Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4507

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
27-11-2017
Datum publicatie
05-12-2017
Zaaknummer
C/08/209676 / FA RK 17-2638
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek om voornaam te wijzigen toegewezen. Ouders hebben een fout gemaakt bij de digitale geboorteaangifte in het ziekenhuis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Familie- en Jeugdrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer: C/08/209676 / FA RK 17-2638

Beschikking van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 27 november 2017 op het verzoek van:

[A] ,

verder ook de vrouw te noemen,

en

[B] ,

verder ook de man te noemen,

beiden wonende te [woonplaats] ,

advocaat mr. W.T.M. Krieger te Enschede,

verzoekers.

1 Het procesverloop

1.1.

De rechtbank heeft kennis genomen van de navolgende bescheiden:

  • -

    het verzoek met bijlagen, binnengekomen op 2 november 2017;

  • -

    het op 17 november 2017 binnengekomen F9-formulier van mr. W.T.M. Krieger van diezelfde datum waarin kenbaar wordt gemaakt dat het verzoekschrift wordt gewijzigd, in die zin dat punt 2. van het petitum wordt ingetrokken.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De man en de vrouw zijn gehuwd. Staande het huwelijk is uit de vrouw op

2 oktober 2017 te Almelo geboren: [C] (hierna te noemen: de minderjarige).

2.2.

De minderjarige bezit de Nederlandse nationaliteit.

3 Het verzoek

3.1.

Verzoekers verzoeken de voornaam van het minderjarige kind “ [C] ” te wijzigen in

de voornamen “ [C] [D] [E] ”.

3.2.

Verzoekers stellen ten aanzien van de door hun gewenste voornaamswijziging dat de

minderjarige bij de geboorte de voornamen [C] [D] [E] heeft gekregen, met als roepnaam [C] . De vrouw is bevallen in het ziekenhuis te Almelo in het bijzijn van haar man.

Aan verzoekers is na de bevalling door het ziekenhuis de gelegenheid geboden om middels het gebruik van een iPad digitaal aangifte te doen van de geboorte van het minderjarige kind.

Verzoekers hebben ter onderbouwing van hun verzoek aangevoerd dat zij in het proces van de digitale geboorteaangifte de voornaam van het kind moesten invullen. Verzoekers twijfelden of hiermee de roepnaam [C] werd bedoeld of alle voornamen, te weten [C] [D] [E] . Verzoekers hebben navraag gedaan bij het ziekenhuispersoneel, waarbij door een verpleegkundige aan de verzoekers kenbaar werd gemaakt dat dit enkel de roepnaam betrof. Verzoekers hebben zich derhalve beperkt tot het invullen van de roepnaam [C] . Nadat verzoekers bij brief van de gemeente Borne van 5 oktober 2017 de persoonslijst van de minderjarige ontvingen werd hen duidelijk dat zij onjuist waren geïnformeerd.

4 De beoordeling

4.1.

Ingevolge artikel 1:4 lid 4, eerste en tweede volzin, van het Burgerlijk Wetboek

(BW) kan op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger wijziging van de voornamen worden gelast door de rechtbank. De wijziging geschiedt doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW.

4.2.

Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

4.3.

De rechtbank overweegt dat voornamen een middel zijn om personen binnen hun

familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. Daarom vallen voornamen onder het begrip ‘privéleven en familie- en gezinsleven’ in de zin van artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voor een wijziging van de voornaam zoals verzocht dient voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. Het persoonlijk belang van de minderjarige dient afgewogen te worden tegen het belang dat het rechtsverkeer heeft bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in namen. Bepalend bij de vraag of een weigering om een bepaalde voornaam toe te kennen een ongerechtvaardigde inmenging oplevert, is de mate van ongemak of overlast die de betrokkene hiervan ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen, waaronder ook de vraag of het voor de betrokkene feitelijk toch mogelijk is de gewenste voornaam te voeren.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat verzoekers genoegzaam aannemelijk hebben gemaakt dat de minderjarige een zwaarwegend belang heeft bij de door verzoekers verzochte wijziging van de voornaam [C] . Verzoekers hebben hun verzoek voldoende gemotiveerd gesteld en onderbouwd.

4.5.

De rechtbank is van oordeel dat de door de verzoekers genoemde feiten en

omstandigheden zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in namen. Nu de door de minderjarige gewenste voornaam geoorloofd is naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW, zal de rechtbank het verzoek toewijzen.

4.6.

De rechtbank overweegt in deze zaak - ten overvloede - het navolgende. Sinds 1811 heeft de burgerlijke stand tot taak van belangrijke rechtsfeiten in een mensenleven, zoals geboorte, huwelijk en overlijden, authentiek bewijs in akten vast te leggen en in registers te bewaren. De positie van de ambtenaar van de burgerlijke stand is wettelijk geregeld. De ambtenaar van de burgerlijke stand is belast met het opmaken van akten en het toevoegen van latere vermeldingen aan de akten van de burgerlijke stand. In de akten mag de ambtenaar van de burgerlijke stand alleen datgene vermelden wat overeenkomstig de wettelijke voorschriften moet worden verklaard of opgenomen. De rol van de ambtenaar van de burgerlijke stand is derhalve geen lijdelijke; vaak zal de ambtenaar actief een onderzoek moeten instellen naar de bevoegdheid van betrokkenen, het toepasselijke recht of de juistheid van de gegevens. Waar het gaat om het opstellen van de akte van geboorte schrijft

artikel 1: 4 BW voor dat de ambtenaar van de burgerlijke stand in bepaalde gevallen weigert voornamen op te geven.

4.7.

In onderhavige zaak hebben verzoekers digitaal aangifte gedaan. Op de website van de gemeente Almelo is hierover het volgende te lezen. “De kersverse ouders kunnen op de iPad te plekke de geboorteaangifte van hun pasgeboren kind doen. Eerst logt de moeder met digid in, vervolgens logt de eventuele partner in. Samen vullen zij de gegeven van het kindje in en controleren het overzicht. Bij bevestiging zet de aangever elektronisch de handtekening. Op deze wijze is door de ouders de geboorteaangifte volledig afgehandeld. De digitale aangifte komt binnen bij een medewerker Burgerzaken. Deze controleert de aangifte en ondertekent de akte ook.” Uit deze procesbeschrijving maakt de rechtbank op dat er geen rechtstreeks contact plaatsvindt tussen de ambtenaar van de burgerlijke stand en degene die aangifte van de geboorte doet, zodat aan de actieve en onderzoekende rol naar de juistheid van de gegevens (waaronder ook moet worden begrepen of een en ander overeenkomstig de wens van de ouders is opgenomen) geen, dan wel onvoldoende invulling kan worden gegeven. De rechtbank constateert dat het openstellen van de mogelijkheid om digitaal aangifte te doen leidt tot een toenemend aantal wijzigingsverzoeken, met alle kosten van dien voor verzoekers. Uiteraard kan de taak van de ambtenaar van de burgerlijke stand niet worden overgenomen door verplegend personeel in het ziekenhuis, ook niet waar het de voorlichting betreft. Misverstanden zoals in onderhavige zaak zouden niet plaats hebben gevonden bij een geboorteaangifte op het gemeentehuis. De rechtbank overweegt dan ook dat niet elke mogelijkheid die technologie biedt ook een vooruitgang betekent.

5. De beslissing

De rechtbank:

I. gelast wijziging van de voornaam van: [C] , geboren te Almelo op 2 oktober 2017, in die zin dat deze na wijziging zal luiden: [C] [D] [E] ;

II. gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand de latere vermelding aan de hiervoor genoemde geboorteakte van het jaar 2017, nummer 101800 toe te voegen.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.H. van der Lecq, in tegenwoordigheid van A.S. Özsüren als griffier en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2017.

Tegen deze beschikking kan – uitsluitend door tussenkomst van een advocaat – hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:

  1. door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden