Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2018:1086

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
20-03-2018
Datum publicatie
04-04-2018
Zaaknummer
6531225 \ CV EXPL 17-7786
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurachterstand, herhaalde wanprestatie, ontbinding en ontruiming toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 6531225 \ CV EXPL 17-7786

Vonnis van 20 maart 2018

in de zaak van

de stichting STICHTING DELTAWONEN,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

eisende partij, hierna te noemen DeltaWonen,

gemachtigde: Flanderijn en Van Eck,

tegen

1 [gedaagde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

verschenen in persoon,

2. [gedaagde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

niet verschenen,

gedaagde partij, hierna respectievelijk te noemen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding 8 december 2017,

- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] ,

- de conclusie van repliek, houdende vermindering van eis,

- de conclusie van dupliek van [gedaagde 1] .

1.2.

Jegens de niet verschenen gedaagde sub 2, [gedaagde 2] , wordt verstek verleend.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] huren van DeltaWonen de woning gelegen aan [adres] te [plaats] . De huurprijs bedraagt € 666,23 per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.

2.2.

Op het moment van dagvaarden bestond er een huurachterstand van € 2.076,50.

3 Het geschil

3.1.

DeltaWonen vordert bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met ontruiming van het gehuurde alsmede – na vermindering van eis – hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] tot betaling van een bedrag van de huurachterstand te vermeerderen met wettelijke rente (te rekenen vanaf de dag van dagvaarding) en buitengerechtelijke incassokosten, onder veroordeling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in de kosten van deze procedure.

3.2.

DeltaWonen legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beiden huurders zijn van de door hen bewoonde woning en dat zij zijn tekortgeschoten in de tijdige betaling van de verschuldigde huurtermijnen. Op grond van deze tekortkoming vordert DeltaWonen de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van de woning. Daarnaast zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de huurachterstand en de ontstane buitengerechtelijke incassokosten, zodat van deze bedragen in deze procedure betaling is gevorderd.

3.3.

[gedaagde 1] heeft verweer gevoerd. Kort samengevat voert [gedaagde 1] tegen de vordering aan dat zich in 2017 een situatie in zijn gezin heeft voorgedaan, waardoor er minder inkomsten binnenkwamen. [gedaagde 1] erkent dat er een huurachterstand is ontstaan, maar voert aan dat deze binnen afzienbare tijd kan worden ingelopen. Ook de lopende huur kan betaald worden. In de loop van deze procedure hebben er al betalingen plaatsgevonden. In deze omstandigheden kan er volgens [gedaagde 1] geen sprake zijn van ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde 2] is niet in rechte verschenen. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat jegens [gedaagde 2] verstek wordt verleend. De vorderingen van DeltaWonen jegens [gedaagde 2] komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en behoren daarom te worden toegewezen, met inachtneming van hetgeen hierna (onder 4.6 en 4.7) is overwogen ten aanzien van de ontruimingstermijn en de hoogte van de vordering tot betaling van de huurachterstand.

4.2.

[gedaagde 1] is in rechte verschenen en heeft verweer gevoerd. Ter beoordeling daarvan wordt het volgende overwogen.

4.3.

Ter onderbouwing van het ontstaan van de huurachterstand heeft DeltaWonen bij repliek een overzicht overgelegd. Daaruit volgt dat tijdens de duur van deze huurovereenkomst al langere tijd sprake is van een huurachterstand. Die achterstand is in het najaar van 2017 verder opgelopen en bedroeg op de dag van dagvaarding (8 december 2017) een som van € 2.076,50. Dit betekent dat de achterstand en daarmee de tekortkoming aan de zijde van [gedaagde 1] (en [gedaagde 2] ) op dat moment ruim 3 maandtermijnen bedroeg. Vaststaat dus dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, zodat er in beginsel een grond bestaat voor ontbinding van die overeenkomst. Slechts wanneer er sprake zou zijn van omstandigheden waaruit moet worden afgeleid dat de tekortkoming te gering van betekenis is en dat deze de ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt, bestaat er een mogelijkheid om de gevorderde ontbinding af te wijzen.

4.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter is van dergelijke omstandigheden in dit geval niet gebleken. [gedaagde 1] voert aan dat er in 2017 een situatie in zijn gezin plaatsvond die van invloed is geweest op het gezinsinkomen. Volgens [gedaagde 1] had DeltaWonen daar rekening mee moeten houden. [gedaagde 1] voert daarbij echter niet aan of hij destijds daarover met DeltaWonen contact heeft gezocht om afspraken te maken over de huurbetalingen. Dit laatste had wel op zijn weg gelegen aangezien de verplichting om tijdig de huur te betalen rust op [gedaagde 1] (en [gedaagde 2] ). [gedaagde 1] heeft dus niet weersproken hetgeen DeltaWonen heeft gesteld, namelijk dat zij [gedaagde 1] (en [gedaagde 2] ) aanmaningen heeft gestuurd en daar bovenop een sommatie, maar dat [gedaagde 1] en/of [gedaagde 2] geen contact hebben opgenomen. Het lijkt er daarom op dat [gedaagde 1] de huurachterstand op zijn beloop heeft gelaten totdat hij de dagvaarding ontving. Dit kan daarom niet leiden tot een afwijzing van de gevorderde ontbinding.

4.5.

[gedaagde 1] heeft verder aangevoerd dat hij de achterstand zal inlopen. Hij heeft echter niet concreet toegelicht op welke wijze en binnen welke termijn hij dat zal doen. Weliswaar hebben [gedaagde 1] en [gedaagde 2] na dagvaarding nog betalingen aan DeltaWonen gedaan, maar daarmee is de achterstand nog niet volledig ingelopen. Met inachtneming van de betalingen uit december en de verrekening van de vergoeding voor vervangende raambekleding en met het verschijnen van de nieuwe huurtermijn van januari, bedroeg de huurachterstand begin januari 2018 een som van € 1.216,52. Volgens [gedaagde 1] (bij dupliek, ter zitting van 20 februari 2018) heeft hij op 25 januari 2018 nog een betaling van € 700,= gedaan, waarmee de achterstand zou zijn afgenomen tot een bedrag van € 516,52. Bij dit laatste is [gedaagde 1] er echter aan voorbij gegaan dat er op 1 februari 2018 weer een nieuwe huurtermijn is verschenen. Nu de achterstand tijdens deze procedure nog niet is ingelopen en het onduidelijk is wanneer deze ingelopen zal zijn, kan hiermee bij de beoordeling geen rekening worden gehouden.

4.6.

Uit voorgaande overwegingen volgt dat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en de daarbij behorende ontruiming van de woning moeten worden toegewezen. Uit billijkheidsoverwegingen zal de ontruimingstermijn worden gesteld op 2 weken na betekening van dit vonnis.

4.7.

DeltaWonen heeft tevens veroordeling tot betaling van de huurachterstand gevorderd. Voor de vaststelling van de hoogte van deze vordering gaat de kantonrechter uit van de huurachterstand die volgt uit de conclusie van repliek. Over eventuele betalingen daarna heeft DeltaWonen zich immers niet meer kunnen uitlaten. Gerekend tot en met de huurtermijn van januari 2018 bestaat de achterstand uit een bedrag van € 1.216,52 (zoals volgt uit productie 2 bij repliek). Eventuele betalingen die na 1 januari 2018 zijn verricht dienen vanzelfsprekend in mindering te worden gebracht.

4.8.

In verband met de vertraging in de betaling is tevens de gevorderde wettelijke rente (ex artikel 6:119 BW) toewijsbaar.

4.9.

Voor vergoeding van het gebruik van de woning vanaf de ontbinding tot aan de ontruiming van de woning zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een vergoeding verschuldigd gelijk aan maandelijkse huur.

4.10.

DeltaWonen heeft een bedrag van € 315,43 (incl. BTW) voor vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Deze kosten zijn toewijsbaar nu de incassokosten zijn aangezegd op de door de wet in artikel 6:96 lid 6 BW voorgeschreven wijze en DeltaWonen voor de hoogte van de kosten is uitgegaan van de staffel uit het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.

4.11.

Als in het ongelijk gestelde partij dienen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] te worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. Deze kosten worden tot aan deze uitspraak aan de zijde van DeltaWonen begroot op € 99,21 voor explootkosten, € 470,= voor griffierecht en € 300,= voor salaris gemachtigde. Dat is samen een bedrag van € 869,21.

5 De beslissing

De kantonrechter,

5.1.

ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woonruimte staande en gelegen aan [adres] , [plaats] ;

5.2.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] om binnen 2 weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met al degenen die en al datgene dat zich daarin vanwege hen mocht bevinden, te ontruimen en te verlaten, de sleutels daarvan aan DeltaWonen af te geven en het gehuurde geheel ontruimd ter beschikking van DeltaWonen te stellen en te laten;

5.3.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan DeltaWonen te voldoen:

a. a) wegens huurachterstand een bedrag van € 1.216,52 vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW daarover vanaf de dag van dagvaarding, 8 december 2017, tot aan de dag van algehele voldoening, met dien verstande dat reeds gedane betalingen hierop in mindering zullen strekken;
b) wegens huur dan wel vergoeding voor het gebruik van de woning vanaf 1 februari 2018 tot aan de dag der ontruiming een bedrag gelijk aan de geldende maandelijkse huurtermijnen, bij niet tijdige betaling te vermeerderen met de wettelijke rente (ex artikel 6:119 BW) daarover;

c) wegens vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten een bedrag van € 315,43;

5.4.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, tot betaling van de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van DeltaWonen begroot op € 869,21;

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.6.

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2018.