Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3750

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
04-10-2017
Zaaknummer
C/08/16/392 R
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging. Bekend worden van feiten en omstandigheden die op het tijdstip van het indienen van het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen en schending sollicitatie- en inlichtingenplicht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team toezicht

Zittingsplaats Almelo

insolventienummer: C/08/16/392 R

uitspraakdatum: 7 maart 2017

Vonnis van de rechtbank Overijssel, enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken in de wettelijke schuldsaneringsregeling van:

[A] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder te noemen: [A] .

[A] is onder beschermingsbewind gesteld van Stichting Humanitas Inkomensbeheer te Enschede.

In deze schuldsaneringsregeling is mevrouw C.M. Swaters, kantoorhoudende te Enschede, tot bewindvoerder benoemd.

Het procesverloop

De rechter-commissaris heeft op 31 januari 2017 een voordracht tot tussentijdse beëindiging van deze schuldsaneringsregeling gedaan.

Bij e-mailbericht van 20 februari 2017 heeft de bewindvoerder de rechtbank nadere schriftelijke informatie verstrekt.

De voordracht is behandeld ter zitting van 28 februari 2017 om 11:30 uur, waar [A] niet is verschenen. De beschermingsbewindvoerder mevrouw [B] en de bewindvoerder mevrouw C.M. Swaters, voornoemd, zijn wel verschenen.

Na de zitting heeft de bewindvoerder de rechtbank een e-mailbericht van [A] doen toekomen, waarin staat vermeld dat [A] is meegereden met een vriendin die haar naar de zitting zou brengen, maar dat zij langs de weg stilstaan met autopech. Dit e-mailbericht is op

28 februari 2017 om 12:18 uur verzonden naar de bewindvoerder.

Het vonnis is bepaald op vandaag.

De beoordeling

De voordracht van de rechter-commissaris:

De rechter-commissaris heeft zijn voordracht gegrond op de volgende feiten en omstandigheden.

Tijdens de toelatingszitting op 28 juni 2016 heeft [A] verklaard dat zij sinds 2012 clean is van haar cocaïneverslaving en dat zij al een jaar bezig is om aan het werk te komen.

Uit de informatie die de bewindvoerder na de toelating van Tactus heeft ontvangen blijkt echter dat [A] anderhalve week na de toelatingszitting – te weten op 8 juli 2016 – een intakegesprek heeft gehad bij Tactus, omdat zij een aantal keren cocaïne heeft gebruikt. Bij Tactus is vanaf juli 2016 de diagnose cocaïneafhankelijkheid gesteld en van 15 september tot 19 september 2016 is sprake geweest van een crisisopname bij Tactus in verband met verslavingsproblematiek. Er zou ook sprake zijn van psychische problemen en de behandeling bij Tactus zal naar verwachting ongeveer een jaar in beslag nemen. De gemeente heeft [A] vervolgens ontheven van de sollicitatieplicht op grond van individuele dringende redenen. De bewindvoerder heeft namens [A] om diezelfde reden vrijstelling van de sollicitatieplicht in het kader van de wettelijke schuldsaneringsregeling verzocht.

De rechter-commissaris concludeert – samengevat – dat [A] ter zitting van 28 juni 2016 een onjuist beeld heeft geschetst van de mate waarin zij haar cocaïneverslaving onder controle heeft. Indien die informatie ten tijde van de zitting bekend was geweest, was niet aannemelijk geacht dat [A] in staat is haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen, waaronder de sollicitatieplicht, naar behoren na te komen.

Bij e-mailbericht van 20 februari 2017 heeft de bewindvoerder de rechtbank bericht dat zij via de postblokkade een brief van Service Organisatie Directe Aansprakelijkheid (SODA) van 13 februari 2017 heeft ontvangen, waaruit blijkt dat [A] op 8 februari 2017 is aangehouden bij [C] te Enschede wegens winkeldiefstal. Tevens heeft de bewindvoerder een brief van het Openbaar Ministerie ontvangen waarbij [A] wordt uitgenodigd voor een zogenaamde TOM-zitting op 12 april 2017.

Volgens de bewindvoerder heeft zij [A] op 13 februari 2017 gesproken over de behandeling van de voordracht. [A] heeft de bewindvoerder toen niets verteld over de winkeldiefstal. Per e-mail van 15 en 16 februari 2017 heeft de bewindvoerder [A] om een toelichting verzocht. Tot op heden heeft [A] niet gereageerd op deze e-mailberichten. Tevens is zij telefonisch niet bereikbaar, aldus de bewindvoerder.

De – zakelijk weergegeven – toelichting door [B] :

[B] heeft ter zitting onder meer verklaard dat zij bij de toelatingszitting aanwezig is geweest. Volgens [B] heeft [A] tijdens de toelatingszitting verklaard dat de cocaïneverslaving stabiel was. Zij heeft toen niet gemeld dat zij naar Tactus moest voor een verslavingsbehandeling. [B] heeft verder verklaard dat de terugval niet heeft geleid tot financiële schade. [A] heeft geen extra geld gevraagd. Evenmin zijn nieuwe schulden ontstaan. Het contact met [A] is ook goed te noemen. Als [A] nog een kans krijgt, zal zij deze met twee handen aanpakken, aldus [B] .

De – zakelijk weergegeven – toelichting van de bewindvoerder:

De bewindvoerder heeft ter zitting verklaard dat zij de rechter-commissaris heeft verzocht de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen met de duur van de behandeling onder de voorwaarde dat [A] zich aan haar informatieverplichting blijft houden en haar regelmatig zal informeren over de voortgang van de behandeling. Volgens de bewindvoerder kan iemand met een verslaving altijd terugvallen. Na haar terugval heeft [A] wel direct Tactus ingeschakeld. De bewindvoerder vindt het wel merkwaardig dat bij Tactus de diagnose cocaïneafhankelijkheid is gesteld. Volgens de bewindvoerder kon [A] ook niet precies vertellen wanneer de verslaving weer is begonnen. Naar zeggen van [A] is de verslaving sinds september 2016 stabiel. Omdat [A] inmiddels ook een winkeldiefstal heeft gepleegd, heeft de bewindvoerder het vermoeden dat de verslaving niet onder controle is. Desgevraagd heeft de bewindvoerder verklaard dat zij wel door [A] wordt geïnformeerd al duurt het soms wel enige tijd. Sinds de voordracht verloopt de communicatie echter moeilijker. Zo heeft [A] de bewindvoerder niet ingelicht over de winkeldiefstal op 8 februari 2017.Wat betreft de sollicitatieplicht heeft de bewindvoerder verklaard dat de gemeente [A] tot 1 juni 2017 heeft vrijgesteld van de sollicitatieplicht.

De overwegingen van de rechtbank:

[A] is, hoewel behoorlijk opgeroepen, ter zitting van 28 februari 2017 om 11:30 uur niet verschenen. Zij heeft de bewindvoerder pas na de zitting om 12:18 uur bericht dat zij niet ter zitting is verschenen omdat zij is meegereden met een vriendin, die met autopech langs de weg staat. De rechtbank heeft dit bericht om 13:56 uur ontvangen. Aangezien [A] heeft nagelaten de rechtbank zelf (tijdig) te berichten, dat zij niet in staat was om (tijdig) ter zitting te verschijnen voor de behandeling van de voordracht van de rechter-commissaris, ziet de rechtbank geen aanleiding om een nieuwe zittingsdatum te bepalen teneinde [A] te horen en zal vandaag uitspraak doen op de voordracht van de rechter-commissaris. De rechtbank overweegt als volgt.

De rechtbank dient, gelet op het bepaalde in artikel 350, derde lid, aanhef en onder c en f, Faillissementswet (Fw) te beoordelen of er bij [A] , in het licht van de overige omstandigheden van het geval, sprake is van het niet naar behoren nakomen van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen of het door haar doen of nalaten anderszins belemmeren dan wel frustreren van de uitvoering van de schuldsaneringsregeling en het bekend worden van feiten en omstandigheden die op het tijdstip van het indienen van het verzoekschrift tot toelating tot de schuldsaneringsregeling reeds bestonden en reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen overeenkomstig artikel 288, eerste en tweede lid, Fw.

De rechtbank is ten aanzien van de verslavingsproblematiek van [A] van oordeel dat [A] tijdens de toelatingszitting een onvolledig beeld heeft geschetst van de mate waarin zij haar cocaïneverslaving onder controle heeft. Tijdens de toelatingszitting heeft [A] verklaard dat zij sinds april 2012 helemaal clean is van deze verslaving en dat zij al een jaar bezig is om weer aan het werk te komen. Voor een nadere vraagstelling hierover was derhalve geen aanleiding. Vervolgens is gebleken dat [A] kort na de toelatingszitting van 28 juni 2016 een intakegesprek met Tactus heeft gehad op 8 juli 2016. Tevens is zij van 15 september tot 19 september 2016 bij Tactus opgenomen voor een crisisopname. Uit de stukken komt onder meer naar voren dat [A] is opgenomen voor ontgifting van middelengebruik. Tevens heeft [A] per e-mailbericht van 28 december 2016 de bewindvoerder zelf bericht dat zij de afgelopen zomer een aantal keren in de fout is gegaan door cocaïne te gebruiken. Dit heeft zij niet op de toelatingszitting van 28 juni 2016 gemeld.

Gelet op het vorenstaande is naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk geworden dat [A] ten tijde van de toelatingszitting nog kampte met haar cocaïneverslaving.

Door de rechtbank tijdens de toelatingszitting niet volledig en spontaan te informeren over de verslavingsproblematiek van [A] , is de rechter destijds niet in staat gesteld om op basis van juiste en complete informatie te beoordelen, of voldoende aannemelijk is dat [A] gedurende de gehele looptijd van de schuldsaneringsregeling aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. Indien de cocaïneverslaving of de reële mogelijkheid van een terugval ten tijde van de toelatingszitting bekend zou zijn geweest, was niet aannemelijk geacht dat [A] in staat is haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren na te komen en zou dat een reden zijn geweest om haar de toelating tot de schuldsaneringsregeling te weigeren. In beginsel wordt een verzoeker met verslavingsproblemen immers alleen toegelaten indien aannemelijk is dat de verslaving al een behoorlijke tijd onder controle is, in die zin dat de verzoeker al enige tijd niet meer gebruikt. Daarvan is hier geen sprake. Tenslotte is gebleken dat [A] door haar verslaving en de geplande behandelingen niet in staat is aan haar verplichtingen voortvloeiende uit de wettelijke schuldsaneringsregeling, waaronder de sollicitatieplicht, te voldoen.

Voorts is gebleken dat [A] op 8 februari 2017 is aangehouden nadat zij op heterdaad is betrapt op winkeldiefstal en dat de schadevordering die op haar wordt verhaald € 181,-- bedraagt. Dit gedrag verhoudt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met de beginselen van de schuldsaneringsregeling en getuigt niet van een saneringsgezinde houding van [A] . Bovendien heeft zij in het gesprek met de bewindvoerder op 13 februari 2017 niets verteld over de winkeldiefstal, terwijl de datum van de behandeling van de voordracht van de rechter-commissaris toen al bekend was. Ook nadien heeft zij, ondanks herhaald verzoek van de bewindvoerder, geen toelichting gegeven over het plegen van de winkeldiefstal.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [A] tussentijds beëindigd dient te worden.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank deze schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigen op grond van artikel 350 derde lid onder c en f Fw.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen.

Gebleken is dat er geen baten zijn om de vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Om die reden is artikel 350 vijfde lid Fw niet van toepassing en zal deze schuldsaneringsregeling eindigen op de dag dat deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

De rechtbank overweegt dat de bewindvoerder het restant-actief, indien aanwezig, informeel

onder de haar bekende schuldeisers zal verdelen.

De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- berekent het bedrag van de vergoeding van de bewindvoerder op € 1.725,46 (inclusief onkosten en omzetbelasting);

- stelt het salaris (inclusief onkosten en omzetbelasting) vast op de vergoeding en brengt dit bedrag ten laste van de boedel, onder aftrek van de door de bewindvoerder reeds opgenomen voorschotten.

- bepaalt dat de bewindvoerder het restant-actief, indien aanwezig, informeel onder de bekende schuldeisers zal verdelen.

Gewezen door mr. M.L.J. Koopmans, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.1

1 [-]