Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:429

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
31-01-2017
Datum publicatie
02-02-2017
Zaaknummer
5532961 HA VERZ 16-150
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek toekenning billijke vergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 sub b BW dan wel schadevergoeding op grond van artikel 7:611 BW. Verzoek afgewezen. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door werkgever is geen sprake. Zelfde feitenrelaas kan verzoek tot schadevergoeding op grond van artikel 7:611 BW niet dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/596
AR-Updates.nl 2017-0113
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer : 5532961 HA VERZ 16-150

Beschikking van de kantonrechter van 31 januari 2017

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [plaats] ,

verzoekende partij, hierna te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde mr. R.Ph. de Quay,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

drukwerkdeal.nl B.V.,

gevestigd te Deventer,

verwerende partij, hierna te noemen: Drukwerkdeal,

gemachtigde mr. J.E. Middelveld.

1 De procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  • -

    het verzoekschrift van 21 november 2016, ter griffie ontvangen op 22 november 2016

  • -

    het verweerschrift van 30 december 2016.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 januari 2017. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door mr. R.Ph. de Quay. Drukwerkdeal, vertegenwoordigd door de heer [A] , commercieel directeur, en mevrouw [B] , HR Businesspartner, is verschenen, bijgestaan door mr. J.E. Middelveld. Beide partijen hebben ter zitting hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt.

1.3.

Ten slotte is een datum bepaald voor de beschikking.

2 De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1.

[verzoekster] , geboren op 3 september 1971, is op 17 november 2014 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst getreden bij Drukwerkdeal in de functie van Senior Marketeer. Het salaris bedroeg op dat moment € 3.870,00 bruto per maand exclusief vakantietoeslag bij een 36-urige werkweek.

2.2.

De arbeidsovereenkomst is na ommekomst van de termijn verlengd met een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de periode 1 juni 2015 tot 1 juni 2016. Vanaf maart 2016 is de functie van [verzoekster] aangeduid met de benaming ‘teamleider, niveau 1’.

2.3.

Nadien is de arbeidsovereenkomst wederom verlengd, nu voor de periode van 1 juni 2016 tot 17 oktober 2016. In deze arbeidsovereenkomst is het salaris verhoogd naar € 3.897,09 bruto per maand exclusief vakantietoeslag bij een 36-urige werkweek. De arbeidsovereenkomst vermeldt in artikel 1.2:

‘Deze arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd zal na het einde van de overeengekomen derde periode, bij gebleken geschiktheid, worden omgezet voor onbepaalde tijd.’

Deze bepaling is eveneens weergegeven in de brief aan [verzoekster] omtrent de verlenging van de arbeidsovereenkomst.

2.4.

Medio juni 2016 is de functie van [verzoekster] aangeduid met de benaming ‘Teamleider Customer Segments, niveau 2’. De arbeidsvoorwaarden zijn gelijk gebleven.

2.5.

Op 1 juli 2016 heeft een resultaatgesprek plaatsgevonden tussen [verzoekster] en haar leidinggevende, de heer [A] , commercieel directeur. In dat gesprek is het functioneren van [verzoekster] besproken. [A] heeft van dat gesprek een verslag opgesteld, gedateerd 22 juli 2016. In dat verslag staat – naast de opsomming met punten ter zake waarvan [verzoekster] zich moest verbeteren en een opsomming met punten die goed zijn gegaan – het volgende vermeld:

‘Ik scoor [verzoekster] voor FY2016 een onvoldoende. Er zijn teveel zaken die beter moeten en ze presteert te zwak als leidinggevende. Mocht de performance niet verbeteren dan is een contractsverlenging niet aan de orde.’

Het verslag is niet aan [verzoekster] toegezonden of uitgereikt.

2.6.

Bij brief van 15 juli 2016, afkomstig van Drukwerkdeal en gericht aan [verzoekster] , heeft Drukwerkdeal onder meer geschreven:

‘Onlangs heb je met je leidinggevende een resultaatgesprek gevoerd. In dit gesprek is met jou besproken dat op dit moment de beoordeling van jouw functioneren ‘Onvoldoende’ is.

Zoals met je besproken, zal er geen salarisverhoging worden doorgevoerd.

Voor het doelgesprek dat zal volgen, kun je je doelen voor het komende jaar met je leidinggevende bespreken.

Wij gaan je als organisatie helpen om je het komende jaar verder te ontwikkelen, zodat je kunt toewerken naar een andere beoordeling.’

2.7.

[verzoekster] heeft in de periode van 11 tot 22 juli 2016 vakantieverlof genoten. Tijdens haar vakantie, op 19 juli 2016, heeft [verzoekster] aan de heer [C] , algemeen directeur (hierna: [C] ), een e-mail gestuurd met daarbij gevoegd een brief met betrekking tot de situatie zoals zij die heeft ervaren. Die brief vermeldt onder meer:

‘Vrijdag 1 juli jl. heb ik met [A] mijn resultaatgesprek gehad. Hierin werd aangegeven dat mijn performance onvoldoende scoort. Een lange lijst van nooit eerder genoemde onvolkomenheden werden mijn kant opgeslingerd. Dit oordeel kwam als een volkomen onverwachte en onaangename verrassing. (…)

[A] vindt mijn functioneren opeens onvoldoende. Een ontevreden leidinggevende en sinds deze beoordeling ook een zeer gefrustreerde werknemer. In de week nadien heb ik aan den lijve mogen ervaren wat dat met je doet. Het vreet energie, leidt tot slaapproblemen, de passie om er volop voor te gaan is compleet verdwenen. Ik merk deze eerste vakantieweek extra hard hoe hard dit is aangekomen.

Ik ben boos. Want zo ga je niet met mensen om. Als [A] (en of andere MT-leden) of jij het kennelijk in mij niet meer zien zitten omdat er geen geloof meer is dat je met mij de oorlog kan gaan winnen, dan kan je dat tegen me zeggen.

Niet dat dat leuk is, maar dan hebben we een gesprek met elkaar. Nu wordt me op onterechte en onjuiste gronden verweten dat ik onvoldoende functioneer. Dat is te bizar voor woorden (gelet ook op de functie die jullie mij recentelijk hebben aangeboden, had dit dan niet gedaan) en valt nauwelijks te accepteren.

Ik ben deze week met mijn gezin een week er tussen uit. [A] heeft mij geheel onnodig en zeer kwetsend in een conflict situatie gebracht. Ik kan nu niet overzien hoe het mogelijk kan zijn dat ik dinsdag 26 juli a.s. gewoon terugkeer op kantoor en te doen alsof er niets aan de hand is. Ik verwacht van jullie een passende oplossing, omdat ik geheel buiten mijn toedoen in deze situatie werd gebracht.

Aangezien mijn vertrouwen in de organisatie op dit moment op een laag pitje staat en ik echt een paar dagen wil genieten van mijn gezin, wil ik je vragen je antwoord deze week te richten tot Ruud de Quay (zie ook c.c.)’

2.8.

[C] heeft op 20 juli 2016 gereageerd aan [verzoekster] (en CC richting mr. De Quay) met de tekst:

‘Dankjewel voor je bericht.

Ik heb jouw brief gelezen en vervelend voor je dat je vakantie niet als vakantie voelt.

Probeer het voor komende dagen wat van je af te zetten. Zelf ben ik vanaf vandaag ook met vakantie en ik heb [D] gevraagd om tijdens mijn afwezigheid te kijken of we jou na jouw vakantie kunnen spreken. Je hoort dus van [D] .

Sterkte,’

2.9.

[verzoekster] heeft in het contact met [D] , HR-manager (hierna: [D] ), gemeld dat zij – alvorens zij in gesprek gaat met Drukwerkdeal, een schriftelijke reactie wenst op haar e-mail aan [C] d.d. 19 juli 2016. [D] heeft daarop geantwoord dat [C] heeft aangegeven in gesprek te gaan met [verzoekster] en dat zij [verzoekster] 26 juli 2016 op het werk verwacht te zien, waarbij voor aanvang van de werkdag gesproken kan worden over de meest passende oplossing voor [verzoekster] om haar taken op te pakken.

2.10.

[verzoekster] heeft op 26 juli 2016 aan [D] als volgt gereageerd:

‘Wat ik vreemd vind is dat je ondanks mijn uitgebreide reactie aan [C] doet alsof er niets aan de hand is en verwacht dat ik na een gesprek morgenochtend gewoon de draad kan oppakken. In mijn brief van (19 juli) gaf ik reeds aan dat voor onmogelijk te houden. Ook gaf ik aan wat het oordeel van [A] met me deed en dat is echt niet veranderd. In tegendeel. Op dit moment ben ik niet in staat mijn werk op te pakken en evenmin in staat -laat staan alleen- met jou of [C] het gesprek aan te gaan, zeker niet nu het onterechte negatieve oordeel ook nog eens per brief bevestigd werd.

Dat is ook de reden dat ik voorafgaand aan een gesprek met [C] wil weten waar ik aan toe ben en je vroeg om een schriftelijke reactie, zodat ik me kan voorbereiden op een gesprek.

Voor het geval je dat niet duidelijk is, ik ben letterlijk ziek geworden van de hele situatie*. Ik slaap slecht, ben niet te genieten voor mijn omgeving, de energie die ik normaal heb, is compleet verdwenen en kan me niet concentreren. In de afgelopen maanden heb ik alles gegeven wat ik in me heb, en als je dan volkomen onverwacht te horen krijgt dat dat ‘onvoldoende’ is, ‘niet goed genoeg’; hoe verwacht je dan dat ik dan mijn werkzaamheden oppak?

* ik meld me bij deze dan ook ziek.’

2.11.

In aansluiting op de ziekmelding van [verzoekster] heeft Drukwerkdeal [verzoekster] via een ongedateerde brief uitgenodigd voor een gesprek op 1 augustus 2016. Voorts heeft Drukwerkdeal [verzoekster] meegedeeld dat zij de ziekmelding vooralsnog niet accepteert totdat de bedrijfsarts een uitspraak heeft gedaan over de ziekmelding.

2.12.

[verzoekster] is op 29 juli 2016 verschenen op het consult van de bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat [verzoekster] beperkingen heeft in energetisch vermogen, concentratie, het verdelen van aandacht, emotieregulatie, conflicthantering, psychische spankracht en omgaan met tijdstuk en deadlines door ziekte. Verder heeft de bedrijfsarts geoordeeld:

‘De klachten hangen wel duidelijk samen met werkgerelateerde problematiek. Ik adviseer daarom ook eerst probleemoplossende gesprekken te voeren. Naar ik verneem vindt op 1 augustus 2016 al een gesprek plaats. (…) Het vinden van een constructieve oplossing voor de werkgerelateerde problematiek kan een positief effect hebben op haar herstel. (…)’

2.13.

Per ongedateerde brief heeft Drukwerkdeal [verzoekster] laten weten dat zij heeft geconstateerd dat [verzoekster] zich niet heeft gehouden aan haar verplichtingen uit het geheimhoudingsbeding. Drukwerkdeal heeft aanspraak gemaakt op een boete van € 5.000,00 en heeft te kennen gegeven deze boete in te houden op het salaris van [verzoekster] . Drukwerkdeal heeft de boete nog niet geïnd.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] heeft de kantonrechter verzocht Drukwerkdeal te veroordelen tot betaling van:

  1. een vergoeding ten bedrage van € 48.000,00 bruto, primair op grond van artikel 7:673 lid 9 sub b BW, dan wel subsidiair op grond van artikel 7:611 BW;

  2. een schadevergoeding ten bedrage van € 3.583,59, inclusief btw, als gevolg van het handelen van Drukwerkdeal in strijd met artikel 7:611 BW.

3.2.

Drukwerkdeal heeft de afwijzing van het verzoek bepleit, onder veroordeling van [verzoekster] in de kosten van de procedure, de nakosten daarin begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.3.

Op de standpunten van partijen wordt hierna – voor zover van belang – nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In deze procedure ligt de vraag voor of [verzoekster] recht heeft op een billijke vergoeding van € 48.000,00. [verzoekster] heeft haar verzoek primair gebaseerd op artikel 7:673 lid 9 sub b Burgerlijk Wetboek (BW).

4.2.

Artikel 7:673 lid 9 sub b BW bepaalt dat de kantonrechter aan de werknemer ten laste van de werkgever een billijke vergoeding kan toekennen, indien de werknemer korter dan 24 maanden in dienst is geweest bij de werkgever en, na een einde van rechtswege, het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werkgever zich slechts zal voordoen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat of als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34).

4.3.

Vaststaat dat de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] van rechtswege is beëindigd per 17 oktober 2016 en dat [verzoekster] in totaal korter dan 24 maanden in dienst is geweest bij Drukwerkdeal. De kantonrechter stelt voorop dat het Drukwerkdeal in beginsel vrij staat om een tijdelijke arbeidsovereenkomst al dan niet te verlengen. Dit brengt mee dat ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever ten gevolge waarvan de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege niet wordt voortgezet, zich niet snel zal voordoen.

4.4.

Ten aanzien van het gestelde ernstig verwijtbare handelen of nalaten door Drukwerkdeal heeft [verzoekster] aangevoerd dat de beoordeling (het resultaatgesprek) onverwacht hard en negatief is geweest. [verzoekster] heeft dat niet kunnen voorzien, omdat door Drukwerkdeal nimmer signalen zijn afgegeven dat het functioneren van [verzoekster] ondermaats was en dat zij zich diende te verbeteren. [verzoekster] heeft in haar korte loopbaan bij Drukwerkdeal zelfs tweemaal een promotie gekregen. Voorafgaand aan het resultaatgesprek was voor [verzoekster] niet kenbaar op welke competenties zij zou worden getoetst. Evenmin heeft een deugdelijke verslaglegging plaatsgevonden van het resultaatgesprek. [verzoekster] is pas bekend geworden met de inhoud van het verslag ten tijde van het indienen van het verweerschrift in deze procedure door Drukwerkdeal. Door haar handelwijze heeft Drukwerkdeal een arbeidsconflict laten ontstaan. Drukwerkdeal heeft onvoldoende gedaan om [verzoekster] te laten re-integreren toen [verzoekster] zich ziek heeft gemeld. Daarentegen heeft Drukwerkdeal [verzoekster] in de afgesproken time-out van twee weken volkomen verrast door haar een boete van € 5.000,00 op te leggen in verband met de gestelde overtreding van het geheimhoudingsbeding.

4.5.

Drukwerkdeal heeft betwist dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Drukwerkdeal heeft de tweede arbeidsovereenkomst bewust verlengd met een kortere periode, omdat onzeker was of [verzoekster] voldoende functioneerde. Dat is ook met [verzoekster] besproken en blijkt ook uit de toevoeging in de arbeidsovereenkomst dat die overeenkomst wordt verlengd naar onbepaalde tijd bij ‘gebleken geschiktheid’. Het is niet juist dat [verzoekster] tweemaal een promotie is gegeven. Ten gevolge van het opstellen van functieprofielen binnen de organisatie zijn de namen van verschillende functies gewijzigd, hetgeen ook geldt voor de functie van [verzoekster] . Het salaris en de overige arbeidsvoorwaarden zijn gelijk gebleven. In het geval van [verzoekster] zijn juist werkzaamheden en verantwoordelijkheden bij haar weggenomen. Waar zij aanvankelijk leiding gaf aan 12 werknemers en verantwoordelijk was voor een omzettarget van 80 miljoen, gaf zij sinds juni 2016 leiding aan 4 werknemers en was zij verantwoordelijk voor een omzettarget van 40 miljoen. Van het resultaatgesprek met [verzoekster] is wel een verslag opgesteld. Dat verslag is niet aan [verzoekster] toegezonden, omdat Drukwerkdeal verwachtte dat de situatie daarmee erger uit de hand zou lopen. Drukwerkdeal heeft geen arbeidsconflict laten ontstaan, maar heeft juist gepoogd om een arbeidsconflict te voorkomen.

4.6.

Voor de kantonrechter is niet komen vast te staan dat sprake is geweest van een tweetal promoties van [verzoekster] . Drukwerkdeal heeft uitdrukkelijk tegengesproken dat de wijziging van de functiebenaming een wijziging van de functie inhoudt. [verzoekster] heeft in het licht van die uitdrukkelijke betwisting onvoldoende aangevoerd om te kunnen concluderen dat sprake is van promoties. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt immers niet in te zien waarom sprake is van een promotie in een verzwaarde functie zonder dat daar voor [verzoekster] een hoger salaris tegenover staat of dat zij anderszins gecompenseerd wordt. [verzoekster] had deze functienaamswijzigingen dan ook niet kunnen en mogen zien als bevestiging van haar gestelde goede functioneren.

4.7.

Vaststaat dat [verzoekster] in de periode na haar indiensttreding op 17 november 2014 niet eerder een resultaatgesprek heeft gevoerd dan op 1 juli 2016. Dit valt Drukwerkdeal niet aan te rekenen, omdat [verzoekster] op dat moment goed anderhalf jaar werkzaam was bij Drukwerkdeal en dan nog geen sprake is van een onaanvaardbaar lange tijd zonder functioneringsgesprekken. Dat [verzoekster] op dat eerste gesprek te horen heeft gekregen dat haar functioneren als ‘onvoldoende’ moet worden bestempeld, valt Drukwerkdeal evenmin aan te rekenen. De werkgever is vrij in het beoordelen van het functioneren van diens medewerkers. De kantonrechter kan dat oordeel slechts marginaal toetsen in die zin dat beoordeeld dient te worden of Drukwerkdeal in redelijkheid tot dat oordeel heeft kunnen komen. [verzoekster] heeft weliswaar gesteld dat zij steeds goed heeft gefunctioneerd, maar in de stukken zijn onvoldoende aanknopingspunten om te ondersteunen dat daarvan steeds sprake is geweest. [verzoekster] heeft gewezen op de promoties, maar daarvan is reeds komen vast te staan dat van een tweetal promoties geen sprake is geweest.

4.8.

Dat het oordeel ‘onvoldoende’ voor [verzoekster] als een grote verrassing is gekomen en dat daarom reeds sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Drukwerkdeal is naar het oordeel van de kantonrechter evenmin komen vast te staan. Weliswaar is het begrijpelijk dat [verzoekster] erg geschrokken is van de negatieve beoordeling, te meer nu tussen partijen vaststaat dat zij steeds hard heeft gewerkt, maar dat laat onverlet dat er wel signalen omtrent haar functioneren zijn afgegeven die [verzoekster] had kunnen en moeten begrijpen. Zo is [verzoekster] na haar tweede arbeidsovereenkomst slechts een korte verlenging van 4,5 maanden geboden en is in haar arbeidsovereenkomst en de begeleidende brief opgenomen dat de arbeidsovereenkomst daarna ‘bij gebleken geschiktheid’ zal worden opgevolgd door een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

4.9.

Na het toekennen van de negatieve beoordeling heeft Drukwerkdeal [verzoekster] niet in het ongewisse gelaten over de toekomst. Vaststaat dat Drukwerkdeal in de brief van 15 juli 2016 [verzoekster] heeft laten weten haar te gaan helpen om zich verder te ontwikkelen. Dat ten tijde van het resultaatgesprek op 1 juli 2016 reeds vaststond dat de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] niet verlengd zou gaan worden, blijkt niet uit de stukken. Uit het verslag van [A] blijkt evenmin dat de arbeidsovereenkomst per definitie niet meer verlengd zal worden. Wel blijkt daaruit dat verbetering in performance nodig is om een contractsverlenging mogelijk te maken. De kans om zich in de laatste maanden van haar arbeidsovereenkomst te verbeteren, heeft [verzoekster] echter niet kunnen aangrijpen, omdat zij zich ziek gemeld heeft.

4.10.

De kantonrechter volgt [verzoekster] niet in haar verwijt jegens Drukwerkdeal dat Drukwerkdeal een arbeidsconflict heeft laten ontstaan. Het is veeleer [verzoekster] die het meningsverschil omtrent het functioneren op de spits heeft gedreven door niet (met haar leidinggevende) het gesprek aan te gaan, maar aan de algemeen directeur, [C] , een uitgebreide brief te schrijven over de in haar ogen onterechte en onjuiste beoordeling en gelijk vanaf dat moment een advocaat erbij te betrekken voor de behartiging van haar belangen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Drukwerkdeal terecht aangestuurd op een gesprek met [verzoekster] , maar [verzoekster] heeft dat gesprek eerst willen afhouden, omdat zij een inhoudelijke, schriftelijke reactie van [C] wilde ontvangen alvorens zij het gesprek zou aangaan. Dat behoefde van Drukwerkdeal niet te worden verwacht. Dat Drukwerkdeal niets heeft gedaan om het ontstane conflict te redresseren, zoals [verzoekster] heeft aangevoerd, is derhalve niet gebleken. Bovendien kan niet worden aangenomen dat Drukwerkdeal pas het gesprek heeft willen aangaan nadat de bedrijfsarts heeft geadviseerd met elkaar te gaan praten. Uit de stukken blijkt afdoende dat het gesprek op 1 augustus 2016 reeds gepland stond alvorens [verzoekster] bij de bedrijfsarts is geweest en de bedrijfsarts diens advies gaf.

4.11.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten in de zin van artikel 7:673 lid 9 BW geen sprake is. De brief van Drukwerkdeal waarin zij [verzoekster] aansprakelijk houdt voor de overtreding van het geheimhoudingsbeding en zij [verzoekster] een boete oplegt van € 5.000,00 maakt dit oordeel niet anders. Drukwerkdeal heeft hier te voortvarend gehandeld, hetgeen zij kennelijk zelf ook heeft ingezien door ter zitting te stellen dat de boete niet is opgeëist en ook niet opgeëist zal worden, maar van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten is geen sprake, te minder nu [verzoekster] zelf ook onhandig heeft gehandeld door met haar ondergeschikte collega contact op te nemen en uit te leggen dat haar oordeel omtrent het functioneren van die collega anders is dat het oordeel van het beslissende management.

4.12.

Nu geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Drukwerkdeal moet het primaire verzoek tot het toekennen van een billijke vergoeding ad € 48.000,00 worden afgewezen.

4.13.

[verzoekster] heeft subsidiair verzocht om Drukwerkdeal te veroordelen tot een vergoeding ad € 48.000,00 op grond van slecht werkgeverschap in de zin van artikel 7:611 BW. Artikel 7:611 BW bepaalt dat de werkgever en werknemer verplicht zijn zich als goed werkgever en goed werknemer te gedragen. Met de inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid heeft de wetgever een stelsel van vergoedingen in het leven geroepen die de gevolgen compenseren voor de werknemer in verschillende situaties. [verzoekster] heeft voor haar verzoek op grond van artikel 7:611 BW hetzelfde feitencomplex aan haar verzoek ten grondslag gelegd als datgene dat zij aan het gestelde ernstig verwijtbaar handelen of nalaten ten grondslag heeft gelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter dient artikel 7:673 lid 9 BW te worden aangemerkt als de lex specialis ten opzichte van de lex generalis in artikel 7:611 BW. Schadevergoeding op grond van artikel 7:611 BW kan wel bestaan naast de schadevergoeding op grond van artikel 7:673 lid 9 BW, maar dan moet er wel een ander argument voor worden aangevoerd. Artikel 7:611 BW heeft slechts een beperkte reikwijdte waar het gaat om het gestelde ernstig verwijtbare handelen of nalaten bij het niet verlengen van een arbeidsovereenkomst. Artikel 7:611 BW is geen subsidiaire grondslag met een minder zware toets. [verzoekster] heeft onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die leiden tot aansprakelijkheid op grond van artikel 7:611 BW. Het subsidiaire verzoek wordt daarom eveneens afgewezen.

4.14.

[verzoekster] heeft ten slotte aanspraak gemaakt op een volledige vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten. Nu [verzoekster] de in het ongelijk gestelde partij is, is een volledige vergoeding van de door haar gemaakte proceskosten niet aan de orde en zal zij in de proceskosten van Drukwerkdeal worden veroordeeld.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzoek af;

5.2.

veroordeelt [verzoekster] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Drukwerkdeal begroot op € 700,00, bestaande uit:

  • -

    € 600,00 voor salaris gemachtigde

  • -

    € 100,00 voor nakosten,

te vermeerderen met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW indien [verzoekster] niet binnen veertien dagen na betekening van deze beschikking aan de proceskostenveroordeling heeft voldaan.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.A.O.M. van Aerde, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 31 januari 2017. (SvW)