Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:1246

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-04-2018
Datum publicatie
17-04-2018
Zaaknummer
07/840032-00 TBS
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel verlengt de termijn van tbs voor de moordenaar van Maartje Pieck met 1 jaar. De rechtbank beëindigt de dwangverpleging en stelt daar strikte voorwaarden en toezicht bij. Zo blijft de man onder behandeling en moet blijven wonen in de woningen bij de tbs-kliniek of een andere instelling naar keuze van de reclassering.

De nu 55-jarige man werd in 2001 door het gerechtshof in Arnhem veroordeeld tot 15 jaar cel en tbs met dwangverpleging voor de moord op de toen 15-jarige Maartje Pieck uit Kampen.

De rechtbank volgt hiermee het advies van de deskundigen van de reclassering en de tbs-kliniek. Naar het oordeel van de rechtbank kan onder de huidige omstandigheden en de in de uitspraak genoemde voorwaarden op een verantwoorde en gefaseerde wijze de terugkeer van betrokkene in de maatschappij worden gerealiseerd.

Hiermee wordt de primaire doelstelling van de tbs-maatregel gevolgd: na behandeling waardoor het recidiverisico voldoende is teruggedrongen resocialiseren. De omstandigheid dat de man is veroordeeld voor een zeer ernstig levensdelict, dat voor veel maatschappelijke ophef en onrust heeft gezorgd en ook nu begrijpelijk en invoelbaar nog veel reacties en sterke gevoeligheden oproept bij betrokken nabestaanden en in de maatschappij maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht – Strafraadkamer

Locatie Zwolle

Parketnummer : 07/840032-00 TBS

Uitspraak : 17 april 2018

Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de termijn, gedurende welke:

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum] 1962 in [geboorteplaats] ,

verblijvende bij FPC Pompestichting, Weg door Jonkerbos 55 te Nijmegen,

hierna te noemen: betrokkene,

ter beschikking is gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege.

Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof te Arnhem d.d. 27 december 2001 ter beschikking gesteld, met bevel tot verpleging van overheidswege. De termijn is ingegaan op 8 maart 2007. De terbeschikkingstelling is laatstelijk verlengd bij beschikking van deze rechtbank van 28 maart 2017 en eindigt behoudens nadere voorziening op 8 maart 2018.

Het openbaar ministerie heeft op 19 januari 2018 een vordering ingediend tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling met 1 jaar. Bij die vordering zijn de door de wet voorgeschreven stukken overgelegd.

Op 29 december 2017 is door mevrouw E.P.M.T. Brouns, psychiater/directeur patiëntenzorg en mevrouw drs. D.M.L. Versteijnen, behandelcoördinator, namens FPC Pompestichting te Nijmegen rapport en advies uitgebracht over de eventuele verlenging van de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Geadviseerd is om deze maatregel voor de duur van één jaar te verlengen.

De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van:

  • -

    een Reclasseringsadvies d.d. 2 maart 2018 van GGZ Iriszorg, opgemaakt door mevrouw Hoegen-Brinkman, omtrent een eventueel proefverlof in het kader van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege;

  • -

    een Reclasseringsadvies d.d. 2 maart 2018 van GGZ Iriszorg, opgemaakt door mevrouw Hoegen-Brinkman, omtrent de eventuele voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overheidswege (dwangverpleging;

  • -

    een (mail)brief d.d. 26 februari 2018 van mevrouw drs. Versteijnen voornoemd namens de FPC Pompestichting.

GGZ Iriszorg heeft geadviseerd tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. FPC Pompestichting heeft per toegezonden (mail)brief meegedeeld dat de kliniek zich schaart achter het advies van GGZ Iriszorg tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en dat zij ter zitting overeenkomstig zal adviseren.

Het onderzoek in raadkamer heeft plaatsgevonden op 3 april 2018. Daarbij zijn in het openbaar gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. W. Anker, advocaat te

Leeuwarden;

  • -

    de officier van justitie, mr. P.A. de Boer;

  • -

    mevrouw drs. D.M.L. Versteijnen, psycholoog en behandelcoördinator, verbonden aan FPC Pompestichting te Nijmegen, als deskundige;

  • -

    mevrouw I.J.G. Hoegen-Brinkman, reclasseringswerker, verbonden aan GGZ Iriszorg TBS unit Arnhem-Nijmegen, als deskundige.

De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar en heeft voorts verklaard zich niet te verzetten tegen voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

De raadsman van betrokkene heeft in raadkamer verklaard geen bezwaar te hebben tegen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling voor de duur van één jaar en heeft de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bepleit onder toepassing van de daartoe door de reclassering geadviseerde voorwaarden.

Betrokkene heeft in raadkamer verklaard volledig in te stemmen met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden in het kader van een eventuele voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.

OVERWEGINGEN

De rechtbank dient op grond van het bepaalde in artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te bepalen of de termijn van de maatregel van terbeschikkingstelling moet worden verlengd.

De maatregel van terbeschikkingstelling is toegepast ter zake van doodslag, voorafgegaan van een strafbaar feit met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf straffeloosheid te verzekeren.

De vordering is op 19 januari 2018 en derhalve tijdig ingediend.

De rechtbank heeft kennis genomen van voormeld rapport van E.P.M. Brouns en D.M.L. Versteijnen. Uit dit rapport blijkt onder meer het volgende:

Kernproblematiek

Betrokkene is een 55 jarige, bovengemiddeld intelligente man die is gediagnosticeerd met ernstige persoonlijkheidspathologie in de vorm van een narcistische en antisociale persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken. In de afgelopen jaren is deze problematiek milder geworden. Betrokkene heeft 17 jaar geleden een 15-jarig meisje om het leven gebracht nadat hij bij haar seksuele handelingen had verricht. Diagnostisch gezien is er geen sprake van een parafilie (van de algemeen heersende norm afwijkende seksuele gedragingen of fantasieën) of seksueel sadisme. Alcoholgebruik, een belangrijke factor ten tijde van het indexdelict, is blijkens de uitgevoerde controles langdurig volledig in remissie.

De in het verleden bij betrokkene voorkomende depressieve klachten zijn naar de achtergrond gegaan.

Behandelverloop

Betrokkene is in maart 2007, na de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf, opgenomen in FPC De Oostvaarderskliniek. Een basis voor de behandeling van betrokkene kon aldaar niet worden gerealiseerd, omdat het zelfbeeld van betrokkene en zijn inschatting van de recidiverisico’s sterk bleven verschillen met het beeld en de inschatting van het behandelteam. Een resocialisatietraject werd daarom niet verantwoord geacht. Na een herselectie is betrokkene ten behoeve van een tweede behandelpoging in juli 2010 overgeplaatst naar de FPC Pompekliniek.

Betrokkene heeft in de Pompekliniek langdurig een ander beeld van zichzelf laten zien dan in de vorige kliniek. In de afgelopen jaren heeft betrokkene gemotiveerd de noodzakelijk geachte behandelonderdelen gevolgd, is de samenwerking goed, zijn er geen incidenten geweest, zijn de verloven zonder uitzondering goed verlopen en functioneert betrokkene uitstekend op zijn werk. Het gedrag van betrokkene weerspreekt al lange tijd de twijfels omtrent een mogelijke schijnaanpassing door en schijnresultaten ten aanzien van betrokkene.

De stijgende lijn, die in het vorige verlengingsadvies beschreven werd, heeft zich in het afgelopen jaar voortgezet. Betrokkene is goed blijven samenwerken met het behandelteam. Sinds september 2016 verbleef betrokkene op de resocialisatieafdeling van de kliniek. Hij is met behulp van contacten van de kliniek bij externe werkgevers geplaatst en heeft sinds 1 maart 2017 een regulier betaalde baan. Betrokkene toont bij toename van autonomie in zijn traject, zoals van de behandelafdeling naar de resocialisatieafdeling, dat hij meer ontspannen aanwezig is en meer de samenwerking dan de strijd opzoekt.

In april 2017 is, mede naar aanleiding van de externe Pro Justitia-rapportages eind 2016, transmuraal verlof aangevraagd ten behoeve van doorstroming van betrokkene naar de externe resocialisatieafdeling de Meander, om toe te werken naar meer verblijfsmogelijkheden bij zijn partner en om te oefenen met meer vrijheden in de maatschappij. De machtiging tot plaatsing in de Meander is in augustus 2017 ontvangen. Een machtiging voor overnachtingen van betrokkene bij zijn partner werd op dat moment nog te prematuur bevonden.

Eind augustus 2017 is betrokkene overgeplaatst naar de Meander, een resocialisatieafdeling, gelegen net buiten de hekken van de kliniek.. Hij heeft deze overgang probleemloos gemaakt. Hij werkt fulltime, gaat vaak op verlof naar zijn partner en houdt zich aan de verlofvoorwaarden en behandelafspraken. In de afgelopen periode heeft betrokkene de behandelonderdelen individuele psychotherapie, systeemtherapie, relatiegesprekken en terugvalpreventiegroep gevolgd.

Eind november 2017 is opnieuw een machtiging voor overnachtingen van betrokkene bij zijn partner aangevraagd.

Prognose

Betrokkene verblijft op de Meander. Hij continueert zijn individuele psychotherapie en relatiegesprekken, onderhoudt de contacten met zijn mentoren en bevindt zich bij verlofcontroles telkens op de plaatsen waar hij behoort te zijn. Hij wordt at random gecontroleerd op middelengebruik middels urine en/of blaascontroles.

Het uitstroomdoel is vooralsnog op lange termijn het weer samenwonen van betrokkene met zijn partner. In overleg met de reclassering is begin november 2017 aan de reclassering verzocht om zowel de mogelijkheden voor proefverlof als voorwaardelijke beëindiging te onderzoeken.

Beschermende factoren zijn betrokkenes eigen motivatie om geen alcohol te gebruiken, de controles hierop, zijn werk en de intelligentie van betrokkene.

Recidiverisico

Ingeval van beëindiging van de maatregel van terbeschikkingstelling wordt het risico op gewelddadig (seksueel) gedrag de eerstkomende jaren als matig-hoog ingeschat. De risicofactoren van betrokkene zijn in de behandeling aan bod geweest, maar een deel daarvan is in een bepaalde mate onveranderbaar (zoals de persoonlijkheidsproblematiek). Wanneer betrokkene bij oplopende spanningen terug zou vallen in zijn oude coping van alcoholgebruik, zou dit niet acuut, maar wel op de langere termijn een negatief effect op het recidiverisico hebben. Binnen de maatregel of met toezicht wordt dit gecontroleerd en kan dit tijdig gecoupeerd worden. Bij beëindiging van de maatregel is hier geen zicht meer op.

Bij een voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging van overheidswege wordt het recidiverisico bij betrokkene als laag-matig ingeschat, aangezien de huidige voorwaarden overgenomen kunnen worden en door de reclassering gecontroleerd kunnen worden. Hierbij wordt gedacht aan een situatie waarin, net als nu, toezicht en controle mogelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van begeleid wonen en de lopende behandelonderdelen worden voortgezet.

De deskundige Versteijnen heeft in raadkamer het advies tot verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling en tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege bevestigd en toegelicht. De deskundige Versteijnen heeft onder meer verklaard dat de kliniek een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege thans zeer verantwoord acht, omdat de kliniek heeft geconcludeerd dat alle lopende behandelonderdelen en verdere begeleiding buiten controle van de kliniek kunnen plaatsvinden en verdere bemoeienis van de kliniek geen meerwaarde meer heeft. Betrokkene verblijft in het kader van zijn transmuraal verlof thans gedurende 3 nachten bij zijn partner. De overnachtingen van betrokkene in de Meander kunnen na voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging administratief worden omgezet van het huidige transmurale gedeelte naar de sociowoningen. De kliniek geeft de voorkeur aan voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege boven toepassing van proefverlof, omdat de rol van de kliniek uitgespeeld is en proefverlof feitelijk voor onnodige inmenging van de kliniek zorgt.

In het Reclasseringsadvies d.d. 2 maart 2018 heeft de reclassering geadviseerd tot voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overheidswege, met daaraan gekoppeld algemene en bijzondere voorwaarden.

De deskundige Hoegen-Brinkman heeft in raadkamer het advies van de reclassering bevestigd en toegelicht. De deskundige Hoegen-Brinkman heeft onder meer verklaard dat ingeval van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege zal worden gestart met een wekelijks contact van de reclassering met betrokkene, waarbij ook zijn levenspartner zal worden betrokken. Dat wekelijks contact tussen reclassering en betrokkene zal na verloop van tijd worden afgeschaald naar een tweewekelijks contact.

Gelet op de inhoud van voormelde rapportages en de behandeling in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen verlenging van de maatregel van terbeschikkingstelling, welke is toegepast ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, eisen.

De rechtbank zal het advies volgen en volstaan met een verlenging voor de duur van één jaar.

De rechtbank is voorts van oordeel dat de veiligheid van personen, door het stellen van na te melden voorwaarden aan een beëindiging van de verpleging van overheidswege, voldoende kan worden gewaarborgd. Betrokkene heeft in raadkamer uitdrukkelijk ingestemd met deze voorwaarden.

De rechtbank overweegt in dit verband dat betrokkene in het kader van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege onder strikt toezicht van de reclassering komt te staan, op grond waarvan het recidiverisico op (seksueel) gewelddadige feiten als laag tot matig wordt ingeschat, terwijl de nog lopende behandelonderdelen worden voortgezet.

Naar het oordeel van de rechtbank kan onder de huidige omstandigheden en de hierna te noemen voorwaarden op een verantwoorde en gefaseerde wijze de terugkeer van betrokkene in de maatschappij worden gerealiseerd. Hiermee wordt de primaire doelstelling van de tbs-maatregel gevolgd: na behandeling waardoor het recidiverisico voldoende is teruggedrongen resocialiseren. De omstandigheid dat betrokkene is veroordeeld voor een zeer ernstig levensdelict, dat voor veel maatschappelijke ophef en onrust heeft gezorgd en ook thans begrijpelijk en invoelbaar nog veel reacties en sterke gevoeligheden oproept bij betrokken nabestaanden en in de maatschappij maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders.

De rechtbank zal op grond van het vorenstaande de termijn van terbeschikkingstelling met één jaar verlengen en de verpleging van overheidswege van betrokkene beëindigen onder de na te melden voorwaarden.

De rechtbank stelt tenslotte vast dat op de vordering tot verlenging niet uiterlijk twee maanden na de dag van indiening van de vordering kon worden beslist ten gevolge van de omstandigheid dat het zittingsrooster van de rechtbank een eerdere behandeling van de vordering in raadkamer niet toeliet.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d, 38e, 38g en 38j Sr, alsmede de artikelen 509o, 509p, 509s en 509t van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [betrokkene] voornoemd ter beschikking is gesteld, met één jaar.

Bepaalt dat de verpleging van overheidswege onder de volgende voorwaarden wordt beëindigd:

  1. Betrokkene zal geen strafbare feiten plegen.

  2. Betrokkene zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden.

  3. Betrokkene zal de reclassering een actuele foto verstrekken waarop zijn gezicht herkenbaar is. Deze foto is nodig voor opsporing bij ongeoorloofde afwezigheid van betrokkene.

  4. Betrokkene zal zich melden op afspraken bij de reclassering. De reclassering zal bepalen hoe vaak dat nodig is.

  5. Betrokkene zal zich houden aan de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door reclassering. De reclassering kan aanwijzingen geven die nodig zijn voor de uitvoering van het toezicht of om betrokkene te helpen bij het naleven van de voorwaarden.

  6. Betrokkene zal meewerken aan huisbezoeken.

  7. Betrokkene zal de reclassering inzicht geven in de voortgang van begeleiding en/of behandeling door andere instellingen en/of hulpverleners.

  8. Betrokkenen zal zich niet op een ander adres vestigen zonder toestemming van de reclassering.

  9. Betrokkene zal meewerken aan het uitwisselen van informatie met personen en instanties die contact hebben met betrokkene, indien dat van belang is voor het toezicht.

  10. Betrokkene zal, indien de reclassering dat nodig acht, meewerken aan een time-out in een Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) of andere instelling. Deze time-out zal maximaal 7 weken duren, met de mogelijkheid van verlenging voor nogmaals maximaal 7 weken, tot maximaal 14 weken per jaar.

  11. Betrokkene zal niet naar het buitenland of naar de Nederlandse Antillen gaan zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.

  12. Betrokkene zal zich ambulant laten behandelen door de forensische psychiatrische kliniek Kairos of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering.

De behandeling is reeds gestart en zal worden voortgezet als de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege ingaat.

De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Betrokkene zal zich aan de huisregels houden en aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicatie kan onderdeel zijn van de behandeling.

13. Betrokkene zal verblijven in de sociowoningen van FPC Pompestichting of een andere instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Betrokkene zal dit verblijf voortzetten bij voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt.

Betrokkene zal zich houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

14. Betrokkene zal geen alcohol gebruiken en zal meewerken aan controle op dit alcoholverbod. De reclassering bepaalt met welke controlemiddelen en hoe vaak betrokkene wordt gecontroleerd. Mogelijke controlemiddelen zijn bloedonderzoek, urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest).

14. Betrokkene zal zich niet bevinden in de gemeente Kampen, zolang het Openbaar Ministerie dat nodig vindt.

Aldus gegeven door mr. F. van der Maden, voorzitter, mrs. E. Leentjes en D.E. Schaap, rechters, in tegenwoordigheid van H. Kamp als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 april 2018.

Buiten staat:

mr. Leentjes voornoemd is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.