Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4818

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
19-12-2017
Datum publicatie
18-01-2018
Zaaknummer
6010807 \ CV EXPL 17-3467
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis met bewijsopdracht. Non-conformiteit van een auto. De vraag is welke auto is gekocht, partijen beroepen zich beide op een andere overeenkomst met een andere auto. Koper krijgt bewijsopdracht dat hij het 1e aanbod van de verkoper heeft aanvaard door toezending van een getekende offerte of overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2018/389
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 6010807 \ CV EXPL 17-3467

Vonnis van 19 december 2017

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [plaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiser] ,

gemachtigde: mr. E.T. van Dalen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AUTOPALACE ZWOLLE B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zwolle,

gedaagde partij, hierna te noemen Autopalace,

gemachtigde: mr. H.A.A. van den Broek.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 augustus 2017

- het proces-verbaal van comparitie van 28 september 2017

- de akte van [eiser]

- de akte uitlaten van Autopalace.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] , handelend onder de naam Dak en Schoorsteen Beheer Noord, heeft in juni 2016 aan Autopalace zijn interesse kenbaar gemaakt voor de aanschaf van een Peugeot Partner GB 120 L1 Première Blue HDi 100 pk (hierna: Peugeot Partner 100 pk). De heer [A] , verkoper van Autopalace (hierna: [A] ), heeft een offerte opgemaakt op 9 juni 2016, waarbij de Peugeot Partner 100 pk werd aangeboden aan [eiser] voor een bedrag van € 17.509,93. Op de offerte staat vermeld dat deze geldig is tot 22 juni 2016.

2.2.

Bij e-mail van 9 juni 2016 stuurt [A] een concept koopovereenkomst toe voor de Peugeot Partner 100 pk en voegt daaraan het volgende toe:

“Alvast bedankt voor het vertrouwen,

Zou jij deze getekend retour willen doen met kopie rijbewijs en evt. cijfers 2015 op PDF.”

2.3.

Op 2 september 2016 hebben beide partijen een koopovereenkomst ondertekend, waarin staat vermeld dat [eiser] een Peugeot Partner GB 120 L1 Première HDi 90 pk (hierna: Peugeot Partner 90pk) koopt van Autopalace voor een prijs van € 17.509,93.

2.4.

Bij e-mailbericht van 8 augustus 2016 bericht de leasemaatschappij van Peugeot aan Autopalace dat het dossier van [eiser] is vervallen, omdat zij geen reactie van de klant heeft ontvangen. Indien er weer nieuwe informatie wordt verstuurd, geeft de leasemaatschappij aan de aanvraag weer direct verder in behandeling te nemen. [A] heeft bedoeld e-mailbericht doorgestuurd naar info@dakbeheernoord.nl.

2.5.

Op 16 september 2016 heeft Autopalace een Peugeot Partner 90pk aan [eiser] afgeleverd. Op die datum is ook het leasecontract getekend. Op dat contract staat als object “Partner L1 XT 1.6 100BlueHDi” chassisnummer “VF37B9HFOGJ622230”, bouwjaar “19‑9-2016” en kenteken “ [kenteken] ” vermeld. Het chassisnummer en kenteken behoren bij de afgeleverde auto.

2.6.

Bij brief van 22 februari 2017 heeft Bureau Mercuur als incassogemachtigde van [eiser] aan Autopalace bericht dat Autopalace de verkeerde auto heeft geleverd aan [eiser] . Volgens [eiser] heeft hij een Peugeot Partner 100 pk gekocht en is ten onrechte een 90pk geleverd. Hij verzoekt om levering van de bestelde auto met retourname van de verkeerd geleverde auto onder vergoeding van - kort gezegd - kosten over en weer.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert - samengevat - bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

I. de tussen partijen op of omstreeks 9 juni 2016 gesloten koopovereenkomst, waarbij [eiser] van Autopalace heeft gekocht een Peugeot Partner 100 pk tegen een koopsom van € 17.509,93, te ontbinden althans voor ontbonden te verklaren;

II. Autopalace te veroordelen om in het kader van de ongedaanmakingsprestatie en ten titel van schadevergoeding aan [eiser] te betalen een bedrag van € 18.334,59, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente;

III. Autopalace te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 600,00 wegens buitengerechtelijke incassokosten;

IV. Autopalace te veroordelen in de proceskosten.

3.2.

Autopalace voert verweer. Zij concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vordering.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Klachtplicht

4.1.

Het meest verstrekkende - ter comparitie gevoerde - verweer van Autopalace is dat [eiser] niet tijdig heeft geklaagd over de beweerdelijke onjuist geleverde auto. De kantonrechter verwerpt het beroep van Autopalace op de klachtplicht (artikel 7:23 BW). Allereerst heeft Autopalace in strijd met de goede procesorde dit verweer pas ten tijde van de comparitie gevoerd, terwijl [eiser] bij dagvaarding heeft gesteld dat hij terstond heeft geprotesteerd bij Autopalace. Bovendien heeft [eiser] ter zitting - ter bestrijding van het verweer van Autopalace - nader toegelicht dat hij de klacht in ieder geval enkele dagen na aflevering telefonisch en mondeling heeft geuit bij verkoper [A] . Het was aan Autopalace om deze stelling gemotiveerd te betwisten. Dat heeft zij nagelaten.

Overeenkomst juni of september 2016?

4.2.

Vervolgens komt het belangrijkste geschilpunt tussen partijen aan de orde. [eiser] stelt zich op het standpunt dat hij in juni 2016 een koopovereenkomst heeft gesloten voor de Peugeot Partner 100 pk, terwijl Autopalace stelt dat haar aanbod niet is aanvaard en dat vervolgens een overeenkomst is gesloten in september 2016 voor een Peugeot Partner 90 pk. Ten aanzien van de beweerdelijke overeenkomst in september 2016 stelt [eiser] dat hij niet de wil had om de Peugeot Partner 90 pk te kopen.

4.3.

Ter onderbouwing van zijn standpunt stelt [eiser] dat hij naast een offerte op 6 juni 2016 een koopovereenkomst ter tekening heeft toegestuurd gekregen van [A] en dat hij de overeenkomst voor de Peugeot 100 pk ondertekend retour heeft verzonden aan [A] . Hij heeft van onder meer die laatste handeling bewijs aangeboden.

4.4.

Een (koop)overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan. Duidelijk is dat één auto is geleverd en dat daaraan één overeenkomst ten grondslag ligt. Het was ook de bedoeling van partijen om één auto te (ver)kopen. Dat betekent dat óf in juni 2016 een overeenkomst gesloten is voor een Peugeot Partner 100 pk, óf in september 2016 voor een 90 pk.

4.5.

[eiser] heeft het aanbod van Autopalace van 9 juni 2016 in het geding gebracht, bestaande uit een offerte en een concept koopovereenkomst (door [eiser] ondertekend). Hij heeft echter geen stukken overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat hij dit aanbod heeft aanvaard en dat die aanvaarding Autopalace heeft bereikt. Uit de bij akte overgelegde e-mail van [A] van 9 juni 2016 met de conceptovereenkomst kan niet worden afgeleid dat sprake is geweest van een aanvaarding van het aanbod van 9 juni 2016 die Autopalace heeft bereikt. In bedoelde e-mail vraagt [A] immers om ondertekening van het contract (en toezending van een kopie van het rijbewijs en de cijfers over 2015) en bedankt hij [eiser] alvast voor het vertrouwen. Daaruit volgt naar het oordeel van de kantonrechter geen bevestiging van de ontvangst van een aanvaarding, maar een bevestiging van het aanbod en een (herhaalde) uitnodiging om deze te aanvaarden. Het toezenden van de gevraagde cijfers op 6 juli 2016 door [eiser] kan evenmin tot het oordeel leiden dat hij het aanbod van Autopalace heeft aanvaard. Allereerst is deze e-mail verstuurd na het verstrijken van de offertetermijn (22 juni 2016) en heeft Autopalace nimmer kenbaar gemaakt alsnog in te stemmen met de te late aanvaarding. Bovendien is de mail met titel “peugeot partner” en het enkel toezenden van “gegevens voor de lease” onvoldoende specifiek om deze aan te merken als aanvaarding van de koopovereenkomst van de Peugeot Partner 100 pk.

4.6.

Aan [eiser] zal dan ook, als degene die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde non-conforme levering, een bewijsopdracht worden verstrekt. De kantonrechter zal [eiser] opdragen te bewijzen dat hij het aanbod van Autopalace van 9 juni 2016 tot de (ver)koop van een Peugeot Partner 100 pk heeft aanvaard door toezending van een getekende offerte of concept koopovereenkomst aan Autopalace dan wel dat hij op een andere wijze deze aanvaarding vóór 22 juni 2016 ter kennis van Autopalace heeft gebracht.

4.7.

Indien [eiser] in zijn bewijsopdracht slaagt, komt vast te staan dat partijen een koopovereenkomst hebben gesloten voor een Peugeot Partner 100pk. Dat betekent eveneens dat de kantonrechter het verweer van [eiser] zal honoreren dat hij met het ondertekenen van de formulieren op 2 september 2016 niet de wil had om (daarnaast) een andere auto aan te schaffen. Het bij akte na comparitie gevoerde verweer van Autopalace dat de overeenkomst van juni 2016 niet tot stand is gekomen vanwege het voorbehoud van financiering - welke financiering niet zou zijn verstrekt voor deze auto - kan niet slagen. Onvoldoende gesteld is of het financieringsvoorbehoud als een opschortende of een ontbindende voorwaarde moet worden aangemerkt. Het moet er naar het oordeel van de kantonrechter echter voor gehouden worden dat het financieringsvoorbehoud - mede gelet op de beperkte en tardieve stellingen van Autopalace op dit punt en wat in dat kader destijds is medegedeeld aan [eiser] - als een ontbindende voorwaarde moet worden uitgelegd. Niet gesteld of gebleken is dat Autopalace de ontbinding van de overeenkomst - die in haar ogen niet tot stand is gekomen - heeft ingeroepen vanwege het niet tot stand komen van de financiering. Bovendien staat vast dat alsnog een financieringsovereenkomst is gesloten voor hetzelfde bedrag, zodat het verweer van Autopalace evenmin kan slagen. Al met al zal de kantonrechter bij een geslaagde bewijsopdracht de overeenkomst wegens een tekortkoming ontbinden, omdat een auto is geleverd die niet aan de in juni 2016 overeengekomen vereisten voldoet. Over de toe te kennen schadevergoeding zal de kantonrechter zich vervolgens buigen, mede afhankelijk van het aantal gereden kilometers en uitgaande van een deugdelijke staat van de auto. Het ligt op de weg van [eiser] om - na het leveren van (getuigen)bewijs - in dat kader een actuele taxatie van de geleverde auto in het geding te brengen.

4.8.

Indien [eiser] niet slaagt in zijn bewijsopdracht, komt daarmee vast te staan dat er geen koopovereenkomst in juni 2016 tot stand is gekomen voor een Peugeot Partner 100 pk. De kantonrechter gaat er in dat geval vanuit dat een overeenkomst in september 2016 tot stand is gekomen voor een Peugeot Partner 90 pk en dat er vervolgens in september 2016 een auto is geleverd conform die overeenkomst, zodat de vordering van [eiser] alsdan zal worden afgewezen.

4.9.

De kantonrechter geeft partijen nogmaals in overweging om een regeling in der minne te beproeven vanwege de met getuigenverhoren gepaard gaande kosten en het tijdsverloop. Daarbij wijst de kantonrechter er op dat de auto - zo heeft [eiser] ter zitting verklaard - inmiddels na één jaar 62.000 km heeft gereden en nog steeds wordt gebruikt. De kantonrechter zal bij een eventuele toewijzing van de vordering rekening houden met de waardevermindering van de auto. Tijdsverloop houdt in deze zaak derhalve ook in dat de eventuele toe te wijzen schadevergoeding in de loop der tijd lager zal uitvallen.

4.10.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5 De beslissing

De kantonrechter

- draagt [eiser] op te bewijzen dat hij het aanbod van Autopalace van 9 juni 2016 tot de (ver)koop van een Peugeot Partner 100 pk heeft aanvaard door toezending van een getekende offerte of concept koopovereenkomst aan Autopalace dan wel dat hij op een andere wijze deze aanvaarding vóór 22 juni 2016 ter kennis van Autopalace heeft gebracht,

- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van dinsdag 9 januari 2018 voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

- bepaalt dat [eiser] , indien hij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

- bepaalt dat [eiser] , indien hij getuigen wil laten horen, de namen van de te horen getuigen moet opgeven, alsmede de verhinderdagen van partijen en hun gemachtigden in de maanden februari tot en met april 2018, waarna datum en tijdstip van het getuigenverhoor zal worden bepaald,

- bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden ten overstaan van mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek in het gerechtsgebouw te Zwolle aan de Schuurmanstraat 2,

- indien [eiser] getuigen wenst te horen, wordt er op gewezen dat er bij het oproepen van de getuigen rekening mee moet worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt,

- de namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven,

- bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2017.