Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:158

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-01-2018
Datum publicatie
18-01-2018
Zaaknummer
08-770238-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 28-jarige man is veroordeeld voor medeplegen van mishandeling in de gemeente Enschede tot 4 maanden celstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Hij sloeg en schopte de ex-vriend van zijn zus. Zij is veroordeeld tot poging doodslag omdat zij het slachtoffer diverse keren met een mes in de rug, onder de oksel en in de kaak heeft gestoken. Ook de vriend van de zus had zijn aandeel in de vechtpartij. Zij waren naar de ex-vriend gegaan omdat hij een hond van zijn andere zus had meegenomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer 08-770238-17 (P)

Datum vonnis: 18 januari 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1989 in [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 13 november 2017 en 4 januari 2018.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G. Pol en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

primair: alleen, of met een ander of anderen, heeft geprobeerd om [slachtoffer] te doden door hem met een mes te steken, tegen het hoofd te schoppen en/of hem te slaan, of

subsidiair: alleen, of met een ander of anderen, [slachtoffer] zwaar heeft mishandeld door hem met een mes te steken en/of hem te slaan en/of te schoppen, of

meer subsidiair: alleen, of met een ander of anderen, geprobeerd heeft om [slachtoffer] zwaar te mishandelen door hem met een mes te steken en/of hem te slaan en/of te schoppen, of

nog meer subsidiair: alleen, of met een ander of anderen, [slachtoffer] heeft mishandeld door hem met een mes te steken en/of hem te slaan en/of te schoppen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 30 juli 2017 te Enschede, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer]

opzettelijk van het leven te beroven,

met dat opzet meermalen, althans éénmaal met een mes in de rug en/of de

(linker)schouder en/of de wang/kaak, in elk geval in het lichaam van die

[slachtoffer] heeft gestoken/gesneden,

en/of (met kracht) meermalen, althans éénmaal op/tegen het hoofd, in elk geval

op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geschopt/getrapt en/of (met kracht) meermalen, althans éénmaal op/tegen het hoofd, in elk geval

op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen/gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 30 juli 2017 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten meerdere steek/snijwonden in (onder andere) de rug en/of de (linker)schouder

en/of de wang/kaak en/of een gebroken oogkas en/of een klaplong

heeft toegebracht, door die [slachtoffer] met een mes te steken/snijden en/of

op/tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen/schoppen en/of

op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 30 juli 2017 te Enschede, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

meermalen, althans éénmaal met een mes in de rug en/of de (linker)schouder

en/of de wang/kaak, in elk geval in het lichaam van die [slachtoffer] heeft

gestoken/gesneden,

en/of (met kracht) meermalen, althans éénmaal op/tegen het hoofd, in elk geval

op/tegen het lichaam heeft geschopt/getrapt

en/of (met kracht) meermalen, althans éénmaal op/tegen het hoofd, in elk geval

op/tegen het lichaam heeft geslagen/gestompt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 30 juli 2017 te Enschede, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer]

heeft mishandeld door die [slachtoffer] met een mes te steken/snijden en/of op/tegen het hoofd en/of het lichaam te trappen/schoppen en/of

op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan/stompen;

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op de dood van [slachtoffer] , nu niet is gebleken dat verdachte wist dat [medeverdachte 1] bij de confrontatie met het slachtoffer gebruik zou gaan maken van een mes. Evenmin is gebleken dat verdachte [slachtoffer] , terwijl deze op de grond lag, zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, of een poging daartoe heeft gedaan. Wel heeft verdachte [slachtoffer] mishandeld door hem te slaan en te schoppen, samen met [medeverdachte 2] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman is met de officier van justitie van mening dat verdachte zich slechts schuldig heeft gemaakt aan mishandeling door [slachtoffer] een klap te geven en te schoppen, waarbij niet gebleken is dat die schop [slachtoffer] geraakt heeft.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte verneemt dat de hond van zijn zus, [medeverdachte 1] , is meegenomen uit de woning van zijn andere zus. Verdachte rijdt vervolgens met zijn zus, [medeverdachte 1] , en haar partner, [medeverdachte 2] , (beide ook medeverdachten) naar de woning van [slachtoffer] , omdat zij vermoeden dat [slachtoffer] de hond heeft meegenomen. Daar aangekomen ziet verdachte dat de hond in de woning van [slachtoffer] op de bank zit. Daarop belt [medeverdachte 1] de politie om te melden dat haar hond door [slachtoffer] is gestolen en zich in zijn woning bevindt. Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijven wachten op het erf. Na enige tijd rijdt [slachtoffer] met een bestelbus het erf op en stapt uit; hij heeft een zogenaamd spijkerpistool achter op zijn rug in zijn riem gestoken. Als [slachtoffer] dat pistool tevoorschijn haalt, begint verdachte met [slachtoffer] te vechten, waarna [slachtoffer] het spijkerpistool laat vallen. Vervolgens steekt [medeverdachte 1] verdachte [slachtoffer] diverse keren met een mes. Dan raakt ook [medeverdachte 2] bij het gevecht betrokken. Kort daarna verschijnt de politie die een ambulance waarschuwt, waarna [slachtoffer] eerste hulp wordt verleend.

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het nog meer subsidiair tenlastegelegde feit – de mishandeling – heeft begaan, omdat verdachte – zoals hij ook zelf verklaard – [slachtoffer] heeft geslagen en geschopt. Daarbij is niet gebleken is dat [slachtoffer] uitsluitend door dat geweld ernstig letsel heeft opgelopen. Omdat ook [medeverdachte 2] zich vrijwel tegelijkertijd eveneens schuldig maakt aan het slaan en schoppen van [slachtoffer] , is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van mishandeling.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

nog meer subsidiair:

dat hij op 30 juli 2017 te Enschede, tezamen en in vereniging met een ander [slachtoffer]

heeft mishandeld door die [slachtoffer] op het lichaam te trappen/schoppen en tegen het hoofd en het lichaam te slaan/stompen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair, subsidiair of meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 47 en 300 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf:

medeplegen van mishandeling.

6 De strafbaarheid van verdachte

6.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft een beroep gedaan op noodweer en stelt daartoe het volgende. [slachtoffer] , die daar aanvankelijk wisselend over verklaarde, had een spijkerpistool bij zich dat hij ook tevoorschijn heeft gehaald en waarmee hij zwaaide. Vervolgens hoefde verdachte, in lijn met de jurisprudentie van de Hoge Raad, niet af te wachten tot het wapen daadwerkelijk op de hem gericht was, om in te grijpen teneinde het dreigende gevaar af te wenden. Daarmee is aannemelijk dat er een situatie was dat verdachte zich mocht verdedigen. Verdachte heeft geen disproportioneel geweld gebruikt om het spijkerpistool uit de hand van verdachte te halen. Daar komt bij dat, nadat de politie telefonisch op de hoogte was gesteld van het verblijf van Esthers hond bij [slachtoffer] , de politie niet heeft gezegd dat zij zich uit de voeten moesten maken. Een en ander leidt er toe dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

6.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat van noodweer geen sprake was, nu niet is gebleken dat [slachtoffer] een spijkerpistool op verdachte gericht heeft. [medeverdachte 2] heeft daar ook niets over verklaard. Gebleken is verder dat het spijkerpistool niet gebruiksklaar was, omdat er een gaspatroon ontbrak. Daarbij is de politie gewaarschuwd nadat verdachte zag dat de hond van zijn zus, [medeverdachte 1] , zich in de woning van [slachtoffer] bevond. Op dat moment hadden verdachte, zijn zus en [medeverdachte 2] zich van het erf van verdachte dienen te verwijderen teneinde de komst van de politie af te wachten. Er is dus geen sprake geweest van noodweer of noodweerexces.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank acht het aannemelijk geworden dat, nog daargelaten of het spijkerpistool daadwerkelijk gebruiksklaar was of niet, verdachte zag dat [slachtoffer] een spijkerpistool bij zich had. Met dat spijkerpistool bij zich liep [slachtoffer] in de richting van verdachte. De rechtbank acht het eveneens aannemelijk dat [slachtoffer] het spijkerpistool in handen had op het moment dat hij in de richting van verdachte liep. Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen of het spijkerpistool daadwerkelijk gebruiksklaar was en of het op verdachte gericht is geweest, maakt dit niet dat verdachte geen gerechtvaardigd beroep op noodweer zou kunnen doen. Het feit dat [slachtoffer] met het spijkerpistool in de handen, zwaaiend, op verdachte toe komt lopen is dusdanig dreigend dat er naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding en dat verdachte zich hiertegen mocht verdedigen. Vanaf het moment echter dat [slachtoffer] het spijkerpistool door toedoen van verdachte heeft laten vallen, is de aanranding geëindigd en een beroep op noodweer niet meer mogelijk. Het valt verdachte te verwijten dat hij vervolgens [slachtoffer] , nog met een vuist tegen diens slaap te slaan en [slachtoffer] te schoppen. Voor die handelingen geldt dat het beroep op noodweer wordt verworpen.

Er zijn verder geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat verdachte voor het nog meer subsidiair tenlastegelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden en 60 dagen, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, alsmede een taakstraf van 150 uren, bij niet voldoen te vervangen door 75 dagen hechtenis. Hij neemt het verdachte met name kwalijk dat hij samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar de woning van het slachtoffer gaat en hem meerdere klappen en een schop geeft.

7.2

Het standpunt van de verdediging

Het standpunt van de raadsman luidt dat, indien de rechtbank geen noodweer aanneemt en verdachte niet wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, voor een eenvoudige mishandeling de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten ruimschoots voldoende straf is, gelet ook op de richtlijnen van de LOVS.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft met een ander iemand mishandeld door betrokkene met zijn vuist tegen de slaap te slaan en door hem te schoppen. Verdachte heeft daarbij aangetoond dat hij weinig respect heeft voor de lichamelijke integriteit van een ander. Weliswaar is een deel van het op het slachtoffer toegepaste geweld te verklaren door de noodzaak zich te verdedigen tegen zijn ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding, het daarna toegepaste geweld was dat niet en vond nota bene plaats in het privédomein van het slachtoffer.

Uit de justitiële documentatie van verdachte blijk dat hij eerder is veroordeeld voor onder meer mishandeling en vernieling. Dat weerhoudt verdachte er niet van zich opnieuw aan mishandeling schuldig te maken.

Verdachte heeft geweigerd om mee te werken aan een psychologisch onderzoek. Uit de over hem uitgebrachte reclasseringsrapporten blijkt dat verdachte verblijft bij de stichting 4 your care, waar hij zich echter niet open en begeleidbaar opstelt. Als verdachte niet goed met zijn emoties om kan gaan, gaat hij overmatig alcohol gebruiken en gebruikt hij geweld om van dit gevoel af te komen. De reclassering schat de kans op recidive als hoog in.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het LOVS voor openlijke geweldpleging, nu de feitelijke toedracht van wat er is gebeurd wel sterk lijkt op de feitelijke toedracht in geval van een openlijke geweldpleging.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank passend en geboden dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden. Daarvan is een gedeelte van twee maanden voorwaardelijk - met een proeftijd van 3 jaar - teneinde verdachte er van te weerhouden opnieuw een (gewelds)misdrijf te plegen. Het voorarrest wordt in mindering gebracht op het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de aan hem toebehorende in het strafdossier vermelde zwarte schoenen en blauwe spijkerbroek, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

Mr. M.J.E.C. Camps, advocaat te Enschede, heeft zich namens [slachtoffer] , wonende te [adres 1], als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om als schadevergoeding te betalen een bedrag van € 10.000,= als voorschot op de begrote schade van € 15.049,60 + PM, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De begrote materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 900,= voor de kledingschade en het spijkerpistool;

- € 2.238,= + PM voor de herstelkosten ziekte;

- PM voor de kosten blijvende invaliditeit;

- € 15.000,= + PM voor arbeidsvermogensverlies/economische kwetsbaarheid;.

- € 49,60 + PM voor andere kosten zoals kosten rechtsbijstand en medische adviezen.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat het verlies aan arbeidsvermogen kan worden geschat op een als redelijk te beschouwen bedrag van € 7.500,=, met de wettelijke rente, de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke aansprakelijkheid. Aangezien de overige posten onvoldoende zijn onderbouwd dient de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.

8.3

Het standpunt van de verdediging

Volgens de raadsman heeft de vordering van de benadeelde partij vooral betrekking op de schade die is ontstaan doordat het slachtoffer is gestoken met een mes. Daarvoor kan verdachte niet worden aangesproken. Daarbij zijn de posten niet of onvoldoende onderbouwd, waaronder de kosten die gevorderd worden als inkomstenderving. Het schrijven van de psycholoog die de benadeelde partij heeft ingeschakeld betreft een anamnese en geen diagnose. Ook is de benadeelde partij slechts één keer bij deze psycholoog geweest. De vordering moet daarom worden afgewezen, of de benadeelde partij dient niet ontvankelijk te worden verklaard.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de opgevoerde schade gebaseerd is op de poging doodslag, zoals die primair is ten laste gelegd. Nu verdachte hiervan wordt vrijgesproken dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard in de vordering en kan hij deze vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 27 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het nog meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair, subsidiair of meer subsidiair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

medeplegen van mishandeling;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het nog meer subsidiair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 2 (twee) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten; de rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde niet is nagekomen;

stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer] , vertegenwoordigd door mr. M.J.E.C. Camps, advocaat te Enschede, in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- gelast de teruggave van zwarte schoenen en blauwe spijkerbroek aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.K. Huisman, voorzitter, mr. A.M. Rikken en

mr. M.I van Meel, rechters, in tegenwoordigheid van E.P. Endlich, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2018.

De voorzitter is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, districtsrecherche Twente, met dossiernummer 2017354464. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal aangifte door [slachtoffer] d.d. 1 augustus 2017 (blz. 126 tot en met 128), zakelijk weergegeven inhoudende:

"Ik doe aangifte van poging doodslag. Het is gebeurd bij mijn woning aan de

[adres 2]. Het is gebeurd in de nacht van zaterdag 29 juli 2017

op zondag 30 juli 2017.Ik zal eerlijk vertellen, dat ik bij de zwager van [medeverdachte 1] die hond heb weggehaald. Ik heb daar een ruitje ingetikt en heb Rico, haar hond daar weggehaald. Zodoende ben ik in het bezit van haar hond gekomen. Ik heb Rico bij mij thuis gelaten. Ik wilde gewoon dat [medeverdachte 1] contact met mij op zou nemen.

Die nacht, van zaterdag 29 op zondag 30 juli, parkeerde ik mijn auto bij mijn woning. Ik had gezien dat [medeverdachte 1], haar broer [verdachte] en [medeverdachte 2] ook bij mijn woning waren. Toen ik er langs reed, stopte ik, deed ik het raampje naar beneden en vroeg wat ze wilden. Ik zei: Vertel maar. Ik hoorde dat [verdachte] zei: Wat moet je met die hond? Ik zei: dat zal ik je vertellen. Ik zet eerst even de auto weg. [verdachte] zei dat ik de hond er uit moest laten. Ik zei: dat wil ik best doen. Ik liep samen met [verdachte] terug naar waar ze de auto hadden staan. Meteen hierna werd ik door beide mannen, [verdachte] en [medeverdachte 2], geschopt en geslagen. [verdachte] heeft wel meegedaan met

schoppen en slaan maar hij was niet zo agressief als [medeverdachte 2]. [verdachte] deed niet volop mee

zeg maar. Even terug, u vraagt mij naar een schiethamer. Er zou gezegd zijn dat ik die bij me

had. Ja dat klopt. Ik had ter verdediging een schiethamer”

2.

Het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 31 juli 2017 (bladzijden 79 en 80), zakelijk weergegeven inhoudende:

“Op zaterdag 29 juli 2017, omstreeks 23:00 uur, ging ik naar mijn schoonbroertje, [naam 1],

en mijn zus [naam 2], aan de [adres 3] in [geboorteplaats] . Mijn zus woont daar samen met [naam 1].

Zij vertelden mij dat er bij hun was ingebroken. We zijn rond gaan kijken op het

terrein, om sporen te zoeken.

We zagen dat de hond weg was. Ik dacht direct dat [slachtoffer] dit gedaan zou hebben. [slachtoffer] is de ex-vriend van mijn zus [medeverdachte 1].

Ik, mijn zus [medeverdachte 1] en de vriend, [medeverdachte 2], zijn toen in de auto gestapt van [geboorteplaats] naar

[adres 2]. Op een gegeven moment komen wij aan in [adres 2] bij de woning van [slachtoffer]. We reden de plas op bij de woning. We zagen dat de bus van [slachtoffer] niet op de plas stond.

Ik stapte de auto uit en liep naar de woning toe. Ik keek door het raam naar binnen

en zag dat de hond van mijn zus in de woning zat. Ik heb toen mijn zus [medeverdachte 1] geroepen en gezegd dat onze hond in de woning aanwezig was. Mijn zus, [medeverdachte 1] heeft toen direct te politie gebeld.

Op dat moment kwam [slachtoffer] in zijn bus de plas oprijden met het raam open. Ik heb hem

direct gevraagd of die hond van hem was, zou je de deur niet open doen.

Ik zag dat [slachtoffer] uit de bus stapte. Hij liep toen in de richting van de woning. Op een

gegeven moment liep [slachtoffer] weer terug naar zijn bus. Ik liep [slachtoffer] achterna toen hij

naar de bus liep. Ik zag dat [slachtoffer] uit de bus een soort spijkerpistool pakte. Hiermee

wordt in pallets geschoten. Dit spijkerpistool was oranje kleurig. Ik zag dat [slachtoffer]

het spijkerpistool achter zijn jas had.

Op het moment dat hij het spijkerpistool wilde pakken dook ik boven op [slachtoffer]. Ik wilde

hem overmeesteren om het spijkerpistool van hem af te pakken.

Ik en [slachtoffer] vielen op dat moment ook op de grond. Op datzelfde moment waren [medeverdachte 1] en

[medeverdachte 2] er ook al. Ik heb toen het spijkerpistool van [slachtoffer] af weten te pakken.

Ik heb [slachtoffer] ook een klap geven op zijn slaap. Ik deed dit met mijn vuist. Ik heb [slachtoffer] wel een schop gegeven.”