende variant bewezen worden verklaard.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 januari 2018, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte;

2.

Het proces-verbaal van verhoor aangifte van [slachtoffer] van 16 juli 2017, pagina’s 10 t/m 11, voor zover inhoudende de verklaring van aangever;

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] , met fotobijlage, pagina’s 12 t/m 15, van 16 juli 2017, voor zover inhoudende de bevindingen van verbalisant.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 15 juli 2017 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, zijn vader, te weten [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] meermalen tegen het hoofd te stompen en meermalen tegen het lichaam te trappen en/of te schoppen en die [slachtoffer] over de grond te sleuren

en/of te trekken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 300 en 304 Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: mishandeling, begaan tegen zijn vader tot wie hij in de familierechtelijke betrekking staat.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien weken, waarvan zes weken voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren met daaraan gekoppeld de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering en met aftrek van de in voorarrest doorgebrachte tijd. Daarnaast heeft de officier van justitie opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis gevorderd.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan de in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd en daarnaast oplegging van een taakstraf.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn vader. Verdachte heeft in zijn vaders huis een bedreigende en onveilige situatie geschapen, waarin hij inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van zijn vader. Door het handelen van verdachte heeft zijn vader pijn en letsel bekomen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij op een dergelijke manier uiting heeft gegeven aan zijn boosheid jegens zijn vader.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie van verdachte van 21 november 2017. Daaruit blijkt dat verdachte eerder voor het plegen van een geweldsdelict is veroordeeld. Van deze veroordeling liep verdachte nog in de proeftijd. Deze veroordeling heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden om een nieuw strafbaar feit te plegen.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsadvies van 21 december 2017, opgemaakt door [naam] , reclasseringswerker bij Reclassering Nederland. Uit het reclasseringsadvies blijkt onder meer dat het gedrag van verdachte deels is te verklaren vanuit zijn problematiek. Verdachte heeft een licht verstandelijke beperking en een persoonlijkheidsstoornis NAO. De problematiek van verdachte is onveranderbaar. Verdachte is afhankelijk van zijn omgeving die structuur en duidelijkheid moet bieden om zijn impulsen in goede banen te leiden. Verdachte woont sinds oktober 2017 bij het [instelling] in Zwolle. Trajectum is ingezet om ondersteuning te geven bij het vormgeven van zorg. Verdachte heeft bijna twee jaar contact met de reclassering gehad waarbij de communicatie vooral via zijn begeleiders verliep. Recidivebeperking door gedragsbeïnvloeding is niet mogelijk gebleken. De inzet van de reclassering richt zicht op dit moment op risicomanagement, zoals het creëren en in stand houden van een gestructureerde woonomgeving, en op het reguleren van het contact tussen verdachte en zijn vader. De reclassering schat de kans op recidive onder de huidige omstandigheden in als matig. Voorafgaande aan het voorval waren er geen signalen die wezen op een mogelijke recidive. Het contact tussen verdachte en zijn vader is in het toezicht niet mogelijk zonder duidelijke afspraken. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijk opvang en een contactverbod met zijn vader.

Zoals hiervoor vermeld, acht de rechtbank, anders dan de officier van justitie, de tenlastegelegde poging tot zware mishandeling niet bewezen. De rechtbank zal voor het bewezenverklaarde misdrijf mishandeling een andere strafmodaliteit opleggen dan door de officier van justitie is geëist. Wel acht de rechtbank het, gezien de persoon van verdachte, van belang dat de door de reclassering geadviseerde voorwaarden bij een voorwaardelijk deel van de straf worden opgelegd.

De rechtbank zal aan verdachte een werkstraf opleggen voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen vervangende hechtenis, waarvan 40 uur, subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Van het aantal uren te verrichten werkstraf zullen een aantal uren in mindering worden gebracht vanwege de dagen die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Aan de voorwaardelijke werkstraf verbindt de rechtbank de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering zijn geadviseerd.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 500,- immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen voor het gevorderde bedrag van € 500,-, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De vordering tenuitvoerlegging

Bij onherroepelijk geworden vonnis van 8 december 2015, gewezen door de politierechter te Zwolle, parketnummer 08/194436-15, is de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) weken voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Bij schriftelijke vordering van 7 december 2017 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting verlenging van de proeftijd met 1 jaar gevorderd.

De raadsvrouw heeft verzocht om omzetting van de gevangenisstraf naar een taakstraf.

Het hiervoor bewezenverklaarde feit is door verdachte begaan voor het einde van de bij voormelde vonnis gestelde proeftijd. De rechtbank kan op grond daarvan, en gelet op het bepaalde in artikel 14g Sr, in beginsel de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf gelasten. De rechtbank ziet echter, gelet op de persoon van verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en de op te leggen straf, aanleiding om de gevangenisstraf om te zetten in een werkstraf.

De rechtbank gelast in de plaats van tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke opgelegde gevangenisstraf, het verrichten van de werkstraf voor de duur van 60 uur, waarbij de rechtbank toepassing geeft aan de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS (Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht) ten aanzien van de omzetting van een vrijheidsstraf in een taakstraf.

Bij het bepalen van de duur van de vervangende hechtenis na omzetting, wordt in afwijking van de tabel art. 22d Sr (vervangende hechtenis bij oplegging taakstraf) aansluiting gezocht bij de oorspronkelijk opgelegde voorwaardelijke vrijheidsstraf.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d, 27 en 36f Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte subsidiair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    het misdrijf: mishandeling, begaan tegen zijn vader tot wie hij in de familierechtelijke betrekking staat.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het subsidiair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

  • -

    stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich op afspraak meldt bij de Reclassering Nederland op het adres Dobbe 72 in Zwolle. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

  • -

    zich ambulant laat behandelen door Trajectum of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. De inzet van Trajectum stopt naar verwachting als de zorg van het [instelling] is vormgegeven;

  • -

    verblijft in het [instelling] Overijssel of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijk opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 500,- (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2017);

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 500,- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juli 2017 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op;

tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

- gelast in plaats van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Zwolle van 8 december 2017 met parketnummer 08/194436-15 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, het verrichten van de werkstraf voor de duur van zestig (60 uren).

Dit vonnis is gewezen door mr. D.E. Schaap, voorzitter, mr. S. Taalman en mr. R.M. van Vuure, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2018.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer [nummer] van 18 juli 2017. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.