Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3908

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
17-10-2017
Datum publicatie
18-10-2017
Zaaknummer
5837749 \ CV EXPL 17-1219
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beeldend kunstenaar vordert vergoeding van het maken van een ontwerp. Zij meent dat de gemeente opdracht heeft verstrekt tot het maken daarvan.

Kernvraag is: opdracht of uitnodiging tot het doen van een aanbod. Kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een opdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 5837749 \ CV EXPL 17-1219

Vonnis van 17 oktober 2017

in de zaak van

[eiseres] ,
wonende te [woonplaats] ,

eisende partij, hierna te noemen [eiseres] ,

gemachtigde: mr. A. Gorthuis,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE TWENTERAND,
gevestigd en kantoorhoudende te Vriezenveen,

gedaagde partij, hierna te noemen de gemeente,

gemachtigde: mr. G.J.M. Annink.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 25 april 2017 waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- een aanvulling van eis van de kant van [eiseres] met producties;

- het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 13 september 2017.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De volgende feiten staan vast.

2.2.

In 2014 is het Oorlogsmonument Dringend Vermaan in Vriezenveen gestolen. De gemeente heeft op 27 november 2014 in de plaatselijke krant De Twenterand Courant een oproep geplaatst met de strekking dat zij op zoek is naar een kunstenaar voor het maken van een nieuw oorlogsmonument. Kunstenaars konden zich tot 24 december 2014 per email bij de gemeente aanmelden.

2.3.

[eiseres] is beeldend kunstenaar en woont en werkt in [plaats] . Door derden is zij geattendeerd op de oproep. Op 16 december 2014 heeft zij de gemeente geschreven dat zij in aanmerking wilde komen voor de kunstopdracht.

2.4.

Op 19 januari 2015 heeft de gemeente bij brief aan degenen die hun belangstelling kenbaar hadden gemaakt, waaronder [eiseres] , - voor zover van belang - het volgende bericht: ‘Aan de beoogde kunstenaars van het nieuwe oorlogsmonument in Vriezenveen,

U hebt gereageerd op de oproep voor het ontwerpen van een nieuw oorlogsmonument (…). Naar aanleiding van uw reactie vragen wij aan u om voor 1 maart 2015 een concept of plan bij ons in te leveren voor een oorlogsmonument in Vriezenveen. (…) Voor het te maken monument stellen wij de volgende criteria (…). De selectiecommissie zal in de week van

2 maart 2015 maximaal vijf kunstenaars vragen hun concept of plan te komen toelichten. Op basis van deze presentaties maakt de selectiecommissie een keuze. Na afloop van de selectieprocedure worden de aangeleverde stukken geretourneerd. Het verkozen concept of plan zal op 5 mei 2015 in het gemeentehuis gepresenteerd worden. Heeft u nog vragen of onduidelijkheden dan horen wij dat graag van u (…).’

2.5.

[eiseres] heeft een schetsontwerp gemaakt in de vorm van een maquette: een op schaal gemaakt model van het door haar ontworpen oorlogsmonument getiteld “Boom der Herinneringen”. Haar ontwerp heeft [eiseres] op 27 februari 2015 aan de gemeente aangeboden voorzien van een begroting. In de begroting is onder meer een post ‘schetsontwerp’ van € 2.500,- excl. BTW opgenomen. In haar brief vermeldt [eiseres] dat zij haar ontwerp aanbiedt ‘voor de aanloop naar de definitieve kunstopdracht Oorlogsmonument voor de gemeente Twenterand’.

2.6.

Op 5 maart 2015 bericht de gemeente [eiseres] dat zij een van de vijf geselecteerde kunstenaars is die wordt uitgenodigd om haar concept of plan toe te lichten.

2.7.

[eiseres] heeft op 16 maart 2015 aan de selectiecommissie een toelichting gegeven op het door haar ingediende schetsontwerp. Aan [eiseres] is geen opdracht verstrekt tot het vervaardigen van het nieuwe oorlogsmonument.

2.8.

[eiseres] heeft op 20 maart 2015 aan de gemeente een factuur gestuurd voor het maken van het schetsontwerp ten bedrage van € 2.650,- incl. BTW.

2.9.

De gemeente heeft bij brief van 31 maart 2015 aan [eiseres] meegedeeld dat de gemaakte kosten voor het schetsontwerp niet worden vergoed.

2.10.

[eiseres] heeft geen vragen gesteld over het vergoeden van kosten indien zij de opdracht niet zou krijgen.

2.11.

De overige kunstenaars die aan de selectieprocedure hebben deelgenomen hebben geen vergoeding van kosten voor een ingediend concept of plan gevraagd of gekregen.

3 Het geschil

3.1.

De vordering

[eiseres] vordert, samengevat, en na vermindering van eis betaling van € 2.650,- , subsidiair een door de kantonrechter vast te stellen bedrag, vermeerderd met wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en leges aangetekend schrijven, met veroordeling van de gemeente in de kosten van de procedure. Daartoe stelt [eiseres] samengevat het volgende.

[eiseres] voert deze procedure voor alle kunstenaars van Nederland. [eiseres] stelt dat sprake is van een overeenkomst van opdracht indien een kunstenaar - gelijk [eiseres] - wordt uitgenodigd door de gemeente voor het maken van een schetsontwerp en daaraan gevolg geeft. [eiseres] stelt verder dat het gebruikelijk is dat een kunstenaar voor het maken van een schetsontwerp een vergoeding ontvangt en dat zij ervan uitgaat dat de gemeente Twenterand voor deze kosten een redelijke vergoeding zal hebben gereserveerd.

3.2.

Het verweer

De gemeente concludeert - samengevat - tot afwijzing van de vordering met veroordeling van [eiseres] in de kosten van de procedure. Daartoe voert de gemeente samengevat het volgende aan. Er is geen sprake van een overeenkomst van opdracht. [eiseres] heeft de opdracht immers niet gekregen. Er was sprake van een open oproep door de gemeente waarbij kunstenaars vrijblijvend een concept of plan konden indienen. De ingediende concepten en plannen zijn opgevat als ‘offerte’. De oproep moet worden gezien als uitnodiging tot het doen van een aanbod. De gemeente betwist dat het gebruikelijk is een vergoeding te betalen voor een schetsontwerp, de overige kunstenaars hebben immers geen vergoeding gevraagd voor hun ingediende concept of plan.

3.3.

Op de overige stellingen van partijen zal zo nodig bij de beoordeling worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

In deze procedure is allereerst de vraag aan de orde of de brief van de gemeente van 19 januari 2015 gericht ‘Aan de beoogde kunstenaars van het nieuwe oorlogsmonument in Vriezenveen’ en de daarin vervatte uitnodiging om op basis van de in de brief vermelde criteria een concept of plan in te dienen, moet worden aangemerkt als een door de gemeente gegeven opdracht tot het maken van zo’n concept of plan, welke opdracht [eiseres] door een schetsontwerp te vervaardigen heeft aanvaard.

In artikel 7:400 lid 1 Burgerlijk Wetboek (verder: BW) is de overeenkomst van opdracht gedefinieerd als volgt:

‘De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen en zaken.’

4.2.

De kantonrechter is op de hierna te vermelden gronden van oordeel dat geen sprake is geweest van een door de gemeente aan [eiseres] gegeven opdracht tot het maken van een schetsontwerp. Daartoe dient het volgende.

De brief van 19 januari 2015 van de gemeente aan de beoogde kunstenaars staat niet op zichzelf, maar is onderdeel geweest van de procedure die de gemeente heeft gevolgd om te komen tot de keuze van een beeldend kunstenaar voor het vervaardigen van een nieuw Oorlogsmonument. De door de gemeente gevolgde werkwijze heeft in feite het karakter gehad van een ontwerpwedstrijd waarbij volgens een bepaalde selectieprocedure tot het winnende ontwerp is gekomen. Na een algemene oproep in De Twenterand Courant dat een kunstenaar werd gezocht voor het maken van een nieuw Oorlogsmonument in de gemeente, heeft een aantal kunstenaars, waaronder [eiseres] , zich bij de gemeente als gegadigde gemeld. Vervolgens heeft de gemeente - naar de kantonrechter begrijpt – aan 15 kunstenaars de brief van 19 januari 2015 gezonden met daarin de uitnodiging voor het maken van een concept of plan. Aan de hand van de in de brief vermelde criteria zijn de kunstenaars, waaronder [eiseres] , aan het werk gegaan, waarna zij hun concept of plan bij de gemeente hebben ingeleverd. Vervolgens heeft de selectiecommissie vijf ontwerpen, waaronder het ontwerp van [eiseres] , uitgekozen en deze kunstenaars uitgenodigd om hun ontwerp te komen toelichten. Aan de hand van de door de kunstenaars vervaardigde en toegelichte ontwerpen heeft de selectiecommissie het winnende ontwerp gekozen en is aan de winnende kunstenaar de opdracht tot het maken van het nieuwe Oorlogsmonument verstrekt.

4.3.

Gelet op de onderdelen van de selectieprocedure in onderling verband en samenhang bezien en mede gelet op de bewoordingen in voormelde brief, is de kantonrechter van oordeel dat het in de brief vervatte verzoek aan de geselecteerde kunstenaars tot het maken van een concept of plan redelijkerwijs niet kan worden uitgelegd als opdracht in de zin van artikel 7:400 lid 1 BW, doch als uitnodiging tot het doen van een aanbod, te weten het maken van een concept of plan (‘schetsontwerp’) voor het nieuwe monument. Het voorgaande geldt te meer nu in de brieven van 19 januari en 5 maart 2015 niet over een vergoeding van kosten voor het enkel maken van een concept, plan of schetsontwerp wordt gerept. Vaststaat voorts dat [eiseres] op geen enkel moment in de procedure, met name niet nadat zij de uitnodiging tot het maken van een concept of plan had ontvangen, vragen aan de gemeente heeft gesteld over vergoeding van kosten indien zij de opdracht tot het maken van het nieuwe Oorlogsmonument niet zou krijgen. Evenmin is gesteld noch gebleken dat [eiseres] alvorens te voldoen aan het verzoek tot het maken van een concept, plan of schetsontwerp voorwaarden aan de gemeente over vergoeding van kosten heeft gesteld. Het door [eiseres] vervaardigde - naar de kantonrechter heeft begrepen op de tweede plaats geëindigde - schetsontwerp was dan ook niet het resultaat van een door de gemeente gegeven opdracht, doch het aanbod (‘offerte’) dat [eiseres] aan de gemeente deed met het oogmerk dat de selectiecommissie haar ontwerp als winnaar zou aanwijzen, waarmee zij de opdracht tot het maken van het nieuwe Oorlogsmonument zou verwerven. Dat [eiseres] in haar begroting een post ‘schetsontwerp’ van € 2.500,- ex BTW heeft opgenomen, maakt dat niet anders. Deze post maakt immers onderdeel uit van haar aanbod en mist zelfstandige betekenis nu de gemeente haar aanbod niet heeft aanvaard. De kantonrechter begrijpt dat [eiseres] de nodige inspanningen heeft verricht om tot haar ontwerp te komen, doch in gevallen als deze dienen de daarmee gepaard gaande kosten - behoudens andersluidende afspraak waarvan niet is gebleken - te worden aangemerkt als zogenoemde acquisitiekosten. Gelet op het voorgaande ontbeert de vordering van [eiseres] tot betaling van € 2.650,- een juridische grondslag, zodat deze moet worden afgewezen.

4.4.

[eiseres] heeft verder nog ter zitting aangevoerd dat het gebruikelijk is dat de kosten van een schetsontwerp worden vergoed. [eiseres] verwijst daarvoor naar de gemeenten Lemsterland en Heerenveen. Van die gemeenten stelt zij een vergoeding voor een schetsontwerp te hebben ontvangen. De gemeente heeft deze stelling bij gebrek aan wetenschap betwist. De kantonrechter overweegt dat het op de weg van [eiseres] had gelegen haar stelling nader te onderbouwen. De enkele verwijzing naar twee gemeenten acht de kantonrechter gelet op het grote aantal overige gemeenten in Nederland onvoldoende. Dat vergoeding van ontwerpkosten bij gemeenten gebruikelijk is, is derhalve niet gebleken.

4.5.

Voor zover [eiseres] heeft willen betogen dat het ook in de gemeente Twenterand gebruikelijk is dat ontwerpkosten worden vergoed, is de stelling van de gemeente onbestreden gebleven dat geen van de andere kunstenaars om een vergoeding van deze kosten heeft gevraagd noch heeft gekregen. Dat het betalen van een vergoeding van ontwerpkosten in de gemeente Twenterand gebruikelijk is, is dan ook niet komen vast te staan.

4.6.

Voorts heeft [eiseres] nog een vergelijking gemaakt met de werkzaamheden van een architect. Volgens [eiseres] ontvangt een architect ook een vergoeding voor het maken van een schetsontwerp. [eiseres] heeft in dat verband aangegeven dat een dergelijke vergoeding geschiedt op grond van een daartoe aan de architect gegeven opdracht. De kantonrechter overweegt dat vergelijking met de werkzaamheden van een architect reeds mank gaat omdat in het onderhavige geval van een opdracht van de gemeente aan [eiseres] tot het maken van schetsontwerp nu juist geen sprake is geweest.

4.7.

Tenslotte heeft [eiseres] nog gesteld dat zij er van uitging dat de gemeente conform de regels van de Nederlandse Gemeenten een redelijke vergoeding heeft gereserveerd voor degenen die een schetsontwerp hebben gemaakt. Daartoe heeft [eiseres] een modelovereenkomst overgelegd die zij ter zitting niet heeft toegelicht. De gemeente heeft betoogd dat toepassing van de modelovereenkomst eerst aan de orde zou zijn geweest indien [eiseres] de opdracht tot het maken van het Oorlogsmonument zou hebben gekregen, hetgeen niet het geval is. Gelet op het gemotiveerde en niet weersproken verweer van de gemeente, zal de kantonrechter aan de stelling van [eiseres] als onvoldoende onderbouwd voorbijgaan.

4.8.

De slotsom van het voorgaande is derhalve dat ook de overige stellingen van [eiseres] niet tot toewijzing van de vordering kunnen leiden. Nu geen sprake is geweest van enige opdracht aan [eiseres] behoeven de stellingen omtrent een aan haar toekomende vergoeding en waarop deze gebaseerd dient te zijn, geen bespreking meer.

4.9.

Nu [eiseres] in het ongelijk wordt gesteld, zal zij worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 400,-

(2 punten à € 200,- staffel kanton) wegens salarisgemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

Wijst de vordering af.

5.2.

Veroordeelt [eiseres] in de kosten van de procedure aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 400,- wegens salarisgemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.L. Alers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2017.