Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:161

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-01-2018
Datum publicatie
18-01-2018
Zaaknummer
08/730322-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 18-jarige man uit Deventer tot een voorwaardelijke jeugddetentie van 1 jaar met een proeftijd van 3 jaar voor openlijke geweldpleging in vereniging. Daarnaast legt de rechtbank de man een taakstraf op, bestaande uit een leerstraf van 20 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08/730322-17 (P)

Datum vonnis: 18 januari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 in [geboorteplaats] ,

wonende in [adres] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek achter gesloten deuren van

4 januari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Weimar en van hetgeen door verdachte en de raadsvrouw mr M. van der Steeg, advocaat te Schalkhaar, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: met anderen [slachtoffer] heeft beroofd van zijn portemonnee en mobiele telefoon waarbij geweld is gebruikt;

feit 2: met anderen openlijk geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] dan wel hem heeft mishandeld.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 28 mei 2017 te Schalkhaar, gemeente Deventer,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud, te weten onder meer een rijbewijs en/of een of meerdere bankpassen en/of een creditcard en/of contant geld) en/of een mobiele telefoon (merk iPhone), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (met kracht) die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of

- (vervolgens) (toen die [slachtoffer] op de grond was gevallen) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam heeft getrapt/geschopt;

2. Primair

hij op of omstreeks 28 mei 2017 te Schalkhaar, gemeente Deventer, openlijk, te weten, op en/of aan de Pastoorsdijk (ter hoogte van de supermarkt PLUS en/of woonwinkel Berghuis), in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het (met kracht) meermalen, althans eenmaal

- bij de arm(en) vastpakken en/of (vervolgens) de arm(en) van die [slachtoffer] op de rug en/of naar achteren draaien en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam slaan en/of stompen van die [slachtoffer] en/of

- (vervolgens) (toen die [slachtoffer] op de grond was gevallen) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam trappen/schoppen van die [slachtoffer] ;

2. Subsidiair

hij op of omstreeks 28 mei 2017 te Schalkhaar, gemeente Deventer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] (met kracht) meermalen, althans eenmaal

- bij de arm(en) vast te pakken en/of (vervolgens) de arm(en) op de rug en/of naar achteren te draaien en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- (vervolgens) (toen die [slachtoffer] op de grond was gevallen) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te trappen/schoppen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op 28 mei 2017 krijgt de politie een melding dat een mishandeling heeft plaatsgevonden voor de Plus in Schalkhaar door een groep jongens. Het slachtoffer, aangever [slachtoffer] , kan zich niks meer herinneren van het incident. Wanneer hij bijkomt merkt hij dat zijn gezicht onder het bloed zit en dat een stuk van zijn tand en kies is afgebroken. Ook komt hij erachter dat zijn portemonnee en telefoon weg zijn. De daders zouden zijn gevlucht op een scooter en fietsen. Eén van hen zou volgens een getuige een lichtblauwe polo dragen. Op basis van die informatie houdt de politie twee jongens staande, namelijk [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . [medeverdachte 1] , die een lichtblauwe polo draagt, verklaart dat zij zojuist ruzie hebben gehad. Op basis van een getuigenverklaring en camerabeelden blijkt bovendien dat [medeverdachte 3] en [verdachte] – verdachte – ook deel uitmaakten van de groep.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen verklaard. Voor feit 1 baseert de officier van justitie zich op de verklaringen waaruit blijkt dat verdachte de telefoon heeft gestolen, de WhatsAppgesprekken en de locatie waar de gestolen goederen worden aangetroffen. Voor feit 2 primair baseert de officier van justitie zich op de verklaringen waaruit blijkt dat verdachte en de rest van de groep geweld hebben gebruikt.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw bepleit dat haar cliënt van feit 1 moet worden vrijgesproken, omdat er geen bewijs is dat hij is betrokken bij de diefstal, anders dan zijn aanwezigheid ter plekke. Voor feit 2 refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank. Daarbij merkt de raadsvrouw op dat haar cliënt verklaart geen geweld te hebben gebruikt en alleen heeft toegekeken. Mocht hij, gelet op de verklaringen van de medeverdachten, al een aandeel hebben gehad in het geweld, dan beperkt zich dat tot het slaan, aldus de raadsvrouw.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Zowel medeverdachte [medeverdachte 2] als getuige [getuige 1] verklaren dat verdachte de telefoon van aangever heeft gestolen. Uit de WhatsAppgesprekken komt echter een ander beeld naar voren, namelijk dat [medeverdachte 2] en medeverdachte [medeverdachte 1] zich schuldig hebben gemaakt aan het ‘jatten’. De rechtbank leest het gesprek op die manier dat het ‘jatten’ zowel op de portemonnee als op de mobiele telefoon ziet. Dit zou inhouden dat verdachte niet betrokken is geweest bij de diefstal. Daarbij komt nog dat [medeverdachte 2] en [getuige 1] op een later moment zijn gehoord dan de anderen, zodat het, mede gezien de inhoud van voornoemd WhatsAppgesprek, aannemelijk is dat zij hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd. Dit maakt dat de rechtbank niet de overtuiging heeft gekregen dat verdachte op enige – als medeplegen te duiden – wijze betrokken is geweest bij de diefstal van de mobiele telefoon en portemonnee.

De rechtbank acht dan ook niet bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Ten aanzien van feit 2 primair:

Vaststaat dat op 28 mei 2017 in Schalkhaar de groep waarvan verdachte en medeverdachten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] deel uitmaakten, op de openbare weg geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] . Uit de bewijsmiddelen blijkt dat aangever is geslagen door een groepje jongens en vervolgens, nadat hij op de grond is gevallen, is getrapt. Verdachte ontkent dat hij geweld heeft gebruikt tegen aangever en zegt dat hij alleen heeft toegekeken. Gelet op de inhoud van de andere verklaringen vindt de rechtbank deze verklaring van verdachte ongeloofwaardig. Uit andere verklaringen valt namelijk op te maken dat verdachte niet slechts de groep getalsmatig heeft versterkt, maar een actieve bijdrage heeft geleverd aan het door de groep gepleegde geweld. De rechtbank concludeert dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het openlijk plegen van geweld tegen aangever [slachtoffer] .

De rechtbank is dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

2. Primair

hij op 28 mei 2017 te Schalkhaar, gemeente Deventer, openlijk, te weten, op de Pastoorsdijk (ter hoogte van de supermarkt PLUS en woonwinkel Berghuis), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het (met kracht)

- bij de arm vastpakken en de arm van die [slachtoffer] op de rug en naar achteren draaien en

- in het gezicht en tegen het lichaam slaan en stompen van die [slachtoffer] en

- vervolgens toen die [slachtoffer] op de grond was gevallen in het gezicht en tegen het lichaam trappen/schoppen van die [slachtoffer] .

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2 primair

het misdrijf:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte voor de feiten 1 en 2 primair wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, een taakstraf, bestaande uit de leerstraf ‘Tools4U’ voor de duur van 20 uren en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 100 uren met aftrek van het voorarrest.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw verzoekt de rechtbank om mee te wegen in de strafmaat dat haar cliënt bereid is om met het slachtoffer in gesprek te gaan, dat hij thuis door zijn ouders is aangesproken op zijn gedrag en dat hij onder invloed was van alcohol die op het evenement in Schalkhaar (ook aan minderjarigen) gratis werd geschonken.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich met anderen schuldig gemaakt aan een openlijke geweldpleging, waarbij het slachtoffer [slachtoffer] gewond is geraakt. Als gevolg van het gebruikte geweld heeft hij schaafwonden opgelopen en is een tand en kies afgebroken.

[slachtoffer] is, zonder een echte aanleiding, door de groep waarvan verdachte deel uitmaakte, geslagen en nadat hij op de grond was gevallen, getrapt. De groep heeft het slachtoffer daarna op de grond laten liggen, is vertrokken en heeft zich niet bekommerd om zijn toestand. De rechtbank neemt verdachte zijn rol in dit zinloze geweld kwalijk. Het gezamenlijk en openlijk plegen van geweld is een zeer ernstig feit, niet alleen vanwege alle mogelijke fysieke gevolgen, maar ook omdat het tot gevoelens van angst en onveiligheid leidt bij het slachtoffer in het bijzonder en de samenleving in het algemeen.

De rechtbank heeft acht geslagen op de justitiële documentatie (het strafblad) van 24 november 2017 van verdachte. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder wegens een strafbaar feit is veroordeeld. Daarnaast heeft de rechtbank het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 7 december 2017 meegewogen, waarin zij adviseert om de leerstraf ‘Tools4U’ op te leggen. Volgens de Raad wordt daarmee de kans op herhaling van het delictgedrag voorkomen. Deze omstandigheden en het feit dat verdachte nog minderjarig is, maken dat hem geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal worden opgelegd.

Tot slot weegt de rechtbank mee dat verdachte, ook ter zitting, geen openheid van zaken heeft gegeven en in die zin geen verantwoordelijkheid voor zijn daden neemt. Zijn spijtbetuiging komt daardoor ook weinig oprecht over. Slechts omdat verdachte wordt vrijgesproken van de diefstal met geweld, komt de rechtbank tot een lagere taakstraf dan de officier van justitie heeft geëist.

Alles afwegende zal de rechtbank de volgende straffen opleggen. Allereerst een taakstraf in de vorm van de leerstraf ‘Tools4U’ voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen jeugddetentie. Daarnaast een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 70 uren, subsidiair 35 dagen jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest. Om recht te doen aan de ernst van het bewezenverklaarde feit en omdat de rechtbank wil voorkomen dat verdachte zich in de toekomst weer schuldig maakt aan strafbare feiten, legt zij ook een voorwaardelijke jeugddetentie op voor de duur van 1 maand met een proeftijd van 3 jaren.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.923,29 (tweeduizend negenhonderddrieëntwintig euro en negenentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- Tandarts reparatie gebit € 137,17

- Fiets reparatie € 59,90

- Portemonnee € 35,-

- 2 x Sleutel € 15,-

- Inhoud portemonnee € 70,-

- Toekomstige tandartskosten € 1.106,22

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.500,- gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , met uitzondering van de fiets reparatie, hoofdelijk wordt toegewezen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw betoogt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , met uitzondering van de fiets reparatie, hoofdelijk kan worden toegewezen.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De vordering heeft onder meer betrekking op het onder 1 ten laste gelegde. Nu verdachte van dit feit wordt vrijgesproken en aan hem geen maatregel wordt opgelegd, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voor dat deel, te weten de ‘portemonnee’, ‘2x sleutel’ en ‘inhoud portemonnee’, niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering.

Het causaal verband tussen het bewezenverklaarde feit en de onder de post ‘fiets reparatie’ opgevoerde schade is onvoldoende komen vast te staan. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om dit verband en deze schadepost alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onevenredige belasting van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij die gelegenheid niet zal bieden. De benadeelde partij zal om die reden ook voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 2 primair bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten die zien op de immateriële schade en de reeds gemaakte en de toekomstige tandartskosten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom deels toewijzen tot een bedrag van € 2.743,39, de posten ‘tandarts reparatie gebit’ en ‘toekomstige tandartskosten’ te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de data dat die kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en de post die ziet op de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De vordering wordt hoofdelijk toegewezen nu meerdere verdachten verantwoordelijk zijn voor de schade.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y en 77z Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 2 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

feit 2 primair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 2 primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 1 (één) maand met een proeftijd van 3 (drie) jaren;

- bepaalt dat deze jeugddetentie in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten:

- omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een leerstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, te weten de gedragsinterventie Tools4U;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 70 (zeventig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 35 dagen;

- beveelt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste 60 in verzekering doorgebrachte dagen, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

schadevergoeding

- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] , wonende te [woonplaats] , van een bedrag van € 2.743,39, de posten ‘tandarts reparatie gebit’ en ‘toekomstige tandartskosten’ te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de data waarop de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en de post immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 2.743,39, de posten ‘tandarts reparatie gebit’ en ‘toekomstige tandartskosten’ te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de data waarop de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt en de post immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende jeugddetentie voor de duur van 37 dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende jeugddetentie laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte of een van zijn mededader(s) heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte of een van zijn mededader(s) aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer], voor een deel van € 179,90 niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. V.P.K. van Rosmalen, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. B.T.C. Jordaans, rechters, tevens kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Doldersum, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2018.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, District IJsselland met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] d.d. 29 mei 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. Z1 008):

(…) Op zondag 28 mei 2017 (…) liep ik (…) in Schalkhaar richting de supermarkt PLUS aan de Pastoorsdijk in Schalkhaar (...) Ik zag ter hoogte van Berghuis woonwinkel een groep jongeren (…) tussen de zestien en twintig jaar staan. Hierna weet ik niet meer wat er is gebeurd. Ik kwam op de grond tussen de PLUS en Berghuis weer bij en voelde dat ik bloed op mijn gezicht had. Ik voelde met mijn tong dat er een stuk van mijn rechter onderkies en linker voortand mistte. (…) Ik had ook schaafwonden op mijn gezicht. (…)

2. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 30 mei 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. Z1 027):

(…) V: Wat heeft u gisteren 28 mei tussen 22:00 uur en 00:00 uur gezien?

A: Ik zag dat er een jongen in elkaar werd geslagen. (…) Ik zag om 23:50 uur een groepje jongens om een persoon staan. (…) Hij kreeg twee (2) stoten en toen lag hij op de grond. (…) Hij lag toen in een foetushouding. Hij had toen een paar trappen gekregen. Ik zag dat zij trappende bewegingen maakten. (…) De jongens die er al stonden, hielden hem al vast. (…)

3. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 12 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. Z1 043-044):

(…) V: Met wie was jij daar in Schalkhaar?

A: Met mijn broertje [medeverdachte 2] , mijn neefje [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 3] . (…) Mijn neef en mijn broertje hebben hem een paar klappen gegeven (…). [medeverdachte 3] heeft die man nog geschopt toen hij op de grond lag, ook in zijn gezicht. [verdachte] heeft die man ook nog geslagen. (…)

4. Het proces-verbaal van verhoor van minderjarige verdachte [medeverdachte 2] d.d. 12 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. P2 016):

(…) A: De man zwalkte en liep op mij af. (…)

V: En toen sloeg jij?

A: Ja dat klopt, ik heb met mijn vuist geslagen.

V: Waar heb je hem geraakt?

A: In zijn gezicht (…)

V: En toen?

A: Direct hierna sloegen [medeverdachte 1] en [verdachte] deze man ook nog. Het ging heel snel, ik

weet niet wie er eerst sloeg en waar ze de man raakten. (…) De man viel op de grond. (…)

5. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 3] d.d. 7 juni 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (p. P3 029):

(…) A: (…) Ik heb de arm van de man op zijn rug gedraaid zodat hij niets kon doen. (…)

V: Wie heeft de man mishandeld?

A: Een (…) klap is gegeven door [verdachte] en gelijk daarna kreeg de man een

trap in zijn gezicht van [medeverdachte 2] . (…)