Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:868

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-02-2017
Datum publicatie
23-02-2017
Zaaknummer
C/08/196692 / HA RK 17-12
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzet artikel 29 Wgbz. De kosten als bedoeld in artikel 1019aa lid 1 Rv tellen in het kader van de deelgeschilprocedure niet mee voor de bepaling van de hoogte van het griffierecht. De omstandigheid dat de vordering in potentie meer dan € 25.000,00 bedraagt betekent niet dat het griffierecht moet worden vastgesteld op basis van een vordering van bepaalde waarde van (minstens) dat bedrag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0181
NJF 2017/147
Prg. 2017/114
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rekestnummer: C/08/196692 / HA RK 17-12

Beschikking van 17 februari 2017

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te Amsterdam,

verzoeker,

advocaat mr. M.F. Hartman te Amsterdam,

tegen

DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK OVERIJSSEL, TEAM KANTON/HANDEL,

zetelend te Zwolle,

verweerder.

Partijen zullen hierna [verzoeker] en de griffier worden genoemd

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het op 16 januari 2017 ontvangen verzetschrift als bedoeld in artikel 29 Wgbz

  • -

    het verweerschrift van 19 januari 2017

  • -

    de brief van de zijde van [verzoeker] van 2 februari 2017 waarin wordt bevestigd dat hij het verzet handhaaft en afziet van het recht om gehoord te worden.

2 De beoordeling

2.1.

Op 16 december 2016 is ter griffie van deze rechtbank van de zijde van [verzoeker] ontvangen een tegen Stichting Isala Klinieken gericht verzoek ex artikel 1019w Rv (deelgeschilprocedure).

Het verzoek is geregistreerd onder zaaknummer: C/08/195392 / HA RK 16-188.

In het verzoekschrift wordt verzocht:

 te bepalen dat binnen de muren van het door verweerster geëxploiteerde ziekenhuis door de chirurg [X] toerekenbaar tekort is geschoten jegens verzoeker door bij verzoeker een thoracale sympathectomie te verrichten ondanks het ontbreken van een indicatie en/of het ontbreken van toestemming voor deze ingreep door een gebrek aan informed consent;

 te bepalen dat gelet op het bepaalde in artikel 7:462 BW verweerster hiervoor mede aansprakelijk is;

 de kosten als bedoeld in artikel 1019aa, lid 1 Rv te begroten en verweerster te veroordelen tot betaling daarvan.

In het lichaam van het verzoekschrift is een specificatie gegeven van de kosten die voor verzoeker naar verwachting zullen zijn verbonden aan het indienen en de behandeling van het verzoek, neerkomend op een totaal van € 15.352,50.

2.2.

De griffier heeft het griffierecht vastgesteld op € 885,00, uitgaande van een vordering van bepaalde waarde van € 15.352,50 en, aldus de griffier, vallend onder de categorie “zaken met een verzoek met een beloop van niet meer dan € 100.000,00.”.

2.3.

Verzoeker kan zich met deze vaststelling van (de hoogte van) het griffierecht niet verenigen.

2.4.

De rechtbank overweegt dat het griffierecht wordt berekend over de gevorderde hoofdsom(men), inclusief gevorderde rente en buitengerechtelijke kosten (mits de hoogte daarvan bepaald is). Eventueel gevorderde proceskosten tellen niet mee voor de vaststelling van de hoogte van het griffierecht, ook niet als zij een (bepaalde) waarde vertegenwoordigen die (vele malen) hoger is dan het liquidatietarief dat in zijn algemeenheid bij proceskostenveroordelingen wordt gehanteerd.

2.5.

Uit het bepaalde in artikel 1019aa lid 1 Rv volgt dat de rechter de (redelijke) kosten begroot die verzoeker bij de behandeling van het verzoek heeft moeten maken. Met deze bepaling wordt afgeweken van de ‘reguliere’ proceskostenveroordeling als voorzien in artikel 289 Rv. Ondanks de omstandigheid dat de kosten in artikel 1019aa lid 2 Rv worden aangeduid als kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW, betreffen deze kosten voor de deelgeschilprocedure waar zij betrekking op hebben in materiële zin proceskosten. Net als ‘reguliere’ proceskosten tellen deze kosten niet mee ter bepaling van de hoogte van het griffierecht. Een andere interpretatie zou aan doel en strekking van de deelgeschilprocedure te veel afbreuk doen. Het baseren van de hoogte van het griffierecht op de hoogte van de kosten die iemand in verband met de deelgeschilprocedure moet maken strookt immers niet met het laagdrempelige karakter van deze procedure.

2.6.

Overigens stelt [verzoeker] in zijn verzetschrift terecht dat de omstandigheid dat de vordering in potentie meer dan € 25.000,00 bedraagt niet betekent dat het griffierecht reeds daarom moet worden vastgesteld op basis van een vordering van bepaalde waarde van (minstens) dat bedrag.

Bij de berekening van het griffierecht in een verzoek moet worden aangeknoopt bij (het bedrag van) het verzoek waarover de rechter dient te beslissen. Daarbij biedt de wet geen ruimte voor een andere dan de formele uitleg van de vordering en mag de griffier bij de bepaling van het griffierecht niet door de vordering heen kijken (vgl. HR 27 september 2002, NJ 2002, 533). Hoewel bedoelde jurisprudentie dateert uit de periode waarin de Wet tarieven in burgerlijke zaken nog van toepassing was, zijn er geen aanwijzingen dat binnen de huidige wettelijke regeling, de Wgbz, een ander uitgangspunt dient te worden gehanteerd.

In het petitum van het verzoek is slechts verzocht om - kort gezegd - te bepalen dat de chirurg toerekenbaar tekort is geschoten en dat Stichting Isala Klinieken daarvoor mede aansprakelijk is. Dit betreft een verzoek van onbepaalde waarde.

2.7.

Het voorgaande leidt tot het oordeel dat het griffierecht moet worden vastgesteld op het griffierecht voor natuurlijke personen, tarief ‘onbepaalde waarde’, zijnde € 288,00. Voor zover door [verzoeker] het meerdere is betaald, dient dit verschil te worden teruggestort.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart het verzet gegrond,

3.2.

bepaalt dat het griffierecht moet worden vastgesteld op € 288,00,

3.3.

bepaalt dat voor zover door [verzoeker] het meerdere is betaald, dit verschil dient te worden teruggestort.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H.S. Lebens - de Mug en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2017.