Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:642

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
08-02-2017
Datum publicatie
13-02-2017
Zaaknummer
5658101 \ EJ VERZ 17-14
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Handlichting

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats

Zaaknummer : 5658101 \ EJ VERZ 17-14

Beschikking van de kantonrechter van 8 februari 2017

op het verzoek van

STIJN GERT DIERINK,

wonende te Harbrinkhoek,

verzoeker, hierna te noemen Dierink.

Het verloop van de procedure

Op 17 januari 2017 is het verzoekschrift van Dierink door de griffie ontvangen.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 februari 2017, tegelijk met de mondelinge behandeling van het (gelijkluidende) verzoek van M.T.V. van Marle, wonende te Almelo (5658091 EJ VERZ 17-13). Ter zitting zijn verschenen Dierink en M.T.V. van Marle voornoemd, alsmede hun ouders.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.

De feiten en het verzoek

Dierink is blijkens de overgelegde akte van geboorte van de gemeente Almelo geboren op 10 mei 2000. Hij is derhalve 16 jaar en woont thans te Harbrinkhoek, aan De Hazelaar 1.

Dierink en zijn vriend M.T.V. van Marle hebben een onderneming op het gebied van social media. De onderneming groeit snel en de accountant van Dierink en Van Marle adviseerde hen (om meerdere redenen) een B.V. op te richten.

Na aanvulling van het verzoek ter zitting verzoeken Dierink en Van Marle handlichting voor het oprichten van een B.V. en voor het mogen afsluiten van overeenkomsten en het doen van betalingen ten behoeve van deze B.V., tot een bedrag van € 10.000,00.

De ouders van Dierink en Van Marle hebben toestemming gegeven voor de verzochte handlichting.

De beoordeling

Gelet op de feiten, het (aangevulde) verzoek, hetgeen ter zitting is besproken en gelet op art. 1: 235 BW heeft Dierink recht en belang dat aan hem handlichting wordt verleend.

De kantonrechter acht de verzochte handlichting verantwoord.

Met betrekking tot de publicatieplicht wordt het volgende overwogen.

In art. 1: 237 BW is bepaald dat de beschikking waarbij handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van deze handlichting. In de huidige samenleving is echter toegang tot internet voor ieder beschikbaar en publicatie van de handlichting via internet heeft naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet een (praktisch gezien) ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven wijze van publicatie in de Staatscourant en twee dagbladen. De kantonrechter zal bepalen dat de handlichting door de griffie digitaal zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en dat de onderhavige beschikking door de griffie zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl. Verder zal één regionaal dagblad worden aangewezen (Tubantia) waarin Dierink voor zijn rekening de hem verleende handlichting bekend dient te maken.

Ter zitting is aan Dierink reeds meegedeeld dat de verleende handlichting niet eerder geldt dan dat de publicatie een feit is.

De beslissing

De kantonrechter:

verleent aan Stijn Gert Dierink, geboren op 10 mei 2000, wonende te Harbrinkhoek, aan De Hazelaar 1, handlichting tot het oprichten van een B.V. en tot het afsluiten van overeenkomsten en het doen van betalingen ten behoeve van deze B.V., tot een bedrag van

€ 10.000,00.

Bepaalt dat de handlichting (door de griffie) zal worden gepubliceerd in de Staatscourant en op www.rechtspraak.nl en door Dierink voor zijn rekening zal worden gepubliceerd in dagblad Tubantia, regio Almelo.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.L. Alers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2017.