Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2068

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-06-2018
Datum publicatie
18-06-2018
Zaaknummer
6857038 CV EXPL 18-2181
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer, een servicemonteur, heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met daarin opgenomen een concurrentiebeding voor vijf jaar. Werknemer vraagt schorsing van het beding omdat hij bij een andere werkgever aan de slag kan. Vordering wordt toegewezen nu o.a. onvoldoende onderbouwd gesteld is dat werknemer als servicemonteur over zodanige kennis en ervaring beschikt die uit concurrentie technisch oogpunt voor werkgever bedreigend is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2018-0700
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 6857038 CV EXPL 18-2181

Vonnis in kort geding van 8 juni 2018

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats]

eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,

gemachtigden: mr. L.S.F. ten Feld,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EuropeSecurity B.V.

gedaagde partij, hierna te noemen EuropeSecurity,

gemachtigde: mr. A. Gerards.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1.1.

de namens [eiser] betekende dagvaarding van 2 mei 2018, waarbij [eiser] een vordering heeft ingesteld tot het treffen van een voorlopige voorziening en EuropeSecurity heeft opgeroepen ter zitting in kort geding te verschijnen.

1.2.

De vordering is behandeld ter zitting van 25 mei 2018.

[eiser] is verschenen, bijgestaan door mr. Ten Feld.

EuropeSecurity, vertegenwoordigd door haar directeur/eigenaar de heer [A] is verschenen, bijgestaan door mr. Gerards.

1.3.

[eiser] heeft zijn standpunt laten toelichten door zijn gemachtigde die daarbij gebruik heeft gemaakt van pleitaantekeningen. De gemachtigde van EuropeSecurity heeft tegen de vordering mondeling verweer gevoerd.

De griffier heeft van hetgeen ter zitting is besproken aantekeningen bijgehouden.

1.4.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In het kader van de MBO-opleiding Electrotechniek niveau 2 en 3 heeft [eiser] in 2014 stage gelopen bij EuropeSecurity, een bedrijf gespecialiseerd in beveiligingssystemen. Nadat deze opleiding met goed gevolg werd afgerond is [eiser] per 7 juli 2014 in dienst getreden bij EuropeSecurity op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 6 januari 2015 in de functie van leerling servicemonteur. Deze arbeidsovereenkomst is op 18 januari 2016 omgezet in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij de functie van [eiser] werd omgezet van leerling servicemonteur naar servicemonteur.

2.2.

In beide arbeidsovereenkomsten is onder artikel 11 het volgende concurrentiebeding opgenomen:

Het is de werknemer verboden binnen een tijdvak van 5 jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen een straal van 80 km met onze vestiging als middelpunt, in enigerlei vorm betaald of onbetaald werkzaam te zijn bij, of financieel deel te nemen in een onderneming gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever. Het in lid boven vermeld verbod geldt niet indien werknemer daartoe voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gekregen van werkgever, aan welke toestemming werkgever voorwaarden kan verbinden. Voor iedere overtreding van het hierboven bepaalde en voor iedere dag dat de werknemer in overtreding is, verbeurt werknemer een boete van € 5000,00 per dag, te betalen aan werkgever, onverminderd het recht van werkgever op volledige vergoeding van de geleden schade. Tevens verwijzen we u naar de bijgevoegde bedrijfsregels.

2.3.

In de Huishoudelijke Regels van EuropeSecurity, die door [eiser] voor op 5 januari 2015 voor ontvangst zijn getekend, is het volgende concurrentiebeding opgenomen:

1. Het is de werknemer verboden binnen een tijdvak van 5 jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst binnen een straal van 80 km met onze vestiging als middelpunt, in enigerlei vorm betaald of onbetaald werkzaam te zijn bij, of financieel deel te nemen in een onderneming gelijk, gelijksoortig of aanverwant aan die van werkgever.

2. Het in lid 1 vermeld verbod geldt niet indien werknemer daartoe voorafgaand schriftelijk toestemming heeft gekregen van werkgever, aan welke toestemming werkgever voorwaarden kan verbinden.

3. Voor iedere overtreding van het hierboven bepaalde en voor iedere dag dat de werknemer in overtreding is, verbeurt werknemer een boete van € 500,00 per dag, te betalen aan werkgever, onverminderd het recht van werkgever op volledige vergoeding van de geleden schade. Tevens verwijzen we u naar de bijgevoegde bedrijfsregels.

2.4.

In voormelde Huishoudelijke Regels is het volgende relatiebeding opgenomen:

1. Het is werknemer verboden gedurende 5 jaren na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, werkzaamheden te verrichten ten behoeve van of in opdracht van op het tijdstip van beëindiging van deze arbeidsovereenkomst bestaande of in de drie jaren daaraan voorafgaand bestaand hebbende relaties van werkgever, dan wel relaties van de werkgever te benaderen. Onder relaties worden in dit kader uitsluitend verstaan, de natuurlijke- of rechtspersonen ten behoeve waarvan werknemer in het kader van deze arbeidsovereenkomst gedurende de laatste twee jaren voor beëindiging van deze arbeidsovereenkomst persoonlijk werkzaam is geweest.

2. Het in lid 1 vermeld verbod geldt niet indien werknemer daartoe voorafgaand schriftelijke toestemming heeft gekregen van werkgever, aan welke toestemming werkgever voorwaarden kan verbinden.

3. Voor iedere overtreding van het hierboven bepaalde en voor iedere dag dat de werknemer in overtreding is, verbeurt werknemer een boete van € 75,00 per dag, te betalen aan werkgever, onverminderd het recht van werkgever op volledige vergoeding van de geleden schade.

2.5.

Werknemer heeft, mede naar aanleiding van al langer bestaande discussies tussen partijen over compensatie van overuren, gesolliciteerd bij [X] .

Dit bedrijf heeft werknemer schriftelijk en tot 30 juni 2018 geldend aanbod gedaan in dienst te treden waarbij er in functies mogelijkheden zijn bij zowel [Y] als [Z] . EuropeSecurity beroept zich op het concurrentie- en relatiebeding en weigert met indiensttreding door werknemer bij één van deze bedrijven in te stemmen.

3 Het geschil

De vordering

3.1.

[eiser] vordert - voor zover mogelijk - uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

I. Het tussen partijen bij arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding (artikel 11) met bijbehorende boetebepaling te schorsen en/of buiten werking te stellen en/of buiten toepassing te verklaren geheel of gedeeltelijk totdat in een bodemprocedure anders zal zijn beslist in die zin dat het [eiser] is toegestaan bij [Y] aansluitend na diens uitdiensttreding bij EuropeSecurity in dienst te treden, althans door de kantonrechter in goede justitie te bepalen oordeel met gelijke strekking;

subsidiair:

II. Het tussen partijen bij arbeidsovereenkomst overeengekomen concurrentiebeding (artikel 11) met bijbehorende boetebepaling te schorsen en/of buiten werking te stellen en/of buiten toepassing te verklaren geheel of gedeeltelijk totdat in een bodemprocedure anders zal zijn beslist in die zin dat het [eiser] is toegestaan bij [Z] aansluitend na diens uitdiensttreding bij EuropeSecurity in dienst te treden, althans door de kantonrechter in goede justitie te bepalen oordeel met gelijke strekking;

zowel primair als subsidiair:

III. het tussen partijen in de huishoudelijke regels EuropSecurity opgenomen relatiebeding te schorsen geheel of gedeeltelijk, althans door de kantonrechter in goede justitie te bepalen oordeel met gelijke strekking;

IV. veroordeling van EuropeSecurity in de kosten van deze procedure.

3.2.

[eiser] legt aan zijn vordering, naast de hiervoor opgenomen vaststaande feiten, het navolgende ten grondslag.

3.2.1.

[eiser] is jong, ambitieus en leergierig. Hij is opgeleid om te werken in de elektrotechniek, gericht op beveiliging en hij wil zich daar verder in ontwikkelen. Bij [eiser] zijn langzamerhand irritaties ontstaan aangaande het beleid en de houding van EuropeSecurity, met name ter zake het veelvuldig moeten maken van overuren en het gebrek aan compensatie daarvan. [eiser] is geen makkelijke prater en omdat hij zich verbaal de zwakkere voelde van zijn EuropeSecurity heeft hij op 6 maart 2018 EuropeSecurity schriftelijk op zijn bezwaren gewezen o.a. ten aanzien van de registratie van overuren en de moeizame wijze waarop hij verlof kon opnemen. De schriftelijke reactie hierop van EuropeSecurity was voor [eiser] uiterst teleurstellend: zijn vragen werden niet beantwoord en feitelijk werden hem een aantal ongefundeerde verwijten gemaakt. Dat was voor [eiser] de bevestiging dat hij niet langer op de goede plek zit. [Y] heeft [eiser] een aanbod gedaan waarmee [eiser] in de beveiligingstechniek werkzaam kan blijven in Twente. Bij [Y] kan [eiser] een grote stap maken in zijn carrière binnen de branche en krijgt hij de mogelijkheid om te gaan werken met Domotica, zijnde een geavanceerd systeem, welke techniek niet wordt toegepast bij EuropeSecurity.

3.2.2.

In het kader van de belangenafweging heeft [eiser] aangevoerd dat hij uit Twente komt en Twente niet zal verlaten. Hij is een elektrotechnicus die zich verder is gaan richten op de beveiligingstechniek. Indien het concurrentie- en relatiebeding in stand zou worden gehouden, betekent dit dat hij feitelijk aan EuropeSecurity geketend is en blijft en zal hij zich, anders dan bij [Y], niet verder in de beveiligingstechniek kunnen ontwikkelen.

3.2.3.

Het recht op vrije arbeidskeuze is zowel Grondwettelijk als Europeesrechtelijk gewaarborgd en slechts onder strikte omstandigheden is het een EuropeSecurity toegestaan om dit recht van een werknemer te beperken. EuropeSecurity dient daarvoor wezenlijke zwaarwegende belangen te hebben, waarvan in onderhavige situatie geen sprake is. EuropeSecurity wil [eiser] aan het concurrentiebeding houden omdat hij door EuropeSecurity (verder) is opgeleid en [eiser] bekend zou zijn met de strategieën van en producten van EuropeSecurity. Het is [eiser] niet bekend op welke strategieën EuropeSecurity doelt en de producten van EuropeSecurity zijn niet anders dan gebruikelijk in de branche. De belangen van EuropeSecurity zijn te ondervangen door een geheimhoudings- en relatiebeding. [eiser] is bereid om daaraan mee te werken.

3.2.4.

[eiser] wijst erop dat EuropeSecurity voor zijn werknemers hetzelfde concurrentiebeding hanteert. Hierbij wordt op geen enkele wijze onderscheid gemaakt naar functie, ervaringsjaren en/of anderszins. Er is geen bewuste afweging gemaakt over de aanwezigheid van zwaarwegende bedrijfsbelangen om een dergelijk beding te kunnen sluiten. Bij instandhouding van het beding zal [eiser] als geboren en getogen Twentenaar binnen een straal van 80 kilometer te rekenen vanaf [plaats] zijn beroep als servicemonteur gericht op beveiligingssystemen niet kunnen uitoefenen.

Het verweer

3.3.

EuropeSecurity concludeert tot afwijzing van de vordering onder veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Ter onderbouwing van haar verweer voert EuropeSecurity – samengevat – het navolgende aan.

3.3.1

EuropeSecurity betwist dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij de onderhavige vordering. Verder is er nog geen bodemzaak bekend en is de vordering bij gebreke van een tijdslimiet te algemeen geformuleerd voor een beslissing in kort geding. Een schorsing van het beding voor onbepaalde tijd kan wat EuropeSecurity betreft niet de bedoeling zijn.

3.3.2.

De verwijten die [eiser] EuropeSecurity maakt ten aanzien van de registratie van overuren zijn onterecht. EuropeSecurity heeft [eiser] vele malen gewezen op welke wijze hij de uren moest bijhouden maar op de één of andere manier komt dat bij [eiser] niet binnen. EuropeSecurity wijst erop dat [eiser] uit een LBO leeromgeving komt en duidelijk moeite heeft met communiceren, hetgeen ook ten grondslag ligt aan de discussies tussen partijen over compensatie voor overuren e.d.. Daarentegen is hij een prima monteur met een ‘goede linker en een goede rechter hand’, zo vertelde EuropeSecurity tijdens de mondelinge behandeling.

EuropeSecurity wil, door [eiser] te houden aan de bedingen, de specifieke kennis en kunde van haar bijzonder en onderscheidend bedrijf beschermen. EuropeSecurity wil geen oneerlijke concurrentie en om die reden is een concurrentiebeding van 5 jaar in de arbeidsovereenkomsten met alle werknemers opgenomen. Al de kennis en kunde van [eiser] in de beveiligingstechniek is eerder door EuropeSecurity zelf opgedaan en overgedragen aan haar medewerkers. Door indiensttreding bij [Y], een directe concurrent, zou alle kennis en kunde waar de directeur/eigenaar van EuropeSecurity 32 jaar aan gewerkt heeft, in één klap bij die concurrent terechtkomen. Er is EuropeSecurity dan ook veel aan gelegen om [eiser] aan het beding te houden.

4 De beoordeling

4.1.

[eiser] heeft, nu hij per 1 juli 2018 bij [Y] in dienst kan treden, spoedeisend belang bij de gevorderde voorlopige voorziening tot schorsing van het concurrentie- en relatiebeding. Dat [eiser] nog geen bodemprocedure heeft geëntameerd, staat evenmin aan ontvankelijkheid in de weg. Het instellen van een bodemprocedure is immers geen vereiste om een voorlopige voorziening ex artikel 254 Rv te vorderen.

Anders dan namens EuropeSecurity is betoogd is een verzoek om schorsing, anders dan een verzoek om vernietiging, bij wijze van voorlopige voorziening wel mogelijk omdat schorsing, anders dan vernietiging, geen onomkeerbaar karakter heeft.

4.2.

Vooropgesteld wordt dat voor toewijzing van een vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen dan reden is, als op grond van de thans gebleken feiten en omstandigheden aannemelijk is dat in een bodemprocedure de beslissing gelijkluidend zal zijn. Derhalve moet beoordeeld worden of het al dan niet aannemelijk is dat de bodemrechter tot het oordeel zal komen dat het tussen [eiser] en EuropeSecurity overeengekomen concurrentie- en/of relatiebeding geheel of gedeeltelijk moet worden vernietigd.

4.3.

Nu de arbeidsovereenkomst voor 1 juli 2015 tot stand is gekomen, is voor de beantwoording van de vraag of de in geding zijn de bedingen rechtsgeldig tot stand zijn gekomen, het tot die datum geldende artikel 7:653 BW - dat overigens op dit onderdeel niet afwijkt van het huidige artikel 7:653 BW - van toepassing.

4.3.1.

Het concurrentiebeding, opgenomen in de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, getekend op 18 januari 2016, is rechtsgeldig tot stand gekomen nu [eiser] meerderjarig was en het beding schriftelijk is overeengekomen.

4.3.2.

Het relatiebeding is alleen opgenomen in de ‘huishoudelijke regels EuropeSecurity, verder: de huishoudelijke regels. [eiser] heeft middels ondertekening op 5 januari 2015 verklaard akkoord te gaan met de daarin opgenomen voorschriften en daarvan een afschrift te hebben ontvangen. De enkele omstandigheid dat het beding in de huishoudelijke regels is opgenomen staat, gelet op de hiervoor genoemde ondertekening aan de rechtsgeldigheid niet in de weg. Vgl. HR 28 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC0384, NJ 2008/503 (Philips/Oostendorp). Ingevolge vaste rechtspraak gelden voor de wijze van totstandkoming van een relatiebeding dezelfde vereisten als voor een concurrentiebeding. Het huishoudelijke reglement heeft [eiser] getekend gedurende zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Ingevolge art. 7:653 (oud) BW kan een concurrentie- en relatiebeding alleen dan rechtsgeldig worden opgenomen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als uit een bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- en/of dienstbelangen. Nu een dergelijke schriftelijke motivering ontbreekt, is het relatiebeding niet rechtsgeldig tot stand gekomen. Naar verwachting zal in een bodemprocedure komen vast te staan dat EuropeSecurity aan dat beding geen rechten kan ontlenen. Nu het niet rechtsgeldig tot stand is gekomen is er geen reden tot schorsing. De vordering ter zake wordt om die reden afgewezen.

4.4.

Nu het concurrentiebeding wel rechtsgeldig is overeengekomen zoals hiervoor in ro. 4.3.1. is overwogen, moet beoordeeld worden of er reden is het concurrentiebeding te schorsen. Daartoe moet eerst beoordeeld worden of de beide genoemde bedrijven van [Y] aangemerkt dienen te worden als concurrent van EuropeSecurity.

4.5.

Europe Security richt zich blijkens de inschrijving in de KvK op ‘de uitoefening van een onderneming op gebied van alle vormen van technische beveiliging en communicatie, de dienstverlening op voren omschreven gebied, alsmede de handel in daarmee verwante producten.’

[Z] richt haar activiteiten blijkens het uittreksel van de KvK op ‘het ontwikkelen, produceren en uitgeven van software, het ontwikkelen en complementeren van softwarematige communicatieoplossingen en clouddiensten’. De activiteiten van [Z] wijken dusdanig af van die van EuropeSecurity dat van een concurrerende onderneming niet gesproken kan worden. Het concurrentiebeding staat derhalve aan indiensttreding bij dat bedrijf voor [eiser] niet in de weg. [eiser] kan dus, in beginsel zonder schorsing van het concurrentiebeding, bij dit bedrijf in dienst treden.

4.6.

[Y] richt zich blijkens het uittreksel uit de KvK op de exploitatie van een bedrijf op onder meer ‘het gebied van beveiligingswerkzaamheden, zoals het opstellen van een programma van eisen, projecteren, opstellen van het detailontwerp, het installeren, opleveren, certificeren en onderhouden, als Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, beveiligingsinstallateur etc.’

Anders dan door [eiser] is betoogd, is [Y] te beschouwen als een directe concurrent van EuropeSecurity.

Beide bedrijven richten zich op de technische beveiligingsinstallaties, waarbij [Y] een breder pakket aan activiteiten heeft dan EuropeSecurity. Indiensttreding door [eiser] bij dit bedrijf leidt dan ook, naar voorlopig oordeel, tot overtreding van het concurrentiebeding.

Voor schorsing van het concurrentiebeding, geheel dan wel gedeeltelijk, is alleen dan plaats indien de werknemer in verhouding tot het te beschermen belang van EuropeSecurity, bij (onverkorte) handhaving onbillijk wordt benadeeld. In het kader van dit criterium dient een belangenafweging plaats te vinden, in die zin dat de vraag beantwoord dient te worden of EuropeSecurity [eiser] in redelijkheid aan het concurrentiebeding kan houden. Tegenover de belangen van EuropeSecurity, die haar bedrijfsdebiet wil beschermen, staat het recht van [eiser] om zich vrij te kunnen bewegen op de arbeidsmarkt, een hoger inkomen te verwerven en zijn positie te verbeteren.

Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat het belang van de EuropeSecurity hierin gelegen dient te zijn dat de werknemer door zijn arbeidskeuze na beëindiging van het dienstverband niet een situatie bewerkstelligt waarbij sprake is van oneerlijke concurrentie. Die situatie zal zich met name voordoen indien de werknemer door de kennis van de werkwijze, de klanten en de overige bedrijfsgeheimen van de EuropeSecurity zichzelf (of zijn nieuwe werkgever) een positie verschaft waarbij sprake is van ongerechtvaardigd voordeel in het concurrerend handelen.

Volgens vaste rechtspraak gaat het daarbij niet om door de werknemer tijdens het dienstverband door eigen toedoen verworven kennis en vaardigheden (zoals een goede rechter én linker hand, genoemd door werkgever), maar op de inbreng van de EuropeSecurity om de werknemer in staat te stellen de overeengekomen werkzaamheden zo optimaal mogelijk te laten verrichten. Het belang van een werkgever bij handhaving van een concurrentiebeding is dan ook niet gelegen in het tegengaan van concurrentie in het algemeen. Er zal sprake moeten zijn van door de werknemer door toedoen van de werkgever verworven kennis en/of vaardigheden waarvan voorkomen moet worden dat de voormalig werknemer zijn vorige werkgever daarmee rechtstreeks concurrentie zou kunnen aandoen en daarmee zichzelf of een derde (de nieuwe werkgever) een ongerechtvaardigde voorsprong in concurrerend handelen zou kunnen bezorgen.

4.6.1.

Derhalve moet beoordeeld worden wat de inbreng van EuropeSecurity is geweest in de opleiding en de specifieke deskundigheid van [eiser] die hij nodig had om zijn werk als servicemonteur bij EuropeSecurity te kunnen uitvoeren. De directeur/eigenaar van EuropeSecurity, de heer [A] heeft daartoe aangevoerd:

 dat hij, [A], veel kennis en kunde bezit op het beveiligingsgebied en

 die kennis en kunde al jarenlang uit het buitenland haalt,

 dat hij, [A], alle beveiligingssystemen kan onderhouden en

 al die kennis en kunde middels trainingen en cursussen overbrengt op zijn personeel.

4.6.2.

[A] heeft vooral gesproken over wat hemzelf en zijn bedrijf bijzonder maakt. Dat [eiser] specialistische cursussen heeft gehad, op kosten en in tijd van EuropeSecurity, is niet onderbouwd gesteld en door werknemer betwist. Ook overigens is niet (voldoende) onderbouwd gesteld dat [eiser] over zodanige kennis en ervaring beschikt die uit concurrentie technisch oogpunt voor EuropeSecurity bedreigend is. [eiser] , een jonge elektrotechnicus, verlegen en die qua communicatie volgens EuropeSecurity functioneert op LBO niveau, is niet de werknemer die een nieuwe werkgever een voorsprong geeft bij het verkopen of plaatsen van beveiligingsapparatuur. Waar [eiser] ‘waarde’ heeft lijkt dat vooral te zitten in zijn eigen handigheid. Dat wordt niet beschermd door het concurrentiebeding. Voorts is het concurrentiebeding van 5 jaar, zeker voor deze functie, onacceptabel lang. De straal van 80 km valt niet te begrijpen nu EuropeSecurity tijdens de mondelinge behandeling heeft benadrukt dat zij, naast een klantenkring in Twente, vooral internationaal werkt.

4.6.3.

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat naar het voorlopig oordeel het belang van [eiser] bij zijn vrije arbeidskeus als het gaat om indiensttreding bij een concurrent van EuropeSecurity vooralsnog dient te prevaleren boven de bescherming van het bedrijfsdebiet van EuropeSecurity.

De primaire vordering tot volledige schorsing van het concurrentiebeding en - voor zover nodig - het relatiebeding totdat in een bodemprocedure anders zal zijn beslist zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst zal dan ook worden toegewezen.

4.7.

EuropeSecurity zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 De beslissing in kort geding

de kantonrechter:

I schorst het in artikel 11 van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding met bijbehorende boetebepaling totdat in een bodemprocedure anders zal zijn beslist in die zin dat het [eiser] is toegestaan bij [Y] aansluitend na zijn uitdiensttreding bij EuropeSecurity in dienst te treden;

II veroordeelt EuropeSecurity in de kosten van deze procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van [eiser] begroot op € 577,01 waaronder € 400,00 wegens salaris gemachtigde;

III verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

IV wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2018.