Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3662

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
18-07-2017
Datum publicatie
28-09-2017
Zaaknummer
5992186 \ EJ VERZ 17-144
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2018:2295
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzoek vernietiging ontslag op staande voet afgewezen. Sprake van frauduleus dan wel zeer onzorgvuldig handelen door bedrijfsleider. Vergoeding ex art. 7: 677 lid 2 BW toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5036
AR-Updates.nl 2017-1163
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer : 5992186 \ EJ VERZ 17-144

Beschikking van de kantonrechter van 18 juli 2017

in de zaak van

[verzoeker]
wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij, hierna te noemen [verzoeker] ,

gemachtigde: mr. Y.J.M. Rustenberg te Almelo,

tegen

de besloten vennootschap MAPAL B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal,

verwerende partij, hierna te noemen Mapal,

gemachtigde: mr. R.C.A.J. Beks te Vught.

1 De procedure

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek tot vernietiging van het hem door Mapal gegeven ontslag op staande voet tevens houdende een zelfstandig verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst (met nevenverzoeken) ingediend. Mapal heeft een verweerschrift met tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 12 juni 2017 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoeker] bij brief van 9 juni 2017 nog stukken toegezonden.

1.3.

De beschikking is bepaald op heden.

2 De feiten

2.1.

[verzoeker] , geboren [1965] , is op 1 mei 1998 bij (de rechtsvoorganger van) Mapal in dienst getreden. Mapal heeft een onderneming op de Woonboulevard in Oldenzaal. De laatste functie die [verzoeker] bij Mapal vervulde, is die van bedrijfsleider van de afdeling Montel, met een salaris van € 3090,00 bruto per maand, exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten.

2.2.

Mapal heeft [verzoeker] op 11 april 2017 op staande voet ontslagen. In de [verzoeker] op die dag overhandigde brief staat vermeld:

Geachte heer [verzoeker] ,

Helaas hebben wij moeten constateren dat uw gedrag opnieuw indruist tegen de vereiste integriteit binnen onze organisatie.

Wij hebben geconstateerd dat uw urenstaat over week 14, die bij de administratie aangeleverd is, afwijkt van de urenstaat die op de afdeling zelf bijgehouden wordt. Het blijkt, dat op de urenstaat die u naar de administratie gestuurd heeft, uw uren op de zondag onterecht door u verhoogd zijn, terwijl de urenstaat die op de afdeling ligt het juiste aantal gewerkte uren aangeeft. Dit is een ernstige constatering.

Na onderzoek is geconstateerd, dat u ook over 5 februari jl. te veel uren voor uzelf heeft laten verwerken. Daarnaast blijkt dat u voor uzelf op 19 maart jl. de zondag zelfs als gewerkt heeft laten verwerken, terwijl u helemaal niet gewerkt heeft op die dag. Er is daarmee sprake van een patroon en daarmee frauduleus handelen.

Wij hebben u reeds enige malen aangesproken op uw ongewenste gedrag bij een aantal andere zaken en u schriftelijk gewaarschuwd, dat uw gedrag ingaat tegen hetgeen wij van onze medewerkers (mogen) vereisen. Wij verwijzen u hierbij onder andere naar de officiële waarschuwingen van 20 mei 2016 en 27 september 2011, alsmede de emailwaarschuwing van 20 januari 2017.

Inmiddels hebben wij nader onderzoek gelast naar uw gedrag. Reden hiervoor zijn meerdere klachten over uw integriteit. Bovenstaande is echter voor ons reeds zodanig ernstig, dat wij dit niet kunnen tolereren.

Wij betreuren het dat u niet in staat bent om ondanks diverse waarschuwingen conform aanvaardbare richtlijnen te functioneren binnen onze organisatie. Op basis hiervan hebben wij besloten uw dienstverband met onmiddellijke ingang om dringende redenen te beëindigen.

3 Het verzoek van [verzoeker]

3.1.

verzoekt de kantonrechter:

- het ontslag op staande voet te vernietigen;

- de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een verstoorde arbeidsverhouding;

- Mapal te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 6000,00;

- Mapal te veroordelen tot betaling van gefixeerde schadevergoeding;

- te bepalen dat [verzoeker] recht heeft op de wettelijke transitievergoeding van € 29.479,-;

- Mapal te veroordelen van deze betalingen deugdelijke specificaties te verstrekken, op straffe van een dwangsom;

- Mapal te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2.

Aan deze verzoeken heeft [verzoeker] het volgende ten grondslag gelegd, kort samengevat. [verzoeker] werkt al bijna 19 jaar naar volle tevredenheid op de Woonboulevard Van Gils; hij werkt zes dagen per week, is nooit ziek en heeft een eigen gerealiseerde omzet van circa 7 ton per jaar. De onmiddellijke aanleiding voor het ontslag op staande voet berust op een kennelijke vergissing: [verzoeker] werkt al ruim twee jaar achtereen op alle zondagen. De urenlijsten worden aan het begin van de week ingevuld. Aangezien [verzoeker] altijd al de zondag werkt heeft hij uit automatisme ook de uren van de zondagen in februari, maart en april 2017 vooruit ingevuld. Het verlof op zondag 19 maart 2017 heeft [verzoeker] overlegd met een collega. [verzoeker] is vergeten de originele urenlijst te corrigeren. Deze lijst is vervolgens naar het verzamelpunt gebracht. Dat kan een keer gebeuren. Hetzelfde geldt voor de uren van 9 april 2017, ook deze uren waren reeds vooraf ingevuld. Hier ging het erom dat [verzoeker] 1 uur en 20 minuten later arriveerde dan stond aangegeven. Op de kopie op de afdeling had [verzoeker] de uren juist ingevuld, echter niet op de originele. Op 5 februari 2017 was [verzoeker] hooguit 5 minuten te laat. Het gaat te ver om te spreken van een patroon van frauduleus handelen. Vergissingen komen voor, en waar mensen werken worden fouten gemaakt. Ook de incidenten die voorts in de ontslagbrief staan vermeld leveren onvoldoende grond op voor ontslag op staande voet; een dringende reden ontbreekt. Ook is de dringende reden niet onverwijld medegedeeld: [verzoeker] is pas op dinsdagavond medegedeeld dat hij op staande voet werd ontslagen.

[verzoeker] is inmiddels met ingang van 17 april 2017 in dienst getreden van een andere werkgever. De nieuwe baan betekent voor [verzoeker] een ernstige vermindering van salaris. [verzoeker] heeft alle vertrouwen in Mapal verloren en verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst (na vernietiging van het ontslag aan de voet) op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. [verzoeker] vordert allereerst de transitievergoeding conform artikel 7: 673 BW, een bedrag van € 29.479 bruto. [verzoeker] maakt voorts aanspraak op een billijke vergoeding gelet op het verwijtbare handelen van Mapal. Een bedrag van € 6000 ervaart [verzoeker] als redelijk. Mapal is tot slot schadevergoeding verschuldigd wegens onregelmatige opzegging. Rekening houdende met een opzegtermijn van vier maanden is Mapal het loon over die periode als gefixeerde schadevergoeding verschuldigd.

4 Het verweer en het tegenverzoek van Mapal

4.1.

Het verweer van Mapal strekt tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] , met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten. Mapal heeft een tegenverzoek ingediend strekkende tot betaling van gefixeerde schadevergoeding op grond van artikel 7: 677 lid 1 BW; in het onderhavige geval betreft de schadevergoeding een bedrag van € 5.302,64.

4.2.

Mapal heeft hiertoe het volgende aangevoerd, kort samengevat. Anders dan [verzoeker] stelt is het ontslag op staande voet wèl onverwijld gegeven. Mapal heeft met de nodige voortvarendheid gehandeld. Mapal heeft [verzoeker] ontslag op staande voet verleend op 11 april 2017 omdat het gedrag van [verzoeker] wederom indruiste tegen de vereiste integriteit die Mapal van [verzoeker] verwacht. Na het laatste urenincident in april 2017 was het vertrouwen in de integriteit van [verzoeker] volledig weg. [verzoeker] heeft een hele historie bij Mapal en Mapal heeft heel veel coulance betracht met [verzoeker] . De historie met [verzoeker] gaat terug tot 2006. Toen is geconstateerd dat [verzoeker] eigendommen van zijn werkgever meenam zonder deze te betalen. Partijen hebben hierop een vaststellingsovereenkomst gesloten op 6 april 2006, waarin is vastgelegd dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen per 1 augustus 2006, zonder toekenning van een vergoeding. De vaststellingsovereenkomst is destijds door [verzoeker] ondertekend. Mapal heeft een en ander destijds niet doorgezet om [verzoeker] nog een kans te geven. Het ontslag op staande voet kent als directe aanleiding het door [verzoeker] onjuist invullen en aan de administratie verzenden van de urenstaat voor week 14. Op die urenstaat heeft [verzoeker] meer gewerkte uren voor zondag 9 april 2017 ingevuld dan hij heeft gewerkt en dat was bepaald niet de eerste keer dat dit werd geconstateerd. Verder is er nog een behoorlijk aantal incidenten geweest van ongewenst en in sommige gevallen zelfs van strafbaar en frauduleus gedrag aan de zijde van [verzoeker] . Ook die incidenten zijn door Mapal meegewogen bij het verleende ontslag op staande voet. Mapal is van mening dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven en verzoekt bij wijze van tegenverzoek op grond van artikel 7: 677 BW een vergoeding gelijk aan het bedrag van het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij een regelmatige opzegging had behoren voort te duren.

5 De beoordeling

van het verzoek van [verzoeker]

5.1.

heeft het verzoek tot vernietiging van het ontslag op staande voet tijdig ingediend, nu het is ontvangen binnen twee maanden na de dag waarop het ontslag op staande voet is gegeven.

5.2.

Het gaat in deze zaak primair om de vraag of het ontslag op staande voet terecht of onterecht is gegeven. Ingevolge artikel 7:677, lid 1 BW is iedere partij bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.3.

Mapal heeft de onjuist ingevulde urenstaat op maandag 10 april 2017 ontdekt en is op dinsdag 11 april 2017, aan het einde van de middag, na onderzoek, vaststelling van de feiten, toepassing van hoor en wederhoor en na het inwinnen van juridisch advies, overgegaan tot het ontslag op staande voet. De kantonrechter is gelet op deze gang van zaken van oordeel dat Mapal met de nodige voortvarendheid heeft gehandeld en dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven na ontdekking van de onjuist ingevulde urenlijst.

5.4.

De ontslagbrief van 11 april 2017 vermeldt dat naast de urenstaatkwestie, onder andere de gedragingen van [verzoeker] die hebben geleid tot de officiële waarschuwingen op 27 september 2011, 20 mei 2016 en 20 januari 2017 mede ten grondslag zijn gelegd aan het gegeven ontslag op staande voet.

5.5.

Zoals reeds ter zitting is opgemerkt is hetgeen is voorgevallen in 2006 niet ten grondslag gelegd aan het ontslag op staande voet. Deze kwestie blijft derhalve buiten beschouwing.

5.6.

Voor zover hier relevant begint de historie van Mapal met [verzoeker] in september 2011. Vast staat dat [verzoeker] grote blauwe potten wilde kopen van een tuinmeubelafdeling die werd gesloten. [verzoeker] had al eerder producten van die afdeling gekocht en vroeg aan een collega wat de potten zouden moeten kosten. Toen [verzoeker] daarop het antwoord kreeg dat die collega, niet zijnde de tijdelijke eigenaar van die afdeling, het niet wist, heeft [verzoeker] de potten mee naar huis genomen, volgens [verzoeker] “op zicht”. Na dit incident heeft [verzoeker] een officiële waarschuwing ontvangen waarin onder meer staat dat [verzoeker] door collega’s is betrapt op het onrechtmatig toe-eigenen van bedrijfseigendommen.

Naar het oordeel van de kantonrechter is [verzoeker] inderdaad over de schreef gegaan door de potten mee te nemen naar huis zonder deze gekocht te hebben en zonder toestemming te vragen aan de tijdelijk eigenaar/beslissingsbevoegde van de afdeling, de heer [A] . Dat de potten door de hoofduitgang zijn meegenomen doet niet ter zake en dat de potten in overleg (met de beslissingsbevoegde) “op zicht” waren meegenomen, is gesteld noch gebleken.

5.7.

Uit een e-mail van 1 juli 2014 blijkt dat er in 2014 een incident is geweest waarbij [verzoeker] zonder aankondiging/overleg naar huis ging. Pas nadat hij hier op werd aangesproken meldde [verzoeker] dat hij ziek was. De e-mail vermeldt verder dat men nog het gesprek met [verzoeker] aan moest gaan betreffende ten onrechte gedeclareerde zondagen.

Verder blijkt uit de door Mapal overgelegde e-mail van 12 december 2015 dat Mapal [verzoeker] eerder heeft aangesproken op het beter bijhouden van zijn werk- en verlofuren en dat in december 2015 is gebleken dat [verzoeker] eerder weg is gegaan op een zondag en dat hij dat niet had gecorrigeerd op de urenlijst. De e-mail vermeldt verder dat Mapal [verzoeker] hierom een schriftelijke waarschuwing geeft, dat Mapal deze werkwijze van [verzoeker] niet tolereert en dat [verzoeker] wordt gemaand hier in de toekomst goed op te letten. Verder wordt de maatregel genomen dat, als [verzoeker] eerder vrij wil dan de ingeplande werktijden, hij dat dan bij Mapal moet melden. In de reactie van [verzoeker] reageert [verzoeker] kort gezegd dat het een foutje van zijn kant betreft en dat er geen opzet in het spel was. [verzoeker] heeft gelijk dat deze incidenten uit 2014 en 2015 niet ten grondslag zijn gelegd aan het ontslag op staande voet, maar [verzoeker] heeft ter zitting wel erkend dat hij bij deze gelegenheden is gewaarschuwd dat hij de urenlijsten juist moest invullen.

5.8.

Voorts heeft er een incident plaatsgevonden op 5 april 2016, waarvoor [verzoeker] een officiele waarschuwing heeft gekregen d.d. 20 mei 2016. De waarschuwing is door Mapal gegeven na een melding van een derde over ongewenst gedrag van [verzoeker] . De derde, een externe huurder (Hout van Hout), constateerde dat [verzoeker] ongevraagd en met gebogen houding achter hun balie aanwezig was in hun winkel, terwijl er verder niemand aanwezig was. De derde vond de situatie niet prettig. Volgens [verzoeker] was hij daar slechts om te kijken naar een printer; [verzoeker] was zich (privé) aan het oriënteren op printers en wilde de printer van Hout van Hout bekijken. Mapal heeft in de officiële waarschuwing aangegeven dat zij, hoewel zij de verklaring van [verzoeker] als vreemd heeft ervaren, niet heeft geconstateerd dat [verzoeker] met andere bedoelingen ongevraagd in de winkel van Hout van Hout was terecht gekomen. Wel concludeerde Mapal (en naar het oordeel van de kantonrechter terecht) dat er sprake was van ongewenst gedrag van [verzoeker] : hij was in elk geval zonder toestemming en tijdens werktijd (hij had in zijn eigen winkel moeten zijn) in een winkel van een externe huurder geweest, voor privédoeleinden, vlak bij de balie, waar diverse waardevolle zaken lagen, terwijl er verder geen personeel van die winkel aanwezig was.

5.9.

[verzoeker] ontvangt voorts op 20 januari 2017 een e-mail van Mapal waarin melding wordt gemaakt van het volgende incident. De e-mail gaat kort gezegd over het feit dat [verzoeker] zich bij een concurrent heeft voorgedaan als een bepaalde klant/prospect om er achter te komen of die klant (die reeds stalen en een offerte van Mapal had) een order had geplaatst bij die concurrent, waarbij de concurrent meer korting zou bieden dan de 10% korting die Montel voorschreef. [verzoeker] is er door Mapal (wederom naar het oordeel van de kantonrechter terecht) op gewezen dat ook dit ongewenst gedrag is. Mapal heeft gesteld dat het identiteitsfraude en strafbaar handelen betreft en dat dergelijk handelen tot ernstige schade zou kunnen leiden voor o.a. Mapal als de klant er achter zou komen en de media en/of politie op zou zoeken. Dat [verzoeker] zulks heeft gedaan in het belang van Mapal doet hier niets aan af.

5.10.

Mapal krijgt voorts in maart 2017 via de vertrouwenspersoon binnen Woonboulevard/Mapal een melding over bewust onjuist registreren van uren op de urenstaten. De urenstaten zijn de basis voor de salarisadministratie. Mapal besluit hierop om opnieuw alle bedrijfsleiders, waaronder [verzoeker] , er bij e-mail op te attenderen dat de urenstaten zorgvuldig en correct ingevuld moeten worden en dat altijd kopieën van de urenstaten op de afdeling bewaard moeten worden. De e-mail van 24 maart 2017 luidt als volgt:

“Hallo collega’s

Helaas komt het voor dat op de uren-lijst niet alle uren (vrij, ziek,

overwerk) op de juiste manier ingevuld worden.

Daardoor wordt er nog wel eens met mij gebeldom te vragen of alles wel goed geregistreerd staat.

Sommige bedrijfsleiders maken al een kopietje voor de afdeling, zodat

iedereen die kan inzien en eventueel kan corrigeren.

Anderen doen dat niet.

Vanaf deze week is het VERPLICHT een kopie van de weeklijst te maken

en op de afdeling te bewaren, zodat iedereen deze kan inzien.

Het andere voordeel is, dat wanneer het per ongeluk kwijt raakt, er altijd nog een kopie bestaat.

Dus vanaf week 12 hoort de lijst ter inzage te liggen op de afdeling.

Mochten iemand de voorgaande lijsten gekopieerd willen hebben, dan

even een seintje, dan wordt er geregeld dat de ontbrekende weken worden aangevuld.”.

5.11.

Tevens heeft de directie van Mapal besloten om de uren vervolgens te gaan controleren, vooral op zondagen (die uren worden 200% uitbetaald). Vervolgens werd op zondag 9 april 2017 geconstateerd dat [verzoeker] (zonder toestemming/overleg met Mapal) 1 uur en 20 minuten (volgens [verzoeker] ) dan wel 1 uur en 45 minuten (volgens Mapal) later binnen kwam dan ingeroosterd die dag en dat bij controle van de urenstaat op de maandag stond vermeld dat [verzoeker] die dag gewoon van 12.00 uur tot 17.00 uur zou hebben gewerkt. Voorts is gebleken dat op de kopie op de afdeling, die na de e-mail van 24 maart 2017 verplicht op de afdeling moest zijn, wèl de juiste gewerkte uren waren vermeld.

[verzoeker] heeft dus alleen de kopie gecorrigeerd, niet het origineel.

5.12.

Nader onderzoek heeft voorts geleerd dat er ook sprake was van discrepantie tussen de kopie urenlijsten en de originele urenlijsten voor wat betreft de uren van [verzoeker] op 5 februari 2017 en 19 maart 2017. Het is Mapal daarbij opgevallen dat alleen de uren van [verzoeker] onjuist werden vermeld.

Mapal is, na [verzoeker] hiermee geconfronteerd te hebben, overgegaan tot het ontslag op staande voet.

5.13.

De kantonrechter stelt bij de beoordeling van het gegeven ontslag op staande voet voorop dat een ontslag op staande voet een uiterste middel is en dat het slechts mag worden gegeven als van een werkgever op grond van een dringende reden niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met de betreffende werknemer nog langer te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een zodanige dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen, waaronder begrepen de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Daarbij dient niet alleen te worden gelet op de aard en de ernst van de aan de werknemer verweten gedraging, maar moeten ook de aard van de dienstbetrekking, de duur daarvan en de wijze waarop de werknemer die dienstbetrekking heeft vervuld, in de afweging worden betrokken. Daarnaast moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag voor hem zullen hebben. Ook indien deze gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en ernst van de dringende reden tot de slotsom leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (vergelijk HR 20 april 2012, ECLI:NL:HR: 2012:BV9532).

5.14.

Voor [verzoeker] pleit dat hij een 52-jarige goede en gedreven verkoper is met een dienstverband van 18 jaar bij Mapal. Voorts staat vast dat een geldig ontslag op staande voet voor hem enorme financiële gevolgen zou kunnen hebben.

5.15.

Tegen [verzoeker] pleit hetgeen Mapal ter onderbouwing van het ontslag op staande voet heeft aangevoerd. Gelet op de incidenten vermeld in de ontslagbrief van 11 april 2017 heeft de kantonrechter begrip voor het standpunt van Mapal dat zij gaandeweg, met de urenkwestie van 9/10 april 2017 als bekende druppel die de emmer deed overlopen, alle vertrouwen in (de integriteit van) [verzoeker] is verloren. Gebleken is dat [verzoeker] goederen “op zicht” mee naar huis neemt, zonder dat af te spreken met een beslissingsbevoegde en dat hij ook bij andere gelegenheden (balie-incident bij een derde, zich voordoen als een bepaalde klant) ongewenst gedrag heeft vertoond. De druppel is geweest het ongewenste -en ook na waarschuwingen aanhoudende- gedrag van [verzoeker] met betrekking tot het invullen van de urenlijsten, die de basis zijn voor de salarisadministratie. [verzoeker] is zelf verantwoordelijk voor een juiste registratie van de uren die hij heeft gewerkt en hij heeft als bedrijfsleider bovendien een voorbeeldfunctie. [verzoeker] is er in het verleden op gewezen dat hij de urenlijsten niet juist heeft ingevuld. Ook in 2017 heeft [verzoeker] meerdere malen de kopie-urenlijst, die als een soort controle voor iedereen ter inzage ligt op de afdeling, anders ingevuld dan de originele urenlijst. Zelfs nadat (o.a.) [verzoeker] er op 24 maart 2017 nog op is gewezen dat de urenlijsten juist ingevuld moeten worden, en dat er een (uiteraard gelijkluidende) kopie urenlijst aanwezig moet zijn op de afdeling, presteert [verzoeker] het om de uren van zondag 9 april 2017 wèl te corrigeren op de kopie-urenlijst en niet te corrigeren op de originele urenlijst. Er is op dit punt sprake van òf bewust handelen (zoals Mapal stelt) òf zeer onzorgvuldig handelen, door telkens de kopie-urenlijst te corrigeren en het origineel vergeten te corrigeren, zelfs nadat [verzoeker] daar al vele malen voor was gewaarschuwd.

5.16.

De kantonrechter is van oordeel dat, na afweging van alle omstandigheden, van Mapal redelijkerwijs niet meer gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] te laten voortduren als bedoeld in art. 7: 678 lid 1 BW. Het verzoek van [verzoeker] om het ontslag op staande voet te vernietigen zal dan ook worden afgewezen. Ook de overige verzoeken tot ontbinding en tot toekenning van verschillende vergoedingen zal daarom worden afgewezen.

van het tegenverzoek van Mapal

5.17.

[verzoeker] heeft op het tegenverzoek van Mapal gereageerd door te stellen dat het verzoek moet worden afgewezen en dat het verzoeken om een dergelijke vergoeding als slecht werkgeverschap moet worden aangemerkt.

5.18.

Art. 7: 677 lid 2 BW bepaalt dat de partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen aan de wederpartij een vergoeding is verschuldigd indien de wederpartij van de bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. De vergoeding is een bedrag gelijk aan het in geld vastgestelde loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren. Door Mapal is dit bedrag becijferd op € 5.302,64, en de hoogte van het bedrag is door [verzoeker] niet betwist. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] door opzet of schuld aan Mapal een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst op te zeggen en zal dit bedrag toewijzen. De wet biedt de mogelijkheid deze vergoeding te vragen en er is daarmee geen sprake van slecht werkgeverschap.

5.19.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

Op het verzoek van [verzoeker]

Wijst de verzoeken af.

Veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Mapal vaststelt op € 600,00 gemachtigde salaris.

Op het tegenverzoek van Mapal:

Veroordeelt [verzoeker] om aan Mapal te betalen een vergoeding van € 5.302,64.

Veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter in het tegenverzoek vaststelt op nihil.

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

Deze beschikking is gegeven door mr. G.G. Vermeulen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2017.