Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4662

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-12-2017
Datum publicatie
19-12-2017
Zaaknummer
08/994504-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 32-jarige man uit Winterswijk tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar voor opslag en bezit en handel in grote hoeveelheden illegaal professioneel vuurwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige economische kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/994504-17 (P)

Datum vonnis: 18 december 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 in [geboorteplaats] ,

wonende in [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 29 mei 2017, 19 juli 2017 en 4 december 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. C.C. Westerling en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. D.P. Poppe, advocaat te Kampen, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

in de periode van 22 februari 2016 tot en met 7 december 2016 in Heek (Duitsland) samen met een ander of alleen professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of ter beschikking heeft gesteld aan anderen.

Voluit luidt de tenlastelegging - na een vordering aanpassing omschrijving van de tenlastelegging van 4 december 2017 - aan verdachte, dat:

hij een aantal malen in of omstreeks de periode van 22 februari 2016 tot en met 07 december 2016,

te Heek, Bondsrepubliek Duitsland,

samen en in vereniging met anderen of een ander danwel alleen, (telkens)

al dan niet opzettelijk,

een hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of ter beschikking heeft gesteld aan één of meer anderen,

immers heeft hij verdachte, al dan niet samen met zijn mededader(s),

al dan niet opzettelijk,

-op of omstreeks 07 december 2016 te Heek, Bondsrepubliek Duitsland,

-666, althans één of meer Shells (mortierbommen), aangeduid als

-8 stuks 6”shell (150 mm) mix carton, artikelnummer S6MA, en/of

-49 stuks 5”shell (125 mm) Mix carton, artikelnummer S5MA, en/of

-5 stuks 5”shells waaronder DS05 en/of FR5028, en/of

-36 stuks shells 4” ASS B, artikelnummer FR4 Mix B en/of

-26 stuks shells 4”, artikelnummer(s) FR4041 en/of FR4148 en/of FR4156, en/of

-144 stuks 3 inch shells , artikelnummer DS03, en/of

-6 stuks 3 inch shells , artikelnummer DS03, en/of

-72 stuks 3 inch shells , artikelnummer F3MIXB, en/of

-144 stuks 3 inch shells, artikelnummer F3MIXC, en/of

-72 stuks 3 inch shells , artikelnummer F3MIXB, en/of

-30 stuks 3”shells, waaronder artikelnummer DS03 en/of 18 F3M, en/of

-27 stuks 6”Display shells, artikelnummer SNY150M1, en/of

-41 stuks 3”shells, en/of

-6 stuks kal 60 Brokat & Salut, artikelnummer Nr 650

(Bijlagendossier B-843 t/m B-848 en B-889 (pv onderzoek vuurwerk) en B-849 t/m B-888 (NFI-deskundige verklaringen),

en/of

-31, althans één of meer Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed), aangeduid als

-3 stuks DumBum , artikelnummer C665DU, en/of

-1 stuks baterie 16sh 100mm Mortar , artikelnummer C16100A, en/of

-1 stuk Bateria 300ran, artikelnummer C30025T, en/of

-2 stuks Viper , artikelnummer C1675V, en/of

-1 stuk Cake 49 Sh. 75 mm Mortar 3”MixC , artikelnummer C495C, en/of

-1 stuk Fireworks show 222 , artikelnummer C22MF/C, en/of

-3 stuks Newyork 2 min 155 sh , artikelnummer NYMC155/CB, en/of

-1 stuk Sydney 2min, 155 sh , artikelnummer NYMC154/CB, en/of

-2 stuks Moskau 2 min,155sh, artikelnummer NYM155c CB, en/of

-1 stuk London 2 min,155sh , artikelnummer NYMC155E CB, en/of

-2 stuks CB Medium Fireworkshow 160sh , artikelnummer NYC30-M1, en/of

-1 stuk CBSmallFireworkshow 150sh , artikelnummer NYC30-M1), en/of

-1 stuk 298 shots Cake, artikelnummer UT4117, en/of

-1 stuk 3”36S Bateria , artikelnummer R1336A, en/of

-6 stuks Big Cake Mix , artikelnummer US2014, en/of

-3 stuks cbtwominutescreation 242 sh , artikelnummer NMYC-242, en/of

-1 stuk 728 Sh assorted cake, artikelnummer U31299

(Bijlagendossier B-843 t/m B-848 en B-889 (pv onderzoek vuurwerk) en B-849 t/m B-888 (NFI-deskundige verklaringen),

en/of

-3, althans één of meer stuks knalvuurwerk, genaamd Spain Cracker 5 en/of type Flash Bang Di Blasio,

(nagezonden NFI rapport 2014.02.03.084 Spanish cracker

opgeslagen en/of voorhanden gehad,

en/of

-40, althans één of meer shells (mortierbommem)

aan ene [naam 1] en/of ene [naam 2] , althans (een) ander(en), ter beschikking gesteld,

(Dossier Z-32 t/m Z-37 en Bijlagendossier B-555 t/m B-610 (COV-pv)).

3 De voorvragen

Partiële nietigheid dagvaarding

De rechtbank is van oordeel dat de dagvaarding voor wat betreft de zinsnede “binnen grondgebied van Nederland brengen” niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Het tenlastegelegde “binnen het grondgebied van Nederland brengen” is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende feitelijk en daarmee onbegrijpelijk, nu dit bestanddeel op geen enkele wijze feitelijk nader wordt omschreven. Dit leidt er toe dat de dagvaarding ten aanzien van het tenlastegelegde “binnen het grondgebied van Nederland brengen” nietig zal worden verklaard.

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding - voor het overige - geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in haar vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, in vereniging, heeft gepleegd. De officier van justitie heeft haar standpunt – kort

samengevat – gebaseerd op het onderzoek aan het in beslaggenomen vuurwerk door de politie, de NFI-rapporten, de door verdachte en medeverdachte afgelegde verklaringen, de bevindingen van het observatieteam en de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] .

4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat er in het vooronderzoek vormverzuimen hebben plaatsgevonden. De raadsman heeft daarvoor – kort samengevat – aangevoerd dat de melding via Meld Misdaad Anoniem niet als start van dit onderzoek kon worden gebruikt en dat er onvoldoende verdenking bestond tegen medeverdachte [medeverdachte] (hierna: medeverdachte) om hem als verdachte aan te merken. Daarnaast was de inzet van de bijzondere opsporingsmethoden verbonden aan en gericht op het woonadres van medeverdachte onrechtmatig en is onduidelijk hoe de politie aan de informatie van het onderzoek Cocker, die aan het onderhavige onderzoek is toegevoegd, is gekomen en hoe dit onderzoek is uitgevoerd.

De raadsman heeft zich subsidiair op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen, het binnen het grondgebied van Nederland brengen van vuurwerk en het ter beschikking stellen van vuurwerk aan [naam 1] en [naam 2] , omdat daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Verdachte dient bovendien te worden vrijgesproken van het voorhanden hebben en opslaan van vuurwerk van het merk Klasek en de tenlastegelegde drie stuks knalvuurwerk Spain Cracker 5 en/of type Flash Bang Diblasio, nu dat vuurwerk eigendom van medeverdachte was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Het rechtmatigheidsverweer van de rechtbank

Anders dan de verdediging heeft bepleit is de rechtbank niet gebleken van enige onrechtmatigheid in het vooronderzoek. De rechtbank merkt overigens op dat indien er al sprake zou zijn van enig vormverzuim daar naar het oordeel van de rechtbank ten aanzien van verdachte geen consequenties aan verbonden zouden moeten worden, aangezien verdachte niet in enig te respecteren belang zou zijn geschaad.

4.3.2

Het bewijs

4.3.2.1 Het voorhanden hebben en opslaan van vuurwerk in Heek

Op 7 december 2016 is in een garagebox in Heek een hoeveelheid vuurwerk inbeslaggenomen. Uit het onderzoek aan het vuurwerk is gebleken dat in die garagebox onder meer 666 shells, 31 flowerbeds en 3 bangers waren opgeslagen.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat een deel van dit vuurwerk voorzien was van categorie indeling F4. Dit vuurwerk moet reeds gelet op de categorie-indeling als professioneel vuurwerk worden aangemerkt. Uit de bewijsmiddelen blijkt voorts dat een gedeelte van de inbeslaggenomen shells niet was voorzien van een categorie-indeling. Deze shells hebben een kaliber van 2,5 inch of groter en zijn gelet op het NFI rapport betreffende mortierbommen geen toegestaan consumentenvuurwerk. Nu deze shells geen toegestaan consumentenvuurwerk zijn, en niet waren voorzien van een categorie-indeling, zijn deze shells eveneens aan te merken als professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit. De inbeslaggenomen bangers waren evenmin voorzien van een categorie-indeling en zijn identiek aan bangers die eerder door het NFI zijn onderzocht en waarvan het NFI heeft geconcludeerd dat die moeten worden aangemerkt als professioneel vuurwerk. De inbeslaggenomen bangers zijn derhalve aan te merken als professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit. De inbeslaggenomen flowerbeds, die niet waren voorzien van een categorie-indeling dan wel waren voorzien van categorie indeling F3, hebben een grotere bruto massa dan 12,5 kg en zijn gelet op het NFI rapport betreffende flowerbeds geen toegestaan consumentenvuurwerk. Nu deze flowerbeds geen toegestaan consumentenvuurwerk zijn, zijn de flowerbeds aan te merken als professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit.

Verdachte heeft bekend dat hij geen vergunning of bewijs van vakbekwaamheid heeft om dergelijk vuurwerk in Duitsland te mogen opslaan en voorhanden te hebben. Ook in Duitsland was de opslag en het voorhanden hebben van dit vuurwerk verboden.

In vereniging voorhanden hebben en opslaan

Door de verdediging is betoogd dat verdachte en medeverdachte weliswaar beiden gebruik maakten van de garagebox, maar dat zij het door hen gekochte vuurwerk gescheiden hielden en dat verdachte derhalve enkel het door hem aangeschafte vuurwerk voorhanden heeft gehad en opgeslagen. De rechtbank stelt voorop dat het begrip voorhanden hebben een drietal factoren veronderstelt:

1. De aanwezigheid van het vuurwerk, al dan niet in de onmiddellijke nabijheid van de dader.

Daarbij geldt dat de eigendomsvraag van het vuurwerk er niet toe doet en in eerste instantie ook niet van belang is waar het vuurwerk zich bevindt. Wel is van belang dat de dader over het vuurwerk kan beschikken; deze beschikking hoeft niet onmiddellijk te zijn;

2. Een (machts)relatie tussen de dader en het vuurwerk.

Daarbij geldt dat het enkel onder zich hebben nog niet zonder meer ‘voorhanden hebben’ oplevert, alsmede dat er een zekere relatie dient te bestaan tussen het vuurwerk en de dader in de zin dat er met betrekking tot het vuurwerk een zekere machtsuitoefening mogelijk moet zijn en dat het gaat om een zekere handelingsbevoegdheid (beschikkingsmacht), waarvan ook sprake kan zijn als men geen zeggenschap heeft over het vuurwerk, maar wel over de plaats waar het zich bevindt;

3. Bewustheid van de dader met betrekking tot de aanwezigheid van het vuurwerk.

Daarbij geldt dat bij de dader een meerdere of mindere mate van bewustheid dient te bestaan ten opzichte van het aanwezig hebben van het vuurwerk en dat een verweer, inhoudende een ontkenning van de bewustheid, onderbouwd en van een niet al te hoog sprookjesgehalte zal moeten zijn.

De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte en medeverdachte blijkt dat verdachte de garagebox in Heek huurde, maar dat de huurkosten bij helfte door verdachte en medeverdachte werden gedeeld, dat zij beiden een sleutel van de garagebox hadden, dat de garagebox door hen beiden werd gebruikt voor de opslag van (professioneel) vuurwerk en dat zij wisten dat er ook (professioneel) vuurwerk lag dat door de ander was aangeschaft. Uit genoemde verklaringen blijkt bovendien dat medeverdachte een aantal keren naar Tsjechië is gereden om vuurwerk voor zowel hemzelf als voor verdachte op te halen, dat zij de brandstofkosten daarvoor deelden, dat verdachte en medeverdachte vervolgens soms samen de lading in Heek uitpakten, dat medeverdachte een aantal malen een leverancier, genaamd [naam 4] , namens verdachte heeft betaald en dat medeverdachte af en toe vuurwerk dat door verdachte was aangeschaft heeft verkocht, nadat tussen verdachte en medeverdachte overleg over de verkoopprijs had plaatsgevonden en er afspraken waren gemaakt over de verdeling van de winst. De rechtbank komt gelet hierop tot het oordeel dat verdachte en medeverdachte zich bewust waren van de aanwezigheid van al het op de tenlastelegging genoemde vuurwerk in de garagebox en dat zij daar ook beiden feitelijk over konden beschikken en een zekere machtsrelatie daarover uitoefenden. Naar het oordeel van de rechtbank was er gelet op voornoemde feiten en omstandigheden bovendien sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte in de zin van medeplegen. Verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank derhalve al het op de tenlastelegging genoemde vuurwerk in vereniging voorhanden gehad en opgeslagen.

4.3.2.2 Het ter beschikking stellen van vuurwerk aan [naam 1] en [naam 2]

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte in vereniging met medeverdachte professioneel vuurwerk, te weten 40 shells (mortierbommen), aan [naam 1] en [naam 2] ter beschikking heeft gesteld. De rechtbank overweegt daartoe dat medeverdachte heeft bekend dat hij vuurwerk dat door verdachte was aangeschaft aan [naam 1] en [naam 2] heeft verkocht. Hoewel de verkoop feitelijk door medeverdachte werd uitgevoerd, moet verdachte naar het oordeel van de rechtbank als medepleger worden aangemerkt, aangezien blijkens zowel de verklaring van verdachte als de verklaring van medeverdachte het aan [naam 1] en [naam 2] verkochte vuurwerk was ingekocht door verdachte en verdachte en medeverdachte overleg hebben gehad over de te hanteren verkoopprijs en de verdeling van de winst. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet hierop sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking in de zin van medeplegen.

De shells hebben een kaliber van 6 inch en zijn gelet op het NFI rapport betreffende mortierbommen geen toegestaan consumentenvuurwerk. Nu deze shells geen toegestaan consumentenvuurwerk zijn, en niet waren voorzien van een categorie-indeling, zijn deze shells aan te merken als professioneel vuurwerk in de zin van het Vuurwerkbesluit.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 7 december 2016,

te Heek, Bondsrepubliek Duitsland,

samen en in vereniging met een ander (telkens)

opzettelijk,

een hoeveelheid professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad en/of ter beschikking heeft gesteld aan anderen,

immers heeft hij verdachte, samen met zijn mededader,

opzettelijk,

-op 7 december 2016 te Heek, Bondsrepubliek Duitsland,

-666 Shells (mortierbommen), aangeduid als

-8 stuks 6”shell (150 mm) mix carton, artikelnummer S6MA, en

-49 stuks 5”shell (125 mm) Mix carton, artikelnummer S5MA, en

-5 stuks 5”shells waaronder DS05 en/of FR5028, en

-36 stuks shells 4” ASS B, artikelnummer FR4 Mix B en

-26 stuks shells 4”, artikelnummer(s) FR4041 en/of FR4148 en/of FR4156, en

-144 stuks 3 inch shells, artikelnummer DS03, en

-6 stuks 3 inch shells, artikelnummer DS03, en

-72 stuks 3 inch shells, artikelnummer F3MIXB, en

-144 stuks 3 inch shells, artikelnummer F3MIXC, en

-72 stuks 3 inch shells, artikelnummer F3MIXB, en

-30 stuks 3”shells, waaronder artikelnummer DS03 en/of 18 F3M, en

-27 stuks 6”Display shells, artikelnummer SNY150M1, en

-41 stuks 3”shells, en

-6 stuks Kal 60 Brokat & Salut, artikelnummer Nr 650

en

-31 Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed), aangeduid als

-3 stuks DumBum, artikelnummer C665DU, en

-1 stuks baterie 16sh 100mm Mortar, artikelnummer C16100A, en

-1 stuk Bateria 300ran, artikelnummer C30025T, en

-2 stuks Viper, artikelnummer C1675V, en

-1 stuk Cake 49 Sh. 75 mm Mortar 3”MixC, artikelnummer C495C, en

-1 stuk Fireworks show 222, artikelnummer C22MF/C, en

-3 stuks NEWYORK_2min 155 sh, artikelnummer NYMC155/CB, en

-1 stuk SYDNEY_2min, 155 sh, artikelnummer NYMC154/CB, en

-2 stuks MOSKAU_2 min,155sh, artikelnummer NYM155c CB, en

-1 stuk LONDON_2 min,155sh, artikelnummer NYMC155E CB, en

-2 stuks CBMedium Fireworkshow 160sh, artikelnummer NYC30-M1, en

-1 stuk CBSmallFireworkshow 150sh, artikelnummer NYC30-M1, en

-1 stuk 298 shots Cake, artikelnummer UT4117, en

-1 stuk 3”36S Bateria, artikelnummer R1336A, en

-6 stuks Big Cake Mix, artikelnummer US2014, en

-3 stuks cbtwominutescreation 242 sh, artikelnummer NMYC-242, en

-1 stuk 728 Sh assorted cake, artikelnummer U31299,

en

-3 stuks knalvuurwerk, genaamd Spain Cracker 5 en/of type Flash Bang Di Blasio,

opgeslagen en voorhanden gehad,

en

-40 shells (mortierbommen)

aan ene [naam 1] en ene [naam 2] ter beschikking gesteld.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer en artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren. De officier van justitie heeft bij haar eis meegewogen dat het een zeer grote hoeveelheid professioneel vuurwerk betrof die bestemd was voor de handel en door verdachte zonder enige beschermingsmaatregel is opgeslagen in een garagebox.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om, indien zij tot een bewezenverklaring komt, een werkstraf op te leggen, dan wel een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest, eventueel aangevuld met een voorwaardelijk gevangenisstraf. De raadsman heeft daarvoor

– kort samengevat – aangevoerd dat de voorlopige hechtenis reeds een flinke impact op verdachte heeft gehad, aangezien hij daardoor zijn baan en bedrijf is kwijtgeraakt, maar dat verdachte zijn leven inmiddels weer op de rails heeft.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een zeer grote hoeveelheid professioneel vuurwerk zonder over gespecialiseerde kennis en de vereiste vergunningen te beschikken. Het vuurwerk was in een garagebox in Duitsland opgeslagen en was volgens de verklaring van verdachte gedeeltelijk bestemd voor de illegale handel, waarmee het in handen zou komen van particulieren die ook niet over de vereiste papieren beschikken. Er waren door verdachte geen voorzieningen getroffen die noodzakelijk zijn voor de opslag van dergelijke gevaarlijke goederen. De risico’s die dat met zich brengt zijn algemeen bekend. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Verdachte heeft zich van dit gevaarzettend karakter geen enkele rekenschap gegeven.

Wat betreft de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder wegens strafbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank is gelet op de zeer grote hoeveelheid professioneel vuurwerk en de aard en de ernst van het feit van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een gedeeltelijk onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, passend en geboden.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27 en 91 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

partiële nietigheid dagvaarding

- verklaart de dagvaarding ten aanzien van het tenlastegelegde onderdeel “binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht” nietig;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer juncto artikel 1.2.2 Vuurwerkbesluit, opzettelijk begaan;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 5 (vijf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Stam, voorzitter, mr. S.K. Huisman en mr. A. Skerka, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Wilmink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2017.

Buiten staat

Mr. Stam is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, genaamd Poolvos met onderzoeksnummer ONRBA 16010 en proces-verbaalnummer POO-386.Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1. Het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , inclusief de bijlage ‘overzicht in beslag genomen vuurwerk te Heek’, pagina’s B-843 en B-889, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Op 21 december 2016 heb ik in Duitsland te Reken de partij vuurwerk die in de nacht van 7 op 8 december 2016 te Heek (Duitsland) in beslag is genomen, als materiedeskundige en in samenwerking met [politieambtenaar] , Kriminalhauptkommissar, Kriminalkommissariat 11, Polizei te Borken, Duitsland, op uiterlijke kenmerken onderzocht. Gegevens van de onderzochte artikelen zijn opgenomen in een excelbestand, die als bijlage Excel overzicht in beslag genomen vuurwerk Heek te Duitsland is gevoegd bij dit proces-verbaal.

2. Deskundigenverklaring Mortieren en mortierbommen van het Nederlands Forensisch Instituut van 24 maart 2010, opgemaakt en ondertekend door ing. H. Woortmeijer, pagina’s B-868 en B-873, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Mortierbommen voldoen aan de definitie van vuurwerk uit artikel 1.1.1 lid 1 van het Vuurwerkbesluit. Toegestaan consumentenvuurwerk moet krachtens artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit voldoen aan nader te stellen eisen. Deze eisen zijn beschreven in de Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 (RNEV 2004). Artikel 9 lid 1 stelt dat consumentenvuurwerk moet voldoen aan de in bijlage III per categorie gestelde eisen qua lading, constructie en eigenschappen.

Mortierbommen als zelfstandig artikel met:

- Een kaliber kleiner dan 3 inch en een massa van meer dan 7,1 gram voldoen hoogstwaarschijnlijk niet,

- Een kaliber van 3 inch en groter voldoen vrijwel zeker niet aan artikel 9 lid 1 van de RNEV 2004.

3. Bijlage deskundigenverklaring overgangsregeling Vuurwerkbesluit van het Nederlands Forensisch Instituut van 16 november 2010, opgemaakt en ondertekend door ing. H. Woortmeijer, pagina B-887, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Mortierbommen betreffen zogenaamde ‘shells’. Dit type vuurwerk komt niet voor in de normen (15947- 1 t/m 5) die zijn opgesteld met betrekking tot categorie 1, 2 of 3 vuurwerk. Derhalve betreffen mortierbommen (shells) volgens artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit, professioneel vuurwerk. Shells komen ook niet voor op de lijst met door Onze Minister aangewezen consumentenvuurwerk (bijlage 1 van de RACT). Het betreft hier per definitie professioneel vuurwerk.

4. Deskundigenverklaring Flowerbeds van het Nederlands Forensisch Instituut van 24 oktober 2008, opgemaakt en ondertekend door dr. M. Koeberg, pagina B-852, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

In artikel 9, eerste lid van de RNEV 2004 staat dat consumentenvuurwerk moet voldoen aan de in bijlage III van de RNEV 2004 gestelde eisen. Flowerbeds vallen onder categorie C2 van de gewijzigde bijlage III van de RNEV 2004. Het criterium voor de totale lading van vuurwerk uit deze categorie is 500 gram. Uit onderzoek is gebleken dat de pyrotechnische lading van een flowerbed circa 5 - 20 % van de bruto massa uitmaakt. Uitgaande van het percentage van 5 % met een veiligheidsmarge van 2,5 kg mag worden verwacht dat flowerbeds met een bruto massa van 12,5 kg of meer niet aan het criterium van 500 mg voor de totale pyrotechnische lading voldoen.

5. Het rapport explosievenonderzoek vanwege het voorhanden hebben van betwist vuurwerk in Bingelrade van het NFI van 7 maart 2014, opgemaakt en ondertekend door ing. H. Woortmeijer, pagina’s 9 en 18, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Het onderzoeksmateriaal (monster 3) betrof drie uiterlijk gelijkende cilindrische voorwerpen voorzien van een etiket met opdrukken. Op het etiket werden onder andere de opdrukken ‘Spanish Cracker 5’, ‘peso netto gr. 18’ peso lordo gr. 37,15’ Produzione 2013’ aangetroffen.

Onderzoeksmaterialen (monsters 1 tot en met 4) zijn pyrotechnische artikelen. Onder de aanname dat ze bedoeld zijn ter vermaak kunnen ze worden getypeerd als vuurwerk en meer specifiek als knalvuurwerk met flitspoeder (‘flash banger’). Onderzoeksmaterialen (monsters 1 tot en met 4 en monster 6) kunnen zowel vanwege artikel 1.1.1 eerste lid als vanwege artikel 1.1.1 derde lid van het Vuurwerkbesluit worden aangemerkt als professioneel vuurwerk.

6. De aanvullende fotobijlage bij het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , voor zover van belang.

7. Het proces-verbaal van bevindingen van 18 januari 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 1] , pagina’s B-846 en B-847, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

De indeling van vuurwerk ingevolge het Duitse Sprengstoffgesetz en Erste Verordnung zum Sprengstoffgesetz is redelijk vergelijkbaar met de Nederlandse indeling. In de Erste Verordnung zum Sprengstoffgesetz staat vermeld welk vuurwerk is toegestaan. Voor handelingen met ander vuurwerk dan vuurwerk van de Europese categorie F1 en F2 is een Erlaubnis (paragraaf 7 of 27 Sprengstoffgezetz) of Befähigungsschein (paragraaf 20 Sprengstoffgezetz) verplicht. Onder handelingen vallen onder meer het bewaren, overbrengen, gebruiken en/of het verhandelen of ter beschikking stellen aan anderen. Het ter beschikking stellen van vuurwerk categorie F3 en F4 mag alleen aan personen die over een Erlaubnis of Befähigungsschein beschikken.

De in Heek in beslag genomen partij vuurwerk bestond voor een belangrijk deel uit vuurwerk van de categorie F4 en F3. Voor zover de bepalingen van het Duitse Sprengstoffgezetz aldaar niet waren gerespecteerd zijn de strafbepalingen van paragraaf 40 van het Sprengstoffgezetz van toepassing, bijvoorbeeld indien de opslag van het vuurwerk zonder vergunning plaatsvond en/of het vuurwerk voorhanden was zonder Erlaubnis en/of Befähigungsschein.

8. Het proces-verbaal van bevindingen van 25 januari 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisant [verbalisant 2] , pagina’s B-908 en B-909, voor zover inhoudende als verklaring van de verbalisant:

Door mij is nagegaan in hoeverre verdachten:

- [medeverdachte] , geboren 04-03-1980 te Borne, en/of

- [verdachte] , geboren 20-09-1985 te Winterswijk,

zijn aan te merken als personen met gespecialiseerde kennis als bedoeld in artikel 3 lid 6 van de Europese richtlijn 2013/29/EU. Door mij is het register op 25 januari 2017 geraadpleegd. Verdachte [medeverdachte] noch verdachte [verdachte] komen voor in dit register en zijn op basis daarvan geen van beiden aan te merken als een persoon met gespecialiseerde kennis.

9. Het proces-verbaal van 2e verhoor verdachte van 28 februari 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pagina P-593, voor zover inhoudende:

V: In hoeverre ben jij in het bezit van een vergunning om in vuurwerk te mogen handelen?

A: Nee.

V: In hoeverre ben jij in het bezit van een vergunning om vuurwerk op te mogen slaan?

A: Nee.

V: In hoeverre ben jij in het bezit van een vergunning om vuurwerk in Duitsland op te mogen slaan?

A: Nee.

10. Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 24 januari 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pagina P-217, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

V: Ben jij een officiële beziger van vuurwerk in Nederland?

A: nee, dat ben ik niet.

V: Ben je dat in Duitsland?

A: Nee.

V: Bezit jij in Nederland of Duitsland over vergunningen om professioneel vuurwerk op te slaan?

A: Nee.

11. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 december 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:

Ik huurde de garagebox in Heek. Ik had zelf een sleutel. Het vuurwerk dat er lag kwam uit Tsjechië en Polen. [medeverdachte] haalde het op. Ik gaf hem geld mee om te betalen. De kosten van de huur van de garagebox en de benzinekosten deelden we altijd 50/50. In de tenlastegelegde periode heeft [medeverdachte] denk ik drie á vijf keer vuurwerk voor me opgehaald. Als ik erbij kon zijn dan hielp ik in Heek om het uit te pakken. Ik had ook veel vuurwerk dat afkomstig was van [naam 4] . Dat is een man uit Tsjechië. Het geld voor hem stuurde ik op. Ik heb het ook twee keer meegegeven aan [medeverdachte] om af te leveren. De laatste order bij [naam 4] had ik opgeslagen in Heek.

12. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 2 maart 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pagina’s P-622 en 624, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

We hadden een verdeling in de box. [medeverdachte] op links en ik op rechts.

V: [medeverdachte] heeft ook verklaard dat hij wel eens ander vuurwerk verkocht dan alleen Klasek maar dan was dat vuurwerk dat jij op voorraad had?

A: Ja, dat klopt. Hij heeft weleens wat van mij gepakt en verkocht.

V: En hoe ging dat dan met het geld bij zo’n verkoop?

A: Dat ging ook 50/50. De helft van de winst was voor [medeverdachte] en de helft was voor mij.

13. Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 20 december 2016, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , P-210, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

V: Waar is de sleutel met opschrift ‘ABUS Security’ van waarover u eerder bent bevraagd?

A: Dit is de sleutel van de box in Heek waar vuurwerk lag.

14. Het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte] van 24 januari 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] , pagina P-220, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

O: In totaal is er in de box in Heek ongeveer 1452 kg vuurwerk in beslag genomen. Dit betrof ongeveer 550 kg, afkomstig van Klasek en ongeveer 900 kg van Triplex en divers vuurwerk. Volgens ons behoort alles van Klasek aan jou toe.

V: Klopt dat?

A: Ja, dat klopt. Maar dan alleen dat van de eerste 3 palletplaatsen in de container. De rest was van [verdachte] .

15. Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 20 maart 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] , pagina’s P-388 en P-389, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

V: [verdachte] vertelde dat jij wel eens geld voor [naam 4] meenam naar Tsjechie. Wil je ons aangeven hoe dat in zijn werk ging?

A: ik kreeg gewoon een envelop mee en die heb ik hem overhandigd. Er zat geld in voor [naam 4] . Ik moest het aan hem overgeven.

V: Hoe vaak heb jij vuurwerk verkocht uit de container of box in Heek, waarover [verdachte] kon beschikken?

A: Een keer of twee.

16. Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 10 december 2016, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , pagina P-86, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

V: Geldt dat ook voor de shells van 6 inch die u op woensdagavond aan de twee dames uit Apeldoorn heeft verkocht en overgedragen?

A: Deze kwamen ze in Heek ophalen bij de Lidl buiten op de parkeerplaats.

V: Hebt u zelf het vuurwerk in de auto van deze dames gelegd?

A: Ja, dat heb ik zelf gedaan.

17. Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , pagina P-132, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

V: Hoe kwam de levering van de mortieren en de shells van de dames uit Apeldoorn vorige week tot stand?

A: De levering kwam tot stand door telefonisch contact tussen de man die contact had met de dames en mij. Ik heb volgens mij vorige week zaterdag [verdachte] S. gevraagd of hij nog wat had. Dit waren 4 dozen met vuurwerk.

18. Het proces-verbaal van verhoor medeverdachte [medeverdachte] van 20 maart 2017, opgemaakt en ondertekend door verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 3] , pagina P-389, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

V: Maar shells toch wel?

A: Ja, alleen die laatste keer. Die dozen aan de dames. Dat vuurwerk was van [verdachte] .

V: Als je de verkoop van het vuurwerk van [verdachte] rond kreeg met een klant en het vuurwerk verkocht had, wat was dan jouw deel van de winst?

A: In het geval van de dames uit Apeldoorn praten we dan over ongeveer 100 voor mij en 200 voor [verdachte] wat er tussen zat.

19. Het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 december 2017, voor zover inhoudende als verklaring van verdachte:

Die 40 shells waren afkomstig van de stapel van [naam 4] . [medeverdachte] heeft ze voor me verkocht. [medeverdachte] nam contact met me op en zei dat hij vier dozen had zien staan en dat hij die wel kwijt kon. Toen zei ik dat dat goed was. Ik wist voor welk bedrag ze zouden worden verkocht, daar is overleg over geweest.

20. De kennisgeving van inbeslagneming van 8 december 2016, pagina 521, voor zover inhoudende zakelijk weergegeven:

Goednummer: PL0600-2016357156-1313616

Object: vuurwerk

Aantal: 40 stuks.

21. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , bijlage 2, pagina B-566, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

Ik zag dat dit vuurwerk was van de soort Shell (mortierbommen).

Ik zag dat de Shell niet was bevestigd in een lanceerbuis.

Aantal stuks: 4, diameter: 6 inch.

Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk NIET was voorzien van een categorie-indeling.

Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk op grond van artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit wanneer het vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 7 van het Vuurwerkbesluit of de bestemming van het vuurwerk niet kan worden vastgesteld.

22. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , bijlage 3, pagina B-568, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

Ik zag dat dit vuurwerk was van de soort Shell (mortierbommen).

Ik zag dat de Shell niet was bevestigd in een lanceerbuis.

Aantal stuks: 2, diameter: 6 inch.

Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk NIET was voorzien van een categorie-indeling.

Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk op grond van artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit wanneer het vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 7 van het Vuurwerkbesluit of de bestemming van het vuurwerk niet kan worden vastgesteld.

23. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , bijlage 4, pagina B-570, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

Ik zag dat dit vuurwerk was van de soort Shell (mortierbommen).

Ik zag dat de Shell niet was bevestigd in een lanceerbuis.

Aantal stuks: 1, diameter: 6 inch.

Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk NIET was voorzien van een categorie-indeling.

Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk op grond van artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit wanneer het vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 7 van het Vuurwerkbesluit of de bestemming van het vuurwerk niet kan worden vastgesteld.

24. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , bijlage 5, pagina B-572, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

Ik zag dat dit vuurwerk was van de soort Shell (mortierbommen).

Ik zag dat de Shell niet was bevestigd in een lanceerbuis.

Aantal stuks: 4, diameter: 6 inch.

Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk NIET was voorzien van een categorie-indeling.

Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk op grond van artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit wanneer het vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 7 van het Vuurwerkbesluit of de bestemming van het vuurwerk niet kan worden vastgesteld.

25. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , bijlage 6, pagina B-574, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

Ik zag dat dit vuurwerk was van de soort Shell (mortierbommen).

Ik zag dat de Shell niet was bevestigd in een lanceerbuis.

Aantal stuks: 1, diameter: 6 inch.

Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk NIET was voorzien van een categorie-indeling.

Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk op grond van artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit wanneer het vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 7 van het Vuurwerkbesluit of de bestemming van het vuurwerk niet kan worden vastgesteld.

26. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , bijlage 7, pagina B-576, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

Ik zag dat dit vuurwerk was van de soort Shell (mortierbommen).

Ik zag dat de Shell niet was bevestigd in een lanceerbuis.

Aantal stuks: 27, diameter: 6 inch.

Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk NIET was voorzien van een categorie-indeling.

Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk op grond van artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit wanneer het vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 7 van het Vuurwerkbesluit of de bestemming van het vuurwerk niet kan worden vastgesteld.

27. Het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van 12 december 2016, opgemaakt en ondertekend door [verbalisant 6] , bijlage 8, pagina B-578, inhoudende zakelijk weergegeven als verklaring van de verbalisant:

Ik zag dat dit vuurwerk was van de soort Shell (mortierbommen).

Ik zag dat de Shell niet was bevestigd in een lanceerbuis.

Aantal stuks: 1, diameter: 6 inch.

Ik zag dat het door mij onderzochte vuurwerk NIET was voorzien van een categorie-indeling.

Op basis van mijn bevindingen stel ik vast dat dit vuurwerk is aan te merken als professioneel vuurwerk op grond van artikel 5.3.5 lid 2 van het Vuurwerkbesluit wanneer het vuurwerk bestemd is voor particulier gebruik als bedoeld in artikel 1.2.2 lid 7 van het Vuurwerkbesluit of de bestemming van het vuurwerk niet kan worden vastgesteld.