Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:711

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
15-02-2017
Datum publicatie
15-02-2017
Zaaknummer
08/760143-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van een auto. Daarnaast heeft hij een stopteken van de politie genegeerd en tijdens de daarop volgende achtervolging snelheden tot 140 km/uur gehaald. Het is niet de verdienste van verdachte geweest dat zijn verkeersgedrag niet tot ernstige gevolgen voor andere weggebruikers heeft geleid.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 81 dagen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/760143-16

Datum vonnis: 15 februari 2017

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1986 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats],

nu verblijvende in het HvB Ooyerhoekseweg te Zutphen.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
1 februari 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.A. Reahen van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte een auto, merk Volkswagen, type Golf (gekentekend [kenteken]) heeft geheeld dan wel die auto heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging (na aanpassing door middel van een vordering nadere omschrijving) aan de verdachte, dat:

hij op of omstreeks 7 juli 2016 te Deventer en/of te Holten-Rijssen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een goed, te weten een auto, merk Volkswagen, type Golf (gekentekend [kenteken]) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en) dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij in of omstreeks de periode van 6 juli 2016 tot en met 7 juli 2016 te Deventer, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een auto, merk Volkswagen, type Golf (gekentekend [kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weggenomen

auto voornoemd al dan niet onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 111 dagen waarvan30 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vorderingen van de benadeelde partijen [naam 1] en [naam 2].

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5. De beoordeling van het bewijs 1

De rechtbank is evenals de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft gepleegd.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    het proces-verbaal van verhoor verdachte van 7 juli 2016, pagina 46, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv);

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 7 juli 2016, pagina’s 202 en 203.

5.1

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 7 juli 2016 te Deventer en te Holten-Rijssen een goed, te weten een auto, merk Volkswagen, type Golf (gekentekend [kenteken]) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 416 Sr. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: opzetheling.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

8 De op te leggen straf of maatregel

8.1

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan heling van een auto. Nadat verdachte deze auto heeft geheeld, heeft verdachte geprobeerd zich te onttrekken aan een aanhoudingdoor de politie. Verdachte heeft het stopteken van de politie genegeerd en heeft een blokkade van de politie omzeild. Het tempo is daarna door verdachte opgeschroefd en er zijn tijdens de achtervolging snelheden tot 140 km/uur gehaald. Het is niet de verdienste van verdachte geweest dat zijn verkeersgedrag niet tot ernstige gevolgen voor andere weggebruikers heeft geleid. De rechtbank vindt dit een ernstig feit en rekent dit verdachte zwaar aan.

Heling draagt daarnaast bij aan de instandhouding van vermogenscriminaliteit, nu door heling een afzetmarkt voor gestolen voorwerpen wordt gecreëerd.

Uit een uittreksel uit de justitiële documentatie van 7 november 2016 van de verdachte blijkt dat hij eerder ter zake van misdrijven onherroepelijk is veroordeeld voor vermogensdelicten. Bij de straftoemeting heeft de rechtbank op de voet van het bepaalde in artikel 63 van het wetboek van Strafrecht in rekening gebracht het vonnis van de politierechter te Groningen van 15 augustus 2016 waarbij verdachte ter zake diefstal tot straf is veroordeeld.

De rechtbank acht, alles afwegende een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

9 De schade van benadeelden

[naam 1]

, domicilie kiezende te Apeldoorn, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 4.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk nu het feit waar de vordering op ziet inmiddels niet meer aan verdachte wordt verweten. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

[naam 2]

, domicilie kiezende te Zwolle, heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal € 4.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.

Ook heeft de benadeelde partij gevraagd een schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk nu het feit waar de vordering op ziet inmiddels niet meer aan verdachte wordt verweten. De benadeelde partij kan zijn vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 27 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
    primair: het misdrijf: opzetheling;

  • -

    verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van eenentachtig (81) dagen;

  • -

    bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

[naam 1]

- bepaalt dat de benadeelde partij: [naam 1], domicilie kiezende te Apeldoorn in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

[naam 2]

- bepaalt dat de benadeelde partij: [naam 2], domicilie kiezende te Zwolle in het geheel niet-ontvankelijk is in zijn vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wentink, voorzitter, mr. Y. Cenik en mr. B.C. Maresch-Evers, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 februari 2017.

Mr. B.C. Maresch-Evers is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer ON1R01633 van 8 juli 2016. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.