Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4495

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
28-11-2017
Datum publicatie
01-12-2017
Zaaknummer
6089057 \ CV EXPL 17-4087
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Betalingsachterstand in leasetermijnen. Eiser ziet af van bewijslevering van een deel van de vordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 6089057 \ CV EXPL 17-4087

Vonnis van 28 november 2017

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Personal Car Lease B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eisende partij, hierna te noemen PCL,

gemachtigde: mr. J. Pijtak,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde] ,

verschenen in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 augustus 2017;

- het proces-verbaal van comparitie van 25 september 2017;

- de akte na comparitie van PCL, tevens vermindering van eis.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft op 1 mei 2010 een operational leaseovereenkomst met Cosmo Wagenparkbeheer B.V. (hierna: Cosmo) gesloten. Deze overeenkomst heeft betrekking op een trekker met kenteken BV-BR-49 met een maandelijkse leasetermijn van € 1.921,83 inclusief btw.

2.2.

Cosmo is op 20 augustus 2014 in staat van faillissement verklaard. ABN Amro Lease N.V. (hierna: ABN) heeft als eigenaar van het object alle rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de leaseovereenkomst overgenomen. ABN heeft PCL de opdracht gegeven om alle operationele zaken uit hoofde van het leasecontract en daaruit voortvloeiende rechtszaken uit te voeren.

2.3.

PCL heeft [gedaagde] in de periode september 2014 tot en met maart 2015 diverse facturen verstuurd ten bedrage van € 26.291,94. Deze heeft [gedaagde] onbetaald gelaten.

3. Het geschil

3.1.

PCL vordert - samengevat en na vermindering van eis - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag ad € 24.184,92 (te weten: € 14.603,25 aan hoofdsom, € 8.660,64 aan overeengekomen rente tot 1 november 2017 en € 921,03 aan buitengerechtelijke incassokosten), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 november 2017. Dit alles met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde] bestrijdt twee onderdelen van de facturen en erkent voor het overige de verschuldigdheid van de facturen.

4.2.

Ter zitting heeft [gedaagde] het verweer dat hij de leasetermijn voor augustus 2014 reeds zou hebben betaald, niet langer gehandhaafd. Volgens hem zou de curator in het faillissement van Cosmo ook aanspraak maken op de betaling van die termijn. Dat kan [gedaagde] niet baten. PCL heeft namelijk voldoende onderbouwd gesteld dat ABN de vorderingen van Cosmo per 1 augustus 2014 heeft overgenomen, zodat voldoende is komen vast te staan dat [gedaagde] enkel aan PCL bevrijdend kan betalen.

4.3.

[gedaagde] heeft voorts betwist de (dertien en niet twaalf) facturen met de omschrijving “AFLOSS” ten bedrage van in totaal € 11.689,47 inclusief btw per maand verschuldigd te zijn. Bij akte na comparitie heeft PCL kenbaar gemaakt in het kader van mogelijke bewijslevering af te zien van het vorderen van de betaling van de facturen die zien op voornoemde omschrijving, waarna zij haar vordering heeft verminderd met laatstgenoemd bedrag en de daarop betrekking hebbende rente en kosten.

4.4.

Voor het overige heeft [gedaagde] de gevorderde bedragen niet bestreden, zodat de gevorderde hoofdsom ad € 14.603,25 zal worden toegewezen. Tegen de meegevorderde overeengekomen rente ad € 8.660,64 en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 921,03 heeft [gedaagde] geen afzonderlijk verweer gevoerd, zodat deze bedragen eveneens zullen worden toegewezen. Al met al zal een totaalbedrag van € 24.184,92 worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente vanaf 1 november 2017 zal worden toegewezen over de hoofdsom. Aangezien de onderhavige overeenkomst een handelsovereenkomst betreft, zal de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW worden toegewezen. Voor zover PCL heeft bedoeld wettelijke rente te vorderen over de buitengerechtelijke kosten, zal die vordering worden afgewezen, omdat gesteld noch gebleken is dat deze kosten reeds daadwerkelijk gemaakt en vooraf betaald zijn.

4.5.

De kantonrechter zal [gedaagde] als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordelen op basis van het toegewezen bedrag, tot op heden aan de zijde van PCL begroot op € 1.822,51:

 € 800,00 voor salaris gemachtigde (2 punten x tarief € 400,00)

 € 83,51 voor explootkosten

 € 939,00 voor griffierecht.

5. De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] aan PCL te betalen een bedrag van € 24.184,92, te vermeerderen

met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over een bedrag van € 14.603,25 vanaf

1 november 2017 tot de dag van algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van PCL begroot op € 1.822,51;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J.S. Groeneveld-Koekkoek, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2017.