Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOVE:2017:3616

Instantie
Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak
21-09-2017
Datum publicatie
21-09-2017
Zaaknummer
08/770082-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De Rechtbank Overijssel veroordeelt een 30-jarige man tot een gevangenisstraf van 2 weken wegens aanranding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Overijssel

Afdeling Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08/770082-17 (P)

Datum vonnis: 21 september 2017

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1987,

wonende te [woonplaats] .

1 Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 7 september 2017.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M. Zwartjes.

2 De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 9 september 2016 [slachtoffer] heeft vastgepakt en vervolgens bij de borst heeft gepakt.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 09 september 2016 in de gemeente Zwolle, [slachtoffer] , door geweld en/of andere feitelijkheden, heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen, door die [slachtoffer] op onverhoedse wijze en/of in het voorbijgaan bij een/de arm(en) vast te pakken en/of (vervolgens) bij/in een/de borst(en) te pakken/te knijpen.

3 De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4 De bewijsoverwegingen

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde. De officier van justitie baseert zich daarbij op de aangifte in combinatie met de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en het gegeven dat verdachte kort na het delict op de plaats delict is aangehouden.

4.2

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

Op 9 september 2016 omstreeks 15:35 uur is verdachte op het [adres] te Zwolle aangehouden ter zake van een aanranding die kort daarvoor daar zou hebben plaatsgevonden.

Uit de aangifte blijkt dat verdachte aangeefster op het station in Zwolle in het voorbijgaan zou hebben vastgepakt en vervolgens bij de borst zou hebben gepakt.

De aangifte wordt op meerdere punten ondersteund door de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] . Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij zag dat aangeefster door een man werd vastgepakt bij haar borst en getuige [getuige 2] heeft verklaard dat ze zag dat een man aangeefster in het voorbijgaan bij de borsten greep en daarbij doelbewust zijn hand plaatste op haar borsten. Getuige [getuige 2] heeft - kort na het delict - foto’s van deze man gemaakt.

Bovenstaande, in combinatie met wat in het proces-verbaal van aanhouding is gerelateerd en de door getuige [getuige 2] gemaakte foto’s van de dader, die overeenkomsten vertonen met de foto van verdachte op het SKDB-uittreksel van 7 augustus 2017, maakt dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte aangeefster heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, te weten het op onverhoedse wijze, in het voorbijgaan vastpakken en vervolgens bij een van haar borsten pakken van aangeefster.

4.3

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat:

hij op 9 september 2016 in de gemeente Zwolle, [slachtoffer] , door feitelijkheden, heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling, door die [slachtoffer] op onverhoedse wijze en in het voorbijgaan vast te pakken en (vervolgens) bij de borst te pakken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

5 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

6 De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

7 De op te leggen straf of maatregel

7.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

7.2

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Verdachte heeft aangeefster, een willekeurig slachtoffer, op klaarlichte dag in een openbare ruimte op een zeer onverhoedse manier, in het voorbijgaan, vast gepakt en vervolgens bij een van haar borsten gepakt. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij door zo te handelen op een indringende wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster en haar schrik heeft aangejaagd.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank verder rekening met het feit dat uit een verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie van 7 augustus 2017 blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is gekomen. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het gegeven dat de door verdachte opgegeven woonplaats in Polen is gelegen en daarmee een contra-indicatie oplevert voor de oplegging van een werkstraf, mede gelet op het feit dat verdachte niet is verschenen ter terechtzitting en ook niet anderszins is gebleken dat verdachte thans nog bereikbaar is voor justitie.

Al met al is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twee weken passend en geboden is.

8 De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op het hiervoor genoemde wetsartikel. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 10 en 27 Sr.

9 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert: feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Taalman, voorzitter, mr. G.H. Meijer en mr. V.P.K. van Rosmalen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.A. de Haan-Geertsema, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 21 september 2017.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland, team Zeden, afdeling Thematische Opsporing, met nummer [dossiernummer] . Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

Voor het bewijs verwijst de rechtbank naar:

1. het proces-verbaal van aangifte van 9 september 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 3-5):

(…) Op 9 september 2016 rond 16:15 uur liep ik op het station te Zwolle. (…) Er kwam een man aanlopen. (…) Hij pakte me vast met de ene arm om me heen en vervolgens pakte hij me ook met de andere arm vast en met de rechterarm pakte hij mij bij de borst. (…) Hij pakte het echt vast. (…);

2. het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 9 september 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 8-9):

(…) Ik bevond mij op vrijdag 9 september 2016 op het station te Zwolle. (…) Ik zag dat de man [slachtoffer] vastpakte bij haar borst. Hij greep met een hand in haar borst (…);

3. het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 30 november 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 11-13):

(…) Op 9 september 2016 bevond ik mij op het station te Zwolle. (…) Ik zag dat er een man aan kwam lopen en vanuit het niets in zijn voorbijgang, [slachtoffer] volop bij haar borsten greep. (…) Ik zag dat hij doelbewust zijn hand plaatste op haar borsten. (…);

4. het proces-verbaal van aanhouding van verdachte van 9 september 2016, zakelijk weergegeven, onder meer inhoudende (pagina 15):

(…) Op vrijdag 9 september 2016, omstreeks 15.18 uur kregen wij de melding van de Regionale Meldkamer om te gaan naar het station te Zwolle. Aldaar zou meldster (de rechtbank begrijpt: aangeefster) zojuist betast zijn aan haar borsten door een onbekende man. Personeel van de NS zou zicht hebben op de verdachte. (…) Wij zagen een man welke voldeed aan het signalement (…) Hierop hebben wij verdachte aangehouden ter zake aanranding.