Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:4205

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-10-2017
Datum publicatie
13-11-2017
Zaaknummer
C/08/196501 / HA ZA 17-30
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 843a RV. Gedeeltelijke afwijzing van de vordering verzoek tot inzage, omdat niet is voldaan aan de in artikel 843a RV gestelde eis dat het om bepaalde bescheiden moet gaan. “Fishing-expedition”.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/196501 / HA ZA 17-30

Vonnis in incident van 18 oktober 2017

in de zaak van

1 [eiser 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats 1] ,

3. [eiser 3],

wonende te Borne,

4. [eiser 4],

wonende te [woonplaats 1] ,

5. [eiser 5],

wonende te [woonplaats 1] ,

6. [eiser 6] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

7. [eiser 7],

wonende te [woonplaats 1] ,

8. [eiser 8],

wonende te [woonplaats 1] ,

9. [eiser 9],

wonende te [woonplaats 1] ,

10. [eiser 10],

wonende te [woonplaats 1] ,

11. [eiser 11],

wonende te [woonplaats 1] ,

12. [eiser 12],

wonende te [woonplaats 1] ,

13. [eiser 13],

wonende te [woonplaats 1] ,

14. [eiser 14],

wonende te [woonplaats 1] ,

15. [eiser 15] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

16. [eiser 16],

wonende te [woonplaats 1] ,

17. [eiser 17],

wonende te [woonplaats 1] ,

18. [eiser 18],

wonende te [woonplaats 1] ,

19. [eiser 19],

wonende te [woonplaats 1] ,

20. [eiser 20] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

21. [eiser 21],

wonende te [woonplaats 1] ,

22. [eiser 22],

wonende te [woonplaats 1] ,

23. [eiser 23],

wonende te [woonplaats 1] ,

24. [eiser 24],

wonende te [woonplaats 1] ,

25. [eiser 25],

wonende te [woonplaats 1] ,

26. [eiser 26],

wonende te [woonplaats 1] ,

27. [eiser 27],

wonende te [woonplaats 1] ,

28. [eiser 28] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

29. [eiser 29],

wonende te [woonplaats 1] ,

30. [eiser 30],

wonende te [woonplaats 1] ,

31. [eiser 31],

wonende te [woonplaats 1] ,

32. [eiser 32],

wonende te [woonplaats 1] ,

33. [eiser 33],

wonende te [woonplaats 1] ,

34. [eiser 34],

wonende te [woonplaats 1] ,

35. [eiser 35] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

36. [eiser 36],

wonende te [woonplaats 3] ,

37. [eiser 37],

wonende te [woonplaats 1] ,

38. [eiser 38],

wonende te [woonplaats 1] ,

39. [eiser 39],

wonende te [woonplaats 1] ,

40. [eiser 40],

wonende te [woonplaats 1] ,

41. [eiser 41],

wonende te [woonplaats 1] ,

42 [eiser 42] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

43. [eiser 43],

wonende te [woonplaats 1] ,

44. [eiser 44],

wonende te [woonplaats 1] ,

45. [eiser 45],

wonende te [woonplaats 1] ,

46. [eiser 46],

wonende te [woonplaats 1] ,

47. [eiser 47],

wonende te [woonplaats 1] ,

48. [eiser 48],

wonende te [woonplaats 1] ,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. M. Mampel te Almelo,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE LOSSER,

zetelend te Losser,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mrs. V.H. Affourtit en T. Hendriks te Amsterdam.

Partijen zullen hierna de bewoners en de Gemeente genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis in het incident van 12 juli 2017,

  • -

    de e-mail met productie 22 van 19 september 2017 van mr. Mampel,

  • -

    het proces-verbaal van de op 9 oktober 2017 gehouden zitting.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De beoordeling in het incident

2.1.

Ter zitting van 9 oktober 2017 hebben de bewoners de bereidheid uitgesproken om de gevorderde afschriften van de overeenkomsten van opdracht en de betalingsbewijzen

(de bescheiden vermeld onder I en II in r.o. 3.2. van het tussenvonnis in het incident van

12 juli 2017) over te leggen. Dit onderdeel van de incidentele vordering zal dan ook worden toegewezen.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat de incidentele vordering voor het overige moet worden afgewezen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

2.3.

Naar het oordeel van de rechtbank geldt ten aanzien van de door de Gemeente gevorderde afschriften van - samengevat - de nieuwbrieven, notulen, rapporten en adviezen van de Vereniging van Huiseigenaren en alle correspondentie tussen de bewoners en de projectontwikkelaar(s), in de eerste plaats dat niet is voldaan aan de in

artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) gestelde eis, dat het moet

gaan om bepaalde bescheiden.

2.4.

De Gemeente vraagt inzage in een grote hoeveelheid stukken, waarvan zij de inhoud niet kent. Artikel 843a Rv biedt de verzoekende partij geen algemeen inzagerecht. Een partij kan slechts om inzage in bepaalde met name genoemde stukken vragen en moet daarbij een rechtmatig belang hebben. De betreffende bescheiden dienen zodanig concreet te worden omschreven, dat duidelijk is waarop wordt gedoeld en dat getoetst kan worden of de verzoekende partij een rechtmatig belang heeft. De ruime omschrijving van de vordering van de Gemeente en het gebrek aan onderbouwing hiervan, maakt deze, zoals de bewoners terecht hebben aangevoerd, tot een ‘fishing expedition’, waar artikel 843a Rv uitdrukkelijk niet voor bedoeld is.

2.5.

Dat de Gemeente, met uitzondering van het onderdeel van haar vordering dat ziet op de correspondentie tussen de bewoners en de projectontwikkelaar(s), een beperking in tijd heeft aangegeven, maakt dat niet anders. Het tijdsbestek behelst immers nog steeds meer dan drie jaar.

2.6.

De rechtbank begrijpt dat de Gemeente de gevraagde stukken wil aanwenden ter onderbouwing van haar verweren in de hoofdzaak. In dit stadium van het geding kan de Gemeente echter volstaan met het gemotiveerd betwisten van de door de bewoners ingenomen standpunten. Kennis van de gevraagde bescheiden is daarvoor niet noodzakelijk, althans van enige noodzaak is de rechtbank niet gebleken. Of verdere substantiëring nodig is zal blijken uit het debat in de hoofdzaak, maar is nu nog niet aan de orde. De rechtbank is daarom in de tweede plaats van oordeel dat de Gemeente in dit stadium van de procedure geen rechtmatig belang heeft bij kennisname van de gevraagde stukken.

2.7.

Gelet op het hiervoor overwogene ziet de rechtbank op dit moment ook geen aanleiding om openlegging van de desbetreffende bescheiden op de voet van

artikel 22 Rv te bevelen.

2.8.

De rechtbank acht het redelijk om de bewoners een termijn van vier weken te bieden om de overeenkomsten van opdracht en betalingsbewijzen aan de Gemeente te verstrekken. Aan de Gemeente zal gelet daarop, zoals verzocht, een termijn van tien weken na de datum van dit vonnis worden geboden voor het opstellen en indienen van de conclusie van antwoord in de hoofdzaak.

2.9.

Nu de partijen over en weer gedeeltelijk in het ongelijk zijn gesteld, zal de rechtbank de kosten van het incident compenseren.

3 De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

beveelt de bewoners om binnen vier weken na de datum van dit vonnis aan de Gemeente afschriften te verschaffen van alle ondertekende overeenkomsten van opdracht en de bewijzen van alle betalingen door de bewoners in uitvoering van de overeenkomsten van opdracht,

3.2.

compenseert de kosten van het incident, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de hoofdzaak

3.5.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 27 december 2017 voor conclusie van antwoord aan de zijde van de Gemeente.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Bottenberg – van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2017.1

1 type: coll: