Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3910

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
10-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
C/08/207435 / KG ZA 17-301
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering tot gebieds- en contactverbod. Afwijzing, onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

zaaknummer / rolnummer: C/08/207435 / KG ZA 17-301 (ib)

Vonnis in kort geding van 10 oktober 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende op een geheim adres te [woonplaats 1] ,

eiseres,

advocaat mr. J.A.A.M. Rupert te Haaksbergen,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. P.H.K. Ruding te Enschede.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding,

  • -

    de mondelinge behandeling d.d. 2 oktober 2017, alwaar eiseres niet is verschenen, maar zich heeft laten vertegenwoordigen door haar advocaat mr. Rupert, voornoemd. Gedaagde is, vergezeld door zijn advocaat, verschenen ter zitting,

  • -

    de pleitnota van de zijde van gedaagde.

1.2.

Ten slotte is - bij vervroeging - vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen hebben een affectieve relatie gehad. Tijdens deze relatie zijn twee, thans nog minderjarige, kinderen geboren. Deze kinderen zijn niet erkend door gedaagde.

3 Het geschil

3.1.

Het gevorderde door eiseres strekt - kort samengevat - tot het opleggen van een contactverbod met haar, haar gezin, haar ouders en het aan haar en de haren gelieerde netwerk en een gebiedsverbod.

3.2.

Aan het gevorderde legt eiseres - kort gezegd - het volgende ten grondslag. Al jaren is er sprake van strafbare feiten van gedaagde jegens eiseres en haar gezin. In 2012 heeft eiseres een kort geding aanhangig moeten maken, teneinde een contact- en straatverbod te verkrijgen. Vanwege een detentie van gedaagde is het enige tijd rustig geweest. Sinds eind december 2016 wordt eiseres weer geconfronteerd met gedaagde. Gedaagde schuwt niet ernstige bedreigingen te uiten die niet enkel door eiseres, maar ook door derden bijzonder serieus worden genomen. Het lastigvallen uit zich zowel verbaal als non-verbaal. Eiseres heeft geen leven meer, zij leeft voortdurend in angst en heeft het gevoel continue over haar schouder te moeten kijken en bedacht te moeten zijn voor acties van gedaagde waarbij hij zijn bedreigingen zal waarmaken. De minderjarige kinderen hebben een complexe gezondheidssituatie. Rust en stabiliteit is geboden. Vanwege de gezondheidssituatie van de kinderen heeft de Tubantia op 12 september 2017 een interview met eiseres gepubliceerd. Gedaagde heeft hiervan op die dag kennis genomen bij de Primera in Almelo. De medewerk(st)er van de Primera heeft gezien en gehoord dat gedaagde uit zijn plaat ging en op agressieve wijze schreeuwde: “Ik ga nu iemand iets aan doen/afmaken en de kinderen ophalen. Het zijn mijn kinderen.” De manier waarop dit gebeurde was voor de medewerk(st)er aanleiding om het alarmnummer te bellen. Vanwege deze melding is de politie op 12 september 2017 bij eiseres geweest en zij heeft haar verzocht om die nacht nog te vertrekken en de eerste tijd onder te duiken. Dit heeft eiseres met haar gezin ook gedaan. De politie neemt de bedreigingen serieus maar zij kan niet 24 uur per dag bij haar posten en om die reden kan de politie haar veiligheid niet garanderen. De ouders van eiseres zijn door de jaren heen ook normadressaat geweest van diverse bedreigingen, zodat het verzoek in deze niet enkel eiseres en haar gezin betreft. Om haar ouders te beschermen heeft eiseres beveiliging voor hen geregeld. Door het handelen van gedaagde worden eiseres en de haren getergd tot het uiterste en ernstig beperkt in hun persoonlijke levenssfeer.

3.3.

Gedaagde voert gemotiveerd verweer. Samengevat weergegeven betwist gedaagde dat er al jaren sprake is van strafbare feiten van hem jegens eiseres en haar gezin. Het in 2012 gestarte kort geding is kennelijk niet doorgezet door eiseres. Gedaagde betwist dat eiseres al jaren niet veilig zou zijn en meerdere malen slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. Er is nimmer sprake geweest van een huisverbod of strafrechtelijk optreden tegen gedaagde wegens geweld tegen eiseres. De detentie had betrekking op een vermogensdelict. Gedaagde heeft al sinds ongeveer 2012 geen contact meer gehad met eiseres, laat staan dat er zaken zijn gebeurd. Afgezien van stukken uit 2012 heeft eiseres ook geen gegevens of justificatoire bescheiden overgelegd waaruit van stalking, bedreiging dan wel mishandeling blijkt. Gedaagde kent het mailadres en telefoonnummer van eiseres niet. Gedaagde betwist niet dat hij op boze wijze heeft gereageerd bij de Primera in Almelo nadat hij kennis had genomen van de door hem als productie 1 overgelegde publicaties in de Tubantia van
12 september 2017, maar hij betwist dat hij de door eiseres gestelde uitlatingen heeft gedaan. Kennelijk is zijn reactie aanleiding geweest voor de medewerk(st)er van Primera om het alarmnummer te bellen. Tot op heden heeft gedaagde niet gehoord of er een huisverbod, straatverbod of wat dies meer zij is opgelegd. Het gestelde door eiseres ten aanzien van de veiligheid van de ouders van eiseres is ook suggestief. Gedaagde heeft geen enkele behoefte aan contact met eiseres laat staan met haar ouders, nu zijn enige belang gediend is met het voorzichtig opbouwen van een omgangsregeling met de kinderen. Het gevorderde door eiseres is bovendien buitengewoon ruim.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het spoedeisend belang volgt in voldoende mate uit de aard van het gevorderde.

4.2.

De voorzieningenrechter stelt vast dat gelet op de stellingen van partijen, hoewel deze verschillen wat betreft de duur en vorm van hun relatie, er in ieder geval vanuit kan worden gegaan dat beide partijen de relatie omstreeks 2012 als definitief beëindigd beschouwen.

4.3.

Voorts constateert de voorzieningenrechter dat eiseres de vordering (enkel) in privé heeft ingesteld en niet (mede) in haar hoedanigheid als wettelijke vertegenwoordigster van de kinderen en dat haar ouders geen vordering(en) jegens gedaagde hebben ingesteld. Bovendien is het gevorderde te onbepaald. Niet alleen ontbreekt in het petitum van de dagvaarding een tijdsbepaling, maar ook het aan eiseres en de haren gelieerde netwerk is door eiseres niet nader geconcretiseerd dan wel gespecificeerd. Het gevorderde kan reeds daarom niet worden toegewezen op de wijze als door eiseres geformuleerd in het petitum van de dagvaarding.

4.4.

De voorzieningenrechter ziet echter ook geen aanleiding om de gevorderde verboden in beperkte(re) zin toe te wijzen. Daartoe acht hij het volgende redengevend.

4.5.

Voor de toewijzing van het gevorderde gebieds- en contactverbod, dat een ernstige inbreuk maakt op het grondrecht van bewegingsvrijheid van gedaagde dient in elk geval een reële dreiging te bestaan van toekomstig onrechtmatig handelen van gedaagde jegens eiseres en haar gezin. De vraag of in dat geval een gebieds- en contactverbod noodzakelijk is moet vervolgens worden beantwoord aan de hand van alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van de daarbij betrokken belangen van beide partijen.

4.6.

De voorzieningenrechter stelt in dat kader vast dat de omstandigheden die eiseres aandraagt ter rechtvaardiging van de gevraagde verboden, grotendeels dateren uit de periode voor juni 2012. De voorzieningenrechter heeft daarbij het oog op de dagvaarding van
25 mei 2012 en de daarbij behorende producties (productie 1 bij de dagvaarding). Nu eiseres geen vonnis heeft overgelegd, moet het er voor worden gehouden dat de door eiseres in 2012 aanhangig gemaakte procedure niet heeft geleid tot een vonnis waarbij gedaagde een gebieds- dan wel een contactverbod is opgelegd. Gedaagde heeft erkend dat hij op
12 september 2012 bij de Primera in Almelo is geweest om kennis te nemen van twee publicaties, waaronder een interview met eiseres, in de Tubantia van 12 september 2017 en dat deze publicaties hebben geleid tot een boze reactie bij hem, doch hij betwist dat hij de door eiseres gestelde uitlatingen heeft gedaan. De politie is kennelijk telefonisch op de hoogte gebracht van het incident en zij heeft vervolgens contact gezocht met eiseres. Eiseres en haar huidige echtgenoot hebben op 14 september 2017 respectievelijk 19 september 2017 ook aangifte gedaan van bedreiging (met de dood), maar niet is gebleken dat de politie nadien op enigerlei wijze actie heeft ondernomen richting gedaagde. Eiseres heeft ook geen actuele stukken overgelegd waaruit volgt dat de politie of andere (hulpverlenings)instanties een gebieds- dan wel een contactverbod jegens gedaagde noodzakelijk of wenselijk achten. Evenmin heeft eiseres stukken overgelegd waaruit blijkt dat gedaagde haar of haar gezin na zijn detentie (stelselmatig) heeft lastig gevallen. In de door eiseres overgelegde Facebookberichten uit 2017 (productie 3 bij de dagvaarding) laat gedaagde zich weliswaar negatief en laatdunkend uit over eiseres, maar deze berichten bevatten geen bedreigingen jegens eiseres en haar gezin. Deze uitlatingen zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook niet zodanig dat dat op grond daarvan een gebieds- dan wel een contactverbod gerechtvaardigd is.

4.7.

De voorzieningenrechter komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat eiseres onvoldoende concrete en actuele omstandigheden heeft aangedragen om een gebieds- en contactverbod te rechtvaardigen. Bij die stand van zaken dient het recht van gedaagde om zich vrijelijk te bewegen te prevaleren. Het door eiseres gevorderde zal dan ook worden afgewezen.

4.8.

De voorzieningenrechter gaat er vanuit dat, nu gedaagde heeft gesteld dat hij geen enkele behoefte heeft aan contact met eiseres, laat staan met haar ouders, en dat zijn enige belang is het voorzichtig opbouwen van omgang met de minderjarige kinderen, gedaagde eiseres en haar naasten met rust laat en confrontaties uit de weg gaat, ook in het kader van een mogelijke omgangsregeling met de kinderen in de toekomst.

4.9.

In de omstandigheid dat partijen een affectieve relatie hebben gehad, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.G. Vermeulen en in het openbaar uitgesproken op
10 oktober 2017.1

1 type: coll: