Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3626

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
26-09-2017
Datum publicatie
26-09-2017
Zaaknummer
08/770238-16 (P)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een man is veroordeeld voor een poging overval bij een sportzaak in Borne en de diefstal van een TV uit de woning van zijn buurman. De rechtbank legt hem een celstraf op van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden. Ook moet hij een slachtoffer iets meer dan 1300 euro schadevergoeding betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08/770238-16 (P)

Datum vonnis: 26 september 2017

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] ,

ten tijde van de terechtzitting in voorarrest verblijvende te Almelo,

P.I. Almelo, Huis van Bewaring “De Karelskamp”.

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

12 september 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. S. Leusink en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman mr. L.J. Speijdel, advocaat te Enschede, naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

feit 1: primair heeft geprobeerd om door middel van (bedreiging met) geweld een overval te plegen op een sportzaak, althans subsidiair heeft geprobeerd om [slachtoffer 1] af te persen;

feit 2: A: al dan niet samen met een ander, door middel van (bedreiging met) geweld

[slachtoffer 2] heeft beroofd van goederen en/of geld, en/of B: al dan niet samen met een ander, [slachtoffer 2] heeft afgeperst;

feit 3: primair een televisie heeft gestolen, althans subsidiair een televisie heeft geheeld;

feit 4: primair een woninginbraak heeft gepleegd althans subsidiair een televisie heeft geheeld.

Voluit luidt de tenlastelegging, na toelating van een vordering nadere omschrijving, aan de verdachte, dat:

1.

hij, op of omstreeks 11 november 2016 te Borne, gemeente Borne, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening weg te nemen goederen en/of een hoeveelheid geld, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [sportzaak] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen

vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 1] , te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, (met dat opzet) een

vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] heeft

gericht en/of (vervolgens) heeft geroepen: ‘dit is een overval’, althans woorden van

gelijke bedreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 1 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij, op of omstreeks 11 november 2016 te Borne, gemeente Borne, ter uitvoering van

het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een

ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of een hoeveelheid geld, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [sportzaak] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, (met dat opzet) een

vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 1] heeft

gericht en/of (vervolgens) heeft geroepen: ‘dit is een overval’, althans woorden van

gelijke bedreigende aard en/of strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid.

2.

A.

hij, op of omstreeks 28 oktober 2016 te Enschede, gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

  • -

    een rugzak (merk Jack & Jones),

  • -

    een Playstation 4 en/of een bijbehorende controller,

  • -

    een computerspel (FIFA 2016),

  • -

    een mobiele telefoon,

  • -

    een bankpas (SNS bank) en/of

  • -

    een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 180 euro),

in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan,

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die

[slachtoffer 2] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk

te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

tezamen en in vereniging niet een of meer anderen, althans alleen, (meermalen) met

gebalde vuist tegen/op het hoofd en/of gezicht van die [slachtoffer 2] heeft geslagen

en/of gestompt en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: “En je zegt niets hierover, je

vertelt dit aan niemand. Als je dit wel doet spuit je jou vol met heroïne, zal ik je

martelen, maak ik je kapot en ik vermoord je moeder, broer en zus”, althans woorden

van gelijke bedreigende aard en/of strekking, en/of (vervolgens) tegen die

[slachtoffer 2] heeft gezegd: “Je gaat nou alles pinnen van je rekening”, althans

woorden van gelijke aard en/of strekking;

en/of

B.

hij, op of omstreeks 28 oktober 2016 te Enschede, gemeente Enschede, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of

anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    een rugzak (merk Jack & Jones),

  • -

    een Playstation 4 en/of een bijbehorende controller,

  • -

    een computerspel (FIFA 2016),

  • -

    een mobiele telefoon,

  • -

    een bankpas (SNS bank) en/of

  • -

    een hoeveelheid geld (van in totaal ongeveer 180 euro),

in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld

en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in

vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (meermalen) met gebalde vuist

tegen/op het hoofd en/of gezicht van die [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of gestompt

en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: “En je zegt niets hierover, je vertelt dit aan

niemand. Als je dit wel doet spuit je jou vol met heroïne, zal ik je martelen, maak ik je

kapot en ik vermoord je moeder, broer en zus”, althans woorden van gelijke

bedreigende aard en/of strekking, en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft

gezegd: “Je gaat nou alles pinnen van je rekening”, althans woorden van gelijke aard

en/of strekking;

3.

hij, in of omstreeks de periode van 4 november 2016 tot en met 5 november 2016 te

Almelo, gemeente Almelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft

weggenomen een (smart) televisie (merk Samsung, type UE32EH5300, 32 inch

full HD smart TV), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 3 geen veroordeling mocht of

zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij, in of omstreeks de periode van 4 november 2016 tot en met 5 november 2016 te

Almelo, gemeente Almelo, een goed, te weten een (smart) televisie (merk Samsung,

type UE32EH5300, 32 inch full HD smart TV) heeft verworven, voorhanden gehad,

en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen

van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door

misdrijf verkregen goed betrof;

4.

hij, in of omstreeks de periode van 24 oktober 2016 tot en met 5 november 2016 te

Almelo, gemeente Almelo, met het oogmerk van vederrechtelijke toe-eigening in/uit

een woning (gelegen aan de Well 6) heeft weggenomen

  • -

    een televisie (merk Samsung, type LE40C530F1WXXN),

  • -

    een tablet (merk Samsung)

  • -

    een laptop (merk Asus, type N55 JQ 17-4710HQ)

  • -

    een afstandsbediening (van een Tele2 decoder) en/of

  • -

    een (gouden) ketting,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

ALTHANS, voor zover voor het vorenstaande onder 4 geen veroordeling mocht of zou kunnen volgen, SUBSIDIAIR, terzake dat

hij, in of omstreeks de periode van 24 oktober 2016 tot en met 5 november 2016 te Almelo, gemeente Almelo, een goed, te weten een televisie (merk Samsung,

type LE40C530F1WXXN) heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Inleiding

Ter zake van feit 1 primair en subsidiair

Op 11 november 2016 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van een poging tot diefstal met geweld op sportwinkel [sportzaak] in Borne. Aangever zag een in het zwart geklede man de winkel binnenkomen die vervolgens een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op hem richtte. De man zou daarbij hebben geroepen “Dit is een overval”, waarna de man de winkel verliet zonder iets te hebben weggenomen.

Ter zake van feit 2 A en/of B

Op 31 oktober 2016 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van afpersing, diefstal met geweld, bedreiging en mishandeling op 28 oktober 2016 in Enschede. Aangever zou onder bedreiging zijn rugtas met daarin een PlayStation 4 inclusief controller en spel hebben moeten afgeven en daarbij opzettelijk in zijn gezicht en op zijn hoofd zijn geslagen. Aangever zou daarnaast zijn gedwongen om een geldbedrag van zijn rekening te halen en dit af te geven aan de dader(s), waarbij volgens aangever de verdachte hem dreigend de woorden “En je zegt niets hierover, je vertelt dit aan niemand. Als je dit wel doet, spuit ik jou vol met heroïne, zal ik je martelen, maak ik je kapot en ik vermoord je moeder, broer en zus.” en “Je gaat nou alles pinnen van je rekening.” zou hebben toegevoegd.

Ter zake van feit 3 primair en subsidiair

Op 7 november 2016 heeft [slachtoffer 3] aangifte gedaan van diefstal uit zijn woning in Almelo. Daarbij zou volgens aangever tussen 4 en 7 november 2016 zijn televisie zijn weggenomen.

Ter zake van feit 4 primair en subsidiair

Op 8 november 2016 heeft [slachtoffer 4] aangifte gedaan van diefstal door middel van braak uit zijn woning in Almelo. Daarbij zouden volgens aangever tussen

24 oktober 2016 en 7 november 2016 een televisie, een laptop, een tablet, een afstandsbediening en een ketting zijn weggenomen.

4.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 4 ten laste gelegde feit. Voor het overige heeft de officier van justitie geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair, onder 2 A en onder 3 primair tenlastegelegde. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

4.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 primair, onder 2 A en het onder 4 tenlastegelegde, alsmede partiële vrijspraak van het onder 2 B ten laste gelegde meermalen op het gezicht en/of tegen het hoofd slaan/stompen van [slachtoffer 2] . Voor het overige acht de raadsman het onder 1 subsidiair, 2 B en onder 3 primair tenlastegelegde bewezen.

4.4

Het oordeel van de rechtbank 1

Ter zake van feit 1 primair en subsidiair

Wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd. De rechtbank zal de verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

De rechtbank komt op grond van na te noemen bewijsmiddelen tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde. Nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank daarbij conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  1. het proces-verbaal van aangifte van 11 november 2016, voor zover betreffende de redengevende feiten en omstandigheden, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 1] (pagina ‘s 32 tot en met 34);

  2. het proces-verbaal ter terechtzitting van 12 september 2017, voor zover betreffende de redengevende feiten en omstandigheden, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Ter zake van feit 2 A en/of B

Wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen wat aan de verdachte onder 2 A is ten laste gelegd. De rechtbank zal de verdachte dan ook van dit feit vrijspreken.

De verdachte heeft – kort en zakelijk gezegd – bekend dat hij samen met een ander op

28 oktober 2016 in Enschede [slachtoffer 2] heeft afgeperst. De verdachte heeft verklaard dat die [slachtoffer 2] daarbij op het gezicht en/of tegen het hoofd is gestompt/geslagen. Anders dan de aangever heeft verdachte ontkend dat [slachtoffer 2] meermalen tegen het hoofd is geslagen of gestompt.

Nu naar het oordeel van de rechtbank de aangifte van [slachtoffer 2] op dat onderdeel onvoldoende ondersteuning vindt in overige bewijsmiddelen, kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte en/of zijn mededader voornoemde [slachtoffer 2] meermalen op het gezicht en/of tegen het hoofd heeft/hebben gestompt/geslagen. De rechtbank zal verdachte dan ook van dit onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Voor het overige komt de rechtbank op grond van na te noemen bewijsmiddelen tot bewezenverklaring van het onder 2 B tenlastegelegde. Nu verdachte dit feit aldus heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank daarbij conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

1. het proces-verbaal van aangifte van 31 oktober 2016, met bijlagen, voor zover betreffende de redengevende feiten en omstandigheden, inhoudende de verklaring van aangever

[slachtoffer 2] (pagina’s 90 tot en met 97);

2) het proces-verbaal ter terechtzitting van 12 september 2017, voor zover betreffende de redengevende feiten en omstandigheden, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Ter zake van feit 3 primair en subsidiair

De rechtbank komt op grond van na te noemen bewijsmiddelen tot bewezenverklaring van het onder 3 primair tenlastegelegde. Nu verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank daarbij conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:

  1. het proces-verbaal van aangifte van 7 november 2016, voor zover betreffende de redengevende feiten en omstandigheden, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 3] (pagina’s 147 tot en met 149);

  2. het proces-verbaal ter terechtzitting van 12 september 2017, voor zover betreffende de redengevende feiten en omstandigheden, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Ter zake van feit 4 primair en subsidiair

Verdachte heeft ontkend dit feit gepleegd te hebben. Eén van de bij het pandjeshuis aangetroffen televisies van het merk Samsung is weliswaar door aangever [slachtoffer 4] herkend als zijn gestolen televisie maar de rechtbank heeft vastgesteld dat het serienummer van de bij [slachtoffer 4] gestolen televisie niet overeenkomt met het serienummer van de bij het pandjeshuis aangetroffen televisie. In het licht van de ontkennende verklaring van verdachte ontbreekt voldoende wettig bewijs om tot een bewezenverklaring van het onder feit 4 primair en subsidiair tenlastegelegde te komen. De rechtbank zal verdachte dan ook integraal van dit feit vrijspreken.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van genoemde bewijsmiddelen ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:

ter zake van feit 1 subsidiair

hij op 11 november 2016 te Borne, gemeente Borne, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van geld toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [sportzaak] , met dat opzet een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer 1] heeft gericht en vervolgens heeft geroepen: “Dit is een overval”, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

ter zake van feit 2 onder B

hij, op 28 oktober 2016 te Enschede, gemeente Enschede, tezamen en in vereniging

met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen,

door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van

  • -

    een rugzak (merk Jack & Jones),

  • -

    een PlayStation 4 en een bijbehorende controller,

  • -

    een computerspel (FIFA 2016),

  • -

    een mobiele telefoon en

  • -

    geld

toebehorende aan [slachtoffer 2] , welk geweld en welke bedreiging met geweld

hierin bestond dat hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, met gebalde

vuist tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft gestompt en tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: “En je zegt niets hierover, je vertelt dit aan niemand. Als je dit wel doet, spuit ik jou vol met heroïne, zal ik je martelen, maak ik je kapot en ik vermoord je moeder, broer en zus,” althans woorden van gelijke bedreigende aard en/of strekking, en (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: “Je gaat nou alles pinnen van je rekening”;

ter zake van feit 3 primair

3.

hij, in de periode van 4 november 2016 tot en met 5 november 2016 te Almelo,

gemeente Almelo, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft

weggenomen een televisie (merk Samsung, type UE32EH5300, 32 inch full HD smart TV)

toebehorende aan [slachtoffer 3] .

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte wordt hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1 subsidiair

het misdrijf: poging tot afpersing;

feit 2 B

het misdrijf: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3 primair

het misdrijf: diefstal.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de verdachte ter zake van het onder 1 primair, onder 2 A en onder 3 primair tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarbij heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank bij vonnis als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling en het verblijf in een maatschappelijke instelling zal opleggen.

7.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht om verdachte ter zake van het onder 1 subsidiair, het onder 2 B en het onder 3 primair tenlastegelegde te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

7.3

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ernstige en zorgwekkende feiten. Blijkens het uittreksel uit de justitiële documentatie (strafblad) van verdachte is verdachte eerder met politie en justitie in aanraking geweest, maar niet eerder veroordeeld door een rechter. Verdachte is door het plegen van een voltooide afpersing en een poging daartoe met stip binnengekomen op de radar van politie en justitie. Des te opmerkelijker is het dat verdachte zich na de afpersing op 28 oktober 2016 binnen een tijdsbestek van enkele dagen tevens schuldig heeft gemaakt aan een diefstal uit een woning.

Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan strafbare feiten waarbij hij kennelijk zijn eigen behoeften boven die van anderen heeft gesteld. De lichamelijke integriteit is een groot goed en een fundamenteel recht van de mens. Door anderen met geweld te bedreigen, en ook daadwerkelijk geweld toe te passen, heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van de slachtoffers geschonden. Daarnaast heeft verdachte de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers aangetast. Door te pogen een sportzaakhouder in zijn winkel af te persen, en een televisie uit de woning van een buurman te stelen, heeft de verdachte verschillende aspecten uit de persoonlijke levenssfeer van de aangevers geschonden. In een woning en op het werk behoort men zich veilig te kunnen voelen, zonder dat invloeden van buitenaf deze geborgenheid kunnen verstoren. De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft in een schriftelijke slachtofferverklaring de gevolgen van het door verdachte gepleegde feit beschreven. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij zich kennelijk geen rekenschap heeft gegeven van de mogelijke gevolgen van zijn daden.

Uit het psychologisch onderzoek door drs. I.D.G. Westerdijk van 1 februari 2017 volgt dat er weliswaar achterstanden in de persoonlijkheidsontwikkeling van verdachte zijn, maar dat deze niet van dien aard zijn dat thans gesproken kan worden van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Uit dit onderzoek volgt tevens dat verdachte is opgegroeid in een omgeving die hem onvoldoende veiligheid heeft geboden, hetgeen een beeld van affectieve verwaarlozing weergeeft. Vanaf oktober 2016 zou verdachte een zwervend bestaan hebben geleid. Problematiek op financieel gebied en met betrekking tot huisvesting noopten hem ertoe om aan te kloppen bij hulpverleningsorganisaties. Deze hulpverleningsorganisaties zouden verdachte niet de hulp hebben geboden die hij daarbij voor ogen had. Volgens psycholoog Westerdijk is er bij verdachte sprake van een negatieve gemoedstoestand van woede. Uit indicatieve psychologische testen volgt dat verdachte hoog scoort op indirecte agressie. De remmingen zijn volgens de psycholoog maar net voldoende. Tijdens het verhandelde ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de huisbaas van de woning waar hij tot oktober 2016 verbleef hem tot betaling van een vernielde ruit heeft gesommeerd. Verdachte heeft verklaard dat hem daarmee onrecht werd aangedaan, aangezien niet hij maar een ander die ruit zou hebben vernield. De rechtbank kan niet uitsluiten dat een en ander aansluit bij de door psycholoog Westerdijk gegeven diagnostische psychologische beschouwingen ten aanzien van verdachte. Verdachtes tekortschietende probleemoplossende vermogen in combinatie met de beperkte remming van zijn agressiviteit geeft naar het oordeel van de rechtbank echter ook een zorgwekkend beeld weer voor de toekomst. De rechtbank acht het dan ook van belang dat verdachte met het oog op de toekomst en ter voorkoming van recidive zal worden behandeld voor deze problematiek.

Alles afwegende is de rechtbank dan ook van oordeel dat, mede gelet op de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend is en recht doet aan de ernst van de feiten en het leed dat verdachte de slachtoffers van zijn daden heeft aangedaan. De rechtbank zal verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk zal worden opgelegd. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden stellen dat verdachte zich zal moeten melden bij de reclassering, dat hij zich ambulant zal laten behandelen en dat hij na afloop van zijn detentie zal verblijven in een maatschappelijke opvang. De rechtbank zal de proeftijd daarbij op drie jaren stellen.

Verdachte dient zich te realiseren dat hij gedurende de proeftijd, die ingaat op het moment dat verdachte in vrijheid wordt gesteld, onder het vergrootglas van politie en justitie zal blijven. De rechtbank beoogt daarnaast met de oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf verdachte ervan te weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen, maar met name, door bijzondere voorwaarden aan die voorwaardelijke straf te koppelen, de kans op recidive in de toekomst in te perken.

8 De schade van benadeelden

8.1

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert de verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 2.308,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

  1. PlayStation 4 ad € 344,00;

  2. Een geldbedrag ad € 180,00;

  3. Een Jack & Jones-rugzak ad € 34,99.

Wegens immateriële schade wordt een bedrag van € 1.750,00 gevorderd.

De benadeelde partij heeft tevens verzocht de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade volledig toewijsbaar is. De officier van justitie heeft de gevorderde immateriële schade toewijsbaar geacht tot een bedrag gelegen tussen de € 500,00 en € 750,00. De officier van justitie heeft verzocht het toewijsbare schadevergoedingsbedrag te vermeerderen met de wettelijke rente en heeft gevorderd om voor dat totale bedrag de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

8.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat ten aanzien van de PlayStation en de rugtas rekening dient te worden gehouden met de afschrijving. Voor het overige sluit de raadsman zich aan bij het standpunt van de officier van justitie.

8.4

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door het onder 2 B bewezen verklaarde feit rechtstreeks materiële schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. De opgevoerde schadeposten zijn voldoende onderbouwd en aannemelijk. Gelet op de nog recente aanschafdatum van de materiële goederen, zal de rechtbank geen bedrag in mindering brengen ter zake afschrijving. De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 558,99, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd tot aan de dag der algehele voldoening, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan.

Wat betreft de gevorderde immateriële schade is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat verdachte rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij. Met betrekking tot de hoogte van het bedrag is de rechtbank van oordeel dat een zekere terughoudendheid op zijn plaats is. De rechtbank zal de gevorderde immateriële schade daarom toewijzen tot een bedrag van € 750,00, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop het strafbare feit is gepleegd, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. De rechtbank zal de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. De benadeelde partij kan de vordering in zoverre slechts voor dat deel aanbrengen bij de burgerlijke rechter.

8.5

De schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank zal voor een bedrag van € 1.308,99 de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien de verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht.

9 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 Sr.

10 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 primair, het onder 2 A en het onder 4 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij;

  • -

    verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, het onder 2 B en het onder 3 primair tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

  • -

    verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 subsidiair, onder 2 B en onder 3 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid van het feit

  • -

    verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

  • -

    verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair het misdrijf: poging tot afpersing;

feit 2 B het misdrijf: afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

feit 3 primair het misdrijf: diefstal;

strafbaarheid van de verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 subsidiair, het onder 2 B en het onder 3 primair bewezenverklaarde;

straf

  • -

    veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

  • -

    bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

  • -

    kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van drie jaren de navolgende algemene en bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:

  • -

    stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

  • -

    stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

  • -

    zich gedurende de proeftijd meldt bij Reclassering Nederland, Molenstraat 50 te Enschede, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;

  • -

    zich voor zijn problematiek ambulant laat behandelen bij forensisch psychiatrische kliniek Transfore of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, indien en zo lang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Verdachte zal zich dan houden aan de regels die door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

  • -

    aansluitend aan detentie in een maatschappelijke opvang of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, zal verblijven. Verdachte zal zich dan houden aan het (dag-)programma dat deze voorziening in overleg met de reclassering heeft opgesteld, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    draagt deze reclasseringsinstelling op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

  • -

    bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

  • -

    veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 1.308,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan;

  • -

    veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

  • -

    legt de maatregel op dat de veroordeelde verplicht is ter zake van het onder 2 B bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.308,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 oktober 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, ten behoeve van de benadeelde, met bevel, voor het geval dat volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 23 (drieëntwintig) dagen zal worden toegepast, een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan. Tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis laat de betalingsverplichting onverlet;

  • -

    bepaalt dat als de veroordeelde heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de veroordeelde om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de veroordeelde aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.H. Heijink, voorzitter, mr. B.W.M. Hendriks en

mr. P.M.F. Schreurs, rechters, in tegenwoordigheid van J.J.J. Bernsen als griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 26 september 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit bladzijden uit het dossier van de politie-eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2017038631 van 25 januari 2017. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.