Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4267

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-11-2017
Datum publicatie
16-11-2017
Zaaknummer
08/730222-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 21-jarige vrouw uit Witharen tot een taakstraf van 80 uren wegens mishandeling van de eigenaar van een discotheek in Lemele en het plegen van geweld tegen een portier van die discotheek. De vrouw is voorts veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan de benadeelde partijen, te weten € 300,-- aan de eigenaar van de discotheek en € 345,-- aan de portier. De rechtbank spreekt de vrouw vrij van het plegen van geweld tegen een 26-jarige vrouw uit Ommen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer 08/730222-17 (P)

Datum vonnis: 16 november 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 november 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.J. Wiegant en van hetgeen door verdachte en de raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 30 december 2015 heeft schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] (feit 1), [slachtoffer 2] (feit 2) en tegen [slachtoffer 3] (feit 3);

feit 4: zich op 30 december 2015 heeft schuldig gemaakt aan vernieling van een ruit.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

zij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een

voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] ), in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 1] ,

welk geweld bestond uit die [slachtoffer 1] eenmaal of meermalen (met kracht)

- op/tegen het lichaam te duwen en/of

in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- bij de haren beet te pakken en/of aan de haren te trekken;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

zij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een persoon genaamd [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] (met kracht) eenmaal of meermalen

- op/tegen het lichaam te duwen en/of

in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- bij de haren beet te pakken en/of aan de haren te trekken;

2.

zij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] ),

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit die [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen (met kracht)

- met een (hand)tas, althans met een voorwerp in het gezicht, althans op/tegen

het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

zij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een persoon genaamd [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (met kracht) eenmaal of meermalen

- met een (hand)tas, althans met een voorwerp in het gezicht, althans op/tegen

het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen;

3.

zij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] ),

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit die [slachtoffer 3] eenmaal of meermalen (met kracht)

- op/tegen het lichaam te duwen en/of te trekken en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te

slaan en/of te stompen en/of

- in/op/tegen het kruis, althans en/of op/tegen het lichaam te schoppen en/of

te trappen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

zij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een persoon genaamd [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] (met kracht) eenmaal of meermalen

- op/tegen het lichaam te duwen en/of te trekken en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te

slaan en/of te stompen en/of

- in/op/tegen het kruis, althans en/of op/tegen het lichaam te schoppen en/of

te trappen;

4.

zij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een ruit (van een toegangsdeur van een pand aan de [adres] ), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of haar mededader(s) toebehoorde, te weten [discotheek] , heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

In de nacht van 29 op 30 december 2015 hebben er bij uitgaansgelegenheid [discotheek] te Lemele meerdere geweldsincidenten plaatsgevonden. Getuigen hebben verklaard dat verdachte bij deze incidenten betrokken is geweest. Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat zij aangever [slachtoffer 2] heeft geslagen met haar handtas en aangever [slachtoffer 3] heeft geschopt. Verdachte ontkent dat zij (daarmee) een bijdrage heeft geleverd aan de openlijke geweldpleging tegen aangever [slachtoffer 2] . Daarnaast ontkent verdachte dat zij deze nacht geweld heeft gebruikt tegen [slachtoffer 1] , dan wel dat zij aan de (openlijke) geweldpleging tegen [slachtoffer 1] een bijdrage heeft geleverd en dat zij een ruit heeft vernield.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 en 4 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken, wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs, en dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 2 en 3 primair ten laste gelegde. De officier van justitie baseert zich daarbij op de bekennende verklaringen van verdachte in combinatie met de aangiftes van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en verschillende getuigenverklaringen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat zijn cliënt van het onder 1 en 4 ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft daarnaast bepleit dat zijn cliënt van het onder 2 primair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken en heeft daartoe aangevoerd dat het slaan met de handtas moet worden gezien als een solo-actie die geen onderdeel uitmaakte van de openlijke geweldpleging. Wat betreft het onder 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 primair en 4 is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

t.a.v. feit 1 primair en subsidiair

Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting kan niet bewezen worden dat verdachte op enige wijze door verbale of fysieke handelingen de geweldshandelingen tegen [slachtoffer 1] heeft ondersteund, of op een andere manier heeft bijgedragen aan het ontstaan of het voortduren daarvan, dan wel geweld heeft gebruikt tegen aangeefster, zodat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken.

t.a.v. feit 2 primair

Wat betreft de openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 2] is bij verdachte enkel het geweld dat bestond uit het slaan met de (hand)tas op de tenlastelegging opgenomen. Dit maakt dat niet bewezen kan worden dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan (de latere) openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 2] , zodat verdachte van het onder 2 primair ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

t.a.v. feit 4

Verdachte heeft bekend dat zij een schop tegen een ruit van [discotheek] heeft gegeven, maar stelt dat de ruit daarvoor al was vernield. Medeverdachte [medeverdachte] heeft bekend de ruit te hebben vernield, waarvoor ook overigens bewijs voor voorhanden is, zodat verdachte van dit feit wordt vrijgesproken.

t.a.v. feit 2 subsidiair en feit 3 primair

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 2 subsidiair en 3 primair tenlastegelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens haar geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

feit 2 subsidiair:

zij op 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen, een persoon genaamd [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] met kracht met een (hand)tas, op/tegen het hoofd te slaan;

feit 3 primair:

zij op 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] ),

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 3] , welk geweld bestond uit die [slachtoffer 3] met kracht

- tegen het lichaam te duwen en

- tegen het lichaam te slaan en te stompen en

- in/op/tegen het kruis, en/of tegen het lichaam te trappen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 300 en 141 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 2 subsidiair

het misdrijf: mishandeling,

feit 3 primair

het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft de rechtbank verzocht om, gezien de context waarin de strafbare gedragingen van zijn cliënt hebben plaatsgevonden, een lagere werkstraf dan geëist op te leggen, te weten een werkstraf voor de duur van 60 uren.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 3] en mishandeling van [slachtoffer 2] . De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij geweld heeft gebruikt tegen bovengenoemde personen, juist terwijl zij aangesteld zijn om en bezig waren de orde en rust te brengen in een situatie waarin de gemoederen hoog waren opgelopen.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op het vrijwel blanco strafblad van verdachte en houdt zij rekening met het geringe aandeel dat verdachte heeft gehad in de openlijke geweldpleging en het tijdsverloop.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde werkstraf (een werkstraf voor de duur van 80 uren) passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte (hoofdelijk) te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € € 300,00 (driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Het bedrag wordt wegens immateriële schade gevorderd.

[slachtoffer 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte (hoofdelijk) te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 345,00 (driehonderdvijfenveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:

- € 45,00 headset portofoon Kenwood.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 300,00 gevorderd.

[discotheek] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte (hoofdelijk) te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € € 1.268,28 (duizend tweehonderdachtenzestig euro en achtentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 513,24 timmerman;

- € 526,35 schilder;

- € 228,69 portofoon.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] hoofdelijk dienen te worden toegewezen en dat de vordering van de benadeelde partij [discotheek] dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 228,69 omdat deze schade voortvloeit uit de openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 2] , en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] kan worden toegewezen tot een bedrag van € 300,00 en voor het overige moet worden afgewezen omdat niet op de tenlastelegging is opgenomen dat er geweld is uitgeoefend tegen zaken. Daarnaast heeft de raadsman bepleit dat de vordering van de benadeelde partij [discotheek] moet worden afgewezen wegens de bepleite vrijspraak. Wat betreft de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

t.a.v. benadeelde partij [discotheek] :

De vordering heeft grotendeels betrekking op het onder 4 ten laste gelegde. Nu verdachte van dit feit wordt vrijgesproken, zal de rechtbank de benadeelde partij op de voet van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor wat betreft de posten ‘timmerman’ en ‘schilder’. Daarnaast zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de post ‘portofoon’, omdat onvoldoende onderbouwd is dat deze post valt onder de rechtstreekse schade die is veroorzaakt door het onder 2 subsidiair en/of 3 primair bewezenverklaarde feit.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 2] :

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij een schadeveroorzakende gedraging waar meerdere schuldenaren betrokken bij zijn geweest, en door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 3] :

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij een schadeveroorzakende gedraging waar meerdere schuldenaren betrokken bij zijn geweest, en door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost ‘immateriële schade’ is niet betwist en voldoende onderbouwd. De raadsman van verdachte heeft betwist dat de post ‘headset portofoon Kenwood’ voor vergoeding in aanmerking komt. De rechtbank overweegt dat uit de tenlastelegging niet hoeft te blijken of en zo ja welke schade het bewezenverklaarde feit heeft veroorzaakt. Wel moet in de tenlastelegging de gedraging worden omschreven die de schade heeft veroorzaakt. Dit maakt dat aan de voorwaarde dat de schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit, is voldaan. Dat de schadepost niet in de tenlastelegging is vermeld doet daar niet aan af. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 345,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

t.a.v. de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] :

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal in beide gevallen de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d en 57 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair en subsidiair, 2 primair en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 2 subsidiair het misdrijf: mishandeling;

feit 3 primair het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 2 subsidiair en 3 primair bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 80 (tachtig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;

schadevergoeding

benadeelde partij [discotheek]

- bepaalt dat de benadeelde partij [discotheek] in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 300,00 (driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 subsidiair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 6 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 3]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van € 345,00 (driehonderdvijfenveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 3 primair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 345,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 6 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. van Vuure, voorzitter, mr. A.A.A.M. Schreuder en mr. S. Taalman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2017.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

feit 2 subsidiair

1. het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 15 maart 2016, pagina 143-150;

2. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] van 10 februari 2016, pagina 77-84;

3. het proces-verbaal van bevindingen van 15 maart 2016, pagina 111-119;

4. het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 november 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering.

feit 3 primair

1. het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 15 maart 2016, pagina 143-150;

2. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 3] van 2 maart 2016, pagina 85-90;

3. het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 5 februari 2016, pagina 128-131;

4. het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 november 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland district IJsselland, met nummer PL0600-2016505305 Z. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.