Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:897

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-02-2017
Datum publicatie
28-02-2017
Zaaknummer
08.955015-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor het aanrijden van een overstekende voetganger bij het station in Deventer is een 21-jarige automobilist veroordeeld tot een taakstraf van 90 uur en een rijontzegging van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.955015-16 (P)

Datum vonnis: 28 februari 2017

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 februari 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.Y. Huang en van wat door de verdachte en zijn raadsman mr. W.L.M. Fleuren, advocaat te Apeldoorn, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte door zijn rijgedrag schuld heeft aan een verkeersongeval, waarbij [slachtoffer] zwaar gewond is geraakt, dan wel dat hij gevaar op de weg heeft veroorzaakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 14 augustus 2015 te Deventer in de gemeente Deventer, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de kruising van de Stationsstraat met de Singel/Singelstraat en/of gaande in de richting van de Hoge Hondstraat, daarmee rijdende op de Stationsstraat

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl aan de rechter zijde van die weg (de Stationsstraat) een in zijn rijrichting gekeerd waarschuwingsbord J12 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende: "werk in uitvoering", was aangebracht en/of op het wegdek/ken van die Stationsstraat, het Stationsplein en/of aan die weg/en grenzende andere wegen gele strepen (wegmarkering/en) was/waren aangebracht, ten einde het verkeer te attenderen dat aldaar (weg)werkzaamheden werden uitgevoerd en/of

terwijl hij, verdachte zich redelijkerwijze had kunnen realiseren dat op die zich bij het Station Deventer bevindende weg/en, andere weggebruikers, waaronder (overstekende) voetgangers aanwezig konden zijn en/of

in strijd met een rechts naast de rijbaan van die Stationsstraat zich bevindend en/of in zijn verdachtes rijrichting gekeerd bord A1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met daarop aangegeven een maximum snelheid van 30 kilometer per uur, heeft gereden met een snelheid ongeveer gelegen tussen de 61 en 64 kilometer per uur, in ieder geval met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte toegestane maximum snelheid van 30 of 50 kilometer per uur en/of

heeft hij, verdachte de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet of in onvoldoende mate aangepast aan voormelde plaatselijke omstandigheden en/of

toen een autobus doende was om vanaf die Stationsstraat het Stationsplein op te rijden en/of grotendeels dat Stationsplein was opgereden,

-waardoor hij, verdachte (door die afslaande autobus) niet of in onvoldoende mate in de gelegenheid was om het achter die autobus gelegen weggedeelte van die weg (de Stationsstraat) te overzien en/of zich aldaar bevindende andere weggebruikers waar te nemen-,

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) naar links heeft gestuurd en/of geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Stationsstraat) is gaan rijden en/of

(vervolgens) met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een voetganger, welke voetganger doende was om die weg (de Stationsstraat) over te steken

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan en/of

welke feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximum snelheid in ernstige mate heeft overschreden;

althans, voor zover voor het vorenstaande geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, subsidiair, ter zake dat

hij op of omstreeks 14 augustus 2015 te Deventer in de gemeente Deventer, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de kruising van de Stationsstraat met de Singel/Singelstraat en/of gaande in de richting van de Hoge Hondstraat, daarmee heeft gereden op de Stationsstraat

terwijl aan de rechter zijde van die weg (de Stationsstraat) een in zijn rijrichting gekeerd waarschuwingsbord J12 van bijlage 1 van voormeld reglement, inhoudende : "werk in uitvoering", was aangebracht en/of op het wegdek/ken van die Stationsstraat, het Stationsplein en/of aan die weg/en grenzende andere wegen gele strepen (wegmarkering/en) was/waren aangebracht, ten einde het verkeer te attenderen dat aldaar (weg)werkzaamheden werden uitgevoerd en/of

in strijd met een rechts naast de rijbaan van die Stationsstraat zich bevindend en/of in zijn verdachtes rijrichting gekeerd bord A1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met daarop aangegeven een maximum snelheid van 30 kilometer per uur, heeft gereden met een snelheid ongeveer gelegen tussen de 61 en 64 kilometer per uur, in ieder geval met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte toegestane maximum snelheid van 30 of 50 kilometer per uur en/of

heeft hij, verdachte de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet of in onvoldoende mate aangepast aan voormelde plaatselijke omstandigheden en/of

toen een autobus doende was om vanaf die Stationsstraat het Stationsplein op te rijden en/of grotendeels dat Stationsplein was opgereden,

-waardoor hij, verdachte (door die afslaande autobus) niet of in onvoldoende mate in de gelegenheid was om het achter die autobus gelegen weggedeelte van die weg (de Stationsstraat) te overzien en/of zich aldaar bevindende andere weggebruikers waar te nemen-,

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) naar links heeft gestuurd en/of geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Stationsstraat) is gaan rijden en/of

(vervolgens) met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met een voetganger, welke voetganger doende was om die weg (de Stationsstraat) over te steken

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of het tenlastegelegde feit bewezenverklaard kan worden of dat verdachte daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte het feit heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen die als bijlage aan het vonnis zijn gehecht en daarvan op die wijze deel uitmaken. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het primair ten laste gelegde feit, voor zover het betreft aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam rijden met zwaar lichamelijk letsel voor het slachtoffer als gevolg, wettig en overtuigend kan worden bewezen.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte van het primair en subsidiair ten laste gelegde moet worden vrijgesproken omdat hij niet zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gereden. Hij reed ook niet onoplettend of onachtzaam. Volgens de verdediging is het ongeluk veroorzaakt door het plotseling oversteken van [slachtoffer] . Dit gebeurde zo plotseling dat verdachte het ongeluk niet had kunnen voorkomen, ook niet wanneer hij zich aan de maximumsnelheid had gehouden. De raadsman heeft gesteld dat de maximum snelheid ter plekke 50 km per uur bedroeg.

In het dossier ontbreken voldoende actuele adequate medische gegevens om te kunnen vaststellen of bij [slachtoffer] sprake is van zwaar lichamelijk letsel.
Verdachte is te beschouwen als een onbewust culpoze verdachte, die van het feit geen verwijt kan worden gemaakt, aldus de verdediging.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast. Op 14 augustus 2015 heeft een ongeval plaatsgevonden op de Stationsstraat in Deventer, waarbij verdachte als bestuurder van een personenauto, merk Peugeot, tegen een - vanuit de rijrichting van verdachte gezien - van rechts naar links overstekende voetganger, [slachtoffer] , is gebotst.

Op de Stationsstraat werden tijdens het verkeersongeval (weg)werkzaamheden uitgevoerd. Aan de rechterzijde van de Stationsstraat stond een bord met daarop de tekst “werk in uitvoering”. Op het wegdek van de Stationsstraat waren gele strepen (wegmarkeringen) aangebracht.

Op het moment dat verdachte aan kwam rijden, blokkeerde een autobus, vanuit verdachte gezien, de Stationsstraat doordat deze bus vanaf de Stationsstraat het Stationsplein op wilde rijden, maar niet door kon rijden. Verdachte is vervolgens links om de bus heen gereden, met een snelheid tussen de 61 en 64 kilometer per uur, waarna hij [slachtoffer] heeft aangereden.

Het verkeersongeval vond plaats terwijl het donker was.

Uit het technisch onderzoek naar het verkeersongeval blijkt dat aan de technische staat van het voertuig van verdachte aan de eisen voldeed.

Verdachte wordt primair verweten dat het ongeval aan zijn schuld te wijten is.

Voor het oordeel dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw) moet in ieder geval komen vast te staan dat sprake is van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Volgens vaste jurisprudentie moeten daarbij worden gewogen het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding(en) en voorts de omstandigheden waaronder die overtreding(en) is of zijn begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 Wvw.

Naar het oordeel van de rechtbank gold ten tijde van het verkeersongeval op de Stationsstraat een maximum snelheid van 30 kilometer per uur. Immers aan het begin van de Stationsstraat stond een bord met daarop aangegeven een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur. Deze snelheid was ter plaatse van het ongeval nog niet door middel van een bord opgeheven. De conclusie is dan ook allereerst dat verdachte meer dan 30 kilometer per uur te hard reed op het moment dat hij in botsing kwam met [slachtoffer] . In het VOA-rapport is immers vastgesteld aan de hand van berekeningen dat de snelheid van de verdachte tussen de 61 en 64 kilometer per uur moet hebben bedragen.

Met deze aanzienlijk te hoge snelheid heeft verdachte, in het donker, op een locatie waar vanwege de aanwezigheid van een treinstation veel voetgangers aanwezig zijn, een verkeersmanoeuvre gemaakt om om een bus heen te komen waarbij hij deels op de verkeerde weghelft is gekomen. Daarbij heeft hij een overstekende voetganger aangereden, die aan die zijde van de weg niet een auto vanuit de richting van verdachte hoefde te verwachten. De rechtbank kwalificeert dit als verwijtbaar aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend verkeersgedrag. Verdachte heeft daarom naar het oordeel van de rechtbank schuld aan het ongeval als bedoeld in artikel 6 Wvw.

De rechtbank is van oordeel dat het ongeval heeft geleid tot zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] .

Het dossier bevat een brief betreffende [slachtoffer] , opgemaakt d.d. 1 september 2015 door A.M.M. van der Stouwe, arts-assistent neurologie, en P.E.M. Schoth, neuroloog. Hieruit volgt dat [slachtoffer] na het ongeval 20 minuten niet aanspreekbaar is geweest en per ambulance naar het ziekenhuis in Zwolle is gebracht. [slachtoffer] is van 15 augustus 2015 tot 2 september 2015 opgenomen geweest op de afdeling neurologie van de Isala te Zwolle. Als letselbeschrijving is opgetekend dat bij [slachtoffer] een hersenschudding, een impressiefractuur van de rechter wang en een dijbeenbreuk zijn vastgesteld. Op 2 september 2015 is [slachtoffer] overgeplaatst naar De Vogellanden voor klinische revalidatie. Uit de verklaring van [slachtoffer] volgt dat hij zich weinig kan herinneren van zijn verleden voor het ongeval. Na het ongeval heeft [slachtoffer] anderhalve maand niet kunnen lopen vanwege de operatie aan zijn been, waar een stalen pin in was gezet. Volgens [slachtoffer] heeft zijn behandelteam als diagnose NHA (niet aangeboren hersenletsel) gegeven. De eigen verklaring van [slachtoffer] , die aansluit op de medische verklaring van 1 september 2015, in samenhang met die medische verklaring draagt de conclusie dat [slachtoffer] door de aanrijding zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

5.3

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 14 augustus 2015 te Deventer in de gemeente Deventer, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), komende uit de richting van de kruising van de Stationsstraat met de Singel/Singelstraat en gaande in de richting van de Hoge Hondstraat, daarmee rijdende op de Stationsstraat

aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl aan de rechter zijde van die weg (de Stationsstraat) een in zijn rijrichting gekeerd waarschuwingsbord, inhoudende: "werk in uitvoering", was aangebracht en op het wegdek van die Stationsstraat, gele strepen (wegmarkeringen waren aangebracht, ten einde het verkeer te attenderen dat aldaar (weg)werkzaamheden werden uitgevoerd en

terwijl hij, verdachte zich redelijkerwijze had kunnen realiseren dat op die zich bij het Station Deventer bevindende weg, andere weggebruikers, waaronder (overstekende) voetgangers aanwezig konden zijn en

in strijd met een rechts naast de rijbaan van die Stationsstraat zich bevindend en in zijn verdachtes rijrichting gekeerd bord A1 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met daarop aangegeven een maximum snelheid van 30 kilometer per uur, heeft gereden met een snelheid ongeveer gelegen tussen de 61 en 64 kilometer per uur, in ieder geval met een grotere snelheid dan de aldaar voor hem, verdachte toegestane maximum snelheid van 30 kilometer per uur en

heeft hij, verdachte de snelheid van dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) niet aangepast aan voormelde plaatselijke omstandigheden en

toen een autobus doende was om vanaf die Stationsstraat het Stationsplein op te rijden en/of grotendeels dat Stationsplein was opgereden,

-waardoor hij, verdachte (door die afslaande autobus) in onvoldoende mate in de gelegenheid was om het achter die autobus gelegen weggedeelte van die weg (de Stationsstraat) te overzien en/of zich aldaar bevindende andere weggebruikers waar te nemen-,

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) naar links heeft gestuurd en gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Stationsstraat) is gaan rijden en

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto) is gebotst tegen een voetganger, welke voetganger doende was om die weg (de Stationsstraat) over te steken

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel en

welke feit mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte een krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde maximum snelheid in ernstige mate heeft overschreden.

De rechtbank heeft de eventueel in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 6 juncto 175 van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

primair

het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf ten aanzien van artikel 6 Wvw de geldende oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting waarbij sprake is van een aanmerkelijke verkeersfout en waarbij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen, een taakstraf voor de duur van 90 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden onvoorwaardelijk.

Verdachte heeft als beginnend bestuurder een aanrijding veroorzaakt, waarbij een ander persoon, [slachtoffer] , betrokken was. Het ongeval heeft bij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel veroorzaakt. Dat het ongeval ernstige gevolgen heeft gehad voor het slachtoffer blijkt uit de geneeskundige verklaring, waarin het letsel is beschreven, en de verklaring van [slachtoffer] .

Blijkens een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 24 januari 2017, is verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld. Zijn persoonlijke omstandigheden zijn ter terechtzitting aan de orde gekomen, maar deze nopen niet tot bijzondere overwegingen met betrekking tot de strafmaat. De rechtbank houdt er bij het bepalen van de straf rekening mee dat het ongeval ook op verdachte de nodige impact heeft gehad. Ook houdt de rechtbank er rekening mee dat tussen het ongeval en de terechtzitting relatief veel tijd is verstreken.

Alles afwegende acht de rechtbank de geëiste werkstraf voor de duur van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 91 Sr en 179 Wvw.

10 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 90 uren;

  • -

    beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 45 dagen;

  • -

    ontzegt verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.T.C. Jordaans, voorzitter, mr. G.A. Versteeg en mr. F. van der Maden, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.W. de Boer als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2017.

Buiten staat

Mr. Versteeg is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland, district IJsselland, basisteam IJsselland-Zuid, met nummer PL0600-2015398458. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 15 augustus 2015, pagina 11-12, onder meer inhoudende:

(…) Ik zag dat wij toen op de rijbaan reden die bestemd is voor het verkeer vanuit de tegenovergestelde richting. (…)

2.

Het proces-verbaal van verhoor benadeelde [slachtoffer] van 26 januari 2016, pagina 17-18, onder meer inhoudende:

(…) Ik kan u vertellen dat ik niets meer kan herinneren van het ongeval dat heeft plaats gevonden op vrijdag 14 augustus 2015 (…). Ik kan mij tevens weinig herinneren van mijn verleden voor het ongeval. (…)

Na het ongeval heb ik anderhalf maand niet kunnen lopen omdat ik geopereerd was in mijn been. Ik had namelijk een stalen pin in mijn been. Ik weet nog dat ik niet kon nadenken en dat mijn geheugen echt kapot was. Mijn emoties zijn heviger en ik heb stemmingswisselingen. Ik ben prikkelgevoel en mijn concentratie was naar enkele minuten verslechterd. Ik had elke dag last van hevige hoofpijn hier had ik voornamelijk de eerste twee maanden last van.

De diagnose is vastgesteld door mijn behandelde team waaronder een arts, psychiater en ergotherapeut. Uit onderzoek is gebleken dat mijn diagnose NAH (niet aangeboren hersenletsel) betreft.

Waar ik op dit moment nog steeds last van heb;

- hersenkneuzing;

- Verzwaarde emoties;

- prikkelgevoeligheid;

- motoriek is aangetast (klapvoet);

- korte- en lange termijngeheugen;

Wat ik op dit moment niet meer kan uitoefenen door het ongeval betreft;

- Mijn Havo diploma had ik net binnen en op dit moment wordt vervolgonderwijs erg moeilijk vanwege alle beperkingen;

- Ik kan geen sport uitoefenen;

- Ik zou geen rijbewijs kunnen halen omdat ik na het ongeval bang ben in het verkeer en vanwege mijn NAM.

- Ik kan geen beroep uitoefenen door voornamelijk de prikkelgevoeligheid en tevens door alle andere beperkingen.

Ik krijg op dit moment ambulant begeleiding bij ABC de Cirkel in Olst. Dit is begeleiding voor het gehele gezin. Ik heb nog steeds revalidatie in Zwolle genaamd revalidatiecentrum ‘Vogellanden’. (…)

3.

De brief van A.M.M. van der Stouwe, arts-assistent neurologie, en P.E.M. Schoth, neuroloog, werkzaam bij Isala te Zwolle, van 1 september 2015, pagina 20-22, onder meer inhoudende:

(…) 20 Minuten niet aanspreekbaar geweest (…), tijdens ambulancerit Deventer naar Zwolle uiteindelijk reagerend op aanspreken ogen open en kreunen. (…)

Patiënt werd aangemeld voor klinische revalidatie bij De Vogellanden, waarnaar hij op 02-09-2015 werd overgeplaatst.

Conclusie:

1. Contusio cerebri met impressiefractuur schedel rechts pariëtaal. Tevens subdurale effusie rechts hemisferaal en subduraal hygroom op CT 24-08.

2. L4 processus lateralisfractuur (stabiel).

3. SH 2 fractuur distale femur links, waarvoor gipsspalk en op 25-08 operatie.

Beleid:

Klinische revalidatie in de Vogellanden. (…)

4.

Het proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, met foto’s, opgemaakt door [verbalisant] en [verbalisant] , beiden brigadier, van 19 maart 2016, pagina 35-60, met bijlagen, onder meer inhoudende:

(…) Bij dit ongeval was het volgende voertuig en een voetganger betrokken: (…)

Personenauto, merk Peugeot, Type 206, kenteken [kenteken] (…).

De bestuurder van de Peugeot had gereden over de Stationsstraat (tijdelijke hoofdrijbaan) te Deventer, gelegen binnen de als zodanig aangeduide bebouwde kom van Deventer. Hij kwam uit de richting van de kruising van de Stationsstraat met de Singel/Singelstraat en reed in de richting van de Hoge Hondstraat. Voor hem draaide een autobus vanaf de Stationsstraat (tijdelijke hoofdrijbaan) de Stationsstraat (stationsplein) op. (…)

Daarna botste hij met de rechter voorzijde van zijn personenauto tegen de voetganger die kennelijk aan het oversteken was. Gezien de schade aan de Peugeot is het zeer aannemelijk dat de voetganger, komende vanaf de stationszijde, de rijbaan van de Stationsstraat over gestoken was. (…)

Bij berekening bleek dat de Peugeotbestuurder bij aanvang van het linker remblokkeerspoor gereden heeft met een snelheid van minimaal 61 km/h en maximaal 64 km/h (…). (…)

Het verkeersongeval had plaats gevonden op de weg: Stationsstraat (…) in de gemeente Deventer. (…)

Op het wegdek waren met gele strepen en lijnen de tijdelijke rijstroken van de hoofdrijbaan gemarkeerd. (…)

Voor bestuurders die vanaf de kruising van de Singel/Singelstraat de Stationsstraat (hoofdrijbaan) op reden was, in verband met de werkzaamheden op/aan de Stationsstraat, onder andere een bord model A 1 (maximum snelheid) van bijlage 1 van het RVV 1990 rechts naast de rijbaan geplaatst. Dit bord was duidelijk zichtbaar aangebracht. Binnen de rode cirkel van het bord waren de cijfers “30” aangebracht. (…)

Bij het oprijden van de Stationsstraat (hoofdrijbaan) vanaf de kruising met de Singel/Singelstraat was het waarschuwingsbord (…) werk in uitvoering (…) rechts naast de rijbaan geplaatst. (…)

In de rijrichting, die de Peugeot, ten tijde van het ongeval gehad moet hebben zag ik op het wegdek van de linker fietssuggestiestrook, de links naast de rijbaan gelegen parkeerplaatsen en op het links daarnaast gelegen trottoir, recente bandensporen, namelijk twee rem blokkeersporen. (…) Dit linker remblokkeerspoor begon op de linkerzijde van de fietssuggestiestrook (…).

Het uitzicht van de bestuurder van de Peugeot werd in grote mate belemmerd door de voor hem weg draaiende en de Stationsstraat (stationsplein) op rijdende autobus. Door dit voertuig werd ook het zicht voor de voetganger op de naar hem toe rijdende Peugeot in grote mate ontnomen. (…)

5.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 15 augustus 2015, pagina 66-67, onder meer inhoudende:

(…) Op vrijdag avond 14 augustus 2015 omstreeks 22:15 uur reed ik met mijn voertuig, een peugeot 206 met kenteken [kenteken] , op de stationsstraat te Deventer. (…)

Ik wilde de bus voorbij waarbij ik uitweek naar links om de afslaande bus te kunnen passeren. Vervolgens zag ik een voetganger ineens oversteken (…) maar ik kon deze voetganger niet meer ontwijken. Hierdoor raakte ik de voetganger (…).

Mijn snelheid bedroeg ongeveer 60 a 65 km/h.