Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:1552

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-05-2018
Datum publicatie
15-05-2018
Zaaknummer
ak_17 _ 1126
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanvraag dubbele kinderbijslag; afwezigheid zware zorgbehoefte onvoldoende gemotiveerd; beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 17/1126

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] eiseres,

en

de Raad van Bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder,

gemachtigde: K. van Ingen.

Procesverloop

Bij besluit van 3 oktober 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres om dubbele kinderbijslag voor zoon [zoon] vanaf het vierde kwartaal van 2016 op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) afgewezen.

Bij besluit van 4 april 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar begeleider, [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft de behandeling ter zitting geschorst, het vooronderzoek heropend en verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op medische informatie die eiseres bij brief van 15 september 2017 heeft overgelegd. Verweerder heeft bij brief van 5 oktober 2017 van deze gelegenheid gebruik gemaakt en een aanvullende rapportage van de medisch adviseur overgelegd. Bij brief van 27 oktober 2017 heeft eiseres gereageerd. De rechtbank heeft, nadat partijen zijn gewezen op hun recht ter zitting te worden gehoord, bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

[zoon] is geboren op [geboortedatum] . Hij is bekend met een combinatie van aandoeningen; diabetes, hypermobiliteit en dyslexie.

Op 12 september 2016 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor het verkrijgen van tweemaal kinderbijslag voor thuiswonende kinderen die intensieve zorg nodig hebben, ook wel een aanvraag om dubbele kinderbijslag genoemd. De peildatum voor de beoordeling van deze aanvraag is 1 oktober 2016. [zoon] was toen 12 jaar oud.

Verweerder heeft de aanvraag afgewezen. Hieraan ligt een negatief advies van het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ), gedateerd 26 september 2016, ten grondslag, gebaseerd op een door eiseres ingevuld medisch vragenformulier. Het CIZ heeft in haar advies 1 punt aan [zoon] toegekend voor het onderdeel ‘eten en drinken’. Op de andere te beoordelen onderdelen heeft het CIZ aan [zoon] geen punten toegekend. Voor [zoon] zijn minimaal 3 punten nodig om in aanmerking te komen voor dubbele kinderbijslag.

2. Verweerder heeft aan het bestreden beluit een nieuw advies van het CIZ, gedateerd 29 maart 2017, ten grondslag gelegd. Het CIZ heeft op basis van door eiseres overgelegde medische informatie, informatie van kinderarts Hillo en diabetesverpleegkundige Zweers alsmede een nadere telefonische toelichting van eiseres en de informatie die is verkregen op de hoorzitting, in totaal 2 punten toegekend; 1 punt voor het onderdeel ‘eten en drinken’ en 1 punt voor het onderdeel ‘alleen thuis zijn’. Het advies is gelet op het aantal toegekende punten nog steeds negatief. Eiseres komt volgens verweerder dan ook niet in aanmerking voor toekenning van dubbele kinderbijslag.

3. Eiseres stelt zich op het standpunt dat – samengevat weergegeven – sprake is van meer zorg dan het CIZ in haar advies heeft aangenomen. Volgens eiseres is ten onrechte geen punt toegekend op de aandachtsgebieden ‘zindelijkheid’, ‘medische verzorging’, ‘gedrag’, ‘begeleiding buitenshuis’ en ‘bezighouden, handreikingen’. [zoon] heeft continu en dagelijks medische verzorging en voortdurende zorg in de nabijheid nodig. Ook heeft hij handreikingen en toezicht op het eten en drinken nodig vanwege zijn diabetes, aldus eiseres. Zo vergt het gebruik van een pomp bij het toedienen van insuline meer toezicht. [zoon] is bij een te hoge dan wel te lage bloedsuikerwaarde niet in staat deze handelingen te verrichten. Eiseres heeft zowel met de diabetesverpleegkundige als school regelmatig overleg over de diabetes en dyslexie. Ook thuis heeft [zoon] vanwege diabetes en dyslexie veel aandacht nodig. Eiseres wijst er verder op dat [zoon] en de mensen bij wie hij verblijft, continu ondersteuning, advies en coaching van eiseres nodig hebben om de bloedsuikerwaarden zo stabiel mogelijk te houden. Volgens eiseres is vanwege de schommelende bloedwaarden permanent toezicht noodzakelijk. Eiseres voert verder aan dat hoewel [zoon] mogelijk niet op elk onderdeel een volledig punt scoort, de optelsom van alle onderdelen maakt dat de vereiste 3 punten ruimschoots worden overschreden. Tot slot stelt eiseres dat er sprake is van inkomstenderving vanwege de extra zorg en begeleiding van [zoon] .

4. Naar aanleiding van hetgeen eiseres in beroep heeft aangevoerd heeft verweerder een reactie van het CIZ, gedateerd 23 juni 2017, voorzien van een medisch advies van 22 juni 2017 van Pluim-Hesselmans, arts indicatie en advies, overgelegd. Hieruit volgt dat volgens het CIZ geen aanleiding bestaat om de toegekende scores aan te passen.

Eiseres heeft bij brief van 15 september 2017 nadere medische informatie overgelegd. Deze informatie is afkomstig van orthopedagoog/GZ-psycholoog Willigenburg, verpleegkundig specialist Astma en COPD Te Lintelo, diabetesverpleegkundige Langeler-Van der Kolk en orthopedagoog Holland-Peters. Ook heeft eiseres een nadere toelichting gegeven op de medische problematiek van [zoon] .

Verweerder heeft bij brief van 5 oktober 2017 een reactie, gedateerd 28 september 2017, van de medisch adviseur van het CIZ ingediend. Het CIZ ziet in de overgelegde medische informatie geen reden om anders te concluderen dan in de beslissing op bezwaar.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

5.1

Op grond van artikel 7a, eerste lid, van de AKW heeft een verzekerde voor een tot zijn huishouden behorend kind dat drie jaar is of ouder, maar nog niet de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, recht op een verdubbeling van het bedrag aan kinderbijslag indien het kind is aangewezen op een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen mate van intensieve zorg.

Deze algemene maatregel van bestuur is het Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK). In artikel 11 van het BUK is uitgewerkt dat van intensieve zorg sprake is, als het een kind betreft dat zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard.

Op grond van artikel 12 van het BUK wint verweerder een op medische gegevens gebaseerd advies bij het CIZ in om te bepalen of het kind intensieve zorg behoeft. Uit het tweede lid van artikel 12 van het BUK volgt, dat bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld met betrekking tot de procedure, alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies van het CIZ wordt gebaseerd.

Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg (de Regeling) kan verweerder vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg, indien het advies van het CIZ positief luidt.

In artikel 3 van de Regeling is uitgewerkt dat het CIZ de situatie beoordeelt aan de hand van tien items. Het gaat om de items lichaamshygiëne, zindelijkheid, eten en drinken, mobiliteit, medische verzorging, gedrag, communicatie, alleen thuis zijn, begeleiding buitenshuis en bezighouden, handreikingen. Indien op een item sprake is van een zware zorgbehoefte, wordt een punt toegekend. Voor een kind dat zoals [zoon] tussen de 10 en 17 jaar is geldt vervolgens dat het intensieve zorg behoeft, indien bij de beoordeling door het CIZ minimaal 3 punten worden toegekend.

Bij het bepalen of er per aandachtsgebied al dan niet een punt moet worden toegekend hanteren het CIZ en verweerder het zogenoemde Beoordelingskader BUK 2015 3.2 (beoordelingskader). In het beoordelingskader wordt een nadere uitwerking gegeven aan de in de Regeling genoemde beoordelingsitems, waarbij per item voorbeelden worden gegeven van situaties waarvoor wel of juist geen punt wordt toegekend. De lijst met voorbeelden die zijn genoemd in het blok “geen score” zijn ingevolge het beoordelingskader niet limitatief.

5.2

Tussen partijen is niet in geschil dat [zoon] op de peildatum 1 oktober 2016 een zware zorgbehoefte had op de aandachtsgebieden ‘eten en drinken’ en ‘alleen thuis zijn’. Dit houdt in dat de zorg die de ouders verlenen in ernstige mate groter is dan de zorg voor een gezond kind. Partijen zijn verdeeld over de vraag of ten aanzien van [zoon] op de aandachtsgebieden ‘zindelijkheid’, ‘gedrag’, ‘medische verzorging’, ‘begeleiding buitenshuis’ en ‘bezighouden, handreikingen’ op genoemde peildatum sprake was van een zware zorgbehoefte.

5.3

De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep een besluit dat berust op het advies van een medisch adviseur zodanig inzichtelijk dient te zijn gemotiveerd, dat de belanghebbende zich daartegen gericht teweer kan stellen. Dit betekent dat duidelijk moet zijn op grond van welke vormen van onderzoek en op basis van welke gegevens de adviseur tot zijn bevindingen is gekomen. Op grond van artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient het bestuursorgaan zich ervan te vergewissen dat het advies van de medisch adviseur zorgvuldig tot stand is gekomen en dat het inhoudelijk concludent is. Is hieraan voldaan, dan mag verweerder in beginsel van de adviezen van, in dit geval, het CIZ uitgaan.

5.4

Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op het medisch advies in bezwaar van de medisch adviseur van het CIZ van 29 maart 2017 en het aanvullende advies in beroep van 23 juni 2017. Tevens heeft verweerder zich gebaseerd op het (aanvullend) medisch advies in beroep van de medisch adviseur van 28 september 2017. De relevante medische informatie is bij de totstandkoming van deze rapporten betrokken en niet is gebleken dat de medische situatie van [zoon] op zichzelf niet goed in beeld is gebracht.

5.5

Ten aanzien van het betoog van eiseres dat het CIZ ten onrechte geen punt heeft toegekend op de aandachtsgebieden ‘zindelijkheid’, ‘medische verzorging’, ‘gedrag’, ‘begeleiding buitenshuis’ en ‘bezighouden, handreikingen’ en dat de CIZ-adviezen daarom onjuist zijn, overweegt de rechtbank als volgt.

5.6

Voor het item ‘zindelijkheid’ wordt er volgens het beoordelingskader een score toegekend als het kind overdag en ’s nachts niet zindelijk is of veel hulp nodig heeft bij de toiletgang, in die zin dat er iemand permanent aanwezig moet zijn en hulp moet bieden bij een deel van de handelingen.

Eiseres heeft aangevoerd dat [zoon] enkele nachten per week incontinent is vanwege hoge bloedsuikerwaarden. Hierdoor moeten vaker het beddengoed en de matras worden vernieuwd. De incontinentie maakt [zoon] onzeker en bezorgt hem faalangst en stress. De medisch adviseur van het CIZ heeft in de adviezen aangegeven dat [zoon] zindelijk is, maar dat wel stimulering en controle nodig is. Er komen regelmatig ongelukjes voor, maar [zoon] is overdag zindelijk. Naar het oordeel van de rechtbank is hiermee voldoende en inzichtelijk gemotiveerd waarom op het aandachtsgebied ‘zindelijkheid’ geen sprake is van een zware zorgbehoefte. Hetgeen eiseres in dit verband heeft aangevoerd biedt geen aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van de CIZ-adviezen op dit punt.

5.7

Voor het item ‘medische verzorging’ wordt er volgens het beoordelingskader – voor zover thans van belang – een score toegekend als sprake is van langdurige (langer dan een jaar) intensieve medische specialistische verpleging in de thuissituatie. Het betreft hier de intensieve kindzorg volgens de Zorgverzekeringswet. Het kan gaan om kinderen met een zwaar complexe somatische problematiek of een lichamelijke handicap, die als gevolg van deze problematiek een behoefte hebben aan verzorging of verpleging en waarbij permanent toezicht noodzakelijk is. Onder permanent toezicht wordt verstaan dat onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende de gehele dag nodig is met betrekking tot fysieke functies, zodat tijdig ingrijpen mogelijk is. (…) Het kan ook gaan om kinderen met lichtere complexe problematiek of een lichamelijke handicap, waarbij een of meer specifieke verpleegkundige handelingen nodig zijn en waarbij zorg voortdurend in de nabijheid nodig is. Bij deze kinderen moet de zorg weliswaar gedurende de gehele dag in de nabijheid beschikbaar zijn, maar daarbij is geen permanente actieve observatie nodig. Het gaat dus om een vorm van beschikbaarheid van zorg die voor een groot deel bestaat uit meer passief toezicht. De zorg is echter wel nodig op zowel geplande als ongeplande zorgmomenten. Bij de specifieke verpleegkundige handelingen, gaat het om handelingen als het toedienen van zuurstof, aan- en afkoppelen beademingsapparatuur, toediening van intraveneuze medicatie of parenterale voeding, verwisselen van canules en openhouden en doorspoelen van katheters en dergelijke.

Eiseres heeft in dit verband aangevoerd dat, kort gezegd, continu toezicht en aansturing nodig zijn bij het gebruik van de insulinepomp of bij het injecteren van insuline. De wisselende bloedsuikerwaarden van [zoon] moeten steeds in de gaten gehouden worden. Er is regelmatig controle nodig. Dit is niet op vaste momenten, maar op ongeplande tijden, aldus eiseres. Eiseres heeft voor de controle een handleiding voor derden geschreven. Er is volgens eiseres sprake van voortdurende zorg in de nabijheid.

De medisch adviseur heeft onvoldoende gemotiveerd dat in het geval van [zoon] geen sprake is van een lichtere complexe problematiek of een lichamelijke handicap, waarbij een of meer specifieke verpleegkundige handelingen nodig zijn en waarbij zorg voortdurend in de nabijheid nodig is. De medisch adviseur erkent dat het in de situatie van [zoon] gaat om verpleegkundige handelingen; het subcutaan plaatsen van de infuusset van de insulinepomp en sensor. Dat daarmee geen sprake zou zijn van specifieke verpleegkundige handelingen als bedoeld in het beoordelingskader, heeft de medisch adviseur niet inzichtelijk gemotiveerd. De door eiseres te verrichten handelingen acht de rechtbank naar hun aard niet afwijkend van de in het beoordelingskader opgesomde (voorbeeld)handelingen. Daarbij komt dat ook niet is toegelicht op welke gronden geen sprake is van zorg in de zin van meer passief toezicht, als bedoeld in het beoordelingskader. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook onvoldoende inzichtelijk gemotiveerd waarom op het aandachtsgebied ‘medische verzorging’ geen sprake is van een zware zorgbehoefte.

5.8

Voor het item ‘gedrag’ wordt er volgens het beoordelingskader alleen een score toegekend indien er een verklarende diagnose van een ter zake deskundige is en permanent toezicht noodzakelijk is in verband met door de gehele dag voorkomende of dreigende gedragsproblemen en escalaties.

Eiseres heeft in dit verband aangevoerd dat bij [zoon] sprake is van gedragsproblemen als gevolg van schommelingen in de bloedsuikerwaarde en dat [zoon] bekend is met faalangst, watervrees en verlegenheid. De rechtbank overweegt dat, hoewel [zoon] bekend is met psychosociale problemen, niet is gebleken dat bij hem sprake is van een probleemgedrag in relatie tot een kinderpsychiatrische diagnose. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende en inzichtelijk gemotiveerd waarom op het aandachtsgebied ‘gedrag’ geen sprake is van een zware zorgbehoefte. Eiseres heeft geen medische gegevens aangeleverd op grond waarvan aan de bevindingen en de conclusies van het medisch advies op dit punt moet worden getwijfeld.

5.9

Voor het item ‘begeleiding buitenshuis’ wordt er volgens het beoordelingskader een score toegekend indien het kind als gevolg van ziekte of aandoening niet alleen naar buiten kan of slechts in de eigen ‘afgesloten’ tuin kan spelen of slechts buiten kan spelen, omdat de woonomgeving en de sociale situatie zich er toe leent en er toezicht vanuit huis mogelijk is of in het directe (en voortdurende) zicht.

Eiseres heeft in dit verband aangevoerd dat [zoon] nooit alleen buitenshuis gaat en niet naar vriendjes gaat. Volgens eiseres is in verband met de schommelende bloedsuikerwaarden continue aandacht en toezicht noodzakelijk.

De medisch adviseur van het CIZ heeft in de adviezen aangegeven dat [zoon] ondanks zijn aandoening alleen buiten kan zijn en/of spelen. De ouder moet wel regelmatig contact hebben als dat nodig is of andere ouders instrueren. Het gaat daarbij om spelen/buiten zijn op een afgesproken plaats, met controle/kijken op bepaalde momenten. Volgens de medisch adviseur kan niet worden vastgesteld dat er een noodzaak tot direct toezicht is als [zoon] buiten is. Het is wel wenselijk dat er controlemomenten zijn, aldus de medisch adviseur.

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende inzichtelijk gemotiveerd waarom op het aandachtsgebied ‘begeleiding buitenshuis’ geen sprake is van een zware zorgbehoefte. Daarbij betrekt de rechtbank dat de medisch adviseur op het aandachtsgebied ‘alleen thuis zijn’ een score heeft toegekend, omdat [zoon] niet langer dan dertig minuten alleen thuis kan zijn als gevolg van de ziekte of aandoening. De medisch adviseur heeft de score mede toegekend op basis van de omstandigheid dat [zoon] bij een hoge bloedsuikerwaarde niet altijd meer in staat is goede beslissingen te nemen en niet handelt zoals het moet. Niet is gemotiveerd waarom dit voor het aandachtsgebied ‘begeleiding buitenshuis’ anders heeft te gelden. Dit klemt te meer, nu de medisch adviseur in het aanvullende advies in beroep van 28 september 2017 (opnieuw) heeft opgenomen dat de bloedsuikerwaarden van [zoon] zeer regelmatig hoger zijn dan gewenst en dat het niet wenselijk/verantwoord is dat [zoon] langer dan dertig minuten alleen gelaten wordt. De medisch adviseur acht het aannemelijk dat [zoon] bij hoge bloedsuikers niet altijd meer in staat is om goede beslissingen te nemen en merkt op dat [zoon] blijkbaar uit zichzelf tot op heden te weinig bolust. Volgens de medisch adviseur is, net als bij het alleen thuis zijn, wenselijk dat er om de ongeveer dertig minuten een controlemoment wordt ingebouwd zolang [zoon] zelf nog onvoldoende in staat is om de verantwoordelijkheid voor die controles op zich te nemen. Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook onvoldoende inzichtelijk gemotiveerd waarom op het aandachtsgebied ‘begeleiding buitenshuis’, anders dan bij ‘alleen thuis zijn’, geen sprake zou zijn van een zware zorgbehoefte.

5.10

Voor het item ‘bezighouden/handreikingen’ wordt er volgens het beoordelingskader een score toegekend indien er als gevolg van ziekte of aandoening een noodzaak is tot het aanbieden van een volledige, complete dagstructuur met voortdurende individuele aandacht en activering óf het kind zich geheel niet alleen kan vermaken of bezig zijn óf alle activiteiten binnenshuis georganiseerd en begeleid moeten worden óf sprake is van volledige aanpassing en sterke inperking van de levensstijl van het gezin als gevolg van ernstige chronische lichamelijke ziekte.

In dit verband heeft eiseres aangevoerd dat er een aanpassing nodig is in de levensstijl van [zoon] en van het gezin. Door de continue aandacht voor diabetes en de extra aandacht vanwege de dyslexie, is er geregeld niet genoeg aandacht voor de dochter van eiseres. Ook heeft dit negatieve gevolgen voor eiseres voor haar werk als zelfstandige. De vader is internationaal vrachtwagenchauffeur en het verdelen van de aandacht voor de kinderen komt doordeweeks geheel op de schouders van eiseres. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de medisch adviseur voldoende en inzichtelijk gemotiveerd dat de door eiseres aangeleverde informatie geen grond biedt voor het oordeel dat in het gezin sprake is van een situatie zoals in het beoordelingskader wordt geschetst. De medisch adviseur heeft daarbij terecht betrokken dat [zoon] naar school gaat. Weliswaar moet eiseres telefonisch bereikbaar zijn, maar kan zij op de momenten dat [zoon] op school is wel haar eigen activiteiten uitvoeren.

5.11

De stelling van eiseres dat mensen in haar omgeving wél dubbele kinderbijslag ontvangen en dat het daarbij gaat om kinderen die alleen ADHD of dyslexie hebben, treft naar het oordeel van de rechtbank geen doel, omdat eiseres niet met verifieerbare gegevens heeft onderbouwd dat met de gevallen waar zij op doelt, sprake is van gelijke dan wel vergelijkbare gevallen.

5.12

Voor de door eiseres voorgestane toekenning van deelscores op de in het beoordelingskader genoemde aandachtsgebieden, omdat [zoon] op diverse aandachtgebieden gedeeltelijke wel scoort en daardoor alsnog een totaal van drie punten (of meer) kan worden bereikt, is geen steun te vinden in de AKW, de Regeling of het beoordelingskader. De rechtbank onderschat geenszins de impact van het feit dat [zoon] als gevolg van zijn aandoening een grotere zorgbehoefte heeft dan een gezond kind en dat eiseres daarom ook navenant zwaarder belast wordt dan een ouder van een gezond kind. Echter, niet de door de ouders (ervaren) zorgzwaarte is doorslaggevend in het kader van het beoordelingskader, maar de feitelijke zorgbehoefte van [zoon] , die in kaart wordt gebracht met scores op de verschillende aandachtsgebieden.

5.13

Nu verweerder, zoals in rechtsoverwegingen 5.7 en 5.9 is overwogen, onvoldoende heeft gemotiveerd waarom ten aanzien van de aandachtsgebieden ‘medische verzorging’ en ‘begeleiding buitenshuis’ geen sprake is van een zware zorgbehoefte, dient het beroep gegrond te worden verklaard en zal het bestreden besluit worden vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2, 3:9 en 7:12, eerste lid, van de Awb.

5.14

De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Ook ziet de rechtbank geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen, omdat dat naar het zich laat aanzien geen doelmatige en efficiënte afdoeningswijze zou inhouden. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt.

7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Eiseres heeft verzocht om vergoeding van de gemaakte reiskosten ten bedrage van € 30,--. Dit bedrag is in lijn met het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en deze reiskostenvergoeding wordt dan ook aan eiseres toegekend. Verletkosten worden ingevolge artikel 2, aanhef en onder d, van het Bpb vergoedt overeenkomstig een tarief dat, afhankelijk van de omstandigheden, tussen € 7,-- en € 82,-- per uur bedraagt. Gelet op deze bedragen ziet de rechtbank aanleiding voor een vergoeding van de opgegeven verletkosten van € 175,00 die zijn gemaakt in verband met het bijwonen van de zitting.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,-- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 205,--.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.R.H. Lutjes, rechter, in aanwezigheid van

A. van den Ham, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.