Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:1338

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-03-2018
Datum publicatie
24-04-2018
Zaaknummer
6481629 \ CV EXPL 17-7335
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kantonrechter is bevoegd op grond van artikel 93 Rv.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 6481629 \ CV EXPL 17-7335

Vonnis in incident van 27 maart 2018

In de zaak van

de coöperatie COÖPERATIEVE VERENIGING NL POWER U.A.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

eisende partij in de hoofdzaak, verwerende partij in het incident, hierna te noemen NLP,

gemachtigde: M. de Jong,

tegen

[A] ,
wonende en zaakdoende te [plaats] ,

gedaagde partij in de hoofdzaak, eisende partij in het incident, hierna te noemen [A] ,

gemachtigde: mr. S.J. de Vries.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 16 november 2017;

- de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, tevens conclusie van antwoord in de hoofdzaak;

- de antwoord conclusie in het incident, tevens houdende wijziging van eis en houdende conclusie van repliek in de hoofdzaak.

1.2.

Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2 Het geschil

De vordering in de hoofdzaak

2.1.

NLP vordert, na vermindering van eis, ontbinding van de overeenkomst met [A] en veroordeling van [A] tot betaling van een som van € 17.581,09, te vermeerderen met reputatieschade ad € 3.000,= en te vermeerderen met wettelijke rente over € 24.453,09 vanaf 28 augustus 2016, onder veroordeling van [A] in de kosten van de procedure.

De vordering in het incident

2.2.

[A] stelt dat de vordering betreffende reputatieschade in de dagvaarding niet nader is bepaald, terwijl NLP hem voorafgaand aan de dagvaarding heeft geschreven voornemens te zijn om een vordering van € 110.900, = in te stellen. De vordering gaat volgens [A] hiermee het bedrag van € 25.000,=, zoals bedoeld in artikel 93 Rv, ruim te boven. [A] vordert daarom dat de kantonrechter zich onbevoegd zal verklaren om van dit geschil kennis te nemen en dat de kantonrechter de zaak zal verwijzen naar de bevoegde rechter met veroordeling van NLP in de kosten van het incident.

Het verweer in het incident

2.3.

NLP voert aan dat zij haar vordering heeft gewijzigd, namelijk door de reputatie schade vast te stellen op een bedrag van € 3.000,=. Volgens NLP is de kantonrechter dan bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

3 De beoordeling

In het incident

3.1.

Hoewel een optelsom van de bedragen genoemd door NLP onder punt 15 van de dagvaarding een bedrag van € 21.453,09 oplevert, vordert NLP in haar gewijzigde petitum de betaling van een hoofdsom van € 17.581,09. Bij laatst genoemd bedrag moet worden opgeteld de vordering wegens reputatieschade, die door NLP bij antwoord in het incident is gesteld op € 3.000,=, en de wettelijke rente over een bedrag van € 24.453,09 vanaf 28 augustus 2016. De wettelijke rente (ex artikel 6:119 BW) over € 24.453,09 bedraagt tot de dag van dagvaarding een bedrag van € 597,13.

3.2.

Dit betekent dat de vordering zoals deze na de wijziging van eis is geformuleerd (ad € 21.178,22) valt binnen de grenzen van de bevoegdheid van de kantonrechter, zoals bedoeld in artikel 93 Rv. Er bestaat daarom geen aanleiding om de vordering te verwijzen. De incidentele vordering tot verwijzing wordt dus afgewezen.

3.3.

In de omstandigheden van het geval ziet de kantonrechter aanleiding om ieder van partijen in dit incident de eigen kosten te laten dragen.

In de hoofdzaak

3.4.

Aangezien in de hoofdzaak de conclusie van repliek reeds is genomen, zal [A] in de gelegenheid worden gesteld om te dupliceren.

3.5.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 De beslissing

De kantonrechter:

In het incident

4.1.

wijst de vordering tot verwijzing af;

4.2.

bepaalt dat partijen ieder de eigen kosten dragen;

In de hoofdzaak

4.3.

verwijst de procedure naar de civiele rolzitting van dinsdag 24 april 2018, teneinde [A] in staat te stellen te concluderen voor dupliek.

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2018. (AP)