Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:1288

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
19-04-2018
Zaaknummer
08/770352-17 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 51-jarige man voor het stalken van zijn ex-partner tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Daarnaast legt de rechtbank een contactverbod op voor de duur van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/770352-17 (P)

Datum vonnis: 17 april 2018

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] ,

nu verblijvende in Penitentiaire Inrichting Almelo De Karelskamp.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

3 april 2018. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Stikkelbroeck en van hetgeen door verdachte en de raadsman

mr. J.C. de Goeij, advocaat te Alkmaar, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zijn ex-partner [slachtoffer] heeft gestalkt door haar veel WhatsAppberichten en spraakberichten te sturen, door haar vaak te bellen, door vaak langs haar woning te rijden, door haar vaak te benaderen tijdens het ophalen van de zoon van verdachte en [slachtoffer] , door haar op te wachten en door haar te achtervolgen met de auto en hierbij te bumperkleven, te claxonneren, te seinen met de verlichting van de auto en naast haar te rijden.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2017

tot en met 16 november 2017 te Enschede, althans in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] (zijn ex-partner), in elk geval

van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te

doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, door:

- veelvuldig whatsappberichten en/of spraakberichten te sturen en/of te

verzenden naar die [slachtoffer] en/of

- veelvuldig te bellen naar die [slachtoffer] en/of

- veelvuldig langs de woning van die [slachtoffer] te rijden en/of door de straat

te rijden waaraan de woning van die [slachtoffer] gelegen is en/of

- veelvuldig die [slachtoffer] te achtervolgen en/of

- ( ondanks de afgesproken omgangsregeling) veelvuldig bij het ophalen van de

zoon van verdachte en die [slachtoffer] uit de auto te stappen en/of haar te

benaderen en/of

- veelvuldig die [slachtoffer] op te wachten (bij school en/of bij haar werk)

- die [slachtoffer] met de auto te achtervolgen en/of (hierbij) op enkele meters,

althans op korte afstand achter die [slachtoffer] te rijden (het zogenaamde

bumperkleven) en/of te seinen (met groot licht) en/of te claxonneren en/of

naast haar te rijden (op een weg waar dit niet is toegestaan).

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De bewijsoverwegingen 1

4.1

Redengevende feiten en omstandigheden

Verdachte heeft verklaard dat hij in de periode van 1 juni 2017 tot en met 16 november 2017 meermalen contact heeft gehad met zijn voormalige partner, [slachtoffer] . Verdachte heeft verklaard dat hij vier of vijf berichten naar [slachtoffer] heeft gestuurd en dat hij [slachtoffer] een aantal keer heeft gebeld in verband met de omgang en het gezag over hun zoon [naam] . Verdachte heeft verklaard dat de mobiele telefoonnummers 06- [telefoonnummer 1] en 06- [telefoonnummer 2] bij hem in gebruik zijn. Verdachte heeft verklaard dat hij met zijn auto in de wijk rijdt van de woning van [slachtoffer] . Verdachte heeft ook verklaard dat hij in de ten laste gelegde periode op de momenten dat hij zijn zoon kwam ophalen bij [slachtoffer] , in strijd met de afgesproken omgangsregeling, uit zijn auto stapte en naar zijn zoon en [slachtoffer] toeliep. Verdachte heeft verklaard dat hij wist dat hij in de auto zou moeten blijven zitten, maar dat hij wilde uitstappen om zijn zoon op te halen.

Verdachte heeft verder verklaard dat hij met zijn auto achter de auto waarin [slachtoffer] en [naam] zaten aan is gereden, heeft geseind met de verlichting van de auto en vervolgens bij een verkeerslicht uit zijn auto is gestapt en naar de auto van [slachtoffer] is gelopen. Verdachte heeft verklaard dat hij dit deed, omdat hij de mobiele telefoon van hun zoon wilde afgeven.2

[slachtoffer] heeft in haar aangifte verklaard, dat op 1 juni 2017 een rechtszaak is geweest waarbij verdachte is veroordeeld wegens stalking jegens haar, maar dat verdachte ondanks de veroordeling doorgaat met zijn gedrag. [slachtoffer] heeft verklaard dat in het kader van de omgangsregeling tussen verdachte en [naam] is afgesproken dat verdachte [naam] om het weekend bij [slachtoffer] ophaalt. Er is afgesproken dat verdachte daarbij in de auto blijft zitten en één keer claxonneert, waarna [naam] naar buiten loopt en met verdachte meegaat.

[slachtoffer] heeft verklaard dat verdachte zich niet aan deze afspraak houdt, maar dat hij bij het ophalen uit de auto komt en dan bij de woning van [slachtoffer] aanbelt.

[slachtoffer] heeft verder het volgende verklaard. Verdachte zegt in aanwezigheid van hun zoon op een vervelende manier dat [slachtoffer] weer een relatie met verdachte moet beginnen. Zij heeft gezien dat haar zoon zich hier niet lekker bij voelt. [slachtoffer] reageert niet op verdachtes opmerkingen. Verdachte valt haar constant lastig en zij vreest dat dit nooit zal ophouden. Verdachte stuurt haar dagelijks appjes, hij belt [slachtoffer] en rijdt dagelijks langs haar huis terwijl hij niets in haar straat te zoeken heeft. De appjes die verdachte aan [slachtoffer] stuurt zijn allemaal appjes dat hij [slachtoffer] terug wil. Verdachte heeft [slachtoffer] ook spraakberichten gestuurd via de app. Verdachte maakt daarbij gebruik maakt van meerdere telefoonnummers, te weten 06- [telefoonnummer 3] , 06- [telefoonnummer 4] en het nummer 06- [telefoonnummer 2] , dat bij [slachtoffer] als zijn telefoonnummer bekend is.

[slachtoffer] heeft ook verklaard dat verdachte op 5 november 2017 met zijn auto vlak achter haar reed, terwijl hij seinde met groot licht en claxonneerde. Toen [slachtoffer] moest wachten voor een rood stoplicht, heeft zij gezien dat verdachte achter haar stopte, uitstapte en op haar auto af kwam lopen. Toen zag zij dat verdachte de telefoon van [naam] in zijn handen had, waarna zij het raampje naar beneden heeft gedraaid en de telefoon heeft gepakt.3, 4

Verbalisant [verbalisant] heeft geverbaliseerd dat zij de inbeslaggenomen telefoon van verdachte heeft bekeken, te weten een LG telefoon met hierin een simkaart met het mobiele nummer 06- [telefoonnummer 1] . [verbalisant] zag in deze telefoon in de map “afbeeldingen” meerdere bewerkte afbeeldingen staan van verdachte, [slachtoffer] en hun zoontje [naam] . Afbeeldingen en foto’s die via 06- [telefoonnummer 3] naar [slachtoffer] zijn verstuurd, komen overeen met een aantal van de afbeeldingen en foto’s die op de inbeslaggenomen LG telefoon staan met telefoonnummer 06- [telefoonnummer 1] , aldus verbalisant [verbalisant] .5

Verbalisant [verbalisant] heeft de historische verkeersgegevens bekeken van het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 3] op 21 december 2017. Er bleken vanaf dit telefoonnummer uitgaande uitroepen te zijn geweest naar vier telefoonnummers, die ook staan opgeslagen in de contacten in de inbeslaggenomen LG-telefoon met telefoonnummer 06- [telefoonnummer 1] . Bij al deze contactmomenten is een mast aangestraald. De meest aangestraalde mast bleek de mast aan de [adres 1] in Losser te zijn. Aan die mast hangen meerdere antennes en de meest aangestraalde antennes bleken beide in de richting van de woning van verdachte te stralen.6

Verbalisant [verbalisant] heeft verder verklaard dat zij via de email van [slachtoffer] meerdere geluidsfragmenten heeft ontvangen en dat dit ingesproken berichten betroffen die [slachtoffer] had ontvangen via WhatsApp van een contact, dat zij ‘vader [naam] ’ heeft genoemd. [slachtoffer] heeft aan verbalisant [verbalisant] aangegeven dat dit het nummer was van haar ex-partner [verdachte] en dat dit telefoonnummer 06- [telefoonnummer 2] betreft. Verbalisant [verbalisant] heeft vier ingesproken berichten van 29 oktober 2017, drie berichten van 4 november 2017 en een bericht van 12 november 2017 beluisterd. Van al deze berichten herkende verbalisant [verbalisant] de stem als zijnde van [verdachte] .7

Verbalisant [verbalisant] heeft verder verklaard dat zij het appverkeer heeft bekeken, dat volgens [slachtoffer] is verstuurd door verdachte [verdachte] . Verbalisant [verbalisant] heeft een overzicht opgenomen van de verschillende berichten afkomstig van de verschillende telefoonnummers.

- 06- [telefoonnummer 1] . Vanaf dit nummer is in totaal drie keer normaal gebeld. Op 21 oktober 2017 om 22:40 uur en 22:41 uur en op 22 oktober 2017. Er zijn 2 ingesproken berichten verstuurd via WhatsApp.

- Vader [naam]

Er zijn 10 ingesproken berichten en 3 tekstberichten verstuurd via WhatsApp. Er is 1 keer gebeld via WhatsApp op zondag 29 oktober 2017 om 17.11 (de rechtbank begrijpt 17.11 uur).

- [telefoonnummer 3]

Er zijn 18 muziekbestanden, 63 tekstberichten en 78 afbeeldingen verstuurd via WhatsApp. Dit zijn veel afbeeldingen van bloemen en dergelijke, maar het betreffen ook foto’s van de zoon van verdachte en [slachtoffer] en bewerkte afbeeldingen waar [slachtoffer] , verdachte en hun zoon op staan. Er is 3 keer gebeld via WhatsApp op zaterdag 11 november 2017 om 10.52 uur, 13.46 uur en 13.47 uur.8

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van de aangifte van [slachtoffer] , de verklaring van verdachte en de processen-verbaal van bevindingen met screenshots van Facebook en de verklaring van verdachte dat hij gesproken berichten aan [slachtoffer] heeft gezonden, het ten laste gelegde kan worden bewezen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit en hiertoe aangevoerd dat er sprake is van een complexe situatie die draait om de omgang met en het gezag over de zoon van verdachte en [slachtoffer] . Verdachte heeft gehandeld in het belang van zijn zoon en ontkent hetgeen hem wordt verweten. De raadsman heeft gesteld dat er geen sprake is van belaging, omdat [slachtoffer] er geen last van heeft gehad. Zij heeft bijvoorbeeld niet zijn telefoonnummer geblokkeerd.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Wettelijk kader

Belaging als bedoeld in artikel 285b van het Wetboek van Strafrecht (Sr) vereist het stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van een ander, met het oogmerk de ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging in de zin van voornoemd artikel, zijn ingevolge de jurisprudentie verschillende factoren van belang; de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

- telefoonnummer 06- [telefoonnummer 3]

De rechtbank ziet zich ten eerste gesteld voor de vraag of dit telefoonnummer is gebruikt door de verdachte. Uit de hierbovengenoemde bewijsmiddelen blijkt het volgende. Van dit telefoonnummer zijn een aantal afbeeldingen en foto’s naar [slachtoffer] verstuurd, die ook op de bij verdachte inbeslaggenomen LG-telefoon met het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 1] zijn aangetroffen. De rechtbank vindt daarbij ook van belang dat de overige afbeeldingen die zijn verstuurd vanaf het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 3] sterk lijken op de afbeeldingen op de bij verdachte inbeslaggenomen telefoon. Verder is gebleken dat er overeenkomsten zijn in de contacten die zijn gebeld met het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 3] en contacten die staan in de telefoon met het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 1] . Tot slot is een telefoonmast aangestraald tijdens de contactmomenten van het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 3] waarvan de meest aangestraalde antennes bleken uit te stralen in de richting van de woning van de verdachte. Voor de rechtbank is hiermee vast komen te staan dat het telefoonnummer 06- [telefoonnummer 3] in gebruik is bij verdachte en dat de van dit nummer afkomstige berichten door verdachte aan [slachtoffer] zijn verzonden.

- WhatsAppberichten en bellen

De rechtbank stelt op basis van de genoemde bewijsmiddelen vast dat verdachte vanaf de telefoonnummers 06- [telefoonnummer 3] , 06- [telefoonnummer 1] en 06- [telefoonnummer 2] al dan niet gesproken WhatsAppberichten naar [slachtoffer] heeft gestuurd. De hoeveelheid berichten afkomstig van deze telefoonnummers in samenhang bezien maken naar het oordeel van de rechtbank dat sprake is van het veelvuldig verzenden van WhatsAppberichten. Verder blijkt dat vanaf alle drie de telefoonnummers is gebeld naar het nummer van [slachtoffer] .

- langs de woning rijden en/of door de straat rijden

Op basis van de verklaring van verdachte en de aangifte van [slachtoffer] , is voor de rechtbank vast komen te staan dat verdachte meermalen langs de woning van [slachtoffer] is gereden met zijn personenauto, zonder dat hij een duidelijke reden had om daar te zijn.

- bij het ophalen van de zoon van verdachte en [slachtoffer] uit de auto stappen en [slachtoffer] benaderen

De rechtbank stelt op grond van de verklaringen van verdachte en [slachtoffer] vast dat verdachte ondanks de afgesproken omgangsregeling veelvuldig bij het ophalen van de zoon van verdachte en die [slachtoffer] uit zijn auto is gestapt en vervolgens [slachtoffer] heeft benaderd, terwijl verdachte wist dat hij op die momenten in zijn auto zou moeten blijven zitten.

- opwachten bij school en/of werk

De rechtbank acht op grond van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte veelvuldig [slachtoffer] bij school, dan wel bij haar werk heeft opgewacht en zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.

- met de auto achtervolgen

De rechtbank stelt op basis van de verklaring van verdachte en [slachtoffer] vast dat verdachte met zijn personenauto achter de auto waarin [slachtoffer] en hun zoon zich bevonden, aan is gereden, heeft geclaxonneerd en heeft geseind met groot licht. Zowel verdachte als [slachtoffer] hebben verklaard dat dit handelen van verdachte is ingegeven door het willen overhandigen van de mobiele telefoon van hun zoon [naam] . Daarom is deze handeling naar het oordeel van de rechtbank niet te kwalificeren als belaging in de zin van voornoemd artikel en zal de rechtbank verdachte van dit onderdeel vrijspreken.

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, zoals hiervoor is uiteengezet, vast dat in de ten laste gelegde periode veelvuldig contact is geweest tussen verdachte en [slachtoffer] . Voor de rechtbank is komen vast te staan dat verdachte mevrouw [slachtoffer] herhaaldelijk heeft lastig gevallen door het veelvuldig sturen van WhatsApp berichten, door haar te bellen, langs haar woning te rijden en door haar meermalen te benaderen bij het ophalen van hun zoon. Voorts leidt de rechtbank uit de verklaring van [slachtoffer] af dat zij aan verdachte duidelijk te kennen heeft gegeven geen contact met hem te willen. Toch heeft verdachte door het voortdurend sturen van berichten en door haar te benaderen, [slachtoffer] opzettelijk gedwongen te dulden dat verdachte contact met haar zocht. Dat verdachte stelt dat hij contact zocht in verband met hun beider zoon, doet aan het vorenstaande niet af – nog afgezien van de omstandigheid dat de inhoud van de grote hoeveelheid gestuurde afbeeldingen daar niet op duiden. De rechtbank concludeert dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van zijn voormalig partner [slachtoffer] en acht belaging van [slachtoffer] derhalve bewezen.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij in de periode van 1 juni 2017 tot en met 16 november 2017 te Enschede, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] (zijn ex-partner), met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te dulden door:

- veelvuldig WhatsAppberichten te sturen naar die [slachtoffer] en

- te bellen naar die [slachtoffer] en

- langs de woning van die [slachtoffer] te rijden en

- ondanks de afgesproken omgangsregeling veelvuldig bij het ophalen van de zoon van verdachte en die [slachtoffer] , uit de auto te stappen en haar te benaderen.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezen verklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 285b Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op, het misdrijf: belaging.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien maanden, waarvan zeven maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie ging hierbij uit van een bewezenverklaring in zowel deze zaak, als in de andere zaak betreffende verdachte, die gelijktijdig maar niet gevoegd is behandeld ter terechtzitting. De officier van justitie heeft gevorderd dat aan het voorwaardelijk deel worden gekoppeld de volgende bijzondere voorwaarden; ambulante behandeling bij de Tender of een soortgelijke instelling, een meldplicht en een gedragsaanwijzing inhoudende dat de verdachte openheid van zaken geeft.

De officier van justitie heeft verder gevorderd dat aan verdachte een tweetal vrijheidsbeperkende maatregelen ingevolge artikel 38v Sr wordt opgelegd, namelijk een locatieverbod voor de [adres 2] in Enschede en een contactverbod ten aanzien van [slachtoffer] . De officier van justitie heeft ook gevorderd dat per overtreding van de maatregel een hechtenis voor de duur van twee weken wordt opgelegd.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de bijzondere voorwaarden en de maatregel ingevolge artikel 38v Sr dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.

De officier van justitie heeft tot slot verbeurdverklaring gevorderd van de in beslag genomen simkaart en mobiele telefoons.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van de strafmaat aangevoerd dat een deels voorwaardelijke gevangenisstraf passend is, waarbij het onvoorwaardelijk deel gelijk moet zijn aan de in voorarrest doorgebrachte tijd op het moment van de uitspraak. Verder heeft de raadsman verzocht om geen behandeling op te leggen, aangezien de psychiater dit niet heeft geadviseerd.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

De rechtbank houdt bij het bepalen van de op te leggen straf rekening met de ernst van het bewezenverklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Bij de strafmaatbepaling neemt de rechtbank in aanmerking de ernst van het gepleegde feit in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belaging van zijn voormalig partner en de moeder van zijn zoon. Verdachte heeft hiermee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] . Naar de ervaring leert, hebben dergelijke delicten veelal langdurige en ingrijpende angstgevoelens bij de directe slachtoffers tot gevolg. Dit rekent de rechtbank verdachte aan. Dat een aantal van de incidenten hebben plaatsgevonden in het bijzijn van de zoon van verdachte en [slachtoffer] , acht de rechtbank extra kwalijk.

Verdachte is in het verleden vaker voor onder meer belaging veroordeeld, zo blijkt uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie betreffende verdachte van 8 januari 2018. Ondanks de in die veroordelingen gelegen waarschuwingen, is verdachte niet gestopt met het plegen van soortgelijke strafbare feiten en daarmee lijkt hij het kwalijke van zijn gedrag niet in te zien. Ten tijde van het plegen van de onderhavige delicten liep verdachte zelfs in een proeftijd. Dit weegt de rechtbank mee bij het bepalen van de strafmaat.

Voorts houdt de rechtbank rekening met de door de klinisch psycholoog drs. M.C. Overduin en GZ psycholoog drs. A.M. Coehorst, door de psychiater, J.L.M. Dinjens en door de reclassering opgemaakte rapporten betreffende verdachte. De rechtbank volgt de psycholoog in zijn conclusie dat bij verdachte een ziekelijke stoornis aanwezig is, namelijk een persisterende aanpassingsstoornis, cluster B persoonlijkheidsproblematiek en zwakbegaafdheid en dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar was ten tijde van het tenlastegelegde feit. De rechtbank onderschrijft verder het advies van de psycholoog dat een ambulant (forensisch) poliklinische behandelingstraject nodig is, vanwege het ontbreken aan probleembesef en intrinsieke motivatie bij verdachte.

De rechtbank beoogt met de op te leggen straf verdachte ervan te doordringen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit dat een enorme impact heeft op zijn voormalig partner en daarmee ook op hun zoon. De rechtbank weegt hierbij zwaar mee dat verdachte eerder voor hetzelfde delict is veroordeeld met ook hetzelfde slachtoffer. Daarom zal de rechtbank verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van na te noemen duur, waarbij verdachte zich gedurende een proeftijd van drie jaren aan een aantal bijzondere voorwaarden zal moeten houden, te weten een meldplicht en het meewerken aan een ambulante behandeling bij de Tender of een soortgelijke instelling. Deze laatste voorwaarde behelst de verplichting voor verdachte om aan de reclassering openheid van zaken te geven, zodat de reclassering in staat wordt gesteld om daadwerkelijk invulling te geven aan het toezicht en verdachte goed te kunnen begeleiden. De rechtbank zal daarom, in navolging van het reclasseringsrapport, een andere voorwaarde betreffende het gedrag opleggen, inhoudende dat verdachte wordt verplicht openheid van zaken te geven, een actieve opstelling heeft in gesprekken, praktijksituaties bespreekbaar maakt betreffende zijn voormalig partner en zoon, hulpverleningsinstanties, zijn denkpatronen, gedrag en vaardigheden en andere onderwerpen die de reclassering van belang acht in het kader van gedragsverandering.

De rechtbank zal anders dan de officier van justitie heeft verzocht niet de dadelijke uitvoerbaarheid van de op grond van art. 14c Sr te stellen voorwaarden en het op grond van art. 14d Sr uit te oefenen toezicht, meldplicht en andere voorwaarde betreffende het gedrag gelasten.

Zoals gezegd is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich opnieuw belastend zal gedragen jegens [slachtoffer] . Daarom acht de rechtbank het noodzakelijk een contactverbod met [slachtoffer] en een locatieverbod op te leggen, in de vorm van een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v Sr. De rechtbank is van oordeel dat een locatieverbod voor de [adres 2] in Enschede – zoals door de officier van justitie is gevorderd – te omvangrijk is, gezien ook de woon- en leefomgeving van verdachte. De rechtbank acht, om verdachte ervan te weerhouden overlast te veroorzaken in de straat waar [slachtoffer] woont, een locatieverbod ten aanzien van de [adres 3] in Enschede passend en geboden. Een dergelijke maatregel kan dadelijk uitvoerbaar worden verklaard, hetgeen de rechtbank ook zal doen. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een dergelijk misdrijf zal begaan, gelet ook op de omstandigheid dat verdachte nu voor de tweede maal voor hetzelfde feit is veroordeeld en ondanks het contactverbod en locatieverbod die eerder als bijzondere voorwaarde zijn opgelegd.

7.4

De inbeslaggenomen voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde voorwerpen, te weten een mobiele telefoon van het merk LG, een mobiele telefoon van het merk Nokia en een simkaart moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke het feit is begaan.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 14d Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: belaging;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich binnen 48 uren na het onherroepelijk zijn van het vonnis meldt bij Reclassering Nederland, via het volgende telefoonnummer: 088-8041406. Hierna moet de verdachte zich blijven melden zo frequent en zolang deze instelling dat noodzakelijk acht. Daarnaast dient de verdachte zich te houden aan de aanwijzingen die hem door of namens de reclassering worden gegeven, ook wanneer dit het volgen van een gedragsinterventie inhoudt;

- zich ambulant laat behandelen bij de forensische polikliniek De Tender (Transfore) of een soortgelijke instelling, ter beoordeling van de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. Verdachte zal zich dan houden aan de huisregels en de aanwijzingen die door of namens de leiding van de polikliniek zullen worden gegeven. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling;

- zich verplicht openheid van zaken te geven, zich actief in gesprekken zal opstellen en praktijksituaties bespreekbaar maakt omtrent zijn ex-partner en zoon, hulpverleningsinstanties, zijn denkpatronen, gedrag en vaardigheden en andere onderwerpen die de reclassering van belang acht in het kader van gedragsverandering;

- draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

maatregel

- legt op de maatregel dat de veroordeelde zich gedurende 2 (twee) jaren niet zal ophouden

in de [adres 3] in Enschede;

- legt op de maatregel dat de veroordeelde gedurende 2 (twee) jaren op geen enkele

wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] ;

- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 2 (twee)

weken voor iedere keer dat niet aan de maatregel(en) wordt voldaan. Toepassing van de

vervangende hechtenis heft de verplichting ingevolge de opgelegde maatregel(s) niet op;

- beveelt dat de op grond van artikel 38v Sr opgelegde maatregel(en) dadelijk uitvoerbaar

zijn;

de inbeslaggenomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de inbeslaggenomen voorwerpen, te een mobiele telefoon van het merk LG en een mobiele telefoon van het merk Nokia en een simkaart;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk wordt aan de opgelegde onvoorwaardelijke straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. den Dulk, voorzitter, mr. E.J.M. Bos en

mr. M.I. van Meel, rechters, in tegenwoordigheid van D.A.C. Brockötter, griffier, en is

in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.

Mr. Bos is niet in de gelegenheid om dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer PL0600-2017539292. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van de terechtzitting van 3 april 2018, voor zover inhoudende de verklaring van verdachte.

3 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 16 november 2017, pagina 50 – 53, met fotobladen pagina 55 – 104.

4 Het proces-verbaal van ontvangst klacht door hulpofficier van justitie van 16 november 2017.

5 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 23 november 2017, pagina 7, met bijlagen pagina 15+93, 14+64, 22+79, 14+89.

6 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 4 januari 2018, met nummer PL0600-2017525346-21 (het proces-verbaal heeft geen paginanummering)

7 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 23 november 2017, pagina 107.

8 Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] van 22 november 2017, pagina 108.