Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:814

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-02-2017
Datum publicatie
21-02-2017
Zaaknummer
08/760206-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 31-jarige man uit Zwolle is veroordeeld tot 12 maanden cel voor het voorbereiden van een overval in Zwolle. De man is eerder veroordeeld voor soortgelijke feiten. De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het gepleegde feit de oplegging van een forse vrijheidsstraf zonder meer rechtvaardigt. De eis van de officier van justitie volstaat daartoe niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/760206-16 (P)

Datum vonnis: 21 februari 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte]

Geboren op [geboortedatum 1] 1985 te [geboorteplaats 1] ,

Wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 februari 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. G.C. Pol en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. K. Kok advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich samen met een of meer ander(en) heeft schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een diefstal met geweld en/of een afpersing;

feit 2: zich samen met een of meer ander(en) heeft schuldig gemaakt aan diefstal in een bedrijfspand dan wel van misdrijf afkomstige goederen voorhanden heeft gehad;

feit 3: samen met een of meer anderen, althans alleen, 64 gram hennep (henneptoppen) voorhanden heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

1.

hij op of omstreeks 21 oktober 2016 te Zwolle, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf, te weten een diefstal met geweld (in vereniging) en/of een afpersing (in vereniging), opzettelijk:

- (een) masker(s) en/of (andere) gezichtsbedekking, waaronder een pantykous (met knoop) en/of

- (een of meerdere) (4) pa(a)r(en) handschoenen en/of

- (extra) kleding (in camouflagekleuren) , te weten: jassen en/of een overall en/of een t-shirt en/of een (zwarte) baseballcap en/of

- gereedschap, te weten (onder andere) : een ratelsleutel en/of beitels en/of schroevendraaiers en/of kabelbinders (in een of meer auto’s) met kenteken [ [kenteken 1] ] en/of [ [kenteken 2] ] waarin hij, verdachte en/of zijn mededader(s) zich bevond(en) ten tijde van de aanhouding van verdachte en/of zijn mededader(s)) en/of

- twee, althans een of meer personenauto(’s) (met kenteken [ [kenteken 1] ] en/of [ [kenteken 2] ] ),

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd, althans voorhanden heeft gehad;

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2016 tot en met 17 oktober 2016 te Zwolle,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand aan de [adres 1] , heeft/hebben weggenomen:

- 16, althans een groot aantal, microfoons en/of

- een gitaar,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen

goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij in of omstreeks de periode van 14 oktober 2016 tot en met 21 oktober 2016 in de gemeente Zwolle en/of de gemeente Deventer, althans (in ieder geval) in Nederland,

een of meer goed(eren) , te weten een gitaar en/of een of meer microfoon(s) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit/deze goed(eren) wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (fen);

3.

hij op of omstreeks 21 oktober 2016, in de gemeente Zwolle, tezamen en in vereniging met en ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (te weten in een perceel aan de [adres 2] ) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, te weten (ongeveer) 64 gram hennep (henneptoppen), althans delen van hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en dat de onder 1, 2 subsidiair en 3 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat zijn cliënt van alle ten laste gelegde feiten vrijgesproken dient te worden.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 2 en 3 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

Ten aanzien van de onder 2 primair ten laste gelegde inbraak is de rechtbank met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat er onvoldoende bewijs is voor betrokkenheid van verdachte hierbij. Maar ook voor de subsidiair tenlastegelegde heling ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank het wettig en overtuigend bewijs nu niet is komen vast te staan dat verdachte wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de microfoons die hij op enig moment korte tijd voorhanden heeft gehad van diefstal afkomstig waren.

De rechtbank spreekt verdachte ook vrij van het onder 3 tenlastegelegde aanwezig hebben van hennep. Weliswaar is deze hennep op de slaapkamer van verdachte aangetroffen maar nu hij niet de enige was die gebruik van die slaapkamer maakte, hij ontkent te hebben geweten dat de hennep daar lag en het onderzoek geen bewijs van het tegendeel heeft opgeleverd, ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank het wettig en overtuigend bewijs voor dit feit.

De rechtbank is van oordeel dat wel wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op 21 oktober 2016 zijn, naar aanleiding van de inhoud van tapgesprekken tussen (onder andere) de gebruikers van de telefoonnummers 06- [nummer 1] , 06- [nummer 2] en 06- [nummer 3] , omstreeks 17:45 uur (onder andere) verdachte, medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] aangehouden. Op het moment van deze aanhoudingen zaten verdachte en medeverdachte [medeverdachte 2] in een rode Nissan Primera voorzien van het kenteken [kenteken 1] . In dit voertuig zijn meerdere goederen, waaronder telefoons, een masker, gezichtsbedekking, handschoenen, kleding en gereedschappen aangetroffen.

Op basis van een op 10 oktober 2016 afgegeven bevel voor het opnemen van (tele)communicatie via het telefoonnummer 06- [nummer 1] zijn (onder andere) telefoongesprekken die zijn gevoerd tussen dit telefoonnummer en de telefoonnummers 06- [nummer 2] en 06- [nummer 3] , afgetapt en uitgeluisterd. Het vermoeden is ontstaan dat deze telefoonnummers in gebruik zijn (geweest) bij respectievelijk medeverdachte [medeverdachte 1] , medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte. Dit vermoeden wordt ondersteund met het gegeven dat uit politie informatiesystemen is gebleken dat het telefoonnummer 06- [nummer 2] in gebruik is bij medeverdachte [medeverdachte 2] , met het gegeven dat is geconstateerd dat het telefoonnummer 06- [nummer 3] in gebruik is/was van een jongen die “ [roepnaam verdachte] ” genoemd wordt (hetgeen ook de roepnaam van verdachte is) en met het gegeven dat de gebruiker van het telefoonnummer 06- [nummer 1] zich [medeverdachte 1] noemt en aan het [adres 3] in Zwolle woont (hetgeen overeenkomt met het GBA adres van medeverdachte [medeverdachte 1] ) en stage loopt bij “ [bedrijf] ” aan de [adres 4] te Zwolle. Bovendien is op 14 oktober 2016 geconstateerd dat medeverdachte [medeverdachte 1] aan het werk is in “ [bedrijf] ” te Zwolle. Het vermoeden wordt daarnaast ondersteund door het feit dat verbalisanten de stem van de gebruikers van deze telefoonnummers herkennen als die van medeverdachte [medeverdachte 1] , medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte. De rechtbank gaat er - als het gaat om de relevante inhoud van tapgesprekken tussen bovengenoemde telefoonnummers - dan ook van uit dat medeverdachte [medeverdachte 1] , medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte de gebruikers zijn van deze telefoonnummers en dat medeverdachte [medeverdachte 1] , medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte deze gesprekken hebben gevoerd. Door de inhoud van de tapgesprekken is (onder andere) het vermoeden gerezen dat verdachte samen met (in ieder geval) medeverdachte [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] bezig is geweest met het beramen van een overval. Dit vermoeden wordt bevestigd doordat in bovengenoemde rode Nissan Primera goederen zijn aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij een overval. Tevens wordt dit vermoeden bevestigd door het gegeven dat in bovengenoemde tapgesprekken wordt gesproken over een Pool die zou meedoen en “lekker meedelen” – naar de rechtbank begrijpt: in de buit - en bij de aanhouding daadwerkelijk meerdere Polen zijn aangehouden die samen met medeverdachte [medeverdachte 1] in een voertuig zaten.

Medeverdachte [medeverdachte 1] is gevraagd naar een verklaring voor de inhoud van de telefoongesprekken die door hem met verschillende personen zijn gevoerd en die onder andere betrekking hadden op het plegen van een overval dan wel een beroving. Tijdens een van de ondervragingen heeft medeverdachte [medeverdachte 1] een verklaring afgelegd, inhoudende (onder meer) dat hij was benaderd voor een overval op een man, dat hij had toegezegd dat hij mee zou helpen en dat hij langs een persoon (een klein mannetje met een baard) was gereden.

De raadsman heeft ten verwere aangevoerd dat niet met voldoende bepaaldheid is kunnen worden vastgesteld in het kader van welk delict en ten aanzien van welk doelwit de - in de auto met kenteken [kenteken 1] - aangetroffen voorwerpen zouden worden aangewend.

De rechtbank overweegt dienaangaande als volgt.

Bij de beantwoording van de vraag of de in art. 46, eerste lid, Sr vermelde voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen (hierna gezamenlijk ook als 'voorwerpen' aan te duiden), afzonderlijk of gezamenlijk, naar hun uiterlijke verschijningsvorm "zijn bestemd tot het begaan van het misdrijf" in de zin van deze bepaling, kan niet worden geabstraheerd van het misdadige doel dat de verdachte met het gebruik van die voorwerpen voor ogen had (vgl. HR 20 februari 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ0213).

Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen met voldoende bepaaldheid wat de verdachte en zijn medeverdachten van plan waren, namelijk het plegen van ‘een overval’, een begrip dat in juridische termen pleegt te worden aangemerkt als diefstal met geweld dan wel afpersing, zijnde beide misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld. Dat in deze zaak aan het begrip ‘overval’ een andere betekenis zou moeten worden toegekend, is geenszins aannemelijk geworden. Voorts volgt uit de bewijsmiddelen dat de voorwerpen, als genoemd in de tenlastelegging, bijeen zijn vergaard c.q. kennelijk benodigd waren met het oog op de realisatie van het misdadig doel, de ‘overval’. Daarbij kan worden opgemerkt dat, naar algemene ervaringsregels uitwijzen, het aanwenden van bedoelde voorwerpen, afzonderlijk of gezamenlijk, met het oog op c.q. bij misdrijven als de onderhavige bepaald niet ongebruikelijk is. Voor zover het verweer ziet op de aard van het misdadig doel, moet het mitsdien worden verworpen.

Dan resteert de vraag of dat misdadig doel voldoende concreet was. Die vraag beantwoordt de rechtbank in bevestigende zin. Uit de bewijsmiddelen kan zonder meer worden afgeleid dat de verdachte en zijn medeverdachten een concreet doelwit in het vizier hadden. Uit hun onderlinge communicatie volgt zonneklaar dat zij allen wisten op welke persoon hun plannen betrekking hadden. Ook in zoverre was het misdadig doel voldoende uitgekristalliseerd. Het feit dat in rechte niet, althans niet met voldoende zekerheid, is kunnen worden vastgesteld wie die persoon is geweest, doet daaraan niet af. Voor wat betreft de concretisering van het misdadig doel kan tot slot nog worden opgemerkt dat ook het moment waarop de ‘overval’ zou hebben moeten plaatsvinden, en de voorwerpen mitsdien beschikbaar c.q. voorhanden moesten zijn, genoegzaam uit de bewijsmiddelen blijken, te weten de avond van 21 oktober 2016.

Het verweer wordt verworpen.

De rechtbank acht op grond van bovenstaande bewezen dat waar medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij heeft toegezegd behulpzaam te zullen zijn bij het plegen van een overval, het in concreto gaat om de onder 1 ten laste gelegde te plegen overval die verdachte tezamen en in vereniging met zijn medeverdachten heeft voorbereid. Op grond van de inhoud van het dossier kan tevens vastgesteld worden dat er sprake is geweest van een zodanige nauwe en bewuste samenwerking tussen medeverdachte [medeverdachte 1] , medeverdachte [medeverdachte 2] en verdachte dat van medeplegen kan worden gesproken. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan het voorbereiden van een overval, te weten een diefstal met geweld in vereniging en/of afpersing in vereniging.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 21 oktober 2016 te Zwolle, tezamen en in vereniging met anderen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf, te weten een diefstal met geweld (in vereniging) en/of een afpersing (in vereniging), opzettelijk:

- een masker en andere gezichtsbedekking, waaronder een pantykous met knoop en/of

- 4 paren handschoenen en/of

- (extra) kleding (in camouflagekleuren), te weten: jassen en een overall en een T-shirt en een zwarte baseball cap en/of

- gereedschap, te weten: een ratelsleutel en/of beitels en/of schroevendraaiers en/of kabelbinders (in een auto) met kenteken [ [kenteken 1] ] waarin hij, verdachte en zijn mededader zich bevonden ten tijde van de aanhouding van verdachte en zijn mededaders en/of

- twee, althans een of meer personenauto(’s) (met kenteken [ [kenteken 1] ] en/of [ [kenteken 2] ] ),

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 46 jis. 47, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: medeplegen van voorbereiding van diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen of van afpersing door twee of meer verenigde personen.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, een (deels voorwaardelijke) werkstraf en, indien geboden, een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met aftrek van de periode die zijn cliënt in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend is.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorbereiden van een diefstal met geweld en/of een afpersing. Uit een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 5 januari 2017 blijkt dat verdachte reeds eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van strafbare feiten, waaronder feiten als het onderhavige. Uit het bewezen verklaarde moet volgen dat verdachte kennelijk opnieuw bereid is de lichamelijke integriteit c.q. veiligheid van anderen ondergeschikt te maken aan zijn zucht tot wederrechtelijke vermogensverwerving. Dit vraagt om een duidelijk signaal dat verdachte op de verkeerde weg is.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het gepleegde feit de oplegging van een forse vrijheidsstraf zonder meer rechtvaardigt. De eis van de officier van justitie volstaat daartoe niet. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn volgens de rechtbank niet aanwezig. Ook het bij de behandeling betrokken rapport van de reclassering d.d. 27 december 2016 leidt niet tot een ander inzicht. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen en zal derhalve de gevorderde gevangenisstraf geheel onvoorwaardelijk opleggen.

Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, passend en geboden is.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 1] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 5.700,00 (zegge vijfduizend zevenhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 1.700,00 goederen;

- € 1.000,00 goederen (vintage);

- € 1.500,00 winstderving vintage goederen.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.500,00 gevorderd.

[slachtoffer 2] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.090,50 (zegge vierduizend negentig euro en vijftig cent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 90,50 reparatiekosten deur;

- € 1.000,00 goederen (vintage);

- € 1.500,00 winstderving vintage goederen.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.500,00 gevorderd.

[slachtoffer 3] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 4.000,00 (zegge vierduizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 1.000,00 goederen (vintage);

- € 1.500,00 winstderving vintage goederen.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.500,00 gevorderd.

[slachtoffer 4] , heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 7.402,00 (zegge zevenduizend vierhonderdentwee euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    € 650,00 goed(eren) (vintage);

  • -

    € 650,00 goed(eren) (vintage);

  • -

    € 450,00 goed(eren) (vintage);

  • -

    € 450,00 goed(eren) (vintage);

  • -

    € 600,00 goed(eren) (vintage);

  • -

    € 453,00 goed(eren) (vintage);

  • -

    € 149,00 goed(eren) (vintage);

  • -

    € 1.000,00 waardestijging vintage goederen;

  • -

    € 1.500,00 winstderving vintage goederen.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.500,00 gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in hun vordering niet-ontvankelijk zijn nu verdachte van het primair ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden en enkel het subsidiair ten laste gelegde bewezen verklaard kan worden. De geleden schade vloeit namelijk rechtstreeks voort uit de inbraak, waardoor het causale verband tussen de (opzet)heling en de geleden schade ontbreekt.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in hun vordering niet-ontvankelijk zijn nu verdachte van het ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering, nu verdachte van het onder 3 ten laste gelegde wordt vrijgesproken. De benadeelde partijen kunnen hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 27 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

  • -

    verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    het misdrijf: medeplegen van voorbereiding van diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen of van afpersing door twee of meer verenigde personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- bepaalt dat de benadeelde partijen: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] , [naam 1] en [naam 2] , in het geheel niet-ontvankelijk zijn in hun vordering, en dat deze benadeelde partijen hun vordering slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mrs. G.H. Meijer en R.M. van Vuure, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2017.

Buiten staat

Mr. Meijer en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland District IJsselland, Districtsrecherche IJsselland met nummer PL0600-2016592214. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

1.

Het proces-verbaal van bevindingen van 20 december 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 104-125):

(…) Tijdens de gevoerde gesprekken wordt duidelijk dat de gebruiker van het

telefoonnummer 06- [nummer 1] zich [medeverdachte 1] noemt, aan het [adres 3] in Zwolle woont

en stage loopt bij [bedrijf] ” in de [adres 4] . Via de politie informatiesystemen wordt duidelijk dat de gebruiker van het telefoonnummer vermoedelijk betreft: [medeverdachte 1] Geboren op [geboortedatum 2] 1998 te [geboorteplaats 2] GBA adres: [adres 3] , Zwolle. (…) Uit de telefoongesprekken is gebleken dat [medeverdachte 1] met verschillende personen telefoongesprekken voert en dat deze gesprekken betrekking hebben op onder andere het plegen van een overval dan wel beroving (…) Uit de tapgesprekken is gebleken dat [medeverdachte 1] veel contact heeft met de gebruiker van het telefoonnummer 06- [nummer 2] . (…) Dit telefoonnummer blijkt volgens de politie informatiesystemen in gebruik te zijn bij [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [geboorteplaats 3] . Tevens heeft [medeverdachte 1] contact met het telefoonnummer 06- [nummer 3] welke in gebruik zou zijn bij een jongen die “ [roepnaam verdachte] ” genoemd wordt. (…) Op woensdag 12 oktober 2016 te 15.07 wordt verdachte [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [roepnaam verdachte] vraagt of [medeverdachte 1] al een dag heeft geprikt. [medeverdachte 1] zegt dat ze dat met zijn allen moeten bespreken. [medeverdachte 1] zegt dat als het aan hem ligt hij morgen gaat maar hij moet het eerst bespreken met de anderen. [roepnaam verdachte] zegt dat het hem vrijdag beter uit komt, maar als het niet anders kan dan volgende week. [roepnaam verdachte] vraagt of [medeverdachte 1] zijn vriend al heeft gesproken waarop [medeverdachte 1] zegt: Nee, die is in Deventer. Op zaterdag 15 oktober 2016 te 00.09 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . [roepnaam verdachte] vraagt of hij die jongen al heeft gesproken. [medeverdachte 1] zegt dat maandag het beste is omdat hij om 09.00 uur al open is. [medeverdachte 1] zegt dat ze die Hollander gewoon mee nemen want die weet het meeste. [roepnaam verdachte] zegt dat hij Turk is toch. [medeverdachte 1] zegt half half. (Opmerking verbalisant: verdachte [medeverdachte 2] heeft zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit). [medeverdachte 1] zegt: we gaan met zijn drieën naar binnen. [roepnaam verdachte] zegt vieren? [medeverdachte 1] zegt, ja of jij blijft buiten. [roepnaam verdachte] zegt: kijk, jij moet die beslissing nemen. Op dinsdag 18 oktober 2016 te 02.29 uur wordt [medeverdachte 1] door [roepnaam verdachte] gebeld. [medeverdachte 1] zegt dat hij die ding graag wil doen maar hij twijfelde. Hij zegt dat die neger een beetje bang was. Die neger heeft die anderen omgepraat om het niet doen. [medeverdachte 1] zegt dat hij wel honderd anderen weet die mee willen. [medeverdachte 1] zegt dat hij hem echt graag wil doen, het liefst deze week nog. [medeverdachte 1] zegt tegen [roepnaam verdachte] dat als ze het goed aanpakken er niets is om bang voor te zijn. Op dinsdag 18 oktober 2016 te 12.27 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] vraagt aan [medeverdachte 1] of hij vandaag wil gaan. [medeverdachte 1] zegt alleen als die kapper alleen is. Hij zegt dat als ze het goed doen ze alle tijd hebben om rustig terug te rijden. [medeverdachte 1] zegt niet te vaak te willen bellen omdat “hij” dat dan verdacht gaat vinden. [medeverdachte 2] zegt dat het het beste is om een stick onder de auto te plakken, gewoon laten rusten en dan kijken waar ze heen gaan. [medeverdachte 1] vraagt waar je zo’n sticker kan krijgen. Bij de spyshop in de [wijk] . Op woensdag 19 oktober 2016 te 01.05 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door zijn vriendin. [medeverdachte 1] praat echter tegen iemand op de achtergrond. Hij zegt dat hij de wekker op 5 uur heeft staan. Hij hoopt dat het morgenochtend regent want dan zijn er weinig man. Neem die mask. . .muts van mij mee. Nee, niet de bivak zegt [medeverdachte 1] , capuchon is genoeg. Zijn vriendin vraagt op ze dingen gaan doen. Ja zegt [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] vraagt ook nog of zijn handschoenen bij haar liggen. Op woensdag 19 oktober 2016 te 15.08 uur wordt [medeverdachte 1] gebeld door [medeverdachte 2] .

[medeverdachte 1] zegt dat ze geld moeten verdienen. [medeverdachte 1] vraagt aan [medeverdachte 2] om langs Assendorp te rijden als ze terug komen. [medeverdachte 2] vraagt tot hoe lang ze open zijn op woensdag, tot zes uur? [medeverdachte 2] zegt dat ze deze week echt willen gaan. [medeverdachte 1] wil weten hoe laat “hij” thuis komt. Op vrijdag 21 oktober 2016, te 14.05 uur belt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] en zegt dat alles safe is. (…) Vervolgens vraagt [medeverdachte 2] aan [medeverdachte 1] of het doorgaat vanavond. [medeverdachte 1] zegt dat hij het wil doen maar dat ze nog geen andere dag bij die kapperszaak hebben gekeken. [medeverdachte 2] zegt dat “hij” er nou moet zijn, dat ze achter hem aan gaan rijden of dat ze

All-in gaan. Hierna stelt [medeverdachte 2] voor om, als alles goed gaat, alle drie ( [medeverdachte 1] , [verdachte] en

hijzelf) naar Deventer te gaan. [medeverdachte 2] wil niet dat iemand gepakt wordt. Omstreeks 15.42 uur belt de [verdachte] met [medeverdachte 1] . [verdachte] is onderweg naar Zwolle en spreekt met [medeverdachte 1] af om op vijf uur op de Assendorperstraat te zijn. [medeverdachte 1] vraagt of die andere (...) er dan wel is. [verdachte] geeft aan dat deze met de trein naar Zwolle is gegaan. Omstreeks 17.16 uur belt [medeverdachte 1] met [verdachte] . [verdachte] geeft aan dat ze ( [verdachte] en [medeverdachte 2] ) staan te kijken bij de [winkel] aan de Assendorperstraat en dat ze [medeverdachte 1] eigenlijk ook in de auto moesten hebben. [medeverdachte 2] is nu even in de [winkel] een paar dingetjes aan het kopen. [medeverdachte 1] vraagt of [verdachte] en [medeverdachte 2] vanavond ‘daar’ naartoe willen. [verdachte] bevestigt dit en zegt dat dit was afgesproken. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij zijn taser heeft weggegeven. Volgens [verdachte] maakt dat niet uit, kan het zonder dat ook want “zo’n klein mannetje” is geen probleem. [medeverdachte 1] zegt dat hij nog wat dingetjes moet doen. [verdachte] wijst hem erop dat de tijd al een beetje dringt. Hoessein zegt dat ‘we’ gelijk achter ‘hem’ aan gaan en dat ze dan die kleren, alles bij zich moeten hebben, hetgeen [verdachte] beaamt. [verdachte] merkt op dat hij ( [medeverdachte 2] ) iets ‘voor je hoofd’ niet kan vinden thuis en dat [medeverdachte 2] nu hier even dingen, ‘iets voor de hand’ aan het kopen is. [medeverdachte 1] , die daar ook rijdt, zegt dat hij nu naar binnen kijkt en een dun mannetje zag staan die ook klein leek. [verdachte] geeft aan dat ‘hij’ dan nog aan het werk is, tot zes uur moet, en dat ze dan vanaf hier samen achter hem aan kunnen gaan. Omstreeks 17.26 uur belt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat hij onderweg is naar de Palestrinalaan. [medeverdachte 2] geeft aan dat de tijd dringt. [medeverdachte 1] zegt dat zijn spullen, waaronder zijn bivak bij [medeverdachte 2] liggen. Hierop zegt [medeverdachte 2] dat hij zijn masker ook niet kan vinden. [medeverdachte 2] zegt dat hij naar huis gaat en alles (handschoenen, jas, muts, bivak, masker en gereedschap) gaat pakken. [medeverdachte 1] moet ook

nog een (1) ding van huis pakken. [medeverdachte 2] vraagt of [medeverdachte 1] die ding ook heeft, of dat ze zonder gaan. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij die ding niet heeft. [medeverdachte 2] zegt dat dit fucked-up is, want als “hij” strijding wil spelen, dit uren discussie wordt en dat ze “hem” niet kunnen neerslaan, want het alarm moet er af. Hierop wordt afgesproken een Pool mee te nemen. [medeverdachte 2] zegt dat dit geen klein iets is en dat de Pool lekker mag meedelen. Omstreeks 17.36 uur belt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] , die zegt dat hij binnen twee minuten bij zijn flat is. Hierop wordt afgesproken dat [medeverdachte 1] eerst zijn spullen pakt en [medeverdachte 2] en [verdachte] vast “daar” heen gaan. Omstreeks 17.48 uur belt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] en zegt dat hij met [verdachte] op de

parkeerplaats staat bij de Jumbo. [medeverdachte 1] vraagt of ze “zijn” auto zien. [medeverdachte 1] zegt

dat hij onderweg is naar hen. Omstreeks 17.57 uur belt [medeverdachte 2] met [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat hij bij de Mediamarkt is. [medeverdachte 2] zegt dat ze door moeten want “hij” is al weg. [medeverdachte 2] zegt dat er wel iemand aan het werk is, maar dat dit “hem” niet kan zijn en dat “hij” er dus

al is. [medeverdachte 2] zegt dat hij met [verdachte] op [medeverdachte 1] zal wachten en dat ze dan “daarheen”

gaan. Omstreeks 18.00 uur belt [medeverdachte 1] met [verdachte] en zegt dat hij bij de Sky staat. [verdachte]

zegt dat [medeverdachte 1] daar op haalt. (…) Op een gegeven moment wordt geconstateerd dat [medeverdachte 2] samen met een jongen met ‘een getint uiterlijk’, naar later blijkt [verdachte] , bij de Jumbo aan de Assendorperstraat in een rode Nissan stapt. De Nissan is voorzien van kenteken [kenteken 1] . (…) Zij rijden naar de binnenstad van Zwolle. Vervolgens pikken ze in de omgeving van de coffeeshop “Sky High” aan de van Karnebeekstraat [medeverdachte 1] op. Hierna rijden zij terug naar de parkeerplaats bij de Jumbo aan Assendorperstraat. Daar stapt [medeverdachte 1] uit de Nissan en neemt plaats in een Daewoo met het Pools kenteken [kenteken 2] . Vervolgens worden alle inzittenden van de Nissan en de Daewoo aangehouden. (…)

De inzittenden van de Nissan zijn om 18.15 uur aangehouden. Aangehouden werden:

[verdachte] geboren op [geboortedatum 1] 1985 te [geboorteplaats 1] , wonende aan de [adres 2] te [woonplaats]

[medeverdachte 2] geboren op [geboortedatum 3] 1992 te [geboorteplaats 3] , wonende aan de [adres 5] .

(…)

De inzittenden van de Daewoo zijn om 18.15 uur aangehouden.

Aangehouden werden:

[naam 3]

geboren op [geboortedatum 4] 1986 te [geboorteplaats 4] (Polen), wonende [adres 6]

[naam 4]

geboren op [geboortedatum 5] 1993 te Polen, onbekende verblijfplaats.

[medeverdachte 1] geboren op [geboortedatum 2] 1998 te [geboorteplaats 2] , wonende aan het [adres 3] .

[naam 5] geboren op [geboortedatum 6] 1985 te [geboorteplaats 5] (Polen), verblijfplaats onbekend.

[naam 6] geboren op [geboortedatum 7] 1993 te [geboorteplaats 6] (Polen), wonende [adres 7] .(…)

Nadat wij de verdachte [medeverdachte 2] hadden gehoord hebben wij nogmaals een aantal telefoongesprekken beluisterd die worden gevoerd door een man die belt met nummer 06- [nummer 2] en 06- [nummer 5] en die zich [medeverdachte 2] noemt en [medeverdachte 2] genoemd wordt. De stem van deze man klonk hetzelfde als de stem van [medeverdachte 2] . (…) Nadat wij de [verdachte] hadden gehoord hebben wij nogmaals de telefoongesprekken beluisterd die worden gevoerd door een man die belt met nummer 06- [nummer 3] en 06- [nummer 4] en die zich [roepnaam verdachte] noemt en [roepnaam verdachte] genoemd wordt. De stem van deze man klonk hetzelfde als de stem van [verdachte] . (…) Nadat wij de verdachte [medeverdachte 1] hadden gesproken hebben wij nogmaals en aantal telefoongesprekken beluisterd die worden gevoerd door een man die belt met nummer 06- [nummer 1] en die zich [medeverdachte 1] noemt en [medeverdachte 1] genoemd wordt. De stem van deze man klonk hetzelfde als de stem van [medeverdachte 1] . (…);

2.

Het proces-verbaal van bevindingen van 24 oktober 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 523-525):

(…) Op maandag 24 oktober 2016 werd ons, verbalisanten, beeldmateriaal verstrekt (…) afkomstig van het camerabewakingssysteem van de winkel ‘ [winkel] ’ gelegen aan de [adres 8] te Zwolle. (…) Het verstrekte beeldmateriaal loopt van vrijdag 21 oktober 2016 17:15 uur tot vrijdag 21 oktober 2016, 71:21 uur. (…) Door mij, verbalisant, werd op het beeldmateriaal [medeverdachte 2] herkent als de persoon die handschoenen koopt. (…) Te zien is dat [medeverdachte 2] contant handschoenen en drank afrekent bij de kassa. Deze handeling vindt plaats tussen 17:18:19 uur en 17:19:15 uur. (…) [medeverdachte 2] legt muntgeld op de kassa waarmee vier paar handschoenen en 2 blikken drank afgerekend wordt. [medeverdachte 2] pakt genoemde handschoenen en drank en loopt naar de uitgang. (….) Te zien is dat [medeverdachte 2] met de handschoenen en drank naar de uitgang loopt. (…) Daarnaast werd ons een uitdraai overhandigd uit het kassasysteem van “ [winkel] ”. (…) op deze uitdraai is te zien dat in genoemde “ [winkel] ” op 21 oktober 2016, te 17:19:13 de contante betaling verwerkt werd van: 2 x Maaza Vruchtendrank 2x Werckmann schilderhandschoenen 2 x Werckmann werkhandschoenen. (…);

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van 22 oktober 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 533-548):

(…) Op vrijdag 21 oktober 2016 werd op de Assendorperstraat te Zwolle een voertuig, zijnde een rode Nissan Primera voorzien van het kenteken [kenteken 1] inbeslaggenomen en overgebracht. (…) Op zaterdag 22 oktober 2016 stelden wij, verbalisanten, een onderzoek in en aan genoemd voertuig. (…) In het voertuig werden verschillende goederen aangetroffen. (…) Op de linker voorstoel een zwart gewatteerd jack. (…) Achter de linker voorstoel en tussen de achterbank een gele tas (…) In de tas werd het volgende aangetroffen: een grijs masker, een zwarte pantykous met een knoop, en metalen ratelsleutel, twee bijtels met en houten handvat, een schroevendraaier met een groen handvat, een schroevendraaier met een zwart/rood handvat, een schroevendraaier met een zwart handvat, drie crèmekleurige besmeurde kabelbinders, een trui voorzien van camouflage kleuren, een joggingbroek voorzien van camouflagekleuren. (…) op de linker achterbank werd een zwarte pet aangetroffen. (…) op de rechter voorstoel werd een groene jas met capuchon aangetroffen. (..) Achter de rechtervoorstoel en tussen de achterban werd een zwarte jas aangetroffen. (…) Achter de rechter voorstoel en tussen de achterbank werd een zwarte rugzak aangetroffen. (… In de tas werd een groene overall aangetroffen, een zwart T-shirt en een zwarte baseball pet (…) achter de rechter voorstoel en tussen de achterbank werd een zwarte bontmuts en twee paar witte schilderhandschoenen van het merk “Werckman” en twee paar grijs/oranje werkhandschoenen van het merk “Werckman” aangetroffen. (…) Rechts op de achterbank werd een blauwe jas aangetroffen. (…);

4.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 2 november 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 572-576):

(…)

A: Ik ben de afgelopen weken een aantal keren gebeld over iets.

V: Waarvoor werd je dan gebeld?

A: Ik werd gebeld omdat ik er ervaring in had.

V: Wat is die ervaring dan?

A: Ik ben eerder opgepakt voor een gewapende woningoverval. Ik denk dat het daarmee te

maken had (...).

V: Hoe ging dat verder dan?

A: Er werd gepraat over een overval (...).

V: Uit de tapgesprekken is ons gebleken dat er over iemand concreet gesproken werd en dat je bent wezen kijken.

A: (...) Ik reed er gewoon langs.

V: Waarover hebben wij het dan, een persoon of locatie?

A: Een persoon, een klein mannetje met een baard.(...)

(...) Wij ging naar de parkeerplaats bij de Jumbo om het verder te gaan overleggen. Daar

werden we door de politie aangehouden. (…);

5.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 17 november 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 577-582):

(…)

V: Met betrekking tot de voorbereiding van de overval, wil je daar nog iets over verklaren?

A: Ik kan zeggen dat ik inderdaad benaderd ben voor deze overval. Dit was door drie

personen. Eén van deze drie personen had de man uitgekozen die zou worden overvallen. Het speelde al zeker drie maanden. Ik was benaderd door hen omdat zij dachten dat ik, in verband met mijn strafblad, wel ervaring had in deze zaken. Ik heb ook inderdaad toegezegd dat ik ze zou meehelpen (...) Ik kan mij voorstellen dat de personen met wie ik - blijkens de

tapgesprekken - over deze overval heb gebeld, allemaal hebben gedacht dat ik zou meedoen

en dat de overval gewoon zou doorgaan. (…);

6.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 23 oktober 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 199-201):

(…) V: we confronteren je nu met een telefoongesprek. (…) Jij zegt dat [medeverdachte 2] naar binnen is bij de [winkel] om spullen te kopen. Je zegt iets voor de hand. Leg dat eens uit? A: dat klopt. Ik weet dat de jongens iets van plan waren. (…).