Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4600

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
13-12-2017
Datum publicatie
13-12-2017
Zaaknummer
08/955004-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 26-jarige man uit Deventer tot een gevangenisstraf van 8 maanden en ontzegging van de rijbevoegdheid voor 2 jaar voor het veroorzaken van een verkeersongeluk met dodelijke afloop. De man veroorzaakte vorig jaar oktober een zeer ernstig verkeersongeval door te hard te rijden en op een weg met twee doorgetrokken asstrepen doelbewust de voor hem rijdende automobilist te gaan inhalen. Door deze inhaalmanoeuvre is de man in aanrijding gekomen met een motorrijder die als gevolg van de aanrijding is overleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2018/42
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/955004-17

Datum vonnis: 13 december 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1991 in [geboorteplaats 1] ( [land] ),

wonende in [woonplaats] ,

nu uah verblijvende in PI Leeuwarden, Holstmeerweg 7 te Leeuwarden.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 november 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. E. Agelink en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 14 oktober 2016 in Wierden als automobilist een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij de heer [slachtoffer] om het leven is gekomen danwel dat verdachte op die datum in Wierden de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te Wierden in de gemeente Wierden, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto), gaande in de richting Wierden, daarmee rijdende op de uit twee

rijstroken, bestaande weg, de Rijssensestraat (N350),

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft

gereden, hierin bestaande dat verdachte,

met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, althans met een grotere

snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 21 aanhef onder a van het Reglement

verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte maximaal toegestane

snelheid van 80 kilometer per uur over die weg, (de Rijssenseweg (N350))

heeft gereden en/of

(telkens) een voor hem uit over die weg, de Rijssensestraat (N350)) rijdend

ander motorrijtuig (personenauto) heeft trachten in te halen en/of (telkens)

zeer dicht achter dat andere motorrijtuig (personenauto) heeft gereden en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet op het direct voor hem, verdachte

gelegen weggedeelte van die weg (de Rijssensestraat (N350)) en/of

in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn, verdachtes

verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto), terwijl

hij, verdachte zeer dicht achter dat andere motorrijtuig reed, naar links

heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of geheel of gedeeltelijk op de

voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de

Rijssensestraat (N350)) is terecht gekomen en/of

in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement, zich

aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van

die weg (de Rijssensestraat (N350)) aangebrachte dubbele doorgetrokken streep,

inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de

rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders

mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep

is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" ,

heeft bevonden en/of

geheel of gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde

rijstrook van die weg (de Rijssensestraat (N350)) is gebotst tegen, in elk

geval in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer

bestemde rijstrook van die weg (de Rijssensestraat (N350)) rijdend, toen dicht

genaderd zijnd ander motorrijtuig (motorfiets) en/of de bestuurder van dat

andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder van dat

andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten

verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander(genaamd [slachtoffer]

) werd gedood en/of

welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte zeer

dicht achter een ander voertuig is gaan rijden en/of gevaarlijk is gaan

inhalen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij op of omstreeks 14 oktober 2016 te Wierden in de gemeente Wierden, als

bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gaande in de richting

Wierden, daarmee met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur, althans

met een grotere snelheid dan de aldaar ingevolge artikel 21 aanhef onder a

van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 voor hem, verdachte

maximaal toegestane snelheid van 80 kilometer per uur heeft gereden op de uit

twee rijstroken, bestaande weg, de Rijssensestraat (N350)) en

(telkens) een voor hem uit over die weg, de Rijssensestraat (N350)) rijdend

ander motorrijtuig (personenauto) heeft trachten in te halen en/of (telkens)

zeer dicht achter dat andere motorrijtuig (personenauto) heeft gereden en/of

in strijd met artikel 3 van voormeld reglement niet aan zijn, verdachtes

verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of

met dat door hem, verdachte bestuurde motorrijtuig (personenauto), terwijl

hij, verdachte zeer dicht achter dat andere motorrijtuig reed, naar links

heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of geheel of gedeeltelijk op de

voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de

Rijssensestraat (N350)) is terecht gekomen en/of

in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement, zich

aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van

die weg (de Rijssensestraat (N350)) aangebrachte dubbele doorgetrokken

streep, inhoudende: "Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van

de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders

mogen zich niet links van en doorgetrokken streep bevinden, indien die streep

is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen" ,

heeft bevonden en/of

geheel of gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer

bestemde rijstrook van die weg (de Rijssensestraat (N350)) is gebotst tegen,

in elk geval in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend

verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Rijssensestraat (N350)) rijdend,

toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (motorfiets) en/of de bestuurder

van dat andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder

van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Op 14 oktober 2016 heeft verdachte als bestuurder van een personenauto Volkswagen Polo op de N350 komende uit de richting Rijssen gereden in de richting Wierden. De rijbaan was door middel van twee doorgetrokken asstrepen verdeeld in twee rijstroken. Verdachte heeft een voor hem rijdende auto willen inhalen en heeft daartoe de twee doorgetrokken strepen overschreden. Hij is met zijn personenauto de linker weghelft opgereden en daar met de linkerzijde van zijn voertuig frontaal in aanrijding gekomen met een hem tegemoetkomende motorrijder. Het linker voorwiel van de Volkswagen bevond zich op het moment van de aanrijding op een afstand van ongeveer 1,1 meter voorbij de linker witte asstreep. Dit is ongeveer 1,65 meter over de wegas. Verdachte heeft met een snelheid van 97 kilometer per uur gereden.

De motorrijder heeft tijdens de aanrijding met de auto met zijn linker arm de auto ongeveer ter hoogte van de linker a-stijl geraakt. Hierdoor werd zijn arm (deels) afgerukt. De motorrijder volgde na de aanrijding met de auto ongeveer dezelfde richting als de motorfiets. Hij kwam in de linker berm van de parallelweg tot stilstand. De motorrijder is aan zijn verwondingen overleden.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde bewezen kan worden verklaard. Vanwege de omstandigheden van het ongeval, die er in bestaan dat verdachte met een snelheid van 97 kilometer per uur heeft gereden waar een maximum snelheid van 80 kilometer per uur geldt, hij de ter plaatse de aanwezige doorgetrokken streep heeft overschreden en is gaan rijden op het weggedeelte voor tegemoetkomend verkeer om een voor hem rijdende auto in te halen, waardoor hij in aanrijding is gekomen met de heer [slachtoffer] die daardoor is komen te overlijden, is er volgens de officier van justitie sprake geweest van zeer onvoorzichtig en onachtzaam rijgedrag door verdachte (ernstige schuld).

4.3

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken. Verdachte heeft weliswaar geprobeerd om in te halen op een locatie waar dat niet mag, maar verdachte heeft de inhaalmanoeuvre, blijkens de verklaring van getuige [getuige 1] , op een juiste manier ingezet. Verdachte heeft de motorrijder niet gezien. Daarbij geldt dat uit getuigenverklaringen moet worden afgeleid dat de motorrijder heel hard reed, wellicht tot een snelheid van 200 kilometer per uur, waarmee de motorrijder de maximumsnelheid heeft overschreden met 120 kilometer per uur. De motorrijder heeft door ter plaatste te hard te rijden, ook een risico genomen. Door het feit dat verdachte geconfronteerd werd met tegemoetkomend verkeer dat veel te snel, wellicht 200 kilometer per uur reed, kan hem niet worden verweten dat hij aanmerkelijk onoplettend heeft gereden of dat hij de geboden voorzichtigheid aanmerkelijk heeft verwaarloosd.

Het subsidiair tenlastegelegde kan volgens de verdediging wel bewezen worden.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijk mate van schuld. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Gekeken moet worden naar het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en voorts naar de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 19941.

Uit de bevindingen van de verbalisanten zoals weergegeven in het rapport van de verkeersongevalsanalyse (VOA), in samenhang bezien met de verklaring die verdachte ter zitting heeft afgelegd en de verklaringen van getuige [getuige 1] en getuige [getuige 2] , acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 14 oktober 2016 op de N350, met zijn personenauto 17 kilometer per uur harder heeft gereden dan de ter plaatse geldende maximum snelheid, dat hij, ondanks dat het een weg met twee doorgetrokken asstrepen betrof, gepoogd heeft in te halen en dat hij bij deze inhaalpoging in aanrijding is gekomen met een motorrijder, te weten [slachtoffer] .

Verdachte heeft hiermee niet alleen gepoogd in te halen op een plek waar dit niet is toegestaan, hij heeft dit gedaan met een substantieel hogere snelheid dan de geldende maximumsnelheid. Getuige [getuige 1] , die in de auto voor verdachte reed , heeft verklaard dat verdachte voordat hij inhaalde aan het kleven was. Getuige [getuige 2] , die met twee auto’s ertussen, achter verdachte reed, heeft verklaard dat het op het moment van de aanrijding vrij druk op de weg was met een stroom van verkeer uit beide richtingen. Het eerste wat hij dacht toen hij zag dat verdachte naar de linker rijbaan ging was dat het idioot was om daar in gaan te halen.

De rechtbank is gelet op bovenstaande van oordeel dat verdachte zeer onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden, wat betekent dat verdachte schuld heeft in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De verdediging heeft nog aangevoerd dat de motorrijder veel harder reed dan de maximumsnelheid. Blijkens het VOA-rapport kon de snelheid van de motorrijder met het uitgevoerde technische sporenonderzoek echter niet worden bepaald. Verder hebben de gehoorde getuigen hierover wisselend verklaard en heeft geen van de getuigen die verklaarden dat ze een motorrijder hebben gezien die heel hard reed, de aanrijding met deze motorrijder ook daadwerkelijk zien gebeuren. Nu op basis van het dossier derhalve niet kan worden vastgesteld dat de motorrijder te hard heeft gereden, gaat de rechtbank aan deze stelling van de verdediging voorbij.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

op 14 oktober 2016 in de gemeente Wierden als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), gaande in de richting Wierden, daarmee rijdende op de uit twee rijstroken, bestaande weg, de Rijssensestraat (N350),

zeer onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

met een snelheid van ongeveer 97 kilometer per uur over die weg, (de Rijssensestraat (N350)) heeft gereden en een voor hem uit over die weg, de Rijssensestraat (N350)) rijdend

ander motorrijtuig (personenauto) heeft trachten in te halen en niet heeft gelet op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (de Rijssensestraat (N350)) en

met dat door hem bestuurde motorrijtuig (personenauto), terwijl hij zeer dicht achter dat andere motorrijtuig reed, naar links heeft gestuurd en naar links is gegaan en gedeeltelijk op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Rijssensestraat (N350)) is terecht gekomen en

in strijd met het gestelde in artikel 76 lid 1 van voormeld reglement , zich aan de linkerzijde van een ter plaatse op het wegdek tussen de rijstroken van die weg ( de Rijssensestraat (N350)) aangebrachte dubbele doorgetrokken streep, inhoudende: “Een doorgetrokken streep die zich niet langs de rand van de rijbaan-verharding bevindt, mag niet worden overschreden en/of bestuurders mogen zich niet links van een doorgetrokken streep bevinden, indien die streep is aangebracht tussen rijstroken of paden met verkeer in beide richtingen” heeft bevonden en

gedeeltelijk rijdend op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Rijssensestraat (N350)) in aanrijding is gekomen met een op die voor het tegemoetkomend verkeer bestemde rijstrook van die weg (de Rijssensestraat (N350)) rijdend, toen dicht genaderd zijnd ander motorrijtuig (motorfiets) en de bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets), ten gevolge waarvan die bestuurder van dat andere motorrijtuig (motorfiets) ten val is gekomen,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] werd gedood en welk feit is veroorzaakt doordat verdachte gevaarlijk is gaan inhalen.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. Verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij artikel 175 van de Wegenverkeerswet 1994. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood terwijl de schuldige gevaarlijk heeft ingehaald.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de tijd van twee jaren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht bij het bepalen van de strafmaat aansluiting te zoeken bij vergelijkbare zaken en bij oplegging van een taakstraf om, overeenkomstig het verzoek van de nabestaanden, verdachte te werk te stellen bij revalidatiecentrum [instelling] te Enschede.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met verschillende factoren. Zo kijkt de rechtbank naar de aard en de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Daarnaast kijkt de rechtbank naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Eveneens kijkt de rechtbank naar de Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte.

De rechtbank stelt bij de beoordeling van de straf het volgende voorop. Het veroorzaken van een ongeval waarbij een ander wordt gedood is een zeer ernstig feit. Verdachte heeft de heer [slachtoffer] niet met opzet aangereden en heeft dit ook niet gewild. Het ongeval is evenwel aan verdachtes schuld te wijten en door zijn toedoen leeft de heer [slachtoffer] niet meer. Dit is een enorm verlies voor zijn ouders en zus; zij moeten hun zoon en broer missen. Uit de namens de nabestaanden ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring blijkt hoe moeilijk dit voor hen is en hoe moeilijk het is om de draad van hun leven weer op te pakken. Nog dagelijks worden zij geconfronteerd met het grote gemis. Het ongeval heeft onherstelbaar leed veroorzaakt bij de nabestaanden en een strafrechtelijk sanctie in welke vorm dan ook, zal het door het verlies veroorzaakte leed nooit ongedaan kunnen maken.

Evenwel dient vanwege de strafbare gedraging en de strafbare dader strafoplegging te volgen, waarbij in dit soort zaken dient strafoplegging vooral afgezet te worden tegen de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate van schuld daaraan van verdachte. De desastreuze gevolgen van de door verdachte gemaakte verkeersfout spelen uiteraard mee in de strafmaat, maar zijn niet de doorslaggevende factor.

Het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) heeft voor diverse strafbare feiten oriëntatiepunten opgesteld. De oriëntatiepunten die het LOVS voor een feit als dit hanteert, houden in dat bij een dodelijk verkeersongeluk, waarbij ernstige schuld is bewezen, een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden met daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren opgelegd. De officier van justitie heeft gevorderd deze straf aan verdachte op te leggen. De rechtbank ziet evenwel in na te noemen omstandigheden redenen om af te wijken van die eis en aan verdachte een zwaardere straf op te leggen.

Verdachte heeft een zeer ernstig verkeersongeval veroorzaakt. De omstandigheden waaronder dit ongeval is veroorzaakt zijn gelegen in het feit dat verdachte te hard heeft gereden en hij op een weg met twee doorgetrokken asstrepen doelbewust de voor hem rijdende automobilist is gaan inhalen. Door de inhaalmanoeuvre is verdachte in aanrijding gekomen met een motorrijder die als gevolg van de aanrijding is komen te overlijden.

Naast genoemde omstandigheden baseert de rechtbank zich bij de strafoplegging ook op het strafblad van verdachte. Hieruit volgt onder meer dat verdachte eerder in aanraking met justitie is geweest voor overtredingen betreffende de Wegenverkeerswet 1994 waarbij hem forse geldboetes en ook al eens een ontzegging zijn opgelegd. Op basis hiervan en gelet op hetgeen verdachte ter zitting heeft verklaard over zijn rijgedrag op de weg, kan de rechtbank zich niet aan de indruk onttrekken dat verdachte zich niet veel gelegen laat liggen aan de geldende verkeersregels en in het verkeer zijn eigen afwegingen maakt. Dit acht de rechtbank ontoelaatbaar.

Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden dient te worden opgelegd met daarnaast een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaren.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 91 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 178 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert het misdrijf:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood terwijl de schuldige gevaarlijk heeft ingehaald;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

- ontzegt verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 2 (twee) jaren.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Rikken, voorzitter, mr. J. Wentink en

mr. A.M. den Dulk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W.J. van der Leest, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 13 december 2017.

Mr. Rikken is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer [nummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van de zitting van 29 november 2017, onder meer inhoudende, als verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Op 14 oktober 2016 reed ik als bestuurder van een Volkswagen Polo op de N350 in de richting van Wierden. Ik wilde de auto voor mij inhalen. Ik heb ingehaald op een plek waar het niet mocht.

Desgevraagd zeg ik u, voorzitter, dat het wel kan kloppen dat ik 97 kilometer per uur heb gereden omdat ik wilde inhalen.

2.

Een proces-verbaal verkeersongevalanalyse (VOA) van 25 november 2016, voor zover inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , onder meer bevattende, zakelijk weergegeven:

Op 14 oktober 2016 hebben wij, [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , een onderzoek ingesteld naar de toedracht van het plaatsgevonden verkeersongeval en de technische staat van de daarbij betrokken voertuigen.

1.2

Beknopte ongevalsbeschrijving

Het betrof een frontale aanrijding tussen een motorfiets en een personenauto. De aanrijding heeft plaatsgevonden op de N350, op de rijstrook bestemd voor het verkeer komende uit Wierden en gaande in de richting Rijssen. Dit was de rijstrook bestemd voor de motorfiets. Op deze rijstrook kwam de motorfiets in botsing met een hem tegemoet komende personenauto.

De motorfiets raakte de linker (voor)zijde van de auto en schampte langs het voorspatbord en linker portier. Door deze aanrijding raakte de linker zijde van het motorblok van de motorfiets, het linker voorwiel van de auto. Door deze botsing werd de velg van de auto vernield en tekende daardoor, vanaf de plaats aanrijding tot aan de eindpositie een bandenspoor en een kras af. De door de aanrijding eveneens vernielde motorfiets werd naar rechts gedwongen en kwam in de gezien de rijrichting van de motorfiets, rechter berm. Hier ging de motorfiets mogelijk "over de kop" en kwam in de rechter berm van de parallelweg tot stilstand. De bestuurder van de motor raakte tijdens de aanrijding met de auto, met zijn linker arm de auto ongeveer ter hoogte van de linker a-stijl. Hierdoor werd de arm (deels) afgerukt. De bestuurder van de motorfiets volgde na de aanrijding met de auto, ongeveer de zelfde richting als de motorfiets. De bestuurder kwam in de linker berm van de parallelweg tot stilstand.

4.4

Op basis van de aangetroffen sporen hebben wij vastgesteld dat de aanrijding tussen de

motorfiets en de personenauto, op de rijstrook bestemd voor de motorfiets heeft

plaatsgevonden. Het linker voorwiel van de Volkswagen bevond zich op het moment van

de aanrijding op een afstand van ongeveer 1,1 meter voorbij de linker doorgetrokken

witte asstreep. Dit is ongeveer 1,65 m over de wegas.

2.3.1

Sporen op het wegdek

In de rijrichting, die het voertuig merk Volkswagen ten tijde van het ongeval gehad moet hebben, zagen wij op het wegdek een recent bandenspoor en links daarnaast, een recent krasspoor met een gemeten lengte van 63,40 meter. Deze sporen waren afgetekend vanaf de botsplaats tot aan de eindpositie van het linker voorwiel van de Volkswagen.

Foto 1 toont (ongeveer tussen de twee gele pijlen) de plaats waar het linker voorwiel van de Polo zich bevond op het moment van de aanrijding met de motorfiets. Door de aanrijding werd het linker voorwiel vernield en konden de op de foto zichtbare sporen veroorzaakt worden.

Foto 2. In de rijrichting die het voertuig merk Suzuki ten tijde van het ongeval gehad moet hebben, zagen wij op het wegdek een recent spoor met een lengte van 1,90 meter. Dit dun afgetekende zwarte spoor bevond zich 3,71 meter voorbij de plaats aanrijding en was mogelijk door een band van de motorfiets veroorzaakt. De plaats aanrijding bevond zich in de rode cirkel op foto 2.

Wij zagen daar geen andere recente bandensporen.

Foto 3. Wij troffen de Volkswagen op de linker rijstrook, ongeveer 63,4 meter voorbij de plaats aanrijding. De eindpositie van de Volkswagen is in de foto, aangeduid met de gele pijl. De plaats aanrijding is aangeduid met de gele ster.

Eindpositie Suzuki motorfiets

Foto 4. Nabij de gele pijlpunt de eindpositie van motorfiets, in de rechter berm van de parallelweg. Dit is ongeveer 58,5 meter voorbij de plaats van de aanrijding.

3 Voertuigonderzoek

Op ons verzoek is door Volkswagendealer [naam] , een diagnoseverslag gemaakt van de in de Volkswagen aanwezige opgeslagen voertuigdata.

Naast nog andere data, is ook de rijsnelheid van het moment van registratie van de storing genoemd. De rijsnelheid van de Volkswagen was 97 km/h.

Hieruit leiden wij af dat de Volkswagen op het moment van de aanrijding gereden heeft met een snelheid van ongeveer 97 km/h, waar een maximum snelheid van 80 km/h toegestaan was.

5.2

Ongevalsoorzaak, toedracht en gevolg.

Aan de hand van de schades en de aangetroffen sporen werd duidelijk hoe het ongeval had plaatsgevonden en hoe de voertuigen met elkaar in aanraking waren gekomen. Hierbij bleek ons dat de Volkswagen Polo zich 1,65 meter over de wegas, op de linker rijstrook van de Rijssensestraat bevond toen de aanrijding met de tegemoet komende motorfiets plaatsvond.

3.

Een proces-verbaal van verhoor getuige van 27 december 2016, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] , zakelijk weergegeven:

Ik bel naar aanleiding van het ongeluk van vanavond in Wierden. Ik bel nu pas daar ik mij realiseer dat die witte auto die de motor heeft geraakt, mij wilde inhalen.

Ik reed vanavond, 14 oktober 2016, op de 350.

Ik kwam uit de richting van Goor en ging naar Wierden.

Achter mij reed een Volkswagen. Dit weet ik omdat de auto achter mij aan het kleven was. Ik zag de auto in mijn binnenspiegel.

Ik reed 80 km.

De witte auto wilde mij inhalen en ik zag dat hij al over de witte doorgetrokken streep reed. Ik zag een motorrijder uit de richting van Wierden komen en dacht als dat maar goed gaat. Echter heb ik ook wel een knal gehoord.

De witte auto reed al wel links schuin achter mij. Niet naast mij. De auto had verlichting aan en de motorrijder ook.

4.

Een proces-verbaal van verhoor getuige van 16 oktober 2016, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 1] , zakelijk weergegeven:

Op 14 oktober 2016 reed ik als bestuurster van mijn personenauto in de richting Wierden.

Toen ik op de Rijssenseweg reed, reed ik op mijn teller ca. 80 kilometer per uur. Ik zag in mijn binnenspiegel een witte auto, volgens mij een witte VW Golf. Ik zag dat die zat te 'drukken' en dat die bestuurder mij kennelijk in wilde halen. Ik zag dat omdat die bestuurder steeds iets dichter bij me kwam rijden en dan weer iets afstand hield en dan weer naar me opreed. Deze auto voerde gewoon dimlichten. Beide koplampen werkten.

Hij kon me niet inhalen, er kwamen ook auto's uit tegenovergestelde richting.

Net na het viaduct over deze weg zag ik in mijn binnenspiegel dat de bestuurder van die witte auto mij ging inhalen. Ik zag, toen ik voor me keek, dat er een motor vanuit de richting Wierden aan kwam rijden.

Ik zag dat die motorrijder het dimlicht van zijn motorfiets had ontstoken.

Ik zag in mijn ooghoeken dat die witte auto schuin links naast mij reed.

Ik hoorde toen een 'plok' geluid en toen ik in mijn buitenspiegel en naar links keek zag ik de auto tot stilstand komen en ik zag dat de linker koplamp van die witte auto het niet meer deed.

5.

Een proces-verbaal van verhoor getuige van 19 oktober 2016, voor zover inhoudende de verklaring van [getuige 2] , zakelijk weergegeven:

Op 14 oktober reed ik over de N350 in de richting Wierden komende uit de richting van Rijssen. Het was op dat moment bijna donker en iedereen voerde verlichting. Het was op dat moment vrij druk op de weg. Er was een stroom van verkeer uit beide richtingen.

Toen ik op een recht stuk weg reed alwaar een dubbele doorgetrokken streep aanwezig

is zag ik dat er voor me een witte auto naar de linker rijbaan ging.

Het eerste wat ik dacht was "Die idioot (of gek) haalt hier in". De bestuurder van de witte auto heeft volgens mij geen richting aangegeven voordat hij inhaalde. Ik heb geen richtingaanwijzers gezien. Ik zag kort nadat hij naar links ging remlichten oplichten van die witte auto.

6.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5° Sv, te weten een GGD-schouwverslag van drs. S. van der Veen, forensisch arts, van 14 oktober 2016, voor zover inhoudende:

Cliënt [slachtoffer]

Geslacht Man

Geboren op [geboortedatum 2] 1994 te [geboorteplaats 2]

Overlijdensdatum 14-10-2016 19:05

Schouwverslag

Op 14-10-2016 werd het slachtoffer geraakt door een tegemoetkomende auto. De auto reed op de verkeerde weghelft.

Aangezicht Kneuzing met zwelling rond het rechter oog.

Mond Bloederig vocht loopt uit de mond.

Linkerarm Volledige traumatische amputatie door de bovenarm.

Rechterbeen Verbrijzeld onderbeen bij de enkel.

Borst Gebroken en losgeraakt sleutelbeen links. Twee gebroken ribben links boven in de borstkas. Gebroken borstbeen. Bloeduitstorting streepvormig, horizontaal over de borst lopend. Zou kunnen passen bij het stuur van de motor, welke met grote kracht en snelheid tegen de borst is gekomen.

Rug Striemen diagonaal over de rug lopend.

Conclusie ernstige, dodelijke verwondingen ontstaan door verkeersongeval. Overledene reed op een motor en werd geraakt door een tegemoetkomende auto.

Niet natuurlijk overlijden door verkeersongeval.

1 HR 1 juni 2004, NJ 2005, AO5822.