Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:450

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
03-02-2017
Datum publicatie
03-02-2017
Zaaknummer
08/760136-16 en 08/770266-16 (gev.)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een 25-jarige man die in juni 2016 probeerde om met een hamer een vrouw dood te slaan krijgt TBS met dwangverpleging opgelegd. Dat heeft de rechtbank Overijssel besloten. De man viel de vrouw in juni 2016 aan in de buurt van Losser. Hij sloeg haar meerdere malen met kracht op het hoofd en kneep daarna haar keel dicht. Omdat de man volledig ontoerekeningsvatbaar is krijgt hij naast de TBS met dwangverpleging geen celstraf opgelegd. Wel moet hij de vrouw een schadevergoeding van ruim 11.000 euro betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2017-0162
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummers: 08/760136-16 en 08/770266-16 (gev.)

Datum vonnis: 3 februari 2017

Vonnis (promis) op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats],

wonende in [woonplaats 1] (Bondsrepubliek Duitsland),

nu verblijvende in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum te Vught.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 9 september 2016, 2 december 2016 en 20 januari 2017. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. S.P. Revis en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. U. Ural, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

parketnummer 08/760136-16

al dan niet met voorbedachten rade heeft geprobeerd [slachtoffer] van het leven te beroven dan wel die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht dan wel heeft geprobeerd die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

parketnummer 08/770266-16

kinderpornografische afbeeldingen en films in zijn bezit heeft gehad.

Voluit luidt de tenlastelegging aan de verdachte, dat:

Parketnummer 08/730136-16

hij op of omstreeks 25 juni 2016 te Losser ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] (meermalen) met een (klauw)hamer, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of (vervolgens) - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - de keel/hals van die [slachtoffer] met

zijn, verdachtes hand(en) en/of arm(en) heeft vastgepakt, althans bezig is geweest op enigerlei wijze de zuurstoftoevoer voor die [slachtoffer] af te sluiten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 25 juni 2016 te Losser ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] (meermalen) met een (klauw)hamer, althans een hard voorwerp

op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of (vervolgens) - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - de keel/hals van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes hand(en) en/of arm(en) heeft vastgepakt, althans bezig is geweest op enigerlei wijze de zuurstoftoevoer voor die [slachtoffer] af te sluiten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 25 juni 2016 te Losser aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten letsel aan het hoofd (een of meerdere hoofdwond(en)) en/of een hersenschudding en/of nog nader te bepalen letsel, heeft toegebracht door die [slachtoffer] (meermalen) met een (klauw)hamer, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of het lichaam te slaan en/of (vervolgens) - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - de keel/hals van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes hand(en) en/of arm(en) vast te pakken, althans bezig is geweest op enigerlei wijze de zuurstoftoevoer van die [slachtoffer] af te sluiten;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, NOG MEER SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij op of omstreeks 25 juni 2016 te Losser ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] (meermalen) met een (klauw)hamer, althans een hard voorwerp op/tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geslagen en/of (vervolgens) -

terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - de keel/hals van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes hand(en) en/of arm(en) heeft vastgepakt, althans bezig is geweest op enigerlei wijze de zuurstoftoevoer voor die [slachtoffer] af te sluiten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Parketnummer 08/770266-16

hij op of omstreeks 25 juni 2016 te Bad Bentheim, Bondsrepubliek Duitsland,

circa/ruim 32.000, in ieder geval een (zeer) groot aantal, afbeeldingen/ multimediafiles (te weten foto's en/of filmfragmenten),

danwel één of meerdere gegevensdragers bevattende die afbeeldingen/ multimediafiles,

van (telkens) (een) seksuele gedraging(en) waarbij (een) persoon/personen is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt,

in zijn bezit heeft gehad en/of

één of meerdere van die afbeelding(en)/multimediafile(s) heeft vervaardigd en/of verspreid en/of verworven en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd,

en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin (telkens) bestaat/bestaan uit (een) geheel en/of (een) gedeeltelijk ontkle(e)d(e) minderjarige(n),

waarbij de voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

A.

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren door een persoon (met een penis en/of een mond/tong en/of een vinger en/of een voorwerp) van een minderjarige, en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van een persoon (met een penis en/of een mond/tong en/of een vinger en/of een voorwerp) door een minderjarige,

(waaronder een afbeelding genaamd '[bestandsnaam 1]', foto 1 uit de fotomap)

en/of

B.

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten van een minderjarige (met een penis en/of een vinger/hand en/of een voorwerp(en) en/of de mond/tong), en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten door een minderjarige (met een penis en/of een vinger/hand en/of een voorwerp(en) en/of de mond/tong), en/of

het betasten en/of aanraken van de eigen geslachtsdelen en/of de billen en/of de borsten door een minderjarige (masturbatie),

(waaronder de afbeelding genaamd '[bestandsnaam 2]', foto 4 uit de fotomap)

en/of

C.

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door/van één of meer minderjarigen,

- waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) en/of (op een wijze) die niet bij zijn/haar/hun leeftijd past/passen en/of

- waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van kleding ontdoet/ontdoen en/of

- waarbij door het gekozen camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of

de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

3 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde wordt ontslagen van alle rechtsvervolging en dat aan hem de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt opgelegd. Verder vordert de officier van justitie toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] tot een bedrag van

€ 19.619,32, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaardingen geldig zijn, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaken, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

5 De beoordeling van het bewijs

Deze paragraaf bevat het oordeel van de rechtbank over de vraag of de ten laste gelegde feiten bewezenverklaard kunnen worden of dat daarvan moet worden vrijgesproken. In het geval de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, steunt de beslissing dat verdachte de feiten heeft begaan op de inhoud van bewijsmiddelen. Deze bewijsmiddelen bevatten dan de redengevende feiten en omstandigheden op grond waarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.1

5.1

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder parketnummer 08/760136-16 primair en onder parketnummer 08/770266-16 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.

De raadsman refereert zich ten aanzien van beide parketnummers aan het oordeel van de rechtbank.

5.2

De bewijsoverwegingen van de rechtbank

Parketnummer 08/760136-16

De rechtbank acht evenals de officier van justitie het onder parketnummer 08/760136-16 primair tenlastegelegde feit bewezen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte de hierin genoemde feitelijke gedragingen heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    Het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 januari 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv);

  • -

    het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], van 26 juni 2016, met bijlage, pagina’s 219 t/m 222.

Met betrekking tot de vraag hoe deze feitelijke gedragingen die door verdachte zijn bekend en waar aangifte van is gedaan, gekwalificeerd dienen te worden overweegt de rechtbank als volgt.

Opzet

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte – al dan niet in voorwaardelijke vorm – opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer.

Verdachte is naar aangeefster gelopen en heeft aangeefster meermalen met een klauwhamer op het hoofd geslagen. Uit het feit dat aangeefster daardoor bloedende wonden op haar hoofd heeft bekomen, leidt de rechtbank af dat dit slaan met kracht is gebeurd. Vervolgens heeft verdachte – toen aangeefster gevallen was en op haar rug op de grond lag – de keel van aangeefster dichtgedrukt waardoor zij geen lucht meer kreeg. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn, dan dat deze handelingen gericht waren op de dood van het slachtoffer en heeft verdachte er aldus blijk van gegeven opzet te hebben gehad op de dood van aangeefster.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft proberen te beroven.

Voorbedachte raad

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel “met voorbedachten rade” moet komen vast te staan dat verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de vraag of sprake is van voorbedachte raad gaat het bij uitstek om een weging en waardering van de omstandigheden van het concrete geval door de rechter, waarbij deze het gewicht moet bepalen van de aanwijzingen die voor of tegen het bewezen verklaren van voorbedachte raad pleiten. De vaststelling dat verdachte voldoende tijd had om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit vormt weliswaar een belangrijke objectieve aanwijzing dat met voorbedachte raad is gehandeld, maar behoeft de rechter niet ervan te weerhouden aan contra-indicaties een zwaarder gewicht toe te kennen. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheid dat de besluitvorming en uitvoering in plotselinge hevige drift plaatsvinden, dat slechts sprake is van een korte tijdspanne tussen besluit en uitvoering of dat de gelegenheid tot beraad eerst tijdens de uitvoering van het besluit ontstaat. Zo kunnen bepaalde omstandigheden (of een samenstel daarvan) de rechter uiteindelijk tot het oordeel brengen dat de verdachte in het gegeven geval niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.

De rechtbank stelt op grond van het onderhavige dossier en het onderzoek ter zitting vast dat er sprake was van een vooropgezet plan om een persoon van het leven te beroven en overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft voorafgaand aan 25 juni 2016 op Google veelvuldig gezocht naar filmpjes van (serie)moordenaars en heeft deze ook op zijn computer opgeslagen en bekeken. Tussen deze filmpjes zijn diverse filmpjes aangetroffen waarin personen met een hamer om het leven worden gebracht, te weten “[filmpje 1]”, “[filmpje 2]” en “[filmpje 3]”. Verdachte heeft voorts op 9 juni 2016 op Google gezocht naar de volgende zoektermen: “stiletto kopen”, “[winkel] Losser”, “hamers”, “moordwapens” en “hamer kopen”. Vervolgens heeft verdachte op 25 juni 2016 omstreeks 15:43 uur een hamer gekocht bij de [winkel] in Losser. Hij is met deze hamer naar zijn woning in [woonplaats 1] gereden. Omstreeks 18:30 uur is verdachte met deze hamer weer in de auto gestapt en naar Losser gereden. Hij heeft de hamer meegenomen omdat een boze stem hem dat vertelde. Toen hij in Losser aan kwam zag hij het latere slachtoffer staan. “Een stem vertelde verdachte toen dat hij de vrouw moest slaan”. Verdachte verklaart daarover: “Ik kwam aan rijden en … Zij stond er met een hond. Alleen. Geparkeerd. En dat was… gewoon perfecte moment. Voor mij om dat te doen. En …geen getuigen niks, alles. (…) en toen boog ze voorover en toen dacht ik ‘kan het nog beter’ En toen sloeg ik haar van achter. (...)”

Verder heeft verdachte verklaard dat hij dit een dag ervoor al had bedacht. “Ik dacht morgen, dan zijn mijn ouders weg, dan ga ik naar Losser’. (…) Ik wilde kijken en het voor me zien. Het concept zeg maar. Ik had al bedacht dat ik naar de Zandbergen zou gaan, precies op die plek van die toren. (…) En dan ga ik er heen en staat daar precies een vrouw. (…)”. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte een plan heeft gemaakt om iemand van het leven te beroven door deze persoon met een hamer op het hoofd te slaan en dat verdachte op 25 juni 2016 uitvoering is gaan geven aan dat plan door een klauwhamer te kopen en naar de Zandbergen te Losser te rijden. In de verklaring van verdachte ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het standpunt dat verdachte handelde vanuit een hevige gemoedsbeweging. Ook overigens heeft de rechtbank daarvoor geen aanknopingspunten gevonden.

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met voorbedachte rade heeft geprobeerd aangeefster van het leven te beroven.

Parketnummer 08/770266-16

De rechtbank is evenals de officier van justitie van oordeel dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  • -

    het proces-verbaal van de terechtzitting van 20 januari 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv;

  • -

    proces-verbaal beschrijving kinderpornografische materiaal van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van oktober 2016, met bijlagen, pagina’s 402 t/m 413.

5.4

De conclusie

De rechtbank is door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen tot de overtuiging gekomen, dat de verdachte het onder parketnummer 08/760136-16 primair en onder parketnummer 08/770266-16 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 08/760136-16

hij op 25 juni 2016 te Losser ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met een klauwhamer op/tegen het hoofd heeft geslagen en - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - de keel/hals van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes hand(en) en/of arm(en) heeft vastgepakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Parketnummer 08/770266-16

hij op 25 juni 2016 te Bad Bentheim, Bondsrepubliek Duitsland, een groot aantal, afbeeldingen/ multimediafiles (te weten foto's en/of filmfragmenten),

van telkens (een) seksuele gedraging(en) waarbij (een) persoon/personen is/zijn betrokken of schijnbaar is/zijn betrokken, die (kennelijk) de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt,

in zijn bezit heeft gehad en

zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

welke afgebeelde seksuele gedraging(en) in algemene zin telkens bestaat/bestaan uit (een) geheel en/of (een) gedeeltelijk ontkle(e)d(e) minderjarige(n),

waarbij de voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

A.

het oraal en vaginaal en anaal penetreren door een persoon (met een penis en/of een vinger en/of een voorwerp) van een minderjarige, en/of

het oraal en/of vaginaal penetreren van een persoon (met een penis) door een minderjarige,

en

B.

het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen en van een minderjarige (met een penis en een vinger/hand en de mond/tong), en

het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en de billen ende borsten door een minderjarige (met een penis en een vinger/hand en de mond/tong), en

en

C.

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door/van één of meer minderjarigen,

- waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en opgemaakt is/zijn en poseert/poseren in een omgeving en met (een) voorwerp(en) en/in (een)(erotisch getinte) houding(en) en (op een wijze) die niet bij zijn/haar/hun leeftijd past/passen en

- waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van kleding ontdoet/ontdoen en

- waarbij door het gekozen camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en

de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding (aldus) telkens een onmiskenbaar seksuele strekking

heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan de verdachte onder parketnummer 08/760136-16 primair en onder parketnummer 08/770266-16 meer of anders is tenlastegelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

6 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld bij de artikelen 45, 240b en 289 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

Parketnummer 08/760136-16 primair

het misdrijf: poging tot moord;

Parketnummer 08/770266-16

het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd.

7 De strafbaarheid van de verdachte

Zowel de officier van justitie als de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte als volledig ontoerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd en moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Op 8 november 2016 heeft dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater, een rapport uitgebracht naar aanleiding van een psychiatrisch onderzoek betreffende verdachte. Uit dat rapport valt op te maken dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een autisme spectrum stoornis en een psychotische stoornis. De ziekelijke stoornis bestond ook ten tijde van de aan verdachte tenlastegelegde feiten. De gedragskeuze van verdachte is daardoor beïnvloed. Voor het ten laste gelegde wordt verdachte dan ook als ontoerekeningsvatbaar ingeschat.

Op 4 november 2016 heeft drs. B. Koudstaal, klinisch psycholoog, een rapport uitgebracht naar aanleiding van een psychologisch onderzoek betreffende verdachte. Uit dat rapport valt op te maken dat bij verdachte sprake is van een autistische stoornis en een parafilie NAO. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat verdachte lijdt aan depressieve klachten, misbruik en/of afhankelijkheid van methylfenidaat en aan de gevolgen van traumatiserende ervaringen. Omdat zowel de onderliggende dynamiek als de beperkt controle op het proces rechtstreeks voortkomend uit de bij het autisme behorende preoccupaties, adviseert de psycholoog verdachte voor alle ten laste gelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar te beschouwen.

De rechtbank volgt de conclusie van de gedragsdeskundigen en maakt deze tot de hare. De deskundigen hebben verslag gedaan van hun onderzoek en gemotiveerd hoe zij tot hun conclusies zijn gekomen. Ter terechtzitting hebben beide deskundigen hun conclusie nader gemotiveerd. De rechtbank heeft geen reden aan de juistheid hiervan te twijfelen.

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat de bewezenverklaarde feiten niet aan verdachte kunnen worden toegerekend wegens de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Verdachte zal op grond daarvan worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

8 De op te leggen maatregel

8.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

8.2

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat nu hij zijn volledige medewerking heeft verleend aan het onderzoek, hij zijn medicatie gebruikt en zal blijven gebruiken, inzicht heeft in zijn problematiek en gemotiveerd is om behandeld te worden kan worden volstaan met de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden.

8.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. Ook neemt de rechtbank de volgende factoren in aanmerking.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot moord. Verdachte heeft het slachtoffer in het bos van achteren aangevallen met een hamer. Hij heeft haar meerdere keren met een hamer op het hoofd geslagen. Nadat het slachtoffer ten val is gekomen heeft verdachte zijn handen om haar keel gelegd en heeft hij haar proberen te wurgen. Het is aan het optreden van het slachtoffer te danken dat zij dit heeft overleefd.

Verdachte heeft door zijn handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijk integriteit van het slachtoffer. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke geweldsmisdrijven daarvan ook nog lange tijd nadelige psychische gevolgen ondervinden. Dat het handelen van verdachte nog steeds een enorme impact heeft op het slachtoffer blijkt ook uit de ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring. Het gaat bovendien om een ernstig geweldsdelict dat niet alleen voor het slachtoffer maar ook een voor de rechtsorde schokkend karakter draagt en dat leidt tot gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van een grote hoeveelheid kinderpornografische foto’s en films. Daarop zijn met name meisjes jonger dan twaalf jaar te zien die poseren op een wijze kennelijk bedoeld om seksuele prikkelingen op te wekken. Verdachte heeft dit soort afbeeldingen en films gedownload en bekeken. Verdachte heeft hiermee de norm die strekt tot de bescherming van jeugdigen tegen seksueel misbruik geschonden. Door het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal blijft de vraag naar kinderporno bestaan en is verdachte mede verantwoordelijk te houden voor de productie van het materiaal en het in stand houden van de afzetmarkt daarvoor. Voor deze productie worden kinderen seksueel misbruikt en uitgebuit. Zij worden voor de camera gezet om te poseren en moeten seksuele handelingen bij zichzelf en anderen verrichten en ondergaan. Handelingen waar zij, gelet op hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling, nog lang niet aan toe zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat veel van deze misbruikte kinderen psychisch schade oplopen, waar zij de rest van hun leven mee geconfronteerd worden.

Wat betreft de persoonlijke omstandigheden van verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het uittreksel uit het Justitiële Documentatieregister betreffende verdachte van 12 december 2016, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Bij de bepaling van de soort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank ook rekening gehouden met de inhoud van het:

- Pro Justitia rapport van 8 november 2016, opgesteld door de deskundige

dr. L.H.W.M. Kaiser, psychiater;

- Pro Justitia rapport van 4 november 2016, opgesteld door de deskundige

drs. B. Koudstaal, psycholoog en

- de door dr. L.H.W.M. Kaiser en B. Koudstaal afgelegde deskundigen verklaringen ter zitting.

Psychiatrisch rapport

Uit dit rapport valt op te maken dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een autisme spectrum stoornis en een psychotische stoornis. De ziekelijke stoornis bestond ook ten tijde van de aan verdachte tenlastegelegde feiten. De gedragskeuze van verdachte is daardoor beïnvloed. Verdachte handelde vanuit een psychotische stoornis waarin hij een stem hoorde die hem opdroeg om agressie te uiten naar een willekeurige persoon op de openbare weg en waarbij hij vanuit zijn autistische stoornis gepreoccupeerd was met zinloos geweld waarin hij zich identificeerde met de agressor. Hij was daar dusdanig door gepreoccupeerd dat hij tot handelen overging terwijl hij door zijn autisme te weinig empathisch vermogen heeft om aan te voelen wat het voor het slachtoffer betekende. Hij was niet meer in staat om weerstand te bieden tegen de preoccupatie om geweld te plegen. Omtrent het downloaden van kinderporno blijkt dat het geheel voortkomt vanuit zijn autisme spectrumstoornis en daarbinnen zijn preoccupatie met geweld en seksueel geweld. Zijn autisme maakt dat hij niet aanvoelt wat de gevolgen zijn van het downloaden voor anderen. Zijn executieve functies en vermogen om vooruit te lopen op consequenties voor hemzelf en voor anderen is beperkt door het autisme en om hulp in te schakelen.

De kans op recidive is hoog. De psychiater acht een intensieve klinische behandeling nodig in een kliniek met matig hoge beveiliging en grote mate van zorg. Gezien de recidivekans, ook binnen een instelling, is intensieve monitoring van zijn toestand nodig. Daarbij moet de instelling kunnen handelen bij dreigend gevaar ook als verdachte het zelf niet zou willen. Daardoor is een opname in vrijwillige kader of onder voorwaarden volgens de psychiater niet mogelijk. Er is een langdurige klinische behandeling nodig met een tamelijk hoge beveiliging, zodat die niet in het kader van een artikel 37 Sr plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis uitgevoerd kan worden. Daar is de mate van beveiliging onvoldoende, terwijl één jaar verplichte behandeling te kort is. Gezien de ernst van de tenlastegelegde feiten, de stoornis van zijn geestvermogens, de hoge recidivekans en de grote mate van beveiliging die nodig is, adviseert de psychiater oplegging van de maatregel van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

Psychologisch rapport

Op 4 november 2016 heeft drs. B. Koudstaal, klinisch psycholoog een rapport uitgebracht naar aanleiding van een psychologisch onderzoek betreffende verdachte. Zoals eerder overwogen valt uit dat rapport op te maken dat bij verdachte sprake is van een autistische stoornis en een parafilie NAO. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat verdachte lijdt aan depressieve klachten, misbruik en/of afhankelijkheid van methylfenidaat en de gevolgen van traumatiserende ervaringen. Het onder 1 tenlastegelegde is te interpreteren als een resultante van een lange en geleidelijke weg, waarin verdachte de door hemzelf ervaren onmacht in machtsuitoefening heeft omgezet. De autistische fixaties en de voortdurende blootstelling aan geweld hebben zijn denken vertroebeld. Er was voor verdachte geen weg meer terug en hij is op grond van zijn stoornis niet in staat geweest om te overzien hoe gevaarlijk dit traject was. De uiteindelijke aanval komt impulsief en ondoordacht tot stand, getuige ook zijn ontreddering op het moment dat zaken anders lopen dan hij heeft bedacht. Ten aanzien van het bezit van kinderporno ook deze fascinatie start vanuit verontwaardiging en angst dat mensen in staat zijn kinderen en dieren te misbruiken. Verdachte duikt hier in en stuit op illegaal materiaal. Hij is zich ervan bewust dat dit “niet mag”, houdt het geheim en voelt zich uitgedaagd door de moeilijkheidsgraad. Hij overziet echter niet welk strafrechtelijk risico hij hierbij loopt. Als hij zich hier enige tijd mee bezig heeft gehouden, verliest hij de interesse en verwijdert hij de bestanden.

Het risico op recidive wordt zowel gestructureerd als klinisch als ‘hoog’ ingeschat. Verdachte is weliswaar ‘first offender’, maar de onderliggende problematiek is fors en moeilijk beïnvloedbaar. Er is sprake van preoccupaties met geweld, identificatie met de agressor en afwijkende (en grensoverschrijdende) seksuele voorkeuren. Het gaat om complexe problematiek gepaard met beperkte leerbaarheid en een gering probleeminzicht. Daarnaast is verdachte slechts beperkt gemotiveerd voor verandering en zal behandeltrouw slechts gegarandeerd zijn binnen een verplicht kader. Het opleggen van een artikel 37 Sr maatregel zal in het geval van verdachte niet volstaan, omdat het niet realistisch is om te veronderstellen dat binnen een jaar voldoende resultaat zal zijn bereikt. Dan rest de oplegging van de maatregel terbeschikkingstelling, waarbij moet worden afgewogen of een terbeschikkingstelling met voorwaarden kan volstaan. De psycholoog meent van niet, aangezien voorspeld kan worden dat verdachte niet in staat zal zijn zich aan de voorwaarden te houden. Verdachte is nu niet in staat dit te overzien, maar zal in de loop van zijn behandeling met fases van weerstand te maken krijgen. Op die momenten kan alleen de dwangverpleging borgen dat het behandelproces niet verstoord wordt. De psycholoog adviseert derhalve het opleggen van een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.

De rechtbank neemt de conclusies van de gedragsdeskundigen over en maakt deze tot de hare.

Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging opleggen. Aan de wettelijke voorwaarden daarvoor is voldaan. Er zijn adviezen van gedragsdeskundigen van twee verschillende disciplines die niet ouder zijn dan een jaar. Op het door verdachte begane feit staat naar de wettelijke omschrijving een straf van meer dan vier jaar. Ten tijde van dit feit bestond bij verdachte een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. De veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist zowel de terbeschikkingstelling als de verpleging van overheidswege. De rechtbank wijst in dit verband op de ernst van het gepleegde feit, de grote kans op herhaling en de ernst van de geestesziekte van verdachte.

De rechtbank overweegt dat een terbeschikkingstelling met dwangverpleging zal worden opgelegd ter zake onder meer van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen als bedoeld in artikel 359, zevende lid, Wetboek van Strafvordering (Sv), te weten poging tot moord. De totale duur van de maatregel kan daarom een periode van vier jaar te boven gaan.

9 De schade van benadeelden

9.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer], wonende te [woonplaats 2], heeft zich voorafgaand aan het onderzoek op de zitting, op de wettelijk voorgeschreven wijze als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert veroordeling van de verdachte tot betaling van in totaal

€ 19.619,32, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Deze schade bestaat uit de volgende posten:

- zaakschade

1. reinigen en reparatie schoenen € 49,80;

2. kapotte jas € 134,00;

3. reinigen binnenkant auto € 57,50;

  • -

    reiskosten € 136,18;

  • -

    parkeerkosten € 11,90;

  • -

    medische kosten

1. behandelingen door fysiotherapeut € 3.751,00;

2. eigen risico 2016 € 385,00;

3. tandartskosten € 26,94;

4. medicijnen € 50,00;

  • -

    verlies arbeidsvermogen € 7.497,00;

  • -

    telefoon-, porto- en kopieerkosten € 20,00;

  • -

    smartengeld € 7.500,00.

Naar het oordeel van de rechtbank is de benadeelde partij in haar vordering deels ontvankelijk en is de vordering voor dat deel gegrond. Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat de verdachte door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan het slachtoffer.

Zaakschade, reiskosten en parkeerkosten

De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 389,38, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Medische kosten

De opgevoerde schadepost (behandelingen door fysiotherapeut) is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier voldoende blijkt dat de benadeelde partij schade heeft geleden, welke schade rechtstreeks door verdachte is toegebracht aan de benadeelde partij. De rechtbank acht een vergoeding van € 3.146,00 (11 behandelingen * € 121,00 + 15 toekomstige behandelingen * € 121,00) billijk. De

opgevoerde schadeposten betreffende eigen risico en tandartskosten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. De opgevoerde schadepost medicijnen/pijnstillers acht de rechtbank onvoldoende onderbouwd, nu het hier om toekomstige schade gaat. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 3.557,94, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Smartengeld

De opgevoerde schadepost is voldoende onderbouwd en aannemelijk. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 7.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

Verlies arbeidsvermogen en extra telefoon-, porto- en kopieerkosten

Deze gestelde schadeposten zijn door de benadeelde partij niet voldoende onderbouwd. Het in de gelegenheid stellen van de benadeelde partij om haar stellingen alsnog nader te onderbouwen leidt tot een onaanvaardbare vertraging van de strafrechtelijke procedure, zodat de rechtbank de benadeelde partij ten aanzien van deze schadeposten niet-ontvankelijk zal verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

Daarnaast zal de rechtbank verdachte veroordelen tot betaling van de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt of zal maken voor rechtsbijstand en de executie van dit vonnis.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan haar vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

9.2

De schadevergoedingsmaatregel

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte de maatregel als bedoeld in artikel 36f

Sr op te leggen. De rechtbank zal de officier van justitie daarin niet volgen waartoe zij het volgende overweegt. De schadevergoedingsmaatregel kan worden opgelegd als de verdachte wegens het schadeveroorzakende feit wordt veroordeeld. Volgens de Hoge Raad laten de bewoordingen “wordt veroordeeld” in artikel 36f lid 1 Sr niet toe dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd in het geval de verdachte van alle rechtsvervolging is ontslagen, ongeacht of daarnaast de maatregel van TBS is opgelegd (HR 12 oktober 2004, ECLI:NL:HR:2004: AO3233 en HR 25 januari 2005 Nb Sr 2005/51).

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 37a, 37b en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak/bewezenverklaring

  • -

    verklaart bewezen, dat verdachte het onder parketnummer 08/760136-16 primair en onder parketnummer 08/770266-16 tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder parketnummer 08/760136-16 primair en onder parketnummer 08/770266-16 meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
    parketnummer 08/760136-16 primair: het misdrijf: poging tot moord;

parketnummer 08/770266-16 het misdrijf: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte niet strafbaar voor het onder parketnummer 08/760136-16 primair en onder parketnummer 08/770266-16 bewezenverklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;

maatregel

- gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer], wonende te Losser van een bedrag van € 11.447,32, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juni 2016;

  • -

    veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet-ontvankelijk is in haar vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. C.C.S. Koppes en mr. Y. Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van M.M. Greven-Diepenmaat, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2017.

Mr. Venekatte is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de regiopolitie Oost-Nederland met nummer 2016313895 van 12 juli 2016. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.