Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4264

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
16-11-2017
Datum publicatie
16-11-2017
Zaaknummer
08/730225-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt een 25-jarige man uit Dedemsvaart tot een taakstraf van 120 uren wegens het plegen van geweld tegen de eigenaar en een portier van een discotheek in Lemele en het vernielen van een ruit van die discotheek. De man is voorts veroordeeld tot het betalen van schadevergoedingen aan de benadeelde partijen, te weten € 624,-- aan de discotheek, € 300,-- aan de eigenaar van de discotheek en € 345,-- aan de portier.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/730225-17 (P)

Datum vonnis: 16 november 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats]

wonende aan de [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 november 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.J. Wiegant en van hetgeen door verdachte naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

zich op 30 december 2015 heeft schuldig gemaakt aan openlijk geweld tegen, dan wel het mishandelen van [slachtoffer 1] (feit 1) en [slachtoffer 2] (feit 2);

feit 3: zich op 30 december 2015 heeft schuldig gemaakt aan het vernielen van een ruit;

feit 4: op 30 december 2015 in [discotheek] is geweest terwijl hem de toegang was ontzegd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] ),

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit die [slachtoffer 1] eenmaal of meermalen (met kracht)

- bij de polsen, althans bij het lichaam vast te pakken en/of (vervolgens) op/tegen het lichaam te duwen en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een persoon genaamd [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] (met kracht) eenmaal of meermalen

- bij de polsen, althans bij het lichaam vast te pakken en/of (vervolgens) op/tegen het lichaam te duwen en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] )

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit die [slachtoffer 2] eenmaal of meermalen (met kracht)

- op/tegen het lichaam te duwen en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of

- op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 2 geen veroordeling mocht of zou

kunnen volgen, SUBSIDIAIR, ter zake dat

hij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een persoon genaamd [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (met kracht) eenmaal of meermalen

- op/tegen het lichaam te duwen en/of

- in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te

slaan en/of te stompen en/of

- op/tegen het lichaam te schoppen en/of te trappen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een ruit (van een toegangsdeur van een pand aan de [adres] ), dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten [discotheek] , heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

4.

hij in of omstreeks de periode van 29 tot en met 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen, wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal gelegen aan de

[adres] , in gebruik bij [discotheek] , in elk geval bij een ander dan bij hem, verdachte, terwijl aan hem schriftelijk de toegang tot voornoemd lokaal was ontzegd voor levenslange duur ingaande op 13 oktober 2012.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

3. De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

In de nacht van 29 op 30 december 2015 hebben bij uitgaansgelegenheid [discotheek] te Lemele meerdere geweldsincidenten plaatsgevonden. Getuigen hebben verklaard dat verdachte bij drie van de incidenten betrokken is geweest, te weten de openlijke geweldpleging tegen respectievelijk [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en de vernieling van een ruit toebehorende aan [discotheek] . Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij bij openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] aanwezig is geweest, maar ontkent dat hij aan deze incidenten een bijdrage heeft geleverd. Verdachte heeft bekend dat hij een ruit heeft vernield.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde. De officier van justitie baseert zich daarbij op de verklaringen van verdachte in combinatie met de aangiftes van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en verschillende getuigenverklaringen. De officier van justitie acht het onder 4 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen.

4.3

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft het onder 3 ten laste gelegde bekend. Wat betreft het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft verdachte verklaard dat hij aangever [slachtoffer 2] heeft weggeduwd en verder niemand heeft geschopt of geslagen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder 4 is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Uit het dossier blijkt niet dat verdachte het schriftelijke bescheid, waarin de duur van de ontzegging stond vermeld, uitgereikt heeft gekregen. Nu verdachte heeft verklaard dat hij wist dat hij in het verleden een ontzegging om de horecagelegenheid te betreden had, maar ervan uit ging dat dat niet meer aan de orde was omdat hij die dag, na zijn legitimatie te hebben getoond, gewoon werd toegelaten, acht de rechtbank het onder 4 ten laste gelegde feit niet bewezen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 3 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen1.

De rechtbank is daarnaast van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

t.a.v. feit 1 primair

Verdachte ontkent dat hij geweld heeft gebruikt tegen aangever [slachtoffer 1] of anderszins een bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelegde geweldshandelingen. Dit verweer wordt weersproken door de inhoud van de bewijsmiddelen. De aangifte van [slachtoffer 1] wordt ondersteund door verklaringen van (onder andere) [naam] en [naam] . Uit deze verklaringen valt op te maken dat verdachte niet slechts de groep getalsmatig heeft versterkt, maar een actieve bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Dit maakt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelegde geweldshandelingen en niet slechts in de groep van geweldplegers aanwezig is geweest en/of zich niet hieraan heeft onttrokken.

t.a.v. feit 2 primair

Verdachte heeft verklaard dat hij aangever [slachtoffer 2] een duw heeft gegeven nadat deze zijn vriendin (medeverdachte [medeverdachte] ) zou hebben gestompt. Deze verklaring, in samenhang met de overige inhoud van de bewijsmiddelen, maakt dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan de ten laste gelegde geweldshandelingen en niet slechts in de groep van geweldplegers aanwezig is geweest en/of zich niet hieraan heeft onttrokken.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

feit 1 primair:

hij op 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] ),

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit die [slachtoffer 1] meermalen met kracht

- tegen het lichaam te duwen en

- tegen het lichaam te slaan en te stompen en

- tegen het lichaam te trappen;

feit 2 primair:

hij op 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen openlijk, te weten in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] (gevestigd aan de [adres] )

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd [slachtoffer 2] ,

welk geweld bestond uit die [slachtoffer 2] meermalen met kracht

- op/tegen het lichaam te duwen en

- tegen het hoofd en tegen het lichaam te slaan en te stompen en

- tegen het lichaam te trappen;

feit 3:

hij op 30 december 2015 te Lemele, gemeente Ommen, opzettelijk en wederrechtelijk een goed, te weten een ruit (van een toegangsdeur van een pand aan de [adres] ), dat aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten [discotheek] , heeft vernield.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 141 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair en 2 primair

telkens het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen,

feit 3

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uren.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De verdachte heeft verklaard dat hij zijn baan bij de Koninklijke Marine kan verliezen als er een geldboete wordt opgelegd hoger dan € 1.000,00 dan wel een werkstraf voor een hogere duur dan 40 uren.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en aan vernieling van een ruit. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geweld heeft gebruikt tegen bovengenoemde personen terwijl zij als beveiligers zijn aangesteld om en bezig waren de orde en rust te brengen in een situatie waarin de gemoederen hoog waren opgelopen. Bovendien waren de gewelddadigheden zichtbaar voor veel mensen, hetgeen gevoelens van onveiligheid met zich brengt.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de straf de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) als uitgangspunt genomen. Het LOVS geeft als oriëntatiepunt voor straftoemeting ten aanzien van openlijke geweldpleging zonder lichamelijk letsel, een taakstraf voor de duur van 150 uren.

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 26 september 2017 en kennis genomen van de inhoud van het reclasseringsadvies van 31 oktober 2017, opgesteld door R. Jansen, reclasseringswerker. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met het tijdsverloop.

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf, te weten een werkstraf voor de duur van 120 uren, passend en geboden.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[discotheek] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte (hoofdelijk) te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1.268,28 (duizend tweehonderdachtenzestig euro en achtentwintig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- € 513,24 timmerman;

- € 526,35 schilder;

- € 228,69 portofoon.

[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte (hoofdelijk) te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € € 300,00 (driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Het bedrag wordt wegens immateriële schade gevorderd.

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte (hoofdelijk) te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 345,00 (driehonderdvijfenveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende post:

- € 45,00 headset portofoon Kenwood.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 300,00 gevorderd.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de

benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] hoofdelijk dienen te worden toegewezen en dat de vordering van de benadeelde partij [discotheek] (hoofdelijk) dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 755,04 omdat deze schade voortvloeit uit de openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en de vernieling van de ruit, en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De verdachte is bereid om de schade die is ontstaan door het vernielen van de ruit te betalen en vindt de vorderingen van de benadeelde partijen voor het overige aan de hoge kant.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

t.a.v. benadeelde partij [discotheek] :

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de onder 1 primair en 3 bewezenverklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten ‘schilder’ en ‘portofoon’ zijn respectievelijk niet en onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde ten aanzien van deze schadeposten daarom deels (hoofdelijk) toewijzen tot een bedrag van € 624,00 (te weten het gevorderde bedrag min 21 % BTW), te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de strafbare feiten zijn gepleegd, en voor het overige niet-ontvankelijk verklaren,

De rechtbank acht niet bewezen dat de opgevoerde schade onder de post ‘timmerman’ heeft te gelden als rechtstreekse schade welke zou zijn veroorzaakt door (een van) de bewezenverklaarde feiten. De benadeelde partij zal om die reden voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij een schadeveroorzakende gedraging waar meerdere schuldenaren betrokken bij zijn geweest, en door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadepost is onvoldoende betwist en voldoende onderbouwd. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

t.a.v. benadeelde partij [slachtoffer 2] :

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte betrokken is geweest bij een schadeveroorzakende gedraging waar meerdere schuldenaren betrokken bij zijn geweest, en door het bewezenverklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn niet betwist en voldoende onderbouwd. Wat betreft de post ‘headset portofoon Kenwood’, overweegt de rechtbank dat de schade een rechtstreeks gevolg dient te zijn van het bewezenverklaarde feit. Dit is naar het oordeel van de rechtbank het geval. Niet is vereist dat de schadepost in de tenlastelegging is vermeld. De rechtbank zal het gevorderde daarom hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van € 345,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

t.a.v. de benadeelde partijen [discotheek] , [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] :

De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal in alle gevallen de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht (mede) aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht

10 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 22c, 22d en 57 Sr.

11 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2 primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

feit 2 primair het misdrijf: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

feit 3 het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 primair, 2 primair en 3 bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

schadevergoeding

benadeelde partij [discotheek]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [discotheek] van een bedrag van € 624,00 (zeshonderdvierentwintig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 primair en 3 bewezenverklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 624,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 12 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

benadeelde partij [slachtoffer 1]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van
€ 300,00 (driehonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 primair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 300,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 6 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 345,00 (driehonderdvijfenveertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 primair bewezenverklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 345,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 december 2015 ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 6 dagen zal worden toegepast, (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. A.A.A.M. Schreuder en mr. R.M. van Vuure, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2017.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

feit 1

1. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] van 10 februari 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 77-84):

(…) Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging gepleegd tussen 30 december 2015 te 00:45 uur en 01:30 uur, in een voor publiek toegankelijke ruimte, te weten [discotheek] , gevestigd aan de [adres] te Lemele. (…) Ik voel ineens een klap op mijn achterhoofd. Ik voelde onmiddellijk pijn. Ik draai mij om en zie de dame (…) voor mij staan. Deze heeft haar zwarte handtas in haar hand.(…) Ik zag dat de dame die mij had geslagen (…) nu een conflict had met [slachtoffer 2] . (…) Ik heb hierop ingegrepen door mijn hand op haar rug te leggen om haar in de richting van de uitgang te begeleiden. Terwijl ik dit doe, is deze dame verbaal aanwezig. (…) Omdat deze dame zo aan het schreeuwen was, heeft zij waarschijnlijk de aandacht getrokken van de jongens. (…) Ik zag dat één van de jongens mij recht in de ogen aankeek. (…) Ik zag dat achter hem nog minimaal een 3 tal jongens reageerde. (…) Deze 4 jongens dreven mij direct in de linkerhoek. (..) De jongen die als eerste op mij af kwam rennen, begon direct op mij in te slaan. De andere 3 jongens volgden hierop. Ik werd meerdere keren, van meerdere kanten, geslagen en vooral geschopt. Ik werd geraakt op mijn armen, benen en mijn rug. Ik stond op dat moment in een hoekje en kon geen kant uit. Ik werd belaagd door zeker vier personen. Door de klappen en schoppen voelde ik een hevige pijn aan mijn armen, benen en rug. (…);

2. het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 10 augustus 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 241-273):

(…) U hoort mij over de openlijke geweldpleging en mishandeling tegen personen en goederen, plaatsgevonden in de nacht van 29 op 30 december 2015 in [discotheek] te Lemele. (…) Toen ik in de richting van de deur liep, draaide ik mij om en zag dat er wat geduw en getrek was ontstaan. (…) V: Kun jij je ook herinneren dat jij hierop reageert door deze eigenaar te slaan? O: Toont fotoblad 2 t/m 8. (…) A: Ja, blijkbaar heb ik en een aantal anderen ook een conflict met die man gehad. (…);

3. het proces-verbaal van verhoor getuige [naam] van 5 februari 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 128-131):

(…) Ik ben mede-eigenaar van discotheek [discotheek] te Lemele. Woensdag 30 december 2015 kreeg ik een melding van een opstootje in de garderobe. (…) Ik zag dat [slachtoffer 1] probeerde de aanstichtster van dit conflict, naar buiten te krijgen. Ik zag dat [slachtoffer 1] met zijn hand op haar schouder/rug, haar in de richting van buiten probeerde te begeleiden. Ik zag dat dit meisje hier totaal niet van gediend was en zich keerde tegen [slachtoffer 1] . Ik zag dat hierop nog een aantal jongens die in de garderobe aanwezig waren, reageerden. Al met al heb ik wel een groep van 4 jongens gezien die zich richtten op [slachtoffer 1] . (…) Ik zag dat [slachtoffer 1] gerichte slagen over zijn gehele bovenlichaam en in zijn gelaat ontving. Ik zag dat dit ging met gebalde vuisten. Ondertussen was deze groep ook behoorlijk agressief. (…);

4. het proces-verbaal van verhoor [naam] van 15 maart 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 211-238):
(…) U hoort mij over openlijk geweld, eenvoudige mishandeling en vernieling gepleegd bij [discotheek] op 30 december 2015. (…) O: Verbalisant laat fotoblad 12,3 en 4 zien. V: kun jij mij vertellen wat je ziet? (…) A: op de foto zie ik [medeverdachte] een medewerker van [discotheek] slaan met haar tas. (…) : O: Verbalisant laat fotoblad 10,11,12 en 12 zien. V: Kun jij mij vertellen wat je ziet? A: ik zie dat dezelfde medewerker van [discotheek] die eerder door [medeverdachte] werd geslagen, nu door [verdachte] wordt aangevallen. (…).

feit 2

1. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] van 2 maart 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 85-90):

(…) Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging tegen goederen, openlijke geweldpleging tegen personen, mishandeling en vernieling, gepleegd op woensdag 30 december 2015 tussen 00:45 uur en 01:30 uur bij [discotheek] te Lemele. (…) Onderaan de trap keerde de groep zich tegen ons portiers. Men zocht verbaal de confrontatie met ons waardoor een dreigende situatie ontstond. Dit bleek uit de woorden en gebaren, die zij maakten om kracht bij te zetten en ons portiers te intimideren. (…) Op een gegeven moment gingen ze opnieuw los. Ik werd geslagen en getrapt door meerdere personen ik werd geraakt op mijn hele bovenlichaam en hoofd. (…) Ik voelde hierdoor gelijk een hevige pijn. (…) Ik herkende enkele personen. (…) Dit was onder andere [verdachte] . (…) Ik zag tevens dat een 2-tal dames, steeds weer de groep opruide. Waardoor de jongens weer begonnen met slaan en schoppen. (…) Ik werd over mijn hele lichaam geslagen, hoofd, borstkast, maag en benen. Men sloeg waar ze mij maar konden raken, in het wilde weg. (…) [medeverdachte] haalde volledig uit met haar been en trapte mij in mijn schaamstreek. Ik voelde een hevige stekende pijn in mijn kruis. (…) Gelijk daarop volgt opnieuw een vechtpartij waarbij de hele groep op mij inslaat en trapt. Ik krijg over mijn hele lichaam en hoofd diverse rake klappen. Ik ken hierbij 1 van mijn belagers bij naam namelijk: [verdachte] . (…);

2. het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 10 augustus 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 241-273):

(…) U hoort mij over de openlijke geweldpleging en mishandeling tegen personen en goederen, plaatsgevonden in de nacht van 29 op 30 december 2015 in [discotheek] te Lemele. (…) Ik ben naar hem toe gelopen en heb hem bij zijn polsen gepakt en een duw naar achteren gegeven. (…);

3. het proces-verbaal van verhoor getuige [naam] van 5 februari 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 128-131):

(…) Ik ben mede-eigenaar van discotheek [discotheek] te Lemele. Woensdag 30 december 2015 kreeg ik een melding van een opstootje in de garderobe. (…) Ineens dook er een meisje op. (…) Ik zag dat dit meisje [slachtoffer 2] een behoorlijk harde trap in zijn kruis gaf. Vervolgens probeerde dit meisje, naar later bleek [naam] die achter [slachtoffer 2] stond te trappen en te slaan. [slachtoffer 2] kon dit voorkomen, echter heeft hij hierdoor wel meerdere trappen en slagen ontvangen. (…) Doordat dit meisje met [slachtoffer 2] in conflict was reageerden een aantal jongens waar [slachtoffer 2] eerder mee had staan praten. (…).

feit 3

1. het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] van 10 augustus 2016, pagina 241-273;

2. het proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] van 10 februari 2016, pagina 77-84;

3. het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] van 15 maart 2016, pagina 143-150;

4. het proces-verbaal van de terechtzitting van 2 november 2017, voor zover inhoudende de bekennende verklaring van de verdachte als bedoeld in art. 359, derde lid, laatste volzin, Wetboek van Strafvordering.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland district IJsselland, met nummer PL0600-2016505305 Z. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.