Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4804

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
29-11-2017
Datum publicatie
09-01-2018
Zaaknummer
C/08/208049 / KG ZA 17-318
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele vordering. Geen conclusie van antwoord in het incident.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

zaaknummer / rolnummer: C/08/208049 / KG ZA 17-318

Vonnis in incident van 29 november 2017

in de zaak van

[A] ,

wonende te [plaats] ,

eiser in de hoofdzaak,

eiser in het incident,

advocaat mr. H.C. Kiers te Deventer,

tegen

[B] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. M.J.H. Mühlstaff te Deventer.

Partijen zullen hierna de man en de vrouw genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding tevens houdende de incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening.

1.2.

Hoewel de vrouw in de gelegenheid is gesteld om te antwoorden op het door de man opgeworpen incident, heeft zij niet gereageerd. Op 22 november 2017 is derhalve een akte niet dienen verleend.

1.3.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

De man vordert – kort gezegd – dat de vrouw zal worden veroordeeld tot het verlenen van haar medewerking aan de verkoop en levering van de partijen ieder voor de helft toebehorende onverdeelde woning, tot betaling aan de man van de helft van de maandelijkse woonlasten en een maandelijkse gebruikersvergoeding alsmede tot afgifte van de persoonlijke zaken van de man.

2.2.

De vrouw heeft geen gebruik gemaakt van haar recht in het incident te concluderen voor antwoord.

2.3.

De man heeft voldoende processueel belang bij de incidentele vordering. De gevraagde voorlopige voorziening hangt samen met de hoofdvordering en is gericht op een voorziening die voor de duur van de aanhangige bodemprocedure kan worden gegeven. Derhalve moet worden beoordeeld of een afweging van de materiële belangen van partijen de gevorderde ordemaatregel rechtvaardigt.

2.4.

Nu de vrouw geen verweer heeft gevoerd tegen de incidentele vordering van de man, zal de vrouw op na te melden wijze worden veroordeeld tot het verlenen van haar medewerking aan de verkoop en levering van de woning. Ook de gevorderde afgifte van de persoonlijke zaken van de man ligt voor toewijzing gereed, waarbij de vrouw een termijn van zeven dagen na betekening van dit vonnis zal worden gegund om aan deze veroordeling te voldoen. De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd als na te melden.

2.5.

Met betrekking tot de gevorderde betaling van de helft van de maandelijkse woonlasten, bestaande uit financierings-, eigenaars- en gebruikerslasten, en de maandelijkse gebruikersvergoeding, wordt het volgende overwogen. De rechtbank is van oordeel dat de (ex-)partner die in de gemeenschappelijke woning woont, in het algemeen ook de kosten daarvan behoort te dragen. Nu de vrouw thans als enige in de woning verblijft, bestaat aanleiding te bepalen dat zij met ingang van 1 oktober 2017 de volledige woonlasten moet betalen. Aangezien geen feiten of omstandigheden naar voren zijn gebracht op grond waarvan de vrouw, naast voldoening van de volledige woonlasten, gehouden zou zijn een gebruikersvergoeding aan de man te betalen, zal de gevorderde gebruikersvergoeding worden afgewezen. Kortom, het halve eigendomsaandeel van de man met de hieruit voortvloeiende draagplicht voor de helft van de lasten, valt weg wegens het ontbreken voor de man van gebruiksgenot en leidt niet tot een (aanvullende) gebruikersvergoeding voor de man, te minder nu de man heeft gesteld dat bij verkoop van de woning waarschijnlijk slechts een geringe overwaarde resteert.

2.6.

De rechtbank geeft partijen in overweging af te spreken dat de vrouw de helft van de bruto-rente voldoet aan de hypotheekverstrekker, dat zij het fiscale voordeel daarover geniet en dat zij de andere helft van de bruto-rente aan de man betaalt, waarbij de man gehouden is dit bedrag als helft van de totale bruto-rente aan de hypotheekverstrekker te betalen en dit fiscaal opvoert en het aldus door de man genoten fiscale voordeel over dit bedrag met de vrouw verrekent/vergoedt.

2.7.

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

veroordeelt de vrouw om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis haar medewerking te verlenen tot onderhandse verkoop van de woning gelegen aan [adres] [plaats] , kadastraal bekend gemeente [plaats] sectie E, [nummer] door het verlenen van de opdracht tot verkoop aan Tysma makelaardij tegen een vraagprijs van tenminste € [bedrag 1] en een opleveringstermijn van tenminste een maand,

3.2.

veroordeelt de vrouw op eerste verzoek haar medewerking te verlenen aan verkoop en levering van de woning gelegen aan [adres] Deventer, kadastraal bekend gemeente [plaats] sectie [nummer] aan een kopende partij voor een prijs van tenminste € [bedrag 2] en een opleveringstermijn van tenminste een maand,

3.3.

veroordeelt de vrouw op eerste verzoek haar medewerking te verlenen het notariële transport van de woning gelegen aan [adres] [plaats] , kadastraal bekend gemeente [plaats] sectie E, [nummer] aan een kopende partij voor een prijs van tenminste € [bedrag 2] en een opleveringstermijn van tenminste een maand,

3.4.

bepaalt dat in het geval de vrouw de in 3.1., 3.2. en 3.3. opgedragen medewerking niet verleent, dit vonnis op grond van artikel 3:300 BW dadelijk in de plaats zal treden van de akten die nodig zijn voor respectievelijk de verkoopopdracht, de verkoop en de levering van voornoemde woning,

3.5.

bepaalt dat de vrouw met ingang van 1 oktober 2017 de volledige woonlasten, bestaande uit financierings-, eigenaars- en gebruikerslasten, van voornoemde woning zal hebben te betalen tot en met de datum waarop zij deze woning metterwoon zal hebben verlaten,

3.6.

veroordeelt de vrouw om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis aan de man zijn persoonlijke zaken, te weten de autosleutels, de eigendomspapieren van de auto, zijn horloges, zijn spelcomputer, de barbecue, zijn boeken, de wasmachines en de droger, alsmede zijn kleren, af te geven en hem in de gelegenheid te stellen om een kopie te maken van de foto’s van [C] , die op de computer of op een andere gegevensdrager staan en die gemaakt zijn voor 4 maart 2017,

3.7.

veroordeelt de vrouw om aan de man een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 3.6. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,

3.8.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

3.9.

compenseert de kosten van het incident tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.10.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de hoofdzaak

3.11.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 januari 2018 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. Rijksen en in het openbaar uitgesproken op 29 november 2017.