Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4518

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
05-12-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
07.650302-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel wijst vordering tot TBS met dwangverpleging toe. Bij vonnis van de rechtbank van 22 april 2013 is de man ter beschikking gesteld met voorwaarden. Overtreding van bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht - Strafraadkamer

Parketnummer : 07.650302-12

Uitspraak : 5 december 2017

Beslissing op de vordering van het openbaar ministerie tot alsnog verpleging van:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende in HvB te Zwolle,

hierna te noemen: betrokkene,

die ter beschikking is gesteld met voorwaarden.

Betrokkene is bij vonnis van deze rechtbank d.d. 22 april 2013 ter beschikking gesteld met voorwaarden, van welke terbeschikkingstelling de termijn op 22 april 2013 is ingegaan. Deze terbeschikkingstelling is laatstelijk met twee jaar verlengd bij beschikking van deze rechtbank d.d. 2 mei 2017.

Het openbaar ministerie heeft op 8 juni 2017 een vordering ingediend inhoudende dat betrokkene alsnog van overheidswege wordt verpleegd.

Op 9 juni 2017 heeft de rechter-commissaris, na vordering daartoe van de officier van justitie op 8 juni 2017, de voorlopige verpleging van betrokkene bevolen.

Het onderzoek in raadkamer heeft plaatsgevonden op 18 juli 2017.

Bij beslissing van 1 augustus 2017 heeft de rechtbank het onderzoek heropend, en voor een maximale duur van drie maanden geschorst, zodat Tactus Verslavingszorg:

  • -

    zal (laten) onderzoeken alwaar betrokkene een klinische behandeling, in een FPK of een soortgelijke instelling, kan ondergaan, zoals hiervoor bedoeld;

  • -

    over de eventuele aanpassing/wijziging van de (bijzondere voorwaarden) bij de TBS met voorwaarden zal adviseren/rapporteren.

[naam 1] , werkzaam als reclasseringswerker bij Verslavingszorg Noord Nederland, heeft op 10 november 2017 aanvullend gerapporteerd. Als bijlage is gevoegd de brief van
C. van der Hoeven, psychiater FPK Assen (GGZ Drenthe) van 5 oktober 2017.

Geadviseerd wordt de TBS met voorwaarden om te zetten in een TBS met verpleging. Een wijziging van de TBS voorwaarden is daarmee volgens de deskundige niet geïndiceerd.

Vervolgens is de zaak op 21 november 2017 wederom in raadkamer behandeld, waar in het openbaar zijn gehoord:

  • -

    betrokkene, bijgestaan door zijn raadsman mr. H.J. Voors, advocaat te Zwolle,

  • -

    de officier van justitie mr. E.J.M. de Wild,

  • -

    [naam 1] , verbonden aan Verslavingszorg Noord Nederland, als deskundige;

  • -

    [naam 2] , verbonden aan Tactus Verslavingszorg, als deskundige.

De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering inhoudende dat betrokkene alsnog van overheidswege wordt verpleegd.

De verdediging heeft verzocht de vordering af te wijzen - kort samengevat – omdat de indexdelicten van relatief beperkte ernst zijn, betrokkene reeds is uitbehandeld zodat een verplichte behandelsetting niet geïndiceerd is en – mocht wel tot een TBS dwang worden gekomen – deze daarmee misschien wel uitmondt in een nooit meer eindigende TBS dwang. Om ervoor te zorgen dat betrokkene binnen bepaalde kaders een menswaardig bestaan heeft, terwijl de veiligheid zoveel als mogelijk is gegarandeerd, kan betrokkene naar één van de huizen op het terrein van de FPK, zoals de psychiater heeft aangegeven.

OVERWEGINGEN

De rechtbank dient op grond van het bepaalde in artikel 38c van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te bepalen of betrokkene alsnog van overheidswege dient te worden verpleegd.

De overwegingen zoals opgenomen in de beslissing van 1 augustus 2017 maken onderdeel uit van deze beslissing:

Vastgesteld kan worden dat betrokkene, met name vanaf 1 juni tot 7 juni 2017, een aantal (bijzondere) voorwaarden heeft overtreden. Door zowel de Oldeneelallee, de RIBW-instelling waar betrokkene sinds januari 2017 verblijft, als Tactus Reclassering is geconcludeerd dat betrokkene over meerdere zaken, waaronder zijn alcohol- en medicatiegebruik en seksuele preoccupatie, geen openheid heeft gegeven en dat er sprake lijkt te zijn geweest van een schijnaanpassing, waarbij betrokkene bewust de hulpverlening en de begeleiding van het RIBW op het verkeerde been heeft weten te zetten. Een en ander kwam aan het licht toen betrokkene na een conflict met mensen van CoSA over zijn wens de [locatie 1] te bezoeken, is weggelopen naar [locatie 2] , ieder contact heeft vermeden en aldaar enkele dagen later onder invloed is aangetroffen.

Tactus heeft geconcludeerd dat, gezien de ernst van de complexe problematiek van betrokkene (het syndroom van Asperger, de zedenproblematiek en alcoholverslaving), het gebrek aan probleembesef, het niet hebben van ziekte-inzicht, het gebrek aan openheid en begeleidbaarheid, de hoge kans op recidive en het stelselmatig niet houden aan voorwaarden maakt dat vanuit reclasseringsoogpunt geen verdere mogelijkheden worden gezien om inhoud te kunnen geven aan het toezicht. De Oldeneelallee heeft, met name gezien de recente gebeurtenissen en het gebrek aan een gemotiveerde en open samenwerking, vastgesteld dat de RIBW-setting (thans) niet geschikt is voor betrokkene. Besloten is dat betrokkene niet naar de Oldeneelallee terug kan keren. Deskundige [naam 4] heeft ter zitting aangegeven dat bij de FPK te Assen recent navraag is gedaan of betrokkene wederom aldaar terecht zou kunnen voor een behandeling, maar dat de FPK te Assen heeft aangegeven daartoe geen mogelijkheden te zien. Door Tactus Verslavingszorg is gezien het voorgaande geadviseerd alsnog de dwangverpleging van betrokkene op te leggen.

De rechtbank leest in het rapport van Verslavingszorg Noord Nederland dat de conclusie in het advies van Tactus van 13 juli 2017 wordt gedeeld, te weten dat alle risicofactoren zoals beschreven in het verlengingsadvies van februari 2017 van toepassing zijn geweest in de situatie van juni 2017, namelijk het uit contact gaan met begeleiding, schijnaanpassing, grensoverschrijdende contacten met vrouwen, het niet innemen van de voorgeschreven medicatie en alcoholgebruik.

Volgens Verslavingszorg Noord Nederland zoekt betrokkene actief en bewust risico’s op en maakt hij keuzes die direct leiden tot toenemende kans op delictgedrag. Hij erkent dit niet en er is ook gedurende de heropname binnen de FPK Assen geen overeenstemming gekomen over de delictgerelateerde factoren. De bevindingen van de FPK Assen geven Verslavingszorg Noord Nederland geen nieuwe aanknopingspunten voor het voortzetten van een TBS met voorwaarden.

Betrokkene is jarenlang behandeld, zowel recent langdurig klinisch als ambulant. De behandelingen hebben zich gericht op zowel de Aspergerstoornis als ook op de zedenproblematiek en alcoholverslaving. Betrokkene is niet in staat gebleken het in de behandeling geleerde toe te passen in de praktijksituatie in Zwolle (zo geeft ook de FPK Assen aan). Vrijwel direct nadat hij in deze ‘vrijere’ setting werd geplaatst verviel hij in oude copingstrategieën en grensoverschrijdend gedrag. Hij is vervolgens maandenlang berekenend geweest in hetgeen hij wel en niet deelde met de betrokken professionals.

Gelet op de hoge kans op recidive, het zich stelselmatig niet houden aan de TBS met voorwaarden, de complexe problematiek en het gebrek aan openheid en samenwerking, ziet Verslavingszorg Noord Nederland geen mogelijkheden voor voortzetting van een TBS met voorwaarden, omdat dit kader onvoldoende is om de risico’s voldoende te kunnen managen.

Zoals reeds in de beslissing van 1 augustus 2017 is overwogen, kan worden vastgesteld dat betrokkene, met name vanaf 1 juni tot 7 juni 2017, een aantal (bijzondere) voorwaarden heeft overtreden. Ook is overwogen dat het alsnog bevelen van de dwangverpleging dient te worden beschouwd als ultimum remedium en dat diende te worden onderzocht of betrokkene bij voortzetting van de TBS met voorwaarden klinisch kan worden behandeld in een FPK. Uit de nadere rapportage is de rechtbank gebleken dat voortzetting van de TBS met voorwaarden binnen een FPK, dan wel soortgelijke instelling, geen optie is. Betrokkene heeft jegens de begeleiding langdurig geen openheid betracht, door niet samen te werken maar “ondergronds” te gaan en slechts een topje van de ijsberg te bespreken. Daarbij komt dat de zorgen over het gedrag van betrokkene die vanaf juni 2017 reeds bestonden niet zijn afgenomen nadat recent een nieuwe verdenking van een strafbaar feit bekend is geworden. Geconstateerd moet worden dat betrokkene niet in staat is zich te conformeren aan hem opgelegde voorwaarden in het kader van de maatregel van TBS en juist op de punten die aandacht behoeven in zijn begeleiding geen compliance toont en, tegen adviezen en voorwaarden in, zijn eigen plan trekt.

De rechtbank is van oordeel dat het niet voldoen aan de voorwaarden reeds voldoende is voor omzetting. Aanvullend overweegt de rechtbank dat uitsluitend een maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege voldoende waarborgen biedt tot bescherming van de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen. Mogelijk kan betrokkene - hoewel de psychiater van de FPK Assen heeft opgemerkt dat betrokkene psychiatrisch gezien grotendeels is uitbehandeld – anders leren omgaan met de risicoverhogende factoren die de psychiater heeft benoemd. De vordering tot alsnog verpleging van overheidswege zal daarom worden toegewezen.

De rechtbank stelt vast dat de terbeschikkinggestelde bij vonnis van deze rechtbank van 22 april 2017 is veroordeeld ter zake van -kort gezegd- misdrijven tegen de zeden als bedoeld in Titel XIV, Boek 2 Sr. Blijkens de bewezenverklaring, de kwalificatie en de motivering van de oplegging van de straf en de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, ligt in die uitspraak besloten dat de terbeschikkingstelling is opgelegd ter zake van geweldsmisdrijven in de zin van artikel 38e, eerste lid, Sr. De conclusie is dan ook dat de terbeschikkingstelling niet is gemaximeerd.

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38c en 38e van het Wetboek van Strafrecht, alsmede artikel 509j van het Wetboek van Strafvordering.

BESLISSING

De rechtbank wijst de vordering tot verpleging van overheidswege toe.

Aldus gegeven door mr. S. Taalman, voorzitter, mrs. F. van der Maden en M. van Bruggen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.W. de Boer als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2017.