Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:5286

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
04-08-2017
Datum publicatie
11-07-2018
Zaaknummer
AWB 17/408
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet betreft uitsluitend de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens – in dit geval – de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep. Opposant heeft aangevoerd dat hij afgeleid was omdat hij in de veronderstelling was dat de gemeente hem tegemoet zou komen en dat hem daardoor is ontgaan dat hij tijdig op de brief van de rechtbank had moeten reageren. Dat opposant was afgeleid dient voor zijn rekening en risico te komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Bestuursrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer: AWB 17/408

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

Opposant:

[X] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

Procesverloop

Bij uitspraak van 23 mei 2017 heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Daartegen is verzet gedaan.

Overwegingen

1. Verzet, als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb, betreft uitsluitend de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens – in dit geval – de kennelijke niet-ontvankelijkheid van het beroep. ‘Kennelijk’ betekent dat over de uitkomst van de procedure in redelijkheid geen twijfel mogelijk is.

2. Opposant heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank ziet daartoe ook geen aanleiding.

3. Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtbank niet binnen de in de brief van de rechtbank van 13 februari 2017 gegeven termijn van vier weken een uittreksel van het handelsregister aan de rechtbank heeft doen toekomen waardoor niet kon worden vastgesteld dat [A] bevoegd is om namens opposant beroep in te stellen.

4. Opposant heeft aangevoerd dat hij afgeleid was omdat hij in de veronderstelling was dat de [gemeente] tegemoet zou komen en dat hem daardoor is ontgaan dat hij tijdig op de brief van de rechtbank van 13 februari 2017 had moeten reageren. Bij het indienen van verzet heeft eiser alsnog het gevraagde uittreksel van het handelsregister overgelegd.

5. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat opposant het gevraagde handelsregister niet binnen de in de brief van 13 februari 2017 gestelde termijn van vier weken aan de rechtbank heeft doen toekomen. Dat opposant was afgeleid dient voor zijn rekening en risico te komen. De rechtbank heeft het ingestelde beroep met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb heeft kunnen afdoen. Daaruit volgt dat het verzet ongegrond is.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J.B. Cornelissen, rechter, in aanwezigheid van
M.J.P. Kambeel, als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2017.