Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:2037

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-06-2018
Datum publicatie
15-06-2018
Zaaknummer
C/08/217512/KG RK 18-318 en C/08/217513/KG RK 18-319
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel wijst een arbitrale uitspraak van e-Court af om prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. De voorzieningenrechter oordeelt dat de zaak die e-Court indiende bij de rechtbank ongeschikt is omdat niet is gebleken dat de arbiter onpartijdig en onafhankelijk was.

De arbiter deed uitspraak in een incassogeschil tussen de oprichtster van e-Court en haar moeder met hun zorgverzekeraar. De oprichtster is op dit moment de directrice van de administrateur van e-Court. In deze arbitragezaak bleek niet dat de arbiter van e-Court onafhankelijk of onpartijdig was. Daarmee is deze uitspraak in strijd met de openbare orde en de eigen gedragscode van e-Court.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2018/491
TvA 2018/84
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer/rekestnummer: C/08/217512/KG RK 18-318 en C/08/217513/KG RK 18-319

Beschikking van de voorzieningenrechter van 15 juni 2018

in de zaak van

de stichting

STICHTING E-COURT,

gevestigd te Amsterdam,

verzoekster,

hierna te noemen e-Court,

advocaat mr. A.P. Macro te Amsterdam.

1 Het procesverloop

1.1.

e-Court heeft een verzoekschrift, met productie 1, ingediend ex

artikel 1058 lid 1 onder b en 1062 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

1.2.

Er heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden op 4 juni 2018. Ter zitting

zijn namens e-Court verschenen: mr. A.P. Macro en mevrouw [naam 1] , directeur van ITEC Services B.V. (hierna: ITEC), de administrateur van e-Court.

1.3.

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De beoordeling

2.1.

e-Court heeft een tweetal verzoeken ingediend. Op het verzoek tot akte van depot ex artikel 1058 lid 1 onder b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is reeds afzonderlijk beslist. Dat verzoek behoeft daarom geen verdere bespreking.

2.2.

e-Court verzoekt voorts, in haar hoedanigheid van privatieve lasthebber, verlof tot tenuitvoerlegging ex artikel 1062 lid 1 Rv, van de door mr. R.R.G.M. van Beurden tussen CZ en [naam 1] en tussen CZ en [naam 2] op 9 maart 2018 te Almelo gewezen arbitrale vonnissen (nummer: GRPV_201839_428783), hierna te noemen ‘de arbitrale vonnissen’.

2.3.

De voorzieningenrechter is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, aangezien de plaats van arbitrage is gelegen te Almelo.

2.4.

Het verlof tot tenuitvoerlegging kan onder meer worden geweigerd indien na summierlijk onderzoek is gebleken dat het aannemelijk is dat het vonnis, of de wijze waarop dit tot stand kwam, in strijd is met de openbare orde (artikel 1063 jo 1065 lid 1 onderdeel e Rv). Een arbitraal vonnis kan in strijd zijn met de openbare orde indien de arbiters niet onpartijdig en onafhankelijk zijn geweest.

2.5.

Ter zitting is namens e-Court verschenen mevrouw [naam 1] (hierna: [naam 1] ) als zijnde directeur van ITEC, de administrateur van e-Court.

De voorzieningenrechter heeft aan e-Court onder meer gevraagd toe te lichten of [naam 1] de gedaagde partij is in het arbitrale vonnis tussen CZ en [naam 1] . Die vraag heeft [naam 1] namens e-Court positief beantwoord. Voorts heeft zij toegelicht dat er daadwerkelijk een achterstand is ontstaan in de betaling van [naam 1] aan CZ en dat het daarmee gaat om een bestaande zaak waarover de voorzieningenrechter een beslissing dient te nemen.

2.6.

Over de zaak tegen gedaagde partij [naam 2] kon e-Court desgevraagd geen mededelingen doen. Wel heeft [naam 1] namens e-Court medegedeeld dat er vaker verzoeken aan de voorzieningenrechter in deze rechtbank zijn gedaan, strekkende tot tenuitvoerlegging van arbitrale vonnissen met [naam 1] en [naam 2] als gedaagden. Gelet op vorenstaande bevindingen ter zitting zag de voorzieningenrechter aanleiding in het belang van een zorgvuldige rechtspleging de Basisregistratie Personen (BRP) van [naam 2] te raadplegen. Daaruit is gebleken dat [naam 2] de moeder is van [naam 1] . Gelet op het feit dat dit bekend moet zijn aan [naam 1] en daarmee aan e-Court en gelet op het feit dat ter zitting gevraagd is naar de zaak tegen [naam 2] , ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om

e-Court in de gelegenheid te stellen zich hierover uit te laten.

2.7.

Aangezien [naam 1] ter zitting e-Court vertegenwoordigde, [naam 1] oprichtster is van e-Court en zij als directeur van ITEC Services thans als administrateur optreedt van

e-Court, is de vraag bij de voorzieningenrechter gerezen of de door e-Court benoemde arbiter in het onderhavige geval bij beslechting van de geschillen tussen CZ en [naam 1] en CZ en de moeder van [naam 1] als onpartijdige en onafhankelijke arbiter heeft kunnen optreden. Ter zitting heeft [naam 1] namens e-Court medegedeeld dat op de site van

e-Court gedragsregels te raadplegen zijn. In die gedragsregels (Gedragscode Geschilbeslechters 2010, hierna: Gedragscode), waaraan de arbiter gebonden is (zie ook artikel 6 van het Procesreglement van e-Court) staat onder meer het volgende vermeld:

Geschilbeslechters van e-Court zijn aan de volgende gedragscode gebonden.

1. Onafhankelijkheid en Onpartijdigheid

1.1

Geschilbeslechters accepteren geen zaken waarin hun onafhankelijkheid en/of onpartijdigheid onderwerp van discussie kan zijn. (…)

1.2

Risico’s rond onafhankelijkheid en onpartijdigheid doen zich bijvoorbeeld voor indien:

a. geschilbeslechters in een familierelatie staan tot een van de procespartijen of hun vertegenwoordigers;

b. een van de procespartijen of hun vertegenwoordigers tot de persoonlijke of zakelijke kennissenkring van Geschilbeslechters behoren;

c. geschilbeslechters korter dan één (1) jaar geleden werkzaam zijn geweest bij een van de procespartijen, of deze als cliënt hebben geadviseerd of bijgestaan;

d. partijen of hun vertegenwoordigers te dicht in relatie staan tot een levenspartner of directe familieleden van Geschilbeslechters;

e. er andere omstandigheden zijn waardoor de schijn van partijdigheid wordt of kan worden gewekt.

2.8.

Voor vernietiging van het vonnis wegens strijd met de openbare orde in verband met het niet onpartijdig of onafhankelijk zijn van een arbiter is volgens de Hoge Raad alleen plaats wanneer feiten en omstandigheden aan het licht zijn gekomen op grond waarvan moet worden aangenomen dat (1) hetzij een arbiter bij het geven van de arbitrale beslissing in feite niet onpartijdig dan wel niet onafhankelijk was, (2) hetzij omtrent diens toenmalige onpartijdigheid of onafhankelijkheid in zo ernstige mate twijfel mogelijk is dat het, de overige omstandigheden van het geval mede in aanmerking genomen, onaanvaardbaar zou zijn van de partij die in de arbitrage in het ongelijk is gesteld, te vergen dat zij zich bij de uitspraak neerlegt (HR 18 februari 1994, NJ 1994/765).

2.9.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de arbiter van e-Court in het vonnis heeft overwogen onder het kopje “toetsing arbitragebeding” dat het proces heeft plaatsgevonden tegenover een deskundige en onpartijdige arbiter. Daarbij heeft de arbiter niet geconstateerd dat [naam 1] directeur is van de administrateur van e-Court en dat [naam 2] haar moeder is. In dat kader heeft hij evenmin overwogen of hij voldoende onafhankelijk en/of onpartijdig kon optreden in deze zaken. Gelet op artikel 1.2 onderdeel d van de Gedragscode doen zich risico’s voor rond onafhankelijkheid en onpartijdigheid indien een van de procespartijen tot de zakelijke kennissenkring van de arbiter behoren. In het onderhavige geval is daarvan sprake, aangezien [naam 1] zoals hiervoor overwogen nauw verbonden is aan de organisatie die de arbiter heeft benoemd. [naam 2] is haar moeder en valt naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook onder die beschrijving. Gelet hierop had de arbiter op grond van artikel 1.1 van de Gedragscode de zaak niet moeten accepteren dan wel hierover in ieder geval een inzichtelijke afweging moeten maken. Dat heeft de arbiter nagelaten.

2.10.

De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat in de gegeven omstandigheden bij de wijze van totstandkoming van het arbitraal vonnis sprake is van strijd met de openbare orde in verband met het niet onpartijdig of onafhankelijk zijn van de arbiter van e-Court. Reeds om die reden dient het verzoek tot tenuitvoerlegging van de arbitrale vonnissen te worden geweigerd.

2.11.

Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter op dat e-Court zelf in het voorblad van haar verzoekschrift heeft aangekondigd dat het verzoekschrift is bedoeld om te dienen tot het stellen van prejudiciële vragen op de voet van artikel 392 lid 2 Rv. Gelet op vorenstaande overwegingen en de afwijzing van het verzoek ziet de voorzieningenrechter geen mogelijkheid om in deze zaak prejudiciële vragen te stellen.

De voorzieningenrechter hecht er aan te vermelden dat het bij het stellen van vragen aan de Hoge Raad zoals bedoeld in artikel 392 lid 2 Rv zou moeten gaan om een zaak waarbij de gedaagde partijen niet op enige manier zijn verbonden aan de verzoekende partij

(hier: e-Court), zodat op een deugdelijke manier hoor en wederhoor kan plaatsvinden van alle betrokken belanghebbenden in deze verzoekschriftprocedure. Dit mede gelet op het feit dat e-Court in deze procedure op basis van haar procesreglement optreedt als privatieve lasthebber van beide arbitrale procespartijen. Eventueel te stellen prejudiciële vragen zullen met name betrekking hebben op de vraag wat onder summierlijk onderzoek moet worden verstaan in het kader van consumentrechtelijke bescherming.

3 De beslissing

De voorzieningenrechter:

weigert de tenuitvoerlegging van de door mr. R.R.G.M. van Beurden tussen CZ en

[naam 1] en tussen CZ en [naam 2] op 9 maart 2018 te Almelo gewezen arbitrale vonnissen (nummer: GRPV_201839_428783).

Deze beschikking is gegeven door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.1

1 type: coll: