Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:177

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-01-2018
Datum publicatie
01-02-2018
Zaaknummer
ak_17 _ 1862
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bijzondere bijstand voor de kosten van een genderverklaring ten onrechte afgewezen; beroep in zoverre gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWWB 2018/57
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/1862

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] eiseres,

gemachtigde: mr. H. Tadema,

en

het college van burgemeester en wethouders van Deventer, verweerder,

gemachtigde: F.J.M. Wijnberg en O. Tatar.

Procesverloop

Bij besluit van 20 januari 2017 (het primaire besluit I) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor bijzondere bijstand voor levensonderhoud afgewezen.

Bij besluit van 20 januari 2017 (het primaire besluit II) heeft verweerder de aanvraag voor bijzondere bijstand voor kosten in verband met het transgendertraject van de zoon van eiseres afgewezen.

Bij besluit van 11 juli 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. Verweerder heeft daarbij de primaire besluiten in stand gelaten.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 november 2017.

Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

1. Eiseres heeft een bijstandsuitkering naar de norm van een alleenstaande. Haar zoon is transgender en heeft op 16 november 2016 de leeftijd van achttien jaren bereikt. De bijzondere bijstand is aangevraagd voordat haar zoon de leeftijd van achttien jaren bereikte. De bijzondere bijstand voor het levensonderhoud is aangevraagd vanwege een terugval in inkomsten doordat haar zoon volwassen zou worden en daardoor verschillende sociale voorzieningen zouden komen te vervallen.

2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de kosten van het levensonderhoud niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen, nu haar zoon sinds zijn achttiende jaar een zelfstandig recht op bijstand heeft. De algemene bijstand moet voorts geacht worden te voorzien in de kosten voor het transgendertraject, zodat ook daarvoor geen bijzondere bijstand is aangewezen.

3.1.

Eiseres voert aan te weinig inkomen te hebben om rond te kunnen komen, doordat haar zoon de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt en daardoor een achteruitgang in het inkomen voor haar en haar zoon is ontstaan. Andere gemeenten voeren beleid om dit gat op te vullen, verweerder zou dat ook behoren te doen.

3.2

In artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet (Pw) is, voor zover relevant, bepaald dat de alleenstaande recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. Daarbij geldt ook de voorwaarde dat deze kosten naar het oordeel van verweerder niet moeten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

Het door eiseres gestelde verlies van inkomsten ziet op het verlies van voorzieningen die eiseres of het gezin ontving ten behoeve van de toen nog minderjarige zoon. Door het bereiken van de leeftijd van achttien jaren is de zoon zelf verantwoordelijk geworden om in de kosten te voorzien, waar voorheen voorzieningen voor werden verstrekt. Deze kosten komen dus ook niet ten laste van eiseres, in die zin dat niet op haar de verplichting rust die kosten te voldoen. Er is daarom geen sprake van “kosten van het bestaan” als bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de Pw. Dat in andere gemeenten beleid wordt gevoerd om een dergelijke inkomensgat te ondervangen doet aan het voorgaande niet af. Verweerder is niet gehouden het (buitenwettelijk begunstigende) beleid van andere gemeenten over te nemen. De beroepsgrond faalt.

4.1

Eiseres voert aan dat de kosten die verband houden met het transgendertraject van haar zoon voortvloeien uit bijzondere omstandigheden en noodzakelijke kosten van het bestaan zijn voor eiseres.

4.2

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de algemene bijstand in de kosten waarvoor bijzondere bijstand is aangevraagd voorziet. Er is geen sprake van bijzondere kosten. Voor de kosten had eiseres bovendien uit de algemene bijstand kunnen reserveren.

4.3

Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) moet bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Pw eerst beoordeeld worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Tot slot dient de vraag te worden beantwoord of die kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, op welk punt verweerder een zekere beoordelingsvrijheid heeft (ECLI:NL:CRVB:2013:732). Volgens de rechtspraak van de CRvB worden kosten die verband houden met legesheffing voor verblijfdocumenten tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan gerekend, die de betrokkene in beginsel uit de bijstandsnorm dient te voldoen (ECLI:NL:CRVB:2010:BO2875).

De kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd, hebben onder meer betrekking op de verklaring voor verandering van het geslacht (genderverklaring), kosten voor een nieuw identiteitsbewijs, kosten voor wijziging van de gegevens bij de bank en vervoerskosten voor het aanvragen van identiteitsdocumenten. De kosten voor het identiteitsbewijs, de gegevenswijziging bij de bank en de reiskosten zijn incidenteel algemeen voorkomende kosten, die eiseres uit de algemene bijstand zal moeten voldoen. Het betreffen kosten die eenieder moet maken ten behoeve van de identificatieplicht respectievelijk de toegang tot bankgegevens. Bovendien heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de wijziging van de bankgegevens van haar zoon, noodzakelijk zijn voor het bestaan. Eiseres heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat haar zoon geen toegang meer zou hebben tot zijn rekeninggegevens, indien zijn geslachtswijziging niet (direct) bij de bank wordt verwerkt.

De kosten die gepaard gaan met de genderverklaring worden evenwel gemaakt als gevolg van een bijzondere individuele omstandigheid van betrokkene, namelijk de geslachtswisseling van haar zoon. Die kosten zijn niet algemeen voorkomend. De zoon heeft deze genderverklaring nodig om zich volgens het nieuwe geslacht te laten registreren, zodat deze kosten ook als noodzakelijk moeten worden aangemerkt. Verweerder heeft daarom ten onrechte gesteld dat de algemene bijstand in deze kosten voorziet. De beroepsgrond slaagt.

5. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met het bepaalde in artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), voor zover het ziet op de afwijzing van de bijzondere bijstand voor de genderverklaring.

6. De rechtbank ziet geen aanleiding zelf in de zaak te voorzien of een bestuurlijke lus toe te passen nu een nieuwe bestuurlijke heroverweging dient plaats te vinden ten aanzien van de bijzondere bijstand die is aangevraagd voor de genderverklaring. Verweerder moet met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing nemen op het bezwaar.

7. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De te vergoeden kosten zijn overeenkomstig artikel 8:75 Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep vastgesteld op € 1002,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op zitting, beide t.w.v. € 501,-).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit, voor zover het ziet op de afwijzing van de bijzondere bijstand voor de genderverklaring;

  • -

    draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1002,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings, rechter, in aanwezigheid van

Y. van Arnhem, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.